Zorgrobots, maar geen botte zorg

ACHTERGROND - Robots worden steeds slimmer en gevoeliger. Ze kunnen bestaande zorg dan ook goed aanvullen, zegt Matthijs Pontier, postdoc aan de Vrije Universiteit en betrokken bij het SELEMCA-project.

Voor industriële en huishoudelijke taken, zoals auto’s monteren, stofzuigen of grasmaaien, zetten we in toenemende mate robots in. In Nevada mogen sinds een jaar de eerste robot-auto’s zonder bestuurder de weg op. Door samen een treintje te vormen passen er 273% meer auto’s op hetzelfde wegdek. Auto’s die zo ook nog eens veel zuiniger rijden.

Ook in de zorg kunnen robots ingezet worden. Een succesvol voorbeeld is Paro, een zachte witharige knuffelrobot voor ouderen met dementie. Uit onderzoek blijkt dat deze aaibare robots veel positieve effecten hebben op het welzijn van deze ouderen. Ook worden AIBO robothondjes ingezet om eenzaamheid te voorkomen bij ouderen in verzorgingstehuizen. Dit blijkt net zo effectief te zijn als het inzetten van een echte hond. Verder worden robots ingezet om emotie-training geven aan kinderen met autisme. Robots gedragen zich, vergeleken met mensen, behoorlijk voorspelbaar. Een robot is hierdoor een relatief veilige interactiepartner.

Niet iedereen is enthousiast over het inzetten van robots in de zorg. Demente ouderen zouden gefopt worden door ze te laten interacteren met een robot, terwijl ze niet meer in staat zijn om te zien dat het om een robot gaat. Maar is het werkelijk zo erg is dat demente ouderen niet snappen dat Paro geen levend wezen is, als ze wel gelukkiger worden door het knuffelen met de namaak babyzeehond?

Uncanny valley

Bij veel mensen roepen robots al snel een ongemakkelijk gevoel op. Dit gevoel ontstaat onder andere door wat we de ‘uncanny valley’ noemen: als een robot menselijk lijkt, maar dit net niet is, vinden we dit eng. We associëren het ‘bijna-menselijke’ met de dood; een bijna-menselijke robot lijkt een beetje op een monster van Frankenstein of een zombie.

Daarom is het belangrijk robots te ontwikkelen waarbij de mate van menselijkheid van het uiterlijk overeenstemt met die van de menselijkheid van het gedrag – en robots gedragen zich nog niet erg menselijk. Menselijk bewegen is al een enorme uitdaging. Wat sociaal-emotionele intelligentie betreft zijn robots nog erg ver van mensen verwijderd. Robots kunnen al wel vrij overtuigend emoties tonen, maar ze kunnen dit nog niet effectief gebruiken om menselijk te communiceren. Hierdoor komen robots vaak een beetje eng over.

Sociaal gedrag van robots

Tijdens mijn promotie-onderzoek heb ik op basis van psychologische en sociaal wetenschappelijke theorieën een computermodel ontwikkeld van hoe mensen zich sociaal-emotioneel gedragen. Wat bepaalt hoe mensen elkaar en elkaars gedrag waarnemen? Wat roept bepaalde emoties bij mensen op? Welke rol hebben emotionele gevoelens bij het maken van beslissingen? En hoe en wanneer reguleren we onze emoties? Omdat een computermodel feitelijk een stuk software is, kan een computermannetje of robot dit model gebruiken om zich emotioneel menselijk te gaan gedragen. Je zou het model kunnen zien als de hersenen van de robot.

Om dit model te testen heb ik in een experiment vrouwen laten speeddaten met het model, dat was ingebouwd in een poppetje op de computer. Zowel de persoon als het poppetje kon kiezen tussen een aantal antwoorden bij het beantwoorden van een vraag die de ander stelde. Proefpersonen konden in het experiment niet onderscheiden of het poppetje bestuurd werd door het model, of door een echt persoon. Het model slaagde dus voor een aangepaste vorm van de Turing Test.

