Bezuinigers zetten EU op één procent rantsoen
ANALYSE - De nieuwe zevenjarige begroting van de EU was een overwinning voor Rutte, maar ook voor alle andere Europese leiders. Van Rompuy heeft een slim spel gespeeld, concludeert Dr. Jan Werts. Maar zal het Europees Parlement nog roet in het eten gooien?
De uitgaven van de EU gaan voor het eerst naar beneden. Tegelijk blijft de modernisering van de activiteiten beperkt. Toch levert de landbouw elf procent in en de Structuurfondsen acht procent. Daarentegen krijgen innovatie, onderzoek en onderwijs vijftig procent meer geld. De compensatie van de landen (zoals Nederland) die veel aan Europa betalen blijft volledig gehandhaafd.
In totaal belopen de uitgaven van de EU in 2020 exact één procent van het bnp. Krachtens de verdragen mag Europa jaarlijks 1,23 procent van het bnp uitgeven. Dit jaar zit men op 1,14 procent. Het Europees Parlement verwerpt mogelijk dit zuinige begrotingsakkoord 2014-2020 van de Europese Raad.
Vier machtsblokken
Bij het beraad in de Europese Raad van 7 en 8 februari over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) leverden vier machtsblokken strijd. Zij vergaderden vaak apart en schiepen zodoende de sfeer van een Slag bij Waterloo waar in 1815 diverse nationale legers elkaar bestreden.
Het sterkste bleek uiteindelijk de groep ´grote betalers´: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland, Zweden, Oostenrijk en Denemarken. Onder leiding van premier David Cameron en kanselier Angela Merkel dwongen zij een nooit eerder vertoonde algemene verlaging van de uitgaven af van circa 3,5 procent tussen nu en 2020. Deze ‘zuinige’ landen behouden de traditionele korting op hun bijdrage aan Brussel. Denemarken krijgt voortaan ook zo´n korting.