Zombies? – Alleen extreem geweld kan ons redden

Als er ooit een grote zombie-uitbraak komt, kunnen zelfs de meest weldenkende mensen al vlotjes gedagzwaaien naar de beschaving. En dat is wetenschappelijk bewezen. De universiteit van Ottawa, zo meldde Nature mij gisteren via @Plegtermans, heeft het onderzocht.
Als zombies ons aanvallen, zijn de Hollywoodscenario’s schrikbarend realistisch. En het enige dat echt werkt om de zombieuitbraak in te dammen is extreem geweld.

frankiePardon, ik denk dat ik u als coöperatieve lezer al enigszins ben kwijtgeraakt. Zombies? Bedoelt u allicht de kermisbezoekers, die thans uw woonplaats overspoelen, gekleed in wifebeatertje of tijgerprint? Korte stekkeltjes met een matje in de nek naast jaren ’90 kuif met te veel oogschaduw, onverstaanbare keelklanken uitslaand, eindeloos op zoek naar pluche knuffels, plastic horloges of andere kraaltjes en spiegeltjes?

Neen, ik bedoel werkelijk het gereanimeerde corpus van een overleden mens, dat ontzield ronddoolt op zoek naar menselijke weefsels. Een ondode dus. En er is dus nu een 18-pagina tellend onderzoeksrapport gepubliceerd, geschreven door Philip Munz, Ioan Hudea, Joe Imad en Robert J. Smith van de afdeling Wiskunde en Statistiek, waarin zij een wiskundig model maken van een mogelijke zombieaanval.

Conclusies: 1: als het plaats vindt, kun je vrij snel ‘de beschaving’ gedag zwaaien, en 2: geweld is de enige oplossing. Niets nieuws onder de zon dus eigenlijk, maar wel geruststellend dat George Romero en Sam Raimi ons zo goed hebben voorbereid met hun educatieve voorlichtingsfilms.

De eerste ondode die ik zo kan bedenken in de film, is Frankenstein (1931, ik laat ‘Nosferatu, Eine Symphonie des Grauens (1922) en Dracula (1931) even buiten beschouwing; Vampieren zijn welliswaar ondood, maar geen zombies.) In 1910 was Frankenstein al eventjes te zien, gefilmd door het bedrijf van Thomas Edison, maar in 1931 werd de rol van tragisch monster meesterlijk verfilmd door James Whale, en fantastisch vertolkt door William Henry Pratt (artiestennaam Boris Karloff).

Frankenstein is misschien wel de belangrijkste horrorfilm aller tijden, eigenlijk ‘de hoeksteen van het hele genre’ (1001 Films, Librero, onder redactie van Catherine Osborne en Elke Doelman, editie 2007, p. 94).

In de bewerking van Mary Shelleys roman over het uit de hand gelopen experiment om dood weefsel met behulp van elektriciteit een tweede leven te geven, is het vierkante hoofd dat werd ontworpen en gemaakt door Universal grimeur Jack Pierce iconisch geworden voor de getroebleerde positie van zijn bestaan (of te wel: the human condition).

Het dilemma waar Frankenstein voor staat, is eigenlijk het centrale thema van alle horrorcinema: wat kies je als je per se zou moeten: a) te leven als een monster, iets dat minder waard is dan een volwaardig mens, of b) helemaal niet te leven. Het knappe (en gewaagde!) van Frankenstein is bovendien dat het de – en zeker in 1816/1931 – voorzichtige suggestie durft te wekken dat de volledige dood niet altijd beter is, een suggestie die we verder in zombiefilms betrekkelijk weinig tegen komen.

Sinds Frankenstein komen er per decennium een toenemend aantal zombiefilms uit, en hoewel het genre in de jaren negentig een beetje in het slop terecht komt (slechts 2,6 zombiefilms per jaar) kan toch wel gesteld worden dat zombiefilms ons vanaf de jaren ‘70 in haast epidemische hoeveelheden overspoelen, vooral de jaren tachtig (ruim vijftig zombiefilms) en het afgelopen decennium (met meer dan 80 titels zoveel dat zelfs wikipedia het niet meer kan bijhouden – kijkt dit jaar nog naar Zombieland, met Woody Harrelsson en waarvan de trailer al op sargasso is langsgekomen dankzij reaguurder mark).

Maar waarom zijn zombiefilms zo populair, dat nu zelfs serieuze wetenschappers (ja, zelfs wiskundigen!), zich met de zwervende ondoden bezighouden? Om deze vraag te beantwoorden, zullen we eerst eens goed moeten onderzoeken, wat een zombie nu eigenlijk precies is.

Zowel de wiskundigen als wikipedia zijn het in – opvallend gelijkende bewoordingen, maar dat geheel terzijde – wel eens over de aard en oorsprong van Zombies. Het Afro-Caribische geloof Voodoo is min of meer de oorsprong van het idee van opgewekte doden zonder ziel. Er zijn trouwens ook in de culturen van het verre oosten zombiemythes, als ook in de nabije oriënt. De Christelijke traditie kent natuurlijk het verhaal van de wederopstanding, en zodoende is de enige die de dood ongeschonden het hoofd kon bieden onze redder en heiland. Niet onhandig voor wie wil (in)spelen op het thema – opgewekte doden zijn dus zowel een fysiologische alsook een theologische onmogelijkheid.
(Zou het daarom zijn dat in veel oudere horrorfilms de ondoden (mummies bijvoorbeeld) vaak in verband worden gebracht met oudere, duisterder religies dan de onze? Denk ook aan de occulte boeken in de vertellingen van H.P. Lovecraft.)

dawn081In popular-culture zijn zombies vrij basaal gezien onze ergste nachtmerrie. Een zombie heeft geen eigen wil, en wordt geleid door een primaire lust naar weefsel, bloed, en moord. Een zombie is de meest letterlijke incarnatie van onze anti-beschaving: waar geciviliseerde mensen hun (bloed-)lusten met hun sterke wil onderdrukken, en hun gedragingen altijd onder controle hebben – denken ze -, vertegenwoordigen zombies het tegenovergestelde. Waar ons aardse lichaam een ziel bevat die gered kan worden, zijn zombies rusteloze, ontzielde en dus reddeloze sukkelaars zonder enig ander doel dan bevrediging van hun tomeloze honger naar bloed en darmen.

Waar zombies precies vandaan komen, verschilt per film maar hebben gemeen dat de creatiemythes min of meer inwisselbaar zijn. Meestal gaat het om een bizar virus, in sommige gevallen toevallig cq. zonder aanduidbare reden gemuteerd, meestal bewust ontworpen (bijvoorbeeld als biologisch superwapen) of door bijwerkingen van radioactiviteit en ander menselijk falen ontstaan. Zoals de ontdekking van elektriciteit bij Mary Shelley leidde tot het idee van de ‘spark of life’, en de angst voor het atoomtijdperk in de jaren vijftig leidde tot vertellingen over gevaarlijke, gemuteerde supermonsters (Them! en Godzilla, bijvoorbeeld, beiden uit 1954), zo geeft onze huidige angst voor oncontroleerbare biologische manipulatie reden tot een explosie in het zombiefilmgenre.

En in de films doet de oorsprong van de zombie er eigenlijk ook niet toe. Meestal wordt de oorsprong van de zombie er in een, twee lijntjes dialoog doorheen gejaagd. De vertellers van de film hebben immers andere dingen aan hun hoofd dan zich druk maken.

In een wereld die bevolkt wordt, door deze verschrikkelijke wezens is niets meer zeker behalve dat wij ons er tegen moeten verzetten. Wij, de beschaafde mens, vechten – vaak tegen beter weten in, of toch in elk geval niet met de overtuiging dat wij er werkelijk in zullen slagen de vijand te verslaan – voor lijfsbehoud en een plekje onder zon.

Niets wat wij hebben geleerd, heeft ons voorbereid op die nieuwe wereld van extreem geweld, waar onschuldige overlevers elk moment door een redeloze vijand doelloos ledemaat voor ledemaat uit elkaar kunnen worden getrokken. Zombiefilms trekken op deze manier ons besef voor normaliteit, rede en beschaving uit elkaar: vaste waarden als rust, orde, doel, God en gebod vervallen tot zuiver theoretische termen.

Hoe bewaar je rust, als op ieder moment een extreem gewelddadige dood kunt sterven, of nog veel erger: je besmet kunt worden met het zombievirus en zelf kunt verworden tot een van de dolende doden? Wat is een begrip als ‘orde’ nog waard, wanneer de meerderheid van de aardbewoners zich daar niets van aan trekken? Wat is het doel van een leven, als overal ondoden uit zijn op jouw dood en wat voor zin hebben zingevingvragen nog? Wie haalt het tijdens de totale destructie van de wereld nog in zijn hoofd om aan een God te denken? Welke wetten zijn werkelijk van belang om in stand te houden, tijdens een zombie-uitbraak?

Een zombie confronteert ons dus niet alleen op fysiek gebied met de slechtst mogelijke kanten van onszelf als kannibalistische, half rottende, lijven zonder wil en zonder doel, maar ook als een kannibaliserende samenleving in verval. Friedrich Nietzsche zei het al: ‘Vecht niet met monsters opdat je zelf geen monster wordt, en als je in de afgrond kijkt, kijkt de afgrond ook in jou’. Zombiefilms confronteren ons niet alleen als mens met onze eigen afgrond, maar ook onze hele wereld. Onze beschaving, is tijdens een uitbraak niets meer waard.

Op die manier schenken zombiefilms ons de mogelijkheid om de schaduwkanten van onze vaste waarden te onderzoeken, en geven zombiefilms een inkijk in de werkelijke onzekerheid achter onze zekerheden, zonder daarbij al te hoogdravend of te arty-farty te worden. Zombiefilms zijn niet de holle schellen waarover zij vertellen. Zombiefilms zijn een bezielde kunstvorm, die de maatschappij een scherpe spiegel voorhoudt.

En het onderzoek van onze mathematische vriendjes? Zuiver een uit de hand gelopen hobbyprojectje van geflipte cijfernerds? Formulewetenschap die de apocalypse voorspelt? Wiskundelol met chips en een dvdspeler? Of zuiver fundamenteel onderzoek dat kan bijdragen aan onze denkbeelden over hoe een dodelijke uitbraak van een levensbedreigend en superbesmettelijk virus moet worden aangepakt?

U mag wat mij betreft zelf uw conclusies trekken. Mocht het ooit zo ver komen, dan laat ik mijn hand amputeren en vervangen door een motorzaag. Ik zoek daarbij nog een lekker wijf met een machinegeweer in plaats van een been.

Zombiefilmcanon

(Geheel objectief lijstje uiteraard)

Bride of Frankenstein (1935) – Geen archetypische zombiefilm, maar de briljante sequel op de film uit 1931. Meesterlijk plot, meesterlijk gespeeld, meesterlijke film.

Plan 9 from outer space (1959) – B-film die bekend staat als de aller slechtste film ooit gemaakt. Ed Wood laat de twee jaar eerder overleden Bela Lugosi (Dracula) terugkeren in eerder opgenomen beeldmateriaal.

The incredibly strange creatures who stopped living and became mixed-up zombies (1964) – Ookal uitgeroepen tot beroerdste film ooit, maar nu in de documentaire The 50 worst movies ever made.

Night of the living dead (1968) – Geniale film van George A. Romero die het genre kickstartte voor de tweede helft van de 20e eeuw. Remake: 1990.

The Rocky Horror picture show (1975) – Hilarische nonsensefilm over een geschifte professor in een kasteel. Zet op de dvd zeker de optie ‘Audience participation aan.’

Dawn of the dead (1978) – Romero’s variatie op zijn themas van tien jaar eerder. Dit keer agendeert hij niet zo zeer het rassenvraagstuk, als wel de ondergang van het kapitalisme en the American Dream. Remake: 2004.

Zombi II (aka Zombie flesh-eaters) (1979) – Italiaanse exploitatiefilm die werd gemaakt naar aanleiding van het enorme succes van Dawn of the Dead (Italiaanse naam: Zombi). De twee films zijn ongerelateerd. De film bracht op het Italiaanse schiereiland een ware zombiehype tot stand met Le notte di terrore en Zombie Holocaust als voornaamste uitwassen.

The evil dead (1981) – Doorbraakfilm van Sam Raimi, die in 1987 zijn eigen remake zou maken (Evil dead II). De eerste video nasty.

Re-Animator (1985): Lovecraft verfilming van Edgar Allen Poe liefhebber Stuart Gordon. Meer informatie heb je niet nodig toch?

I was a teenage zombie (1987) – Culter dan cult en campier dan camp. Een soort jaren ’50 achtige teenagecomedy, gecombineerd met de opkomende horrorsatire die de Living dead films hadden teweeggebracht. Maar dan op new age muzak.

Pet semetary (1989) – Geinige Stephen King verfilming die ook zelf het script schreef. Indianen vloek leidt tot een ondode kinderboerderij.

Braindead (1992) – Meesterwerkje van Peter Jackson uit de verder zo schaarse archieven van de jaren ’90. Meer filmbloed is er volgens mij nooit gebruikt. Kunt u in het mapje splattercomedy plakken.

Army of darkness (1993) – Cultheld Ash (Bruce Campbell) keert terug om een complete leger aan ondoden om te hakken. Dit keer in de middeleeuwen. Compleet over de top, en ongelooflijk leuk gespeeld is dit misschien wel beste horror/comedy/adventure film ooit gemaakt.

ステーシー (Stacy: Attack of the Schoolgirl Zombies, 2001) – Geestige Japanse zombiefilm die met genreconventies durft te spelen.

Resident Evil (2002) – Gelikte sci-fi/zombiefilm naar aanleiding van een succesvolle computerspellenserie met Mila Jovovich in de hoofdrol.

Planet Terror (2007) – Deel 2 van het Grindhouse project van Tarantino en Rodriguez waarin een vrouw met een machinegeweer op haar been die zombies afschiet.

I am Legend (2008) – Laatste remake in de serie The last man on Earth (1964) en The Omega man (1971) die probeert het gelijknamige boek van Richard Matheson te verfilmen. Dit keer met Will Smith in de hoofdrol. Schitterende panorama’s van een compleet uitgestorven New York City.

  1. 2

    Mary Shelleys roman over het uit de hand gelopen experiment om dood weefsel met behulp van elektriciteit een tweede leven te geven

    Nou ben ik toch benieuwd naar de passage in Shelleys roman waaruit blijkt dat Frankenstein dood weefsel met electriciteit weer tot leven brengt.

  2. 5

    “While aggressive quarantine may contain the epidemic, or a cure may lead to coexistence of humans and zombies, the most effective way to contain the rise of the undead is to hit hard and hit often. As seen in the movies, it is imperative that zombies are dealt with quickly, or else we are all in a great deal of trouble.”

    “If you look at it in a more realistic way, zombies are about the same as any other major infectious disease, they get out and we try to eliminate them,” study author Joe Imad told Canwest News. “Modelling zombies would be the same as modelling swine flu, with some differences for sure, but it is much more interesting to read.”

    Maak de geesten maar vast rijp voor het volgende onderzoek..
    Filmtips
    Outbreak
    28 days later
    28 weeks later
    doomsday
    *Kuch*

  3. 6

    @S’z: inderdaad: er worden veel te weinig goede weerwolf films gemaakt. Wie heeft er zin om een independant weerwolf film te maken? De bossen bij Hattem zijn zeer geschikt, weet ik na een nachtje vallende sterren kijken… brrr