Robot is welkome aanvulling op bestaande zorg

Binnen het SELEMCA project werken we nu samen met zorginstellingen en de creatieve industrie om, gestuurd vanuit de zorgpraktijk, robots te ontwikkelen die patiënten en zorgverleners kunnen ondersteunen. Hierbij richten we ons vooral op patiënten die langdurig in een zorginstelling verblijven, zoals ouderen of gehandicapten.

Robots kunnen patiënten onder andere activeren, entertainen en zorgen dat ze zich minder eenzaam voelen. Hierbij richten we ons nadrukkelijk niet op het vervangen van zorgverleners, maar is de robot een aanvulling op de bestaande zorg en neemt deze slechts taken over waar de zorgverleners geen tijd voor hebben. Ook kunnen robots taken overnemen die voor zorgverleners erg saai zijn, zoals steeds hetzelfde verhaaltje vertellen aan een oudere met dementie. Verder kunnen robots patiënten ondersteunen als coach met het doen van oefeningen, of helpen herinneren medicijnen in te nemen.

In gesprekken met patiënten merken we ook dat ze vaak behoefte hebben aan autonomie. Veel mensen willen zoveel mogelijk zelf – of met hulp van een robot – doen, zonder overal iemand bij te moeten roepen. Ook doen patiënten dingen als wassen vaak liever zelf vanuit privacy overwegingen.

Bovendien werken patienten in langdurige zorginstellingen vaak met een zorgbudget waardoor ze maar beperkt gebruik mogen maken van zorg. Rogier, bewoner van Osira groepswonen, een van de zorginstellingen waar we mee samen werken, zegt bijvoorbeeld liever zijn zorgbudget te besteden aan een uitje naar het park, dan aan dingen als hulp bij het strikken van zijn veters, als een robot hem hier ook bij kan helpen.

Moreel besef

Wanneer robots in de zorg met mensen gaan interacteren, is het belangrijk dat ze moreel besef hebben, zodat robots de levenskwaliteit van patienten daadwerkelijk verbeteren en niet hun welzijn en waardigheid bedreigen terwijl ze zich in een kwetsbare situatie bevinden. Om dit te bewerkstelligen hebben we software ontwikkeld die morele principes tegen elkaar kan afwegen. Deze software kan in medisch-ethische dilemma’s dezelfde beslissingen te maken als experts op dit gebied.

Op dit soort systemen wordt vaak de kritiek gegeven dat rationeel ‘perfect’ moreel redeneren zonder fijngevoeligheid in complexe, meerduidige situaties nogal een kil gebeuren oplevert. Zorgen gaat uiteindelijk niet alleen over het bereiken van een doel, maar ook over een relatie aangaan met degene die verzorgd wordt. Bovendien is het niet menselijk om altijd rationeel te zijn. In de praktijk worden onze keuzes grotendeels bepaald door gevoelens die we aan een bepaalde keuze hechten. Daarom kiezen de meeste mensen er niet voor om een persoon voor een trein te duwen om zo vijf spoorwerkers te redden, maar zullen ze in het trolley dilemma wel een wissel omzetten zodat in plaats van de vijf spoorwerkers slechts één persoon wordt overreden. Rationeel zijn deze twee keuzes precies hetzelfde (vijf personen worden gered ten koste van één ander persoon), maar doordat het voor de trein duwen van een persoon sterke emoties oproept maken we in deze situatie de keuze om niet in te grijpen.

Om de robot menselijk beslissingen te kunnen laten maken hebben we de software van emotionele intelligentie en moreel redeneren op elkaar aangesloten. Robots uitgerust met de resulterende software kunnen zowel rationele als emotionele overwegingen mee laten spelen in hun keuzes en zich menselijk gedragen. Ze kunnen een relatie aangaan met de patiënt, leren wat voor elke patiënt belangrijk is, zodat adaptief en op een menselijke wijze het welzijn van de patiënt verbeterd kan worden. Een voorbeeld hoe dit eruit zou kunnen gaan zien kun je bekijken in deze scenario’s.

Matthijs Pontier werkt als postdoc aan de Vrije Universiteit Amsterdam binnen het SELEMCA project aan machine ethics; het ontwikkelen van moreel besef bij machines, met als toepassingsgebied de zorg. Hij heeft een achtergrond in Kunstmatige Intelligentie en Psychologie, en ontwikkelde tijdens zijn promotietraject emotionele intelligentie voor machines.

