Voorstellen Nationale Conventie – 21

Logo Nationale ConventieHierbij het éénentwintigste deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).

De laatste vijf voorstellen gaan over Europa in Nederland.

21. Organiseer een intensieve discussie tussen regering, parlement en burgers over de uiteindelijke inrichting van de Europese Unie. Agendeer dit onderwerp ook op Europees niveau. Hanteer het begrip statenverbond in de discussie over het eindstation van de Unie.

Toelichting Nationale Conventie:
Een Nederlandse toekomstvisie voor Europa
De onduidelijkheid over de politieke contouren van een toekomstig Europa is één van de oorzaken van onzekerheid en twijfel bij de burger over Europa. Daarbij komt dat de uitbreiding van Europa de indruk geeft dat de Unie geen geografische grenzen kent.
De Nationale conventie acht nu het moment gekomen dat Nederland zich bezint op een mogelijk eindstation van de Europese eenwording. Natuurlijk is het niet mogelijk alle toekomstige ontwikkelingen te overzien. Niettemin kan een politieke bezinning op de finaliteit van Europa wel tot standpunten leiden. Wat zijn de geografische en politieke grenzen van de Unie? Op welke manier wordt er samengewerkt en politieke invloed verdeeld tussen de Unie en de lidstaten? In deze bezinning op de toekomstige politieke contouren van Europa moet ook de plaats van de nationale politieke gemeenschap worden betrokken. De nationale staat is niet verdampt of vervaagd. Integendeel. Burgers voelen zich bedreigd door een vermeend verlies van het zelfbeschikkingsrecht van het eigen land. Teloorgang van de nationale staat betekent ook teloorgang van een besef van veiligheid en zekerheid.

De Conventie wil de volgende elementen in deze finaliteitsdiscussie inbrengen.
– De Europese Unie is een creatie van de lidstaten. Met de oorspronkelijke zes leden was een federatie misschien mogelijk geweest. Maar na de laatste uitbreiding lijkt een Europese federatie die de nationale staten vervangt onwaarschijnlijk. De nieuwe Oost-Europese staten hechten veel waarde aan hun nationale onafhankelijkheid die zij hebben herwonnen nadat ze tientallen jaren onder het juk van de USSR hebben geleefd. Maar ook in de oorspronkelijke lidstaten heeft een herwaardering van de nationale soevereiniteit plaatsgevonden. In het Verdrag tot Vaststelling van een Grondwet voor Europa, werd daarom ook het recht van staten uit de Unie te treden opgenomen.
– De Unie is iets anders dan een gewone volkenrechtelijke organisatie die zich beperkt tot samenwerking tussen lidstaten. Het Unierecht schept voor de burgers rechten en aanspraken. Het biedt hen mogelijkheid tot participatie via maatschappelijke organisaties en via vertegenwoordiging in het Europese Parlement. De burger heeft bovendien toegang tot een onafhankelijke Europese rechter. Het is belangrijk dat deze verworvenheden voor de Europese burgers blijven bestaan.
– Binnen de Conventie leidden deze uitgangspunten tot de acceptatie van het begrip statenverbond als leidraad voor verdere discussies over de finaliteit van Europa. Het begrip statenverbond is ontleend aan een uitspraak van het Duitse Bundesverfassungsgericht.
Deze oordeelde in 1993 dat de Europese Unie na het verdrag van Maastricht de vorm had aangenomen van een statenverbond. De term drukt uit dat in Europa de nationale staten eigenstandig blijven, ook al is een deel van het nationale zelfbeschikkingsrecht ingeperkt. De lidstaten hebben immers besloten de Unie op te richten en een aantal taken gemeenschappelijk uit te voeren. Het begrip statenverbond maakt dus duidelijk dat de Europese Unie geen statenbond en ook geen bondsstaat is. Een keuze voor het statenverbond impliceert een keuze tegen een Europese federalistische bondsstaat en tegen een beperking van Europa tot vrijblijvende statenbond. In een statenverbond is een blijvende hoofdrol weggelegd voor nationale parlementen bij Europese besluitvorming.

Europa in Nederland, de burger en de Nederlandse politiek
De Europese Unie is voor veel burgers een bestuurslaag op grote afstand. Het gevoel leeft dat de Europese invloed groot is, en dat er weinig greep is op deze abstracte machtsfactor. Wellicht heeft de geringe aandacht voor Europa in de Tweede Kamer en de negatieve berichtgeving over Europa bijgedragen aan twijfels bij burgers.
Tegen deze achtergrond zou grotere politieke bewustwording van de betekenis van Europa moeten leiden tot een grotere rol van het nationale parlement.
In mei 2006 bracht het kabinet een standpunt “Europa in Nederland – Nederland in Europa” uit naar aanleiding van het advies van de Raad van State over de gevolgen van de Europese Unie voor de Nederlandse staatsinstellingen. Het kabinet noemt hierin een aantal maatregelen ter bevordering van de communicatie tussen burger en politiek over Europa. Deze voorgenomen maatregelen ondersteunt de Conventie.

Uitvoering:
Kan zonder (grond)wetswijziging gedaan worden.

Na al het gedoe over de Europese grondwet de afgelopen jaren ben ik wel een beetje het “communiceren” over Europa moe. Maar goed, als er een discussie gevoerd kan worden over de essentie van de Europese Unie en waarom wij er lid van zouden moeten blijven, prima. Maar maak het niet te breed.
En aangezien ik toch bang ben voor dat laatste, twijfel ik over dit voorstel.

[poll=41]

– Het volledige advies van de Nationale Conventie
– Voorstellen Nationale Conventie: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20

  1. 1

    Tjonge, een discussie over Europa. Ze willen echt een revolutie ontketenen, daar bij de Nationale Conventie…
    Iedereen die de afgelopen jaren zijn ogen een beetje open heeft gehouden weet zo langzamerhand toch wel welke ideeën en sentimenten over Europa er leven bij de bevolking. Het D66 karakter van die Nationale Conventie komt hier weer eens duidelijk naar voren: wel roepen dat het allemaal anders moet, maar daadkracht, je nek uitsteken, ho maar.
    Als ze nou echt iets los hadden willen maken, de discussie oppoken, hadden ze het lef moeten hebben wat extremere standpunten in te nemen. Ik heb mijn conclusie wel getrokken: dit speeltje van Alexander Pechtold zal een roemloze dood sterven. Weggegooide moeite, weggegooide tijd van iedereen die er aan meegewerkt heeft, weggegooid geld.

  2. 2

    Er moet een discussie komen over dit onderwerp. Te belangrijk. Maar de manier waarop het geformuleerd is (Organiseer een intensieve discussie tussen regering, parlement en burgers) doet me een beetje teveel denken aan het begrip brede maatschappelijke discussie. En dat doet me toch huiveren. Het heeft geen positieve herinnering.

    Toch ja gestemd.

  3. 5

    Altijd goed discussie..alleen: met standpuntenel burgers? Mw. Vraag tot Wederhoor: “Het wordt ons door de strot geduwd meneer en heb ik het nog geeneens over die te dure euro”?? Wie en hoeveel gaat dat grapje kosten. Twijfel.

    #Carlos
    Is al dat geld dat ik gegeven had nú al weer op dan?