Neuro-mythen: Nee beste leraar, een kind heeft geen breinknoppen

ACHTERGROND - Slechts de helft van de Nederlandse leraren weet dat de hersenen niet zullen krimpen als leerlingen minder dan zes tot acht glazen water drinken op een dag. Ook vele andere ‘neuro-mythen’ zijn hardnekkig in het onderwijs, zo blijkt uit onderzoek van het LEARN! Instituut aan de VU. Dit kan tot problemen leiden als leraren onjuiste informatie gebruiken in de klas.

Wie niet bekend is met het BrainGym-programma op Britse scholen kan ik aanraden het boek Bad Science van Ben Goldacre te lezen. Pas wel op dat je niet van je stoel valt. Wetenschappelijke onderbouwing van de gymoefeningen die het brein ten goede zouden komen, is ver te zoeken. Zo beweert het programma dat kinderen ‘breinknoppen’ vlak onder hun ribben kunnen indrukken, om hun visuele systeem te focussen op lezen en schrijven. Ook moet véél water gedronken worden. Op zich niks mis mee, ware het niet dat het even in de mond gehouden moet worden zodat het ‘direct door het brein geabsorbeerd kan worden.’ BrainGym wordt gesubsidieerd door de Britse overheid.

Om dit soort praktijken te voorkomen is het belangrijk dat leraren (en beleidsmedewerkers) pseudowetenschap van echte feiten onderscheiden. Maar kunnen ze dit?

Neuro-mythen

Het recente VU-onderzoek bracht in kaart in welke mate Nederlandse en Britse leraren in het basis- en voortgezet onderwijs in ‘neuro-mythen’ geloven. De leraren waren geselecteerd op interesse in het gebruiken van neuro-kennis in het onderwijs – de risicogroep voor verkeerde toepassing.

De officiële definitie van een neuro-mythe luidt: ‘A misconception generated by a misunderstanding, a misreading, or a misquoting of facts scientifically established (by brain research) to make a case for use of brain research in education and other contexts’ (bron: OECD). Oftewel, de mythen zijn ergens wel gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, maar verkeerd begrepen of overgenomen.

Krimpende breinen

De leraren moesten 32 stellingen over brein en leren op waarheid beoordelen: de helft testte algemene hersenkennis, de andere helft waren neuro-mythen. Hier een aantal voorbeelden. Bijna de helft van de Nederlandse leraren gelooft dat we maar 10% van ons brein gebruiken. Zo’n tweederde is ervan overtuigd dat coördinatie-oefeningen helpen bij leesproblemen. Bijna 90% gelooft dat dominantie van één van beide hersenhelften verschillen in leren kunnen verklaren.

Stellingen gebaseerd op bewezen feiten waren bijvoorbeeld dat onze hersenen uit gaan als we slapen (niet waar!) of dat leren plaatsvindt door veranderingen in neurale verbindingen (waar!). Van deze stellingen werd zo’n driekwart juist beantwoord.

Het goede nieuws is dat Nederlandse leraren gemiddeld meer algemene breinkennis hadden dan hun Britse collega’s. Toch leidt dit niet tot een realistischer beeld van hersenen en leren. Sterker nog, meer kennis was een significante voorspeller van vatbaarheid voor neuro-mythen. Leraren die geregeld populair-wetenschappelijke tijdschriften lazen waren eerder geneigd neuro-fabels te geloven.

Feit of fictie

Kennelijk is het moeilijk om feiten van fictie te onderscheiden in de populaire stukken die leraren onder ogen krijgen. Wellicht zijn ze over-optimistisch door hun enthousiasme voor het toepassen van hersenkennis, zo stellen de onderzoekers.

Het vergroten van algemene kennis over het brein is kennelijk niet genoeg om neuro-mythen tegen te gaan. De link tussen hoe de hersenen leren en wat dit betekent voor de onderwijspraktijk zal specifieker gelegd moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld in nascholingscursussen. Ten slotte helpt het om de wetenschappelijke achtergrond van leerkrachten bij te spijkeren, zodat ze zelf kritischer zullen kijken naar onderzoeksresultaten en “brein-gebaseerde” onderwijsprogramma’s.

En dan kunnen we hopelijk voorkomen dat onze kinderen straks op school ook breinknoppen moeten indrukken en water in hun mond moeten houden.

Sandra van Aalderen schreef mee aan dit artikel.

Bronnen

Dekker S, Lee N C, Howard- Jones P and Jolles J (2012). Neuromyths in education: Prevalence and predictors of misconceptions among teachers. Front. Psychology 3:429. doi: 10.3389/fpsyg.2012.00429

Ben Goldacre, Bad Science, Londen, 2008. http://www.badscience.net/

Goswami, U. (2006). Neuroscience and education: from research to practice? Nat.Rev.Neurosci. 7, 406–413.

  1. 2

    De leraren waren geselecteerd op interesse in het gebruiken van neuro-kennis in het onderwijs – de risicogroep voor verkeerde toepassing.

    Kijk, dit kun je doen, maar daarna is het natuurlijk nonsens om nog te generaliseren naar “de Nederlandse leraren”. Dat is zoiets als bij Niburu proefpersonen rekruteren en dan uit de resultaten concluderen dat de grote meerderheid van de Nederlanders aluhoedjes zijn.

  2. 3

    Ik denk dat we in Nederland onze eigen waanideeën hebben met al die spontane uitbraken van autisme, hoogsensitiviteit, hoogbegaafdheid, ADHD, e.d.

    In mijn tijd moesten alle kinderen buisjes. (Btw, nog bedankt daarvoor!)

  3. 4

    Aardig stukje, goed geschreven, to the point. En het bewijst maar weer eens: niets zo gevaarlijk als een klein beetje kennis.

  4. 5

    @Jimmy
    haha Ik was als kind zo ongeveer de enige van de klas die geen buisjes kreeg omdat mijn vader dat niet nodig vond. Mijn klasgenoten probeerde me nog wijs te maken dat als je ze niet had, je hoofd zou ontploffen. Stond de hele klas met zo’n suffe badmuts en stoppen in de oren aan de rand van het zwembad microwatermanagement uit te oefenen. En ik maar zwemmen.

  5. 6

    Dat leraren niet weten dat hersenen niet krimpen als kinderen 8 glazen water per dag drinken is prima. Ze hoeven ook niet te weten dat de school niet door een meteoriet wordt getroffen. Sterker nog: Zoals een computerprogrammeur niet hoeft te weten hoe een computer werkt hoeft een leraar niet te weten hoe hersenen werken. Grotendeels irrelevant een een verspilling van tijd zo’n onderzoek.

  6. 7

    Ja, heel fijn Marius. Maar afgezien van het feit dat het heel prettig is als een programmeur wel weet hoe een computer werkt, moet een leraar natuurlijk geen foutieve opvattingen over de hersenen van zijn leerlingen hebben. Als zo’n instituut serieus beweert dat kinderen veel water moeten drinken om te voorkomen dat hun hersenen krimpen, dan moet een leraar op z’n minst denken: dat lijkt me vreemd. Echt: een klein beetje kennis is gevaarlijk.

    En de vergelijking met een meteoriet… ook daar zou het prettig zijn als leraren weten hoe groot de kans is dat een school getroffen wordt.

  7. 8

    Als een leraar – zelfs een basisschoolleraar – niet kan bedenken dat de notie dat je slokjes water in je mond moet houden omdat het water dan eerder door het brein opgenomen wordt, riekt naar totale flauwekul, dan wil ik helemaal niet dat zo’n onderwijzer zich bemoeit met het leerproces van kinderen.

  8. 9

    Ik loop al heel wat jaren mee in het onderwijs, maar van krimpende hersenen en breinknoppen heb ik nog nooit gehoord.
    Bismarck slaat de spijker op de kop. Wat een waardeloos onderzoek.

  9. 10

    @7: “En de vergelijking met een meteoriet… ook daar zou het prettig zijn als leraren weten hoe groot de kans is dat een school getroffen wordt.”

    En toch mag ik hopen dat het onderzoek dat aantoont dat de meeste leraren die kans verkeerd inschatten (hetgeen ongetwijfeld het geval is) ook als irrelevant terzijde wordt geschoven.

  10. 11

    Bedankt voor alle reacties – interessant.
    @2: hier zijn we misschien niet helemaal duidelijk geweest, waar we het hebben over “de Nederlandse leraren” verwijzen we naar de Nederlandse groep leraren in de studie. We willen natuurlijk niet beweren dat de resultaten naar alle leraren in Nederland generaliseren.
    @6: dit is wel degelijk van belang als leraren “kennis over het brein” gebruiken in hun manier van lesgeven terwijl dit geen bewezen kennis is, bv door zo’n programma als BrainGym te geloven zonder aan de feitelijk basis te twijfelen.(@7: juist.)
    @9: Dit zullen ook juist Britse leraren zijn die te maken hebben met het BrainGym programma. Het is juist erg prettig dat onderwijzers in Nederland niks met breinknoppen te maken hebben. En nogmaals, we willen helemaal niet generaliseren tot alle “Nederlandse leraren”. We willen wijzen op het gevaar van het verkeerde gebruik van kennis uit hersenonderzoek door leraren die graag hun lessen willen verbeteren door ze af te stemmen op “hoe het brein leert”. Nou, niet door op breinknoppen te drukken dus.