Clintel en de kunst van twijfel

Sargasso en de klimaatcriminele Stichting Clintel kennen elkaar al jaren. Oude vrienden, zou je bijna zeggen. In de zin waarin je ook een mug en een klamboe oude vrienden kunt noemen. We troffen elkaar regelmatig en hebben een, laten we zeggen, gecompliceerde, geschiedenis. Maar de afgelopen jaren was de liefde wat bekoeld. Tot nu, want Clintel heeft een overwinning te vieren, een moment van triomf die tegenwoordig een zeldzaamheid is bij de klimaatontkenners. Het KNMI paste namelijk, op aandringen van de stichting, een historische meetreeks iets aan. Enkele oude hittegolven kwamen daardoor terug in de statistieken. Voor Stichting Clintel voelde dat als een overwinning. Jarenlange kritiek leek plots bevestigd. De vlag kon uit. De socials in de feeststand. De champagne ontkurkt. Want zie je wel: ze hadden gelijk. Op één punt, in een dataset. En voor de rest natuurlijk nog steeds niet. De correctie waar het om gaat is technisch. Het gaat om homogenisatie van meetgegevens in De Bilt. Oude metingen worden gecorrigeerd om veranderingen in meetopstelling, omgeving en instrumenten te compenseren. Dat proces levert soms bijstellingen op. In dit geval bleek een eerdere correctie te grof. Zeven hittegolven uit de eerste helft van de twintigste eeuw werden opnieuw erkend. Dat is alles. Geen revolutie. Geen herziening van het klimaatbeeld. Geen breuk met decennia onderzoek. Geen reden voor overwinningsparades. Maar wat Clintel zei klopte wel. Er was een correctie die te ver ging. Die is hersteld. Dat mag gezegd worden. Wie daar kritisch naar keek, had op dat punt gelijk. Gefeliciteerd, maar verder verandert er helemaal niets. Want ondanks dat de kritiek terecht is, slaagt Clintel erin er meteen iets anders van te maken. Geen inhoudelijke evaluatie, maar een moreel oordeel. Geen technische discussie, maar een aanklacht. Geen nuance, maar tromgeroffel. Clintel presenteert dit als een ontmaskering. Jarenlang falen van het KNMI. Media die het publiek zouden hebben misleid. Wetenschap die haar geloofwaardigheid verspeelt. Het is een klassieke overdrijvingstechniek. Een kleine technische correctie wordt opgeblazen tot institutioneel drama. Een correctie wordt een schandaal. Een voetnoot wordt een crisis. Zo ontstaat een verhaal waarin twijfel centraal staat. Dat verhaal draait om suggestie. Als er ooit iets is aangepast, dan zal de rest ook wel wankel zijn. Als Clintel nu een keer gelijk krijgt, zal het wel altijd gelijk hebben. Als er vroeger ook uitschieters qua hittegolven waren, dan stelt de huidige opwarming minder voor. Als instituten corrigeren, dan klopt er blijkbaar iets fundamenteels niet. Dat klinkt spannend. Het leest lekker. Het verkoopt vast goed. Het houdt alleen geen seconde stand. Wie het artikel fileert, ziet hoe dat werkt. Feit: zeven hittegolven zijn hersteld. Framing: het beeld was jarenlang fout. Feit: homogenisatie is bijgesteld. Framing: alle data is onbetrouwbaar. Feit: wetenschap corrigeert zichzelf. Framing: er is gefaald. Steeds weer verschuift de aandacht van wat er werkelijk gebeurde naar wat het suggereert. Het opvallende is dat juist deze correctie vooral laat zien hoe wetenschap functioneert. Data worden herzien wanneer inzichten veranderen. Methoden worden verbeterd wanneer tekortkomingen zichtbaar worden. Fouten worden gecorrigeerd wanneer ze worden gevonden. Dat heet vooruitgang. Alleen in de wereld van Clintel heet dat falen. Daarmee schiet de stichting zichzelf structureel in de voet. Op de zeldzame momenten dat ze inhoudelijk iets raakt, ondergraaft ze haar eigen geloofwaardigheid door er meteen een complotverhaal, een media-aanval en een vertrouwenscrisis van te maken. Wie altijd in crisismodus staat, wordt op den duur achtergrondruis. Daar komt bij dat Clintel zelf geen gezaghebbende wetenschappelijke bron is. Het is geen onderzoeksinstituut, geen academisch netwerk, geen producent van peer‑reviewed kennis. Het is een lobbyclub met een duidelijke agenda. In de loop der jaren verspreidde de organisatie vooral misleidende informatie over klimaatverandering. Dat verklaart waarom wetenschappers, journalisten en beleidsmakers de stichting structureel met scepsis benaderen. Niet uit ideologische reflex, maar uit ervaring. Het bullshit asymmetry principle bestaat nog steeds en bij Clintel zijn ze expert. Ook de rol van de media wordt strategisch geframed. Journalisten baseerden zich op de destijds geldende gegevens. Dat is hun taak. Wanneer die gegevens veranderen, verandert de berichtgeving mee. Dat heet actualiteit. Geen manipulatie. Geen regie. Geen duister plan. Toch wordt precies dat beeld gesuggereerd. Het voedt het idee dat ‘officiële’ informatie per definitie verdacht is. Handig, als wantrouwen je businessmodel is. Wat ontbreekt in het Clintel-verhaal is context. De moderne trend van opwarming blijft overeind. Het aantal hittegolven sinds de jaren zestig blijft stijgen. De gemiddelde temperatuur blijft toenemen. Extremen nemen toe in duur en intensiteit. Geen enkele van die patronen verdwijnt door deze correctie. De historische reeks verschuift een fractie. Het grote plaatje blijft intact. Helaas. Daarmee wordt duidelijk waar het artikel werkelijk over gaat. Het gaat minder over hittegolven en meer over vertrouwen. Over het ondermijnen van gezag zonder het openlijk te ontkennen. Over twijfel zaaien zonder harde claims te hoeven verdedigen. Over winnen in het debat zonder inhoudelijk te hoeven winnen. Clintel hoeft de klimaatwetenschap daarvoor geen ongelijk te bewijzen. Het volstaat om haar betrouwbaarheid ter discussie te stellen. Elke correctie wordt munitie. Elke nuance wordt zwakte. Elke bijstelling wordt een bekentenis. Zo ontstaat een permanente staat van onzekerheid, waarin beleid verdacht wordt en urgentie verdampt. Dat mechanisme is bekend uit andere dossiers. Tabak. Asbest. Zure regen. Vaccins. Telkens weer dezelfde tactiek. Geen frontale ontkenning, wel eindeloos vragen stellen. Geen eigen theorie, wel twijfel aan andermans kennis. Geen alternatief verhaal, wel wantrouwen als handelswaar. De herstelde hittegolven zijn reëel. Ze horen thuis in de statistiek. Dat is goed. Dat is nodig. Dat is wetenschap aan het werk. Tegelijk is het minder dan een voetnoot. Wie daaruit concludeert dat het klimaatprobleem overdreven is, begrijpt niets van de data, die valt alleen voor een campagne. Clintel wint hier niets inhoudelijks. Geen inzicht. Geen gelijk over de grote lijnen. Geen bijdrage aan begrip. Alleen ruis. Alleen wantrouwen. Alleen weer een reden om wetenschap te framen als verdacht en twijfel als deugd. Dat is geen kritische houding. Dat is een verdienmodel.

Door: Foto: Dunk 🐝 (cc)

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.