 

  1. 1

    De gedachte dat machines ons leven kunnen vergemakkelijken en veraangenamen deel ik wel, maar waar ik steeds misselijker van word, is het verzinnen van ‘oplossingen’ om kosten te besparen op verzorging, met name die van ouderen. De beste verzorging wordt nog altijd gegeven door mensen en voor het gezelschap zijn er dieren. Echter, mensen zijn te duur en dieren te lastig, of andersom. Machines stellen geen looneisen en verharen niet.

    Euthanaseren is in Nederland nog een zeker taboe, maar als we ouwetjes in een omgeving zetten waarvan we inmiddels weten dat ze er heel snel uitdoven en sterven, dan wijzen we op de rekeningen die óók betaald moeten worden. De robotknuffel mag vele voordelen hebben, ze gelden niet voor de mens die iets nodig heeft om niet in een hele grote, donkere leegte te glijden. Mag zo iemand nog wat menselijke aandacht verwachten, de genegenheid van een dier, of dient het weggezet te worden met een mechanisch surrogaat, dat alleen maar opgeladen hoeft te worden.

    De menselijke maat wordt snel vergeten, als we onszelf niet meer in de ander herkennen. Zeg nou zelf, wilt u op uw drieënzeventigste jaar de dagen uitzitten met een pluche beest op schoot om te voorkomen dat het voor altijd donker wordt?

  2. 2

    Ik deel je zorgen over de menselijke maat. Volgens mij los je dit echter op door schaalverkleining en het terugdraaien van de perverse prikkels van marktwerking. Niet door het weigeren van technologie.
    Wij richten ons nadrukkelijk op techniek om patienten en zorgverleners te ondersteunen. Niet om zorgverleners te vervangen.

  3. 3

    Dat de intentie er niet is om te ontmenselijken begrijp ik. De initiator van technologische ontwikkelingen staat er echter niet altijd bij stil hoe mooie ideeën soms minder mooi, of zelfs heel lelijk uitpakken.

    Zo ging ik midden jaren tachtig met de zeer efficiënt te gebruiken Apple Macintosh computer werken. Taken die eerst dagen werk kostten, konden opeens in een uurtje, of minder gedaan worden, terwijl andere taken, die daarvoor het domein waren van specialisten, opeens zelf op de wondermachine volbracht konden worden. Destijds leefde vrij algemeen het futuristische beeld dat we nog maar een paar uur zouden hoeven werken, omdat we onze taken dankzij de efficiëntie van de computer binnen die tijd zouden kunnen voltooien. In de zo gecreëerde vrije tijd zouden we ons met verheffender zaken bezig kunnen houden, zo was de gedachte.

    De praktijk bleek echter iets heel anders in petto te hebben voor de digitale dromer. In plaats van mijn werk in een paar uurtjes te doen, maakte ik dagen van minimaal twaalf uur, zes dagen per week. Met het leren meesteren van de geavanceerde software was ik al veel tijd kwijt, maar erger was het, dat ‘de vrije markt’ ontdekte dat alles veel efficiënter kon en dus moest, met als gevolg dat ik en mijn collega’s tegen de grenzen van het menselijk mogelijke werden gejaagd, om te bepalen hoé efficiënt het allemaal wel niet kan. Zo werd voor velen de droom van efficiëntie, de nachtmerrie ervan.

  4. 4

    Dat mensen gepusht worden om steeds meer en steeds harder te werken staat imo los van de mogelijkheden die er zijn om veel in een korte tijd te doen.
    Natuurlijk zal er meer gevraagd worden als er meer mogelijk is, maar het is uiteindelijk ook aan jezelf in hoeverre je daar in mee gaan, en om meer te gaan werken omdat je al meer in dezelfde tijd kan doen (of te accepteren dat dat van je gevraagd wordt) blijft altijd een eigen keuze.
    Als je het vertaalt naar deze situatie, betekent dat overigens dat OF zorgverleners minder hoeven te werken, OF dat ze evenveel of meer gaan werken en de kwaliteit van de zorg omhoog gaat.