Consumentenvertrouwen. Best belangrijk?

Aan het begin van elke maand worden duizend Nederlanders opgebeld door iemand van het CBS. ‘Zou ik u enkele vragen mogen stellen in het kader van ons Consumenten Conjunctuuronderzoek?’ Wat het CBS wil weten is hoe ‘de Nederlander’ tegen ‘de economie’ aankijkt. ‘Wat vindt u van de ontwikkeling van de algemene economische situatie? Is het de afgelopen 12 maanden beter of slechter geworden in Nederland? En hoe zal het het komende jaar gaan?’ Daarnaast wil het CBS weten hoe ‘de Nederlander’ tegen zijn eigen financiële situatie aankijkt en of hij van plan is om binnenkort een flatscreen of wasdroger aan te schaffen. Het CBS husselt dan volgens een vast procedé de pessimistische en optimistische antwoorden door elkaar en voilà, het consumentenvertrouwen is daar in één elegant cijfertje – deze maand ‘-38’ en dat is laag.

Persoonlijk zou ik het moeilijk vinden om antwoord op die vragen te moeten geven. Moeilijk omdat ik echt niet weet wat met ‘de algemene economische situatie’ bedoeld wordt, laat staan hoe die zich zal ontwikkelen. En moeilijk omdat ik weet dat mijn voorspelling of voornemen consequenties hebben voor de banen van hardwerkende Nederlanders.

Dat laatste is misschien overdreven. Ten eerste ben ik geen Warren Buffett of president van de Nederlandse Bank, wier woorden altijd meteen een beetje werkelijkheid worden (Nout Wellink moest dus wel liegen). En ten tweede is bekend dat het consumentenvertrouwen eigenlijk achter de feiten aanloopt, het is een ‘lagging’ en niet een ‘leading indicator’. Dat zie je ook wel in bovenstaand grafiekje (toch?). Het hobbelt achter beurskoersen, inflatie, werkloosheid en huizenprijzen aan. Consumenten beschikken vaak later over relevante informatie, en hebben allerlei ingesleten gewoontes die niet een-twee-drie mee veranderen met de economische ‘fundamentals’. Het consumentenvertrouwen is gewoon niet echt een goede voorspeller van de daadwerkelijke consumptie. En mijn aankondiging dat ik dit jaar geen flatscreen ga kopen betekent eigenlijk ook niet zoveel – misschien geef ik wel meer uit aan  chocola of kleren om mijn pessimisme wat te verzachten.

Vaak lees je na publicatie van het consumentenvertrouwen van dit soort oproepen: ‘meer vertrouwen graag!’. Want is toch godgeklaagd dat Nederland met haar welvaart, lage werkloosheid en gelukkige bevolking, altijd zo loopt te sikkeneuren? Voor je het weet komen we in een zelfgecreëerde neerwaartse spiraal! Dat valt dus wel mee. Je zou zelfs kunnen beweren dat pessimisme (vaak over Nederland, niet over onszelf) voor ons een belangrijke bron van vooruitgang is. Gaat het niet juist zo goed met Nederland omdat we zo onverbeterlijk ontevreden zijn?

  1. 1

    Het CBS verzamelt nu eenmaal feitjes en loopt daardoor altijd achter de feiten aan. Verder kijken ze naar nog 9 andere indicatoren (bestedingen, productie, producentenvertrouwen, enz.) Die zogenaamde ‘conjunctuurklok’ geeft wel een aardig beeld van de economische stand van zaken. Het zegt dan wel weinig over de toekomst, het zegt in ieder geval iets over het heden. Een bescheiden doelstelling, maar wel nuttig en realistisch.