Zonder solo wordt het niks

Verhalen in de muziek, ik luister er graag naar. Maar er is meer. Er zijn ook instrumentale nummers en ook nummers met lekker lange solo’s. Mijn vuistregel is: zonder solo is het niet veel waard. Dat klopt niet altijd, maar meestal wel. Neem bijvoorbeeld Duitse schlager. De Duitse schlager kent geen solo’s, dus daar klopt het wel. Verder moet natuurlijk ook de solo wel iets voorstellen. Hij hoeft, voor mij dan, beslist niet technisch heel moeilijk te zijn of zo, het is iets anders, moeilijk te omschrijven en misschien ook niet altijd voor iedereen hetzelfde, de solo moet HET hebben. Wie weet wat dat is, snapt het wel en wie niet, kan altijd nog een keer gaan luisteren of gewoon iets anders gaan doen.

Lyrics are lyrics
And a song is a song
But without a solo
You won’t get along
Words can be nice
And words can be fine
But without a solo
You’ll miss the divine

Ik houd me graag aanbevolen voor suggesties voor platen met de favoriete solo’s van de lezers. Hopelijk kan ik dan volgende week weer de platenwinkel gaan plunderen, net zoals ik naar aanleiding van jullie reacties op mijn vorige column heb gedaan.

Mijn absolute favoriet in het instrumentale solo-genre is een stuk van een uur lang dat eind jaren 70 op het Krautrock-label Brain is verschenen en dat nu moeilijk verkrijgbaar is: ‘Solar Music Live’ van de groep Grobschnitt.

Het zou een beetje flauw zijn om het hier over een plaat te hebben die niet makkelijk meer te beluisteren is. Gelukkig is er ooit een TV-opname van een optreden gemaakt en die staat, helaas in drie delen gehakt, op Youtube. Die filmpjes geven ook een beetje een indruk van hoe de plaat is.

Het eerste deel:

Het stuk begint met een korte instrumentale introductie. Vervolgens een beetje zang: “Get up on my cycle to the sun” en dat zegt eigenlijk alles al. Terwijl je bij wereldwijd succesvolle groepen als Pink Floyd in dit geval in een dikke limousine kunt rijden of in een ruimteschip, moet je hier maar achter op de fiets springen. De groep was vooral lokaal in Nordrijnland-Westfalen en omstreken zeer populair, er waren vele fans die zo enthousiast waren dat zij de groep naar elk concert achterna reden.

Grobschnitt begon ooit als een scholierenbandje en lag toen altijd in de clinch met de conciërge van hun school omdat deze de boel wilde sluiten en naar huis gaan, terwijl de groep nog even wou doorspelen. Dat zorgde schijnbaar altijd voor conflicten, maar niet echt. In werkelijkheid was de conciërge een aimabele man van het soort ‘ruwe bolster blanke pit’ die de groep eigenlijk heel graag mocht en de groep mocht hem eigenlijk ook  graag.

Later bereikte de groep ook andere delen van Duitsland. Berlijn, Noord-Duitsland. Ik heb ze zelf een keer live meegemaakt en daarvoor moest ik er 100 kilometer dan niet achter op de fiets maar wel achter op de brommer heen rijden, en na afloop weer 100 kilometer terug en vooral op de terugrit was het nogal koud. Helaas was het voor Solar Music toen al te laat. De groep zei zelf dat het stuk leeft en daarom steeds verandert en dat was ook zo. Ten nadele, zoals ik vond, misschien ook omdat de vroeger bassist ‘Popo’ toen al niet meer meedeed. Helaas. De goede tijd was eind jaren 70 en toen ik ze later live zag, was alles alweer voorbij.

Sowieso heeft de groep zelf, volgens mij dan, met zijn andere platen Solar Music Live nooit kunnen evenaren. Ik heb na die plaat alles gekocht wat ik van Grobschnitt kon vinden, maar afgezien van een kort stuk “Solar Plexus” van  drie en een halve minuut  op de derde solo-elpee van de drummer ‘Eroc’ ben ik niets vergelijkbaars meer tegengekomen. Ook de studioversie van Solar Music, op de dubbel-elpee ‘Ballermann’, vond ik slechter, maar daar was een reden voor. Schuldige was de producent die de wensen van de groep negeerde en zijn eigen weg volgde. Eroc heeft later de studioversie zelf geremixed en daardoor werd zij echt veel beter.

