Fragmenten uit het danboek van Penelope Bijtring | 1-11-2018

Ik werd wakker in mijn nieuwe kamer. Alles zag er kaal uit en het klonk hol. Het rook erg naar nieuw huis. Ik heb op de grond geslapen. Dat was wel leuk. Beneden hoorde ik mama en papa praten. Ze maakten ruzie, iets over slingers en ballonnen. Hé, bedacht ik toen, het is vandaag mijn verjaardag, ik ben nu 12 jaar. Ik sprong overeind en holde naar beneden. In de nog kale kamer hingen allemaal ballonnen met de tekst CO2 NEE. Ik sloeg mijn handen voor mijn mond en riep Goh, wat leuk. Elders (hij wil liever geen papa genoemd worden) straalde, maar mama (die Caviera heet en die ik dus maar mama noem) keek sjagerijnig (moet chagrijnig zijn las ik later in het woordenboek).

Toen gingen ze zingen: er is er een jarig, enzo. Zelfs Jup, m’n debiele broertje, deed mee (eigenlijk heet ie Jurre, maar ik noem hem altijd Jup). Hij zong heel verstaanbaar maar mijn ouders hadden zoals gewoonlijk weer niks in de gaten. Ik keek vooral uit naar kado’s. Er lagen twee pakjes op tafel. Geen van beide groot genoeg voor de nieuwe Nintendo 4Dii helaas. Mijn moeder gaf me de pakjes. Het eerste bevatte de nieuwste Griezelbus, nummer 14. Leuk, hij zou heel spannend zijn had ik gehoord. Maar ik had liever de 4Dii gehad. Mijn vader zag mijn teleurstelling en legde uit dat ik de nintendo nog krijg maar dat ie nu overal is uitverkocht. Dat luchtte op. In het tweede pakje zat een zwart dagboek, vuig. Eigen idee van Jurre, zei mama met een knipoog. Ze moest eens weten wat Jup allemaal voor ideeën heeft.

We zouden Amerikaans ontbijten met dikke pancakes enzo. Maar dat ging niet door want de kookplaten deden het niet. Stopcontact verkeerd bedraad, volgens Elders. Dan maar brood met hagelslag. Jup was boos en gooide zijn brood tegen de nieuwe, nog heel witte muur. Mama trok ook wit weg, maar hield zich in. Ze vroeg mij wat ik het liefste zou doen. Naar een pretpark of iets anders. Ik dacht even na. Buiten jankte de wind om het huis, de bomen aan de rand van de terp bogen diep door. Ik wilde aan het strand naar de storm gaan kijken. Mama vond het geen goed idee, maar Elders vroeg door. Ik kon wel zand in mijn ogen krijgen en zou misschien omgeblazen worden. Wou ik dat wel?

Gelukkig bleek papa nog benzinebonnen te hebben. Een uurtje later vertrokken we. Jup hebben we bij oma Gruitje gedumpt. Eerst wou hij mee maar toen ik in zijn oor fluisterde dat hij allemaal zand in zijn mond zou krijgen wou hij niet meer. Eigenlijk best wel zielig voor hem. Maar zo was het beter. Op de dijk van Lelystad naar Enkhuizen zag ik allemaal grote hijskranen aan de overkant. Elders legde uit dat ze de dijken aan het ophogen waren om de zoutkwelling tegen te gaan. De auto moest hard werken tegen de zware windstoten. Elders mopperde dat ie te licht is (we hebben een Chery Silicio die ook op batterijen kan rijden; ik vind hem wel vuig met zijn mooie blauw-groene verlichting enzo). Mama zei dat het tijdperk van zware auto’s nu echt voorbij was.

Toen we naar de hondse zeewering wilden (zo heet ie niet echt hoor) konden we niet verder, want er werd aan de dijk gewerkt. Weer allemaal hijskranen. We moesten omrijden om bij Camperduin te komen. Ook daar konden we niet met de auto vlakbij zee komen, omdat een deel van het dorp verplaatst moest worden. Ze gingen de duinen verhogen, zei Elders. We gingen een stukje lopen. Via de camping, waar we vorig jaar nog twee weken hebben gestaan, kwamen we bij het bekende strand. Maar het zag er heel anders uit. Er lagen grote verroeste buizen en het strand lag heel hoog. Het zand was donker en zat vol met schelpen. We liepen een stuk naar het noorden. Richting Den Helder, zei mama. Dat kende ik van aardrijkskunde. De wind rukte steeds mijn kapisjon (capuchon zei mama) van mijn hoofd. Maar gelukkig regende het niet. En papa en mama liepen eindelijk weer eens gearmd.

