Burgerparticipatie: een mooi woord om onafhankelijk initiatief beheersbaar te houden

ACHTERGROND - ‘Burgerparticipatie’ is niet altijd wat het lijkt.

Vraag iedereen met gevoeligheid voor Haags Scrabbelen naar de modewoorden van dit kabinet en grote kans dat ‘participatiesamenleving’ in de top drie eindigt. De kerngedachte daarachter mag inmiddels duidelijk zijn: de overheid kan niet meer alles doen en dus moeten burgers zelf meer verantwoordelijkheid nemen. Een woord als participatiesamenleving biedt daarbij de perfecte gelegenheid om die boodschap in een mooi papiertje te rollen. Dat geldt ook voor het vlaggenschip in de machtige vloot van de participatiesamenleving: ‘burgerparticipatie’.

Hoewel het idee van een participerende burger ouder is dan die termen, is burgerparticipatie onder Rutte c.s. hipper dan ooit. Daarbij lijkt doorgaans de nadruk op de positieve aspecten te rusten: het mee laten praten van wijkbewoners over hun directe leefomgeving zou de manier zijn om ‘de burger’ serieus te nemen. Met associaties van democratisering, ‘Do-it-yourself’ en het omzeilen van bureaucratie lijkt participatie een perfecte, positieve term om duidelijk te maken dat we eigenlijk erg blij moeten zijn dat de overheid zich terugtrekt van haar klassieke taken. Wat is het toch fijn dat burgers zelf mogen beslissen over hun leefomgeving!

Vooruitstrevende projecten

Er wordt dan ook vrolijk geëxperimenteerd met burgerkracht en doe-democratie. Onlangs verscheen een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, waarin een vijftal van deze vooruitstrevende projecten centraal staan. In dit rapport – Burgermacht op eigen kracht – bespreken de onderzoekers dat burgers op uiteenlopende wijzen de ruimte krijgen of nemen om zelf mee te doen en denken. Daarbij ligt de nadruk op zogeheten ‘zelfredzame burgerparticipatie’: wijkbewoners gaan zelf aan de slag op terreinen die van oudsher de verantwoordelijkheid van de overheid waren. In de gemeente Schouwen-Duivenland, bijvoorbeeld, nemen bewoners het beheer van gemeenschapshuizen over en in de gemeente Berkelland stropen bewoners de mouwen op voor het onderhoud van plantsoenen.

De SCP-onderzoekers plaatsen een aantal kanttekeningen bij deze vooruitstrevende projecten. Zo willen actieve deelnemers soms meer zeggenschap dan ze nu hebben. Als burgers zelf in het geweer moeten komen, verwachten ze ook meer inspraak. Daarnaast bestaat het risico dat gemeenten bezuinigingen toedekken door het gebruik van een woord als zelfredzaamheid.

Toch gaat de kritiek van het SCP niet ver genoeg. En wel om twee redenen. Ten eerste vormen de door hen onderzochte projecten eerder de uitzondering dan de regel: veel projecten bieden nauwelijks ruimte aan eigen, onafhankelijk burgerinitiatief.

Ten tweede, in gevallen waarin wel sprake is van grassroots-burgerinitiatieven, proberen gemeenten deze eigengereidheid maar al te vaak onder de titel participatie naar de eigen hand te zetten.

Initiatief?

Om met de eerste kanttekening te beginnen: het onderzoek van het SCP lijkt te suggereren dat burgerparticipatieprojecten ruim baan bieden aan burgerinitiatief. Onterecht, want de controle ligt doorgaans nog altijd volledig bij de overheid. Zo is burgerparticipatie veelal het initiatief van gemeenten zelf en niet van wijkbewoners. Projecten worden niet alleen opgezet omdat de mening van de burger zo belangrijk is, maar vooral ook om draagvlak te creëren voor bestaand beleid en om als lokale overheid te kunnen zeggen: ‘zie je wel, we nemen burgers serieus!’

Fijn dat wijkbewoners zich meer serieus genomen voelen als ze mee mogen praten, maar de suggestie dat gemeenten macht en middelen verregaand decentraliseren, is onterecht. Bovendien zijn projecten vaak succesvol omdat welwillende professionals de kar trekken en niet de bewoners zelf. Het kost veel energie voordat er überhaupt voldoende deelnemers zijn.

Daarnaast is het de gemeente die doorgaans de kaders bepaalt waarbinnen wijkbewoners mee mogen praten over beleid. Deelnemers leggen hooguit accenten. Welke planten komen er in het plantsoen of waar moeten meer hondenpoepcontroles plaats vinden? Wezenlijke zaken blijven buiten schot.