Daarnaast wordt op de andere platen ook veel meer gezongen en de zang van zanger en tweede gitarist ‘Wildschwein’ heeft mij nooit zo kunnen boeien, de tweede gitaar wel, maar de zang niet zo, een kwestie van smaak misschien. Het zangdeel op Solar Music is in ieder geval vrij kort en als ik luister, sla ik het meestal over. Daarna begint het stuk pas echt. Flageolett-tonen D-E-A-E en het eerste hoogtepunt dankzij sologitarist ‘Lupo’. Vervolgens doet ook de keyboarder ‘Mist’ kort zijn intrede als solist. Mist betekent in het Duits letterlijk stront en figuurlijk rotzooi. Mijn vermoeden is echter dat hij zich bij de keuze van deze naam door de Nederlandse betekenis heeft laten inspireren, want dat past beter bij een wat zweverige keyboardspeler met lang haar en veel theaterschmink op.

Het tweede deel:

Het stuk wordt live steeds weer aangevuld door allerlei show-acts. Meestal mannen verkleed in spullen van de carnavalswinkel die wat met vuur spelen, waarbij zij uiteraard alle brandveiligheidsvoorschriften in acht nemen. Er werd ook graag en veel gebruik gemaakt van de mistmachine. De meest bekende show-act is die van de man met een zwaailicht op zijn hoofd die zijn excuses komt aanbieden voor dat de mist in de zaal heel erg giftig is en reeds na enkele minuten tot bewusteloosheid en zelfs tot de dood kan leiden. Dat klinkt bijzonder fout, maar dat is het natuurlijk niet. Eroc, een geleerde chemisch laborant, dacht ooit dat hij een veel goedkopere manier van mistgeneratie had gevonden, maar die bleek ook zo zijn nadelen te hebben. Tijdens het concert werd iedereen misselijk en moest buiten verder gaan luisteren, maar verder gebeurde er helemaal niets. Uit dit foutje ontstond later deze show-act.

Daarna gaat het met de tweede gitaar, bas en drums verder, zij komen op gang en denderen dan door als een stoomtrein in volle vaart. Vervolgens begint (op de plaat nog meer dan in het filmpje) een volgende gitaarsolo, eerst langzaam, dan sneller, hoger, effectpedaal, bekkens erbij – fantastisch! Wat wil je nog meer?

Het stuk gaat door en door en plotseling – stilte! Vroeger tenminste. Toen volgde namelijk  het uiterst wrede maar onvermijdelijke moment dat je de plaat moest omdraaien. Tegenwoordig hoeft dat gelukkig niet meer. Leve de cd! Voor deze ene keer dan.

Op kant twee gaat het dan onverminderd verder. Gaandeweg winnen nu de keyboards wat meer terrein, en ook de drums. Op een gegeven moment blijven alleen nog keyboards en drums over en kan de luisteraar heel goed ook de interactie tussen beide waarnemen.

Het derde deel:

Tien minuten voor slot zijn dan ook beide gitaren en de bas weer terug. d-2-3-4-en-5-6-7-8 C-2-3-4-en-5-6-7-8 G-2-3-4-5-6-7-8 C-2-3-4-en-5-6-7-8. De sologitaar komt nog een laatste keer echt helemaal los. Vijf minuten voor einde volgt dan nog een rustig deel, een soort cooling down en dan is het afgelopen.

Nog een keer!

  1. 4

    This, nog bedankt voor de link naar David Bromberg de laatste keer. De cd moest ik bestellen, dus dat duurt nog even. Verder vond ik het stuk ‘Sammy’s song’ bijzonder goed bij het verhaal passen.

  2. 6

    Overigens, ik weet niet wat het is, maar het stuk moet eigenlijk ‘SOLAR MUSIC LIVE’ heten. Bovendien staan er ook niet alleen gitaarsolo’s op, maar ook solo’s van de andere instrumenten.

  3. 7

    Van mij mogen gitaarsolo’s in rock geheel uitgebannen worden. Niks meer dan egotripperij. Urenlang in de oefenruimte luisteren naar een gitarist die niet voorbij de eerste vier maten kwam en steevast opnieuw begon. En oh, wat vond ‘ie zichzelf toch goed.. En anders maar beperken tot spelen met twee noten. Een Buzzcocks solo zeg maar.

  4. 15

    Ik begrijp trouwens de aversie tegen solo’s niet. Een goede solo is volgens mij een stuk waarin een muzikant op instrumentale wijze een verhaal vertelt dat niet op een andere manier verteld kon worden. Dus niet alleen maar even laten zien hoe goed en snel je wel kunt spelen, dat komt natuurlijk ook voor maar is minder interessant.

  5. 16

    Ha! Grobschnitt. Da’s lang geleden. G.Drios dank voor het ophalen van mijn herinneringen aan deze band die ik overigens nooit live heb mogen aanschouwen.

    Herkansing:

    Endlich ist es soweit!! Der Vorverkauf hat begonnen!
    4 exklusive Konzerte!
    Juni 2012 im Stadttheater Hagen:
    Rockpommel´s Land live’

  6. 19

    Solos & rock trends: late sixties to mid eighties, the solo was a must. Later on, with the rise of indie music (now mainstream via Coldplay and the like) the solo got “out” … some sort of taboo, after all those excesses (think: Ginger Baker in Cream) … But nowadays, it’s too extreme, sometimes a cool solo adds juice, poignancy, expression, storytelling. Today, the cliché is indie kids without technical profiency “jamming a noise” together, from post shoegazer stoner droners à la … to nerdy neo hippies à la Animal Collective, it’s all in a haze and no-one seems to dare add a solo for fear of breaking the spell or even bursting the bubble … boring too, innit? Same for three minute indie pop in the wake of Pavement & co … uh oh a solo would be so uncool uh oh oh … so not being predictable in that genre would be to actually solo …

  7. 24

    Precies. En in jazz eindeloos, in de reguliere rock/ pop moet je het toch zoeken in de/ bij live concerten. Ik hou er wel van…ein-de-loze solos. Hoe langer des te meer kansen je krijgt te beseffen dat het leven je een beetje aan het ontglippen is, dat je je gaat afvragen is er nog leven mogelijk NA de solo…

    En van grobschnitt had ik dus nog nooit gehoord waarvoor dank. Terwijl mijn muzieksmaak zeer breed is. Alleen hard core negerrap en bepaalde NL PVV- talige klanken kan en zal ik niet verdragen. Guus Meeuwis en zo hoewel die an sich ook 1 lange solo is…

  8. 25

    Ik weet niet of je mijn comment (#3) leest als zijnde “anti-solo’s”. Zo bedoelde ik het in ieder geval niet. Mijn probleem met deze post is dat de schrijver solo’s noodzakelijk vindt voor goede muziek en dat is onzin.

    Om maar wat stijlen te noemen met weinig tot geen solo’s:

    Dub, Elektro, Techno, Ambient, Industrial, Post-Punk, Hip-Hop, etc etc

  9. 31

    Laten we voor de gein ook nog even solo en improvisatie uit elkaar halen. Zo was ik enorm teleurgesteld bij Lenny Kravitz, toen bleek dat zijn ‘solo’s’ uitgearrangeerde stukkies waren. Die hij keer en keer opnieuw speelde. Zonder bezieling. Zonder beïnvloeding door het moment.

    Het andere uiterste is voor mij Eric Dolphy in bv Out to lunch
    http://www.youtube.com/watch?v=CmdhSq5Hp6w

    De vijfkwartsmaat is al onbegrijpelijk en dan de solo’s waarin het wel lijkt of harmonie en contrapunt volledig losgelaten worden.

    Daarom kan ik me van harte vinden in John Coltrane, ook al hierboven aangehaald. Op Youtube zijn er dan hulpmiddelen om de solo’s te doorgronden. Giant Steps bijvoorbeeld.
    http://www.youtube.com/watch?v=2kotK9FNEYU

    Interessant is ook Miles Davis in So what, die met een zeer beperkt akkoorden schema een ongekend rijke solo laat horen; met recht een verhaal:
    http://www.youtube.com/watch?v=Rhv8iOY08TY

    Dat zijn allemaal solo’s op individueel niveau. Ik houd er daarnaast erg van wanneer de solo’s een optelsom vormen. Het thema zie ik dan als drie, of vier broers/vrienden die tezamen opgroeien. Dan volgen de solo’s, waarin ieder individueel herkenbaar onderdeel is van een groter geheel: het akkoorden schema. Ieder heeft zijn eigen verhaal, met een kop en een staart. Aan het einde komen ze weer terug voor het thema, dat nu meer betekenis heeft. Ze horen bij elkaar:
    Art Blakey met Yama: http://www.youtube.com/watch?v=GaBF70NtKZI
    Charlie Parker met Quasimodo: http://www.youtube.com/watch?v=8jfQseTIXBE

  10. 35

    solo wat heet … à la limite is Thelonious Monk de strafste solist … om de unieke en baanbrekende manier waarop hij stiltes liet vallen … en jacqui mcshee heeft ook mooie a cappella’s …