Na een kwartiertje kwamen we bij het echte strand. Maar daar kwam de zee al tot aan de voet van de duinen, dus we konden niet verder lopen. Elders was verbaasd. Het was eb, zei hij, de zee mocht nog niet zo ver komen. Maar mama zei dat het stormde en dan was de zee altijd hoger. En bovendien zou dit dan toch wel die zeespiegelstijging zijn waar papa het altijd over had. Vorige week zat dat woord, zeespiegelstijging, in het dictee. Toen schreef ik het verkeerd, maar nu weet ik hoe het moet. Het blijft een raar woord, ik kan echt geen spiegel in de zee zien, hij is nooit glad. We gingen een paadje achter de duinen in en kwamen een eind verder weer bij zee waar we een klein stukje onderaan de duinen konden lopen. We zijn daar op het duin gaan zitten.

Het was heerlijk om naar de woeste golven te kijken. Maar in de verte waren pikzwarte wolken te zien. De witte windmolens, die nu echt overal staan, staken er heel mooi tegen af. Het was een prachtig gezicht. Maar Elders zei dat er zware buien aankwamen en stelde voor terug te gaan en patat te eten. Goed idee. Onze snackbar in Camperduin bleek echter al gesloopt. Een eindje verderop vonden we nog een kraampje. De friet was hier niet zo lekker als vorig jaar. Maar toch wel lekker.

Terug naar huis reden we op batterijen. We hadden wind mee dus haalden we ons huis makkelijk. Thuis wilde ik meteen mijn nieuwe boek gaan lezen, maar er was geen stroom en dus ook geen licht. Vervloekte sterling motor, mopperde Elders, die de elektriciteit niet aan de praat kreeg. We lieten pizza´s komen en aten bij kaarslicht, want de noodverlichting zat nog ingepakt (net als de slingers dus). Jup was nog bij oma, we waren vergeten hem op te halen. Bij kaarslicht schrijf ik dit eerste bericht in mijn nieuwe dagboek. Best een leuke dag.

  1. 2

    woeste golven pikzwarte wolken witte windmolens
    de briesende batavieren , de brommende brommers , de lanterfanterende lebbbers , de beroerde bloggers
    Oh schanulleke Oh Schanulleke , where are they.

  2. 3

    Verwerk in een verhaal de volgende begrippen: zeespiegelstijging, klimaatverandering, ‘peak oil’, alternatieve energie en een debiel broertje. Gebruik ongeveer 1000 woorden. Tijd: 1 kwartier.

  3. 8

    4: net als rekenen ;
    lezen en schrijven leer je op de basischool, niks gave.
    een behendigheid wordt het als je schrijver bent.
    Talent is niet te aan te leren.

  4. 9

    @4 Dat is werkelijk heel mooi gezegd .. Toch ook best wel een gave ..
    @8 Ten dele waar wat u zegt, maar ik denk dat de heer ‘Boekhouder Berend’ eerder doelt op ‘tussen de lijnen lezen’.

  5. 10

    We hebben Kittekat, Perik en nu Adriaan en misschien nog wel een paar. Blijkbaar wordt het hier een columnistenforum.

    Columns hebben toch altijd een zweem van non-serieusheid over zich. Je kunt ook zeggen een zweem van waarheid. Probleem is dat je er meestal niets mee kunt.

    Je kunt er niet over discussiëren want de columnist zegt altijd: het is maar een column. Het is geen literatuur dus in die zin kun je er ook geen kritiek op hebben. Het is geen vlees en geen vis zullen we maar op zijn Hollands zeggen.

    Om kort te gaan je kunt er geen reet mee. Maar het is wel de nationale sport dus Sargasso doet mee.

    In eerst instantie dacht ik na twee keer lezen: ik weet echt niet wat ik hier op moet zeggen. Het sop is de kool niet waard, het zegt niets, ik kan er niets mee. En toen bedacht ik mij dat dat een beetje het probleem van Sargasso begint te worden: teveel columns en te weinig inhoud en discussie. Beetje onderwerpjes dumpen en kijken hoe gek de reaguurders nu weer zijn.

    Mmm… beetje teveel van te weinig van te simpel?

  6. 11

    HansR: Ik vind het gewoon een prutsverhaal. Vierde klas VWO. En ook al noem je het dertig keer een ‘column’, daar wordt het er nog geen van. Ik wil best voor de honderdste keer vertellen wat ik vind en weet van klimaat-gerelateerde zaken, maar met zo’n slap verhaaltje lok je mij niet uit de tent. Het betoog blijft uit, en de prozaische kwaliteit is ook ver beneden peil. Wat blijft over ? 1018 verspilde woorden. Jammer hoor.

  7. 12

    @KJ#11
    Ik vond mezelf al nooit zo subtiel. Zelfs bij Emiel moest ik er 16 afleveringen oid. over doen. Maar ik moet je wel je deel van het gelijk geven ;)