dossier

Gemeenteraadsverkiezingen 2026

Foto: "In Zandvoortse klederdracht gestoken leden van het stembureau aan de Louis Davidsstraat 17, vrolijken de gemeenteraadsverkiezingen op. NL-HlmNHA 54036918" by Poppe de Boer is licensed under CC CC0 1.0

Hogere opkomst, grotere verharding

van Prof.Dr. Joop van den Berg

De Nederlandse politiek wordt sedert de eeuwwisseling gekenmerkt door drie verschijnselen die als schadelijk moeten worden beschouwd voor de democratie.[1] Ten eerste is de vluchtigheid van het kiesgedrag groter dan in andere Europese landen, groter zelfs dan in Italië. Daarnaast is er sprake van ernstige verbrokkeling van de meeste politieke partijen, voorop de grote oude volkspartijen. Ten slotte is er onmiskenbaar sprake van ernstige verharding van politieke tegenstellingen.

Deze drie verschijnselen zijn niet alleen te zien in de nationale politiek maar ook in de lokale democratie. Daarbij moet worden gezegd dat de sterke opkomst van lokale partijen geleidelijk de polarisatie in de gemeentelijke democratie eerder verzachtte dan versterkte. Er ontstonden op veel plekken betrekkelijk grote en redelijk stabiele lokale fracties, die weliswaar meestal lichtelijk naar rechts overhelden, maar de politieke verhoudingen vreedzaam en constructief hielden. De prijs daarvoor was een steeds lagere opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen.[2]

Gemeenten werden daarnaast, meer nog dan de landelijke politiek, geteisterd door verbrokkeling: grote partijen werden ‘middelgroot’ en daarnaast kwamen er reeksen kleine partijtjes. Ter linkerzijde is die fragmentatie wel wat verminderd door het samengaan van GroenLinks en de Partij van de Arbeid en de bijna-verdwijning van de SP. Daar staat verdere verbrokkeling aan de rechterzijde van het politieke spectrum tegenover. De volatiliteit van het kiesgedrag richt zich bovendien nog meer op nationale partijen dan op de grote lokale lijsten, die opmerkelijke stabiliteit tonen.

Foto: Ton van der Velden on Unsplash

Alle ballen op de lokale politiek

Het zichzelf verklaarde midden in Den-Haag, wat feitelijk een naar rechts riekend neoliberaal verhaal is, zal ook de komende jaren geen soelaas bieden. Dus alle ballen op de lokale politiek. Daar kun je met elkaar kiezen voor een andere koers. Als het lukt om binnen de gemeenteraadsverkiezingen weg te blijven van de ronkende leugens over migranten, de aperte klimaatontkenning en gebrek aan ruggengraat als het om het lot van de Palestijnen gaat, dan maakt onze democratie nog een kans. Sowieso wil je politiek tot aan de keukentafel brengen. En het maakt nogal uit waar die tafel staat. De glooiende heuvels van Zuid-Limburg kennen een andere realiteit dan die van de eindeloze polders in Noord-Holland.

Je zou willen dat we ons meer bezighielden met welke samenleving en bijbehorende economie we in onze regio willen ontwikkelen. Als we nu naar de data kijken is duidelijk dat de verstedelijkte gebieden het voortouw nemen. Dat hoeft niet zo te zijn. Als we met elkaar inzetten op bedrijvigheid die gekoppeld is aan de gemeenschap, zal dat ongetwijfeld positieve effecten hebben. Wanneer een bedrijf vervuilt en de baas woont tussen de mensen die daar last van hebben, krijg je een andere dynamiek dan wanneer het hoofdkantoor op de Zuidas staat. Sowieso blijkt uit onderzoek dat het MKB vaak verankerd is in de omgeving, en zich daar ook voor in wil zetten. Datzelfde geldt voor onderwijs. Je wil mensen opleiden die in de buurt aan de slag kunnen en niet eindeloos in ellendige files wil staan of overvolle treinen moeten trotseren.

Foto: "20 februari 2010, Gemeenteraadsverkiezingen" by Sierag is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Gemeenteraadsverkiezingen terwijl er een nieuw kabinet staat…

In een eerder stuk wees ik op het risico dat de formatie zó vertraagd zou worden dat de gemeenteraadsverkiezingen als een soort referendum over de formatie zouden gaan functioneren. Ik prijs me gelukkig dat ik het fout heb. Het ziet er naar uit dat er over een maand een nieuw kabinet staat, waarvan we mogen hopen dat het de eerste stormen gaat doorstaan. Maar waar gaan de komende gemeenteraadverkiezingen dan over?

Zo eind februari, begin maart zal er een regeringsverklaring afgegeven worden in de Kamer, waarna het debat daarover begint. Dat zal wel een dag of twee gaan duren, hoewel de verwachting dat die veel korter zal blijken te gaan duren ook gerechtvaardigd is. Immers, alle partijen hebben de ruimte om met het minderheidskabinet te onderhandelen over de accenten en richtingen die zij graag zien, en ze lopen het risico dat ze hun zin krijgen. Misschien wordt de kortste kabinetsformatie in vele jaren daarmee toch de langste……

Deze situatie heeft in ieder geval tot gevolg dat er meer ruimte is voor echte gemeentelijke verkiezingscampagnes. En ook daar heeft het lang aan ontbroken. Sinds een paar decennia hebben we veel lokale partijen die pretenderen beter dan de landelijke partijen te weten wat er lokaal speelt, wat er nodig is en hoe dat dan moet. Dat is eigenlijk een beetje onzin, want de politici van lokale afdelingen van landelijke partijen wonen ook in dezelfde gemeenten, weten net zo goed wat er aan de hand is, en hebben evenveel mogelijkheden om daar programmatisch mee om te gaan. Het probleem zit hem in het gedrag van landelijke politici en de fracties waar ze onderdeel van zijn: ze hebben meer dan eens landelijke thema’s de overhand gegeven waardoor de gemeentelijke programmapunten naar de achtergrond verdwenen en vaak zelfs helemaal onzichtbaar werden.