Zijn wij ons brein (6)?

Dat wij een product zijn van evolutionaire processen betekent niet dat onze wil hierdoor per definitie beperkt is, zo verklaarde gedragsbioloog Johan Bolhuis eergisteren. Hij merkte op dat de werking van het brein niet kan worden afgeleid uit haar geschiedenis en dat we best een vrije wil zouden kunnen hebben, ook al vinden we zoiets niet terug bij mensapen. Wat men eigenlijk bedoelt met ‘iets als de vrije wil’ blijft een lastige vraag volgens Bolhuis. Het is een filosofische vraag, en na dr. Thomas Müller is dr. Ria van der Lecq de tweede filosoof die hierop zal ingaan. Zij is voormalig hoofddocent middeleeuwse filosofie en interdisciplinair onderzoeker. Hoe kijkt een historicus van de wijsbegeerte tegen een oud filosofisch idee als ‘de vrije wil’ aan?

‘De belangrijkste taak van de filosoof is de vraag te verhelderen’, merkt Ria van der Lecq op. Daar zijn Thomas Müller en zij het in ieder geval over eens. Voor de vraag naar de betekenis en het bestaan van de vrije wil betekent dit dat we vooral eens goed naar het woordje ‘wil’ moeten kijken.Er is veel verwarring over vrije wil, hoe komt dat? ‘Een deel van de verwarring in de discussie over het thema ‘vrije wil’ is mijns inziens te verklaren doordat meerdere betekenissen in één term (in dit geval de term ‘wil’) zijn vervat. Het maakt namelijk nog wel wat uit of je het hebt over een verlangen of wens of over een keuze. Dat wij vrij zijn om van alles en nog wat te willen (wensen) lijkt wel duidelijk. De meesten van ons willen veel geld verdienen, reizen, lang en gezond leven, en er is niets of niemand die ons kan dwingen dit niet te willen. Of wij vrij zijn bij het maken van concrete keuzes die zich in ons leven voordoen, is een andere vraag.’

Maar zelfs als we deze spraakverwarring ontrafelen, zullen we het nog niet eens worden over de vrije wil, volgens Van der Lecq. ‘Een eenduidig antwoord zullen we niet aantreffen, omdat er bij verschillende vakgebieden verschillende en conflicterende aannames een rol spelen.’ Moeten onderzoekers hun eigen gang dan gaan als ze anders in conflict raken over betekenissen? Juist niet, aldus Van der Lecq, de dialoog is des te belangrijker. Een interdisciplinair onderzoeker zou er goed aan doen om te onderzoeken wat men in de verschillende disciplines verstaat onder ‘interne en externe beperkingen die de keuze bepalen’ (uit de definitie van Dick Swaab, geciteerd door Thomas Müller). Het zou mij niet verbazen als vooral de interne beperkingen door de verschillende disciplines op verschillende wijzen worden gedefinieerd.’ We kunnen deze verschillen toch niet negeren, want zoals de interdisciplinair onderzoekster erkent: er zijn nu eenmaal veel vraagstukken die zich niets aantrekken van de grenzen van een vakgebied.

Thomas van Aquino

Als deskundige in de middeleeuwse wijsbegeerte heeft Van der Lecq al verschillende antwoorden op de vrije wil vraag voorbij zien komen. Neem bijvoorbeeld de poging in de 13e eeuw van de Italiaanse scholasticus Thomas van Aquino. ‘Hij maakte een onderscheid tussen wilsonvrijheid als gevolg van dwang van buitenaf – daarvan is volgens hem geen sprake, want niemand kan ons dwingen iets wel of niet te willen – en wilsonvrijheid als gevolg van intrinsieke motivatie, namelijk wanneer het verstand ons voorschrijft hoe te handelen. In het laatste geval is de wil niet meer vrij om de conclusie van een rationele afweging te negeren. Zeker is dat een mens volgens hem niet willens en wetens een verkeerde keuze kan maken.

Morgen

Interdisciplinariteit is noodzakelijk maar brengt moeilijkheden met zich mee. Verschillende vakgebieden hanteren verschillende definities van de vrije wil. Morgen zal prof. dr. mr. Herman Philipse onder andere het begrip ‘vrije wil’ bespreken zoals dat in de neurowetenschappen gehanteerd wordt en zich afvragen hoe dat zich verhoudt tot ander gebruik. Philipse zal dit doen naar aanleiding van de vraag die Ria van der Lecq hem stelt: ‘Uit de bijdragen van de anderen blijkt dat elke discipline over de vrije wil zijn eigen vragen heeft geformuleerd. Wat houdt dan ‘het verhelderen van DE vraag’ in?’

* Dit artikel is een samengevatte versie. In april verschijnt een bundel met alle volledige reacties.

  1. 1

    Wensen is niet willen. In de Oudgriekse grammatica staat de wens in de subjunctief/ conjunctief en de wil in de optatief om goede redenen.
    Iets wensen kan altijd; in je dromen. Maar als je iets wilt zul je moeten plannen; en het gewilde* (= het (voorlopig) eindresultaat van het geplande) kan in de loop van het “proces” veranderen, er kunnen “obstakels” komen (dus het gewilde* is niet helemaal vrij van … = recht op het doel af) en het geplande zal veranderd moeten worden, het gewilde* zal “aangepast” moeten worden. * “het gewilde” is beter geformuleerd dan “de wil”.
    Wat de een wil kan men niet zonder anderen, die dat ondervinden of voelen als (sociaal) 1 gedwongen, 2 niet gedwongen of 3/4 noch gedwongen noch niet gedwongen, als dezen het gewilde respectievelijk 1 niet willen/ wensen (tot weerzin tegen …), 2 ook willen/ wensen of 3 er onverschillig maar vermoedend of 4 onwetend tegenover staan. Bij 3/4 is de vrije wil niet van toepassing.
    Dit alles lijkt wel een schaakspel.

    Om het verschil te maken met mensen: De (solitaire) bruine beer zal goed moeten eten, en doet er ook alles aan, voordat hij aan de winterslaap begint, anders komt hij er vermagerd en verzwakt uit; hij kan zich geen “obstakels” veroorloven, zich niet bezig houden met futiliteiten en kan niets naar zijn hand zetten (wat mensen weer wel kunnen).: hij is zo gebouwd en gewend/ “geprogrammeerd”? dat hij alleen op deze manier in deze omgeving kan overleven en copuleren om te copiëren (als de tijd en het moment rijp is) De beer is noch vrij noch niet vrij, want hij heeft (hormonale) drang; en geen sociale dwang.

  2. 2

    In het alledaagse taalgebruik vervaagt het begrip tussen wensen en willen inderdaad. Toch is het belangrijk het verschil te zien. Je kunt je van alles wensen en het daarbij laten. Je kunt ook wensen hebben waarop je geen invloed hebt. Als een wens echter wordt omgezet in een wil stel je een doel, maak je plannen en neem je stappen. In die zin is wensen passief en willen actief. Je zou ook kunnen zeggen, dat een wil een in energie omgezette wens is.