Dagboek van een linkse fatsoensrakker deel 1

Na het bezoek aan een grote Europese Hoofdstad vond ik een briefje met daarop inloggegevens van een persoonlijk dagboek op het web, helemaal afgeschermd en privé. Doch in het kader van “There are no Secrets, only information you don’t yet have” zal ik in de komende tijd enkele stukken op Sargasso publiceren. Human Interest scoort, en nog uit linkse hoek ook, perfect voor sargasso me dunkt!

hopsaVrijdag 11 Juni 2004, 19.26
Een gloedrode zon gleed vanmorgen vroeg over de donkere daken van de stad, hier en daar staken de antennes en schotels af tegen het al maar oplichtende zwerk. Ik zuchtte bij de gedachte hoeveel leugens er zo door de lucht werden verspreid om zomaar in de huiskamer te infiltreren. Gelukkig was dit de laatste dag van mijn werkweek op de universiteit. Mijn onderzoek naar de “aanprakelijkheid van de bourgeoisie voor het niet slagen van de eerste Duitse arbeidersopstand (Berlijn februari 1906) en de redelijkheid daar nu nog een schadevergoeding voor te eisen” loopt op zijn eind en de resultaten zijn bemoedigend. Toch wil ik meer onderzoek doen en zal ik waarschijnlijk de verschrikkelijke stap moeten zetten om daarvoor nog meer geld te vragen van het kapitalistische regime dat langzamerhand de waardigheid van het volk aan het verkwanselen is ten behoeve van grootkapitaal en de Amerikaanse defensieindustrie, allengs de voedselketen en het milieu vergiftigend over de ruggen van duizenden illegaal binnen de vestingen verblijfende goudzoekers uit Afrika en het verre Oosten. Maar ik weet ook, ooit, ooit zal ik mijn kennis en ervaring inzetten voor het welslagen van de rechtvaardigheid. Ooit zullen frauderende topmannen, foute militairen, wapenhandelaars, kerkleiders, grootgrutters, reactionairen, liberalen, nationalisten en zij met het gesundes Volksempfinden sidderen onder het nietsontziende eindoordeel, mijn nietsontziende eindoordeel. Daar in de toekomst waar de dagen even rood zullen naken als vanmorgen, daar wacht het aardse paradijs van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Ik stond op. Mijn ontbijt bestond uit een stuk biologisch turks brood van de homofiele blinde Kurdische bakker om de hoek, een glas melk van de volkskolchoze en een scharrelei, zachtgekookt.

Het werd tijd om te vertrekken, om me in de stad te storten. Ik reis gratis met het openbaar vervoer, een uitstekend plan van de sociaaldemocratische bestuurders van de stad voor de medewerkers van de universiteit. Mijn bushalte bevindt zich op de grens van een buszone. Het is dan ook tragisch te zien dat de Turkse en Oost-Europese medebewoners van mijn wijk mijn halte voorbijlopen om die van 600 meter verderop te gebruiken. Het doet me zo’n pijn om te zien hoe zij zich door de straat slepen om enkele pfennigen te spraren terwijl ze de dag door hun rug breken bij het opbouwen bij het zoveelste glimmende kantoor van een multinational. Soms moeten ze nog rennen ook om de bus te halen. Bij het instappen in de bus kijk ik de buschauffeurs altijd zo respect- en begripvol mogelijk aan en neem plaats naast de meest donkere Afrikaan. Dat zijn die kleine stapjes in het beperken van de schade die het nieuw-rechtse beleid door heel Europa aanbrengt in de multiculturele maatschappij van gelijken. De Afrikaan las een rechtste schreeuwerige boulevardkrant, steeds maar schakelend van de voetbalverslagen naar het blote meisje op pagina 3. Dat deed me verdriet. Normaliter zou ik enkele keren een afkeurende blik werpen op het papier en daarbij wat zuchten. Maar deze Afrikaan liet ik begaan, voetbal en sex, hem geserveerd door het grootkapitaal zijn waarschijnlijk het enige dat hem nog goed doet in zijn uitgebuite leven. Zo schrijnend om te zien hoe zijn uitbuiters ook elke dag weer zijn opium produceren. Daarmee zijn lijf en brein vergiftigend (toch eens uitzoeken of de seks- en voetbalindustrie ook al niet in handen zijn van het Jodendom, daarmee uiteindelijk meehelpend aan het onderdrukken van de Palestijnen). Ik denk dat ik in de bus een traan heb gelaten. Ik keek naar buiten en zag dat ik in de Turkse wijk was. Overal bedrijvigheid, handel en ondernemen. Zo gek om te zien. Dat de arme massa blijkbaar helemaal meegaat in dat uitwisselen van bezit, ten koste van alles ten goede van weinigen. Ik vergeef het ze, arme sloebers.

Een kwartier later zat ik op mijn kantoor, voorzien van een arbogoedgekeurde bureaustoel, nieuwe pc en genoeg buitenverlichting en frisse lucht. Ik maakte mijn gebruikelijk rondje langs de kranten op het web, ergerde me en wist dat ik het gelijk aan mijn kant had. De laaste dag van de week, zo besloot ik na alle ellende van vanmorgen, zal ik besteden aan rechtvaardigheid. Ik keek in de spiegel en zag dat het goed was.

  1. 5

    Bij het lezen van dit schitterende dagboekfragment voelde ik ineens het verlangen, voelde ik het verlangen, voelde, voelde ik het verlangen, vrij te zijhijjjjjn….!

  2. 6

    Ah, de lokale tenniswedstrijd gaat weer van start zie ik. Dit keer ietsjes meer op de man serveren graag, allen.

    Het amusementsgehalte moet wel een constant niveau behouden, niet?

  3. 9

    In de psychiatrie zal de dwangneurose waarmee dit dit figuur de wereld aanschouwt wel aangeduid worden met iets als “Jezus-complex”, “gemarxeerd” of “multicultureel gehandicapt”. Nu maar hopen dat dit exemplaar z’n geldingsdrang tot mijmeren beperkt kan houden.
    Fake of niet, het is een even amusant als beangstigend dagboek; hoop er nog meer van te lezen.

  4. 13

    Wat een aardige weerspiegeling van de Dominee zijn belevingswereld! Ik ben zeker benieuwd naar de volgende episode in de Dominee zijn opwindende bestaan van lange nachten op het internet als virtuele held.

  5. 20

    Het gaat me om het verschil tussen de een en de ander dat Jacobine probeerde aan te tonen, maar daar heeft jouw moeder natuurlijk weer meer verstand van, alhouwel je niet altijd op het resultaat af moet gaan, in dat soort dingen

  6. 26

    Prachtig, reflectie! Spiegeltje, spiegeltje, op de zolderkamer, het licht dringt er langzaam door, de mussen tsjilpen vrolik mee, op het liedje van een eenzame dichter. De nacht vindt traag zijn weg naar een bevreemdend hoogtepunt. Kijk daar is het weer: bicat!

  7. 27

    De ogen gesloten, het ranke lichaam buigt diep. Maanden oefenen heeft zijn vruchten afgeworpen. De ultieme zelfliefde. Hij blaast zijn eigen pijpje: Caprio.

  8. 28

    Altijd maar dromend, maar in zijn dromen ultiem: Bicat. Niemand vermoedde ooit, dat in hem een grote geest school, ergens, en dat dunkte hem de mooiste manier als romantisch held, tot aan zijn dood te leven, na zijn leven te sterven op zijn met rozenblaadjes versierde waterbed, in de stilte van zijn verbeelding.

  9. 30

    Eens, door de bladeren van mijn gedachten duimend, vond ik geen slecht idee, en zowaar nog een, dat maakte al twee. Maar hoe dat te onthouden dat is een vak, tenzij je het doet met een oude almanak.