WW: Kleiner dan “een hair van mijn baart”

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland. Bovenstaande frase werd gebezigd door onze Antoni van Leeuwenhoek toen hij tussen 1673 en 1723 naar woorden zocht om de schaal te beschrijven van de belachelijk kleine dingen die hij door zijn microscoop zag. Met de door de Nederlandse lenzenmakers gefabriceerde apparatuur kon Van Leeuwenhoek kijken op wat we nu de milli- en de micrometer noemen. In de eeuwen daarna is de optische microscoop weliswaar steeds verbeterd en konden steeds kleinere zaken bestudeerd worden, maar tot die tijd was er nog nooit zo'n geavanceerde optische microscoop gemaakt en gebruikt. Optische microscopen werken met licht, en bij licht is er op zeer kleine schaal sprake van diffractie, waardoor lichtpuntjes eruit zien als vage schijven: zogenaamde Airy-schijven. Hoe beter de microscoop -hoe hoger het oplossend vermogen- hoe kleiner de minimale afstand tussen twee puntjes waarvan je de Airy-schijven nog kan onderscheiden. Maar uiteindelijk is er een theoretische grens aan het schaal die je met een optische microscoop kan bekijken. Met de optimale lichtfrequentie is deze ongeveer tot 200 nanometer terug te brengen.

Door: Foto: Eric Heupel (cc)

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.