De gemeente lijkt te suggereren dat ze bereid is zaken uit handen te geven, maar in werkelijkheid is er geen vertrouwen dat een burger kaas heeft gegeten van herverdelingsvraagstukken of de aanpak van criminaliteit. En dat is geen vreemde gedachte. Niet omdat burgers per definitie onwetend zijn als het om dit soort thema’s gaat, maar omdat een kleine club bewoners de dienst uitmaakt in deze fora. ‘Blanke-middenklasse-participatie’ zou de lading beter dekken. Ongeacht de goede intenties, heeft deze voorhoede van actieve wijkbewoners een sterk gekleurd beeld van wat er anders moet.

Inflatie van term ‘participatie’

De tweede reden waarom de SCP onderzoekers te vriendelijk blijven, heeft te maken met benaming. Voor zover initiatieven van burgers wel de ruimte krijgen, is burgerparticipatie een nogal verdachte benaming. Het label blijkt namelijk uitermate geschikte om onafhankelijke burgerinitiatieven alsnog binnen het gemeentelijke domein en de gemeentelijke invloedssfeer te trekken.

Op de achtergrond speelt de inflatie van de term participatie daarbij een grote rol: ieder eigengereid, onafhankelijk en noodgedwongen initiatief wordt al snel ‘participatie’ genoemd. De overheid/gemeente staat daarbij niet alleen goedkeurend langs de kant te knikken naar al die actieve wijkbewoners die oppakken wat de gemeente eigenlijk zelf had moeten doen. Ze weet burgerinitiatief zo ook beheersbaar te houden. Want wie doet hier eigenlijk met wie mee? Is het niet vooral een groep burgers die initieert en de overheid die meedoet?

Burgerinitiatief benoemen als burgerparticipatie, biedt gemeenten de gelegenheid de zaken onder controle te houden. Dat bewoners daar zelf een nare smaak van krijgen, blijkt eveneens uit het SCP rapport. Burgers zijn kritisch op het moment dat ze autonomie verliezen en de gemeente het initiatief overneemt.

In een aantal van de onderzochte projecten gaan burgers ‘zelf aan de slag’, bijvoorbeeld door het onderhoud van plantsoenen of het beheer over gemeenschapshuizen over te nemen. Daarbinnen is veel ruimte voor de eigen ideeën en activiteit van wijkbewoners, maar het is de vraag of ‘zelfredzame burgerparticipatie’ daarvoor een goede benaming is.

Burgers moeten het dus enerzijds zelf uitzoeken, maar anderzijds wel aan de leiband van de overheid blijven lopen. Echte zelfredzaamheid kenmerkt zich echter door eigengereide burgers, die noodgedwongen zelf werk maken van hun wijk. Daar hebben ze die overheid misschien wel niet bij nodig en dat hippe woord burgerparticipatie al helemaal niet.

  1. 1

    “De kerngedachte daarachter mag inmiddels duidelijk zijn: de overheid kan niet meer alles doen en dus moeten burgers zelf meer verantwoordelijkheid nemen.”

    Dan is de kenrgedachte toch niet duidelijk, want ik dacht er een andere in te zien, die meer te maken heeft met het pesten van werklozen. Ik associeer het woord “participatiesamenleving” dan ook vooral met het andere buzzwoord van dit kabinet “tegenprestatie”.

    “In de gemeente Schouwen-Duivenland, bijvoorbeeld, nemen bewoners het beheer van gemeenschapshuizen over … De SCP-onderzoekers plaatsen een aantal kanttekeningen bij deze vooruitstrevende projecten.”

    Ik zie niet precies in wat er zo vooruitstrevend is aan het beheer van gemeenschapshuizen door burgers. In mijn geboortedorp was dat al van voor mijn geboorte de gewoonte en daarin is dat dorp niet bepaald een uitzondering in mijn provincie.

  2. 2

    Bekorten, besnoeien, besparen, ombuigen, kostenverlaging, versobering, matiging, korten, allemaal synoniemen voor bezuinigen.

    En nu noemen we het “participeren”. Het is een puur marketingtechnisch eufemisme.

  3. 3

    @0

    “Daarnaast bestaat het risico dat gemeenten bezuinigingen toedekken door het gebruik van een woord als zelfredzaamheid.”

    Maar dat is toch juist de hele bedoeling ervan? De particiapatiesamenleving om de impact van bezuinigingen/minder harde groei (vooral in de zorg) te verlichten. Probleem is echter dat als mensen zelf hun ouders en grootouders gaan verzorgen ze daardoor al gauw minder productief worden waardoor er weer minder belastinggeld binnenkomt en er zelfs een netto verlies kan optreden (de meeste mensen zullen beter zijn in een andere baan dan in het verzorgen van ouderen). De participatiesamenleving is niets meer dan een manier om een economisch stapje terug voor de samenleving te verleggen van financieel verlies naar verlies van verlies van vrije tijd. Dat is niet eens per se een slecht idee en sommige politici zijn er ook redelijk eerlijk over geweest, maar de gemeenten zijn weer allemaal eilandjes die een beetje raden naar de bedoelingen van Den Haag.