Burgerforum: verslag bijeenkomst Enschede

Op Sargasso volgen wij een aantal leden van het Burgerforum kiesstelsel. Momenteel vinden er door het land discussiebijeenkomsten plaats. Hier kunnen mensen ingaan op verschillende stellingen over het kiesstelsel. Bij iedere bijeenkomst zijn ook een aantal forumleden aanwezig. In de komende weken doen ze daarvan verslag.
De eerste vastgelegde persoonlijke observatie die binnen kwam van Robert Timmer was gelijk zo interessant en uitgebreid dat we het hier in zijn geheel plaatsen. Lees het en zeg er het uwe van!

Om te beginnen het prettige nieuws; er moesten stoelen worden bijgeplaatst. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het slechts 2 stoelen waren en dat er naast de organisatie en leden van het burgerforum, een journalist met fotograaf, 33 deelnemers aanwezig waren. Maar toch op de dag van de duivel (06-06-06) geen reden om bang van te worden…
De avond begint met een algemene discussie over hoe ze in het oosten denken over het Haagse. Als groot ongenoegen leeft ook hier het gevoel niet gehoord, of niet serieus genomen te worden door Den Haag. Als voorbeeld werd gesteld dat een van de aanwezigen op zijn maandelijkse mailtjes aan politici, van 80% geen enkele reactie kreeg en van de overige 20% niet blij kon worden. Verdere voorbeelden waren de invoeren van het zorgstelsel, de salarissen van topambtenaren en als absolute top het verschillend denken van politici en burgers over de Europese grondwet.
De avond werd ingevuld met stemmingen over diverse stellingen. Na een stemronde werd er over deze stelling verder gediscussieerd.

De hoofdstelling die aan het begin en aan het eind werd geopperd was:
Moet er iets veranderen aan ons kiesstelsel?
68% zegt ja, en dus 32% nee.
De minderheid krijgt het woord.
· Binnen het huidige stelsel zijn genoeg mogelijkheden om te variëren.
· Nu is er ruimte voor partijen om te groeien.
· Het kiesstelsel is het skelet, het gaat nu om de juiste bekleding.
· Politici gaan niet beter luisteren door een ander kiesstelsel.

Stelling 1 Regionale vertegenwoordiging, 53 % vindt het niet nodig, dus 47% wel.
Als voornaamste redenen om voor regionale vertegenwoordiging te zijn werd gesteld:
· Zwakke regio blijft achter
· Vliegveld Twente gaat verdwijnen, dat was met betere regionale vertegenwoordiging niet gebeurd
Als voornaamste redenen om regionale vertegenwoordiging minder belangrijk te achten
· Bij Gemeenteraadsverkiezing heeft een groot deel van de bevolking ook niet het gevoel vertegenwoordigd te worden
· Er zitten al genoeg mensen vanuit (deze) regio in de 2e kamer, en de 1e kamer is wel op basis van regio samengesteld. (persoonlijke noot. Provinciale verkiezingen leiden uiteindelijk tot verkiezing 1e kamer, maar hoe regionaal zijn de 1e kamer kandidaten nu daadwerkelijk?)
· Regionale vertegenwoordiging is een zorg van de partij.
Andere uitspraken, die ik niet echt onder bovenstaande tweedeling kwijt kan:
· Iemand uit de regio heeft geen tot weinig ruggespraak met de regio
· Mensen uit de regio zouden met voorkeursstemmen alsnog in de kamer terecht kunnen komen. Mits de regio maar bewust op die kandidaat stemt.

Stelling 2 Kwaliteit
. 73 % van de aanwezigen gaf aan liever op een partij met een duidelijk programma te stemmen, dan op een aansprekende en betrouwbare politicus.
Als snel kwam naar voren dat de vraagstelling niet geheel duidelijk was. Opmerkingen die bij deze stelling genoteerd konden worden:
· Eerst kiezen voor een partij en/met een programma, en daarna op de personen die dat moeten uitvoeren
· Stemmentrekkers is een kwalijke zaak. Iedereen op de lijst moet er voor willen gaan. We willen best op een persoon stemmen, maar die moet dan wel in de 2e kamer gaan zitten bij voldoende stemmen.
· De kiezer kan door zich inspanning te getroosten voldoende informatie over de kandidaten inwinnen. De politici moeten wel aan het programma gebonden zijn.
· Media-genialiteit is een bedreiging. Het gaat al snel niet meer om capaciteit.
· Meerdere keren stemmen zou een oplossing zijn. Eerst stemmen op een partij en daarna 10 stemmen (om maar een aantal te noemen) om die binnen de partij te verdelen.
· Liever een afgewogen team van deskundigen dan een populaire persoon die er alleen op uit is om de kiezer tevreden te stellen.

Stelling 3 Bekendheid. 83 % vind een fractiespecialist belangrijker dan een populaire stemmentrekker.
Ook hier werd gesteld dat de vraagstelling/stelling niet duidelijk is. Erica Terpstra is bijvoorbeeld een populaire stemmentrekker maar ook een specialist op het gebied van topsport.
Aangezien deze stelling heel dicht tegen de 2e stelling aan ligt, waren we hier redelijk snel klaar mee. Er werd aangegeven dat een kiezer zich kan buigen over de vraag wie de anonieme fractiespecialist is. Verder werd gewezen op het gevaar dat het politieke programma vervaagd door alleen stemmentrekkers op de lijst te plaatsen.

Stelling 4. Diversiteit. De verhouding lagen hier ongeveer gelijk. 48% vindt een juiste afspiegeling belangrijk, en 52% vindt dit niet echt van belang.

Van de personen die diversiteit wel belangrijk vonden werden de volgende geluiden opgetekend:
· Wel belangrijk, maar het mag niet ten koste gaan van de kwaliteit
· Een blanke man kan zich niet inleven in de belevingswereld van een allochtoon. Het is toch veel gevoel wat daarbij komt kijken.
· Het is wel belangrijk, maar hoe dit vorm gegeven moEt worden is erg lastig. Wat moet je dan met voorkeursstemmen doEn.
· Diversiteit is al heel lang een loze belofte gebleken. Het wordt tijd dat het nu eens vorm krijgt.
Als voornaamste redenen om diversiteit minder belangrijk te achten werden aangevoerd:
· De politicus moet zichzelf maar profileren. En een allochtoon kan zich prima vertegenwoordigd voelen door een blanke man.
· De partij kent de kandidaten, en moet bij het opstellen van de lijst rekening houden met de gewenste diversiteit.
· Als er niet voldoende deskundigen beschikbaar zijn onder allochtonen en/of vrouwen houdt het natuurlijk al snel op. Zo zijn er toch behoorlijk veel vrouwen die het gezin belangrijker vinden dan een politieke carrière.

Hierna ontspon zich een gesprek waarvan ik u de volgende dingen nog wil laten meebeleven:
Het begrip allochtoon drukt direct al een bepaald stempel. Op een gegeven moment werd er dus vrij consequent gesproken over een allochtone medemens met een positieve lading.
Iets afdwingen met regels is te geforceerd, de meerwaarde is daardoor te betwisten. Je moet ook simpel kunnen stellen dat je nooit iedereen tevreden kan stellen. Daarnaast hebben de politieke partijen nog iets wat vrijheid heet, en daar wordt door regelgeving wel behoorlijk aan getornd.
Er werd gewezen naar de gemeenteraadsverkiezing waar toch behoorlijk wat allochtone medemensen, met positieve lading, middels voorkeursstemmen in de raden zijn gekomen. Zou het verlagen van de voorkeursdrempel een optie zijn. Wellicht gaat de kiezer door een lagere voorkeursdrempel bewuster stemmen, omdat de persoon van keuze een grotere kans maakt om gekozen te worden. Misschien is het afschaffen van de voorkeursdrempel wel een hele goede oplossing.

Stelling 5 Coalitie. 45% van de aanwezigen wil meer invloed hebben op de samenstelling van het kabinet. 55% denkt hier anders over.
Je moet geen zeggenschap willen hebben over de vorming van een kabinet omdat er een klik moet zijn tussen de partijen, is die klik er niet dan leidt dit tot instabiele kabinetten. Verder werd aangegeven dat een formateur ruimte moet hebben om een regering te vormen van deskundige personen met kennis van zaken.
Een van de aanwezigen merkt op dat hij graag de mogelijkheid zou willen zien dat hij op het programma van partij X zou stemmen en daarnaast nog op persoon A van partij Z om het programma uit te voeren.
De vraag of meer stemmen een oplossing hier kon zijn werd aan de deskundige voorgelegd. Deze stelde dat het kan helpen om een gevoel van vertegenwoordigd te worden te vergroten, maar dat het waarschijnlijk niet zal helpen bij het (snel) vormen van een (logische) coalitie.
De suggestie dat als er twee partijen een overduidelijke meerderheid hebben deze verplicht zouden moeten worden een coalitie te vormen werd geopperd. Wanneer die overgrote meerderheid er niet zou zijn, dan de kiezer alsnog om de voorkeur vragen.
Aan de hand van een tweetal voorbeelden werd wel duidelijk dat het geen wet van Meden en Perzen is dat de grootste partij de premier levert.

Stelling 6 Aantal partijen. 44% vindt dat er minder partijen in de kamer zouden moeten komen. 56% is daar dus tegen.
Al opwarmertje werd eerst even doorgesproken over de oprichting van de NVD (pedofielen partij). De rechter zou een dergelijke partij kunnen verbieden maar de grondwet biedt daar niet per definitie een handvat voor. Een andere optie is om de kiesdrempel te verhogen zodat deze partij geen voet aan de grond kan krijgen. Maar, zo werd er ook opgemerkt, we moeten ons niet door het gevoel van het moment laten leiden. De democratie zal een zuiverende werking houden. De democratie bepaalt of een partij bestaansrecht heeft. Wanneer een partij niet genoeg stemmen behaald dan komt die simpelweg niet in de 2e kamer.

Terug naar de stelling:
Reden voor vermindering van het aantal partijen:
· Veel partijen leidt tot onoverzichtelijkheid en chaos
· Eenmanspartij kost tijd en geld en voegt weinig toe aan de besluitvorming. Met name een afsplitsing van de partij ligt hier nogal gevoelig. Een zetel zou van de partij moeten zijn.
· Politieke partijen moet maar blokken gaan vormen. Een ChristenUnie en een CDA zouden prima in een blok zitting kunnen hebben en daarin hun eigen waarde behouden/
Reden om niet in te grijpen in het aantal partijen in de kamer
· De kiezer wil vertegenwoordigd worden. En daarbij moet je voor lief nemen dat je wel eens een compromis moet sluiten om iets te bereiken.
· Evenredigheid is een groot goed. Als je genoeg stemmen hebt om 1 zetel te bemachtigen heb je die verdiend, en dat moet zo blijven.
Er werd nog even nagesproken over de vraag hoeveel invloed de kiezer nou eigenlijk wil hebben. Je hoort de kiezer immers alleen maar klagen als er iets gebeurd wat hem/haar niet zint.

Na alle stellingen en discussies volgt nogmaals de hoofdstelling;
Hoofdstelling
Er moet iets veranderen zegt 61 % en dus 39% vindt dat er niets hoeft te veranderen. Er is dus een kleine verschuiving opgetreden.
Als reden om van een nee aan het begin van de avond naar een ja te gaan werd genoemd dat er met voorkeursstemmen wel het een en ander mogelijk is maar dat dit nu nog te moeilijk is, en dat de mogelijkheid om op een partij èn een persoon te stemmen zeer wenselijk is.
Om van een ja naar een nee te gaan werd verklaard door het gegeven dat er binnen de huidige situatie nog genoeg mogelijkheden bestaan. Met name de opmerking over het skelet en de inkleding van e.e.a. was doorslaggevend.

Hierna werd er onder het genot van een borrel nog flink door gediscussieerd.

Al met al een zeer levendige avond waar het prettig discussiëren was. Ondanks de niet al te hoge opkomst werd er op een prettige wijze meegedacht en werden ideeën aangegeven. Wellicht juist door het kleinere aantal bleef het overzichtelijk en intiem.

Op naar Zwolle op dinsdag 13 juni!

Robert Timmer

  1. 1

    Er moet iets veranderen, maar over het hoe en wat van de verandering is geen overeenstemming. Dat strookt precies met de stemming de afgelopen decennia.

    Grappig overigens dat de eerste opmerking in reactie op de wens tot diversiteit altijd is ‘…maar het moet niet ten koste gaan van de kwaliteit’.

  2. 2

    Het vreemde daaraan is ook dat mensen aan de ene kant klagen over die “kwaliteit” maar als je het systeem wilt veranderen, willen vasthouden aan die “kwaliteit”.

  3. 3

    met andere woorden , who gives a fuck om politiek , Enschede 110.000 inwoners toch ?

    Wij Tukkers zijn er maar wat blij mee dat de basis dicht is , 36 jaar en 3 generaties van jets die nooit in actieve dienst zijn geweest.
    kosten / baten analyse is absurd.

  4. 8

    /offtopic

    Ìk bezit toevallig het privéarchief van mr. Edo Bergsma, lange tijd illuster burgemeester van Enschedé en daarna een gelouwerd voorzitter van de ANWB.

    Een enorme netwerker en opbouwer. Hij zou bij deze “crisis” vreemd hebben staan kijken. Is dit Nederland ?

  5. 9

    @Stijn,
    “Alles ten oosten ven de IJssel en ten noorden van de Waal” lijkt mij een aardige definitie van “Oost-Nederland”. De noordgrens laten we nog even open.
    Daarmee kunnen we Apeldoorn tot Midden-Nederland rekenen en Nijmegen tot Zuid-Nederland.

  6. 10

    Kwaliteit is altijd een groot onderwerp. Ik ben gisteren bij de regionale bijeenkomst in Zwolle geweest. Daar kwam ook de kwaliteit weer sterk naar voren. En inderdaad wordt deze veelvuldig aangehaald wanneer we een verandering willen…

    @mescaline: de Burgerforum leden zijn inderdaad uitgetraind; echter de regionale bijeenkomsten zijn geen discussieavonden voor de leden maar wel een discussieavond voor alle kiezers. De Burgerforumleden zijn hierbij vooral aanhoorder. Op deze wijze horen wij meer ideen en standpunten (voor en tegen) dan wanneer je deel uitmaakt van de discussie.

    @Hemaworstje: Het is altijd lastig reageren op en discusieren met mensen die er niet zijn…. Ik focus me dan ook vooral op degene die er wel zijn… Schreeuwen vanaf de tribune kan altijd nog :-)

  7. 11

    Het gaat hier voor het grootste deel of Enschede nu wel of niet de grootste stad van Oost Nederland is en wat is Oost Nederland dan? Kan ik hieruit opmaken dat er een duidelijk verschil is tussen deze regio’s? Zijn jullie dan gezien de stellingen voor of tegen regionale vertegenwoordiging? Ik ben beniewd naar jullie meningen, ook op de andere stellingen!

  8. 14

    Daar kom ik toch een knipsel tegen bij de dood van Edo Bergsma waar je naar blijft kijken. Het is van de vader van de Reve-broeders. Het is nu zondagmiddag, het regent, en hier is het.

    Het Parool, 2 november 1948

    Een herinnering aan Edo Bergsma

    Een en veertig jaar geleden, in november 1907, toen ik vijftien jaar was en te Enschede op de textielfabriek van Gerhard Jannink en Zonen werkte, gebeurde het dat mijn ouders de vier gulden en tachtig cent schoolgeld van de Burger Avondschool niet konden betalen. (We waren met negen kinderen). Deze school, die ik al een jaar lang had bezocht, vertegenwoordigde al mijn hoop, eens “uit de fabriek” te komen. Toen alles verloren scheen, besloot ik zelf, gewapend met niets dan een voor mijn schuchterheid onbegrijpelijke moed, naar de burgemeester te gaan.
    Wat ik gezegd heb weet ik niet meer. Ik sprak te snel, hakkelend, struikelend over mijn woorden, die het mijn toehoorder niet makkelijk zullen hebben gemaakt direct te begrijpen waarom ik kwam.
    Wat burgemeester Bergsma zei, heb ik wel onthouden, letterlijk. “Dat komt in orde, vriend. Die school is er juist voor jongens zoals jij. Ik zou me maar nergens zorgen over maken”.
    Over schoolgeld heb ik nooit meer iets gehoord.

    G.J.M. VAN HET REVE

  9. 15

    Tjee, mooie uitspraak van de burgemeester. Heb je zo veel knipsels..grote kelder wellicht?

    Gedogen, zelfs op 2 november 1948. Geheel in de tijdgeest van de dag van The buck stops here.

    Zwoele 28 graden hier hoor.

  10. 16

    Zijn Grote Map, bij toeval in een veiling verkregen. Met een handgeschreven verslag van zijn sollicitatie bij de grote Sam van Houten. Mooi voer hoor.

  11. 18

    Edo Bergsma was geen lid van D’66. Hij was een volbloed magistraat en regent, liberaal. Hij heeft de vorm van groot-Enschede bepaald. Hij drukte ook – tegen arbeiderswensen in – de antiverkrotting erdoor vanuit de overtuiging “dat een gemeenschap allerminst is gebaat met een zich in de steden ophopend proletariaat, dat in eene bestendiging van slechte levensvoorwaarden de beste voedingsbodem vindt voor het ontstaan van sociale onrust”. (rede H.A. Zwijnenberg, raadslid)