Zielig

Vanwege een almaar zieker wordende kat was ik kind aan huis bij de dierenkliniek. Daar werd ik ondergedompeld in een universum van klein leed: naast mijn kat bivakkeerden er onder meer een zieke zebravink en een onderkoelde hamster.

Hoe behandel je in hemelsnaam diertjes die zo minuscuul zijn dat elke ziekte meteen hun hele lijfje in beslag neemt? Hoe wring je een vogelbekje open om er vocht in te druppelen, zonder meteen zijn snavel of zijn botjes te breken? Hoe doseer je antibiotica voor een diertje dat maar een paar gram weegt? Hoe kalmeer je een bange hamster?

In de ziekenboeg streelde ik mijn kat en soms ook de blinde, suikerzieke en uitgedroogde poes in de kooi ernaast. Twee meter verderop werd een manshoge, slaperige, zojuist geopereerde hond door de assistenten voorzichtig in een kooi gesjord: ze waren benauwd dat hij te nel zou bijkomen, hij had de reputatie een woesteling te zijn. De hamster scharrelde inmiddels weer rond en wilde zelfs wat eten; een uur later stierf hij onverwacht.

De eigenaar van het zieke zebravinkje schrok van de rekening voor twee dagen zorg, medicijnen en onderkomen. Dat kon-ie niet betalen, en bovendien: honderd euro voor zo’n klein beestje? Een ander ongerust baasje en ik keken elkaar schouderophalend aan. Tsja. Wie een huisdier neemt, laadt de verantwoordelijkheid voor diens welzijn op zich; en de kosten van een dierenarts zijn gebaseerd op de geleverde inspanning, niet op het gewicht van de zieke.

Toch had die rekening iets onrustbarends, evenals de hoeveelheid welgemeende steunbetuigingen die ik ontving nadat ik had geblogd over mijn inmiddels dode kat.

Huisdieren – vooral katten en honden – beschouwen we tegenwoordig als volwaardige gezinsleden. Zieke dieren zijn daarnaast inherent zielig. Ze kunnen ons niet vertellen wáár ze precies pijn hebben; wij worden zodoende gereduceerd tot machteloosheid en kunnen hooguit troost, verlichting of euthanasie bieden. Maar een ziek of stervend huisdier is niet hetzelfde als een stervend mens.

Natuurlijk verzorg ik een ziek huisdier naar beste vermogen en zal ik ’m nooit uit kostenoverweging laten afmaken. Dat je al voor een tientje een verse zebravink kunt kopen, hoort niet te tellen: dieren zijn geen wegwerpartikelen. Maar kun je eisen dat iemand kromligt voor een zieke hamster wanneer-ie zelf in de bijstand zit?

Bovenal is het pervers dat zieke dieren, zebravinkjes incluis, in Nederland gewoonlijk betere zorg krijgen dan waarop mensen elders op de wereld ooit mogen hopen.

Dit stuk stond ook in het Parool.

  1. 1

    Veel leed/ wildgroei zit ‘m ook in d(i)e handel: beestjes (zebravinken, kanaries e.d.) worden “stukgefokt” (gigantische uitval, ook in de winkels). Vervolgens de consument na de AH nog even snel naar de dichtstbijzijnde gediplomeerde dierenwinkel waarvan velen dat predicaat niet eens waardig zijn. “Inpakken doosje doen”? Nee, ik trap ‘em buiten wel dood. Eenmaal thuis laten de medische gevolgen (onder de mijten enz.) zich raden: en ga nu godverredomme eens fluiten doen rotbeest.

    Heb ooit landschildpad bezeten had een wereldleven: mocht over een hindernisparcours van lego lopen winterslapen wanneer ie zin had sla zoveel ie opkon…meneer gaat klem achter de deur zitten schild gekraakt wat nu. Verbranden?, en omdat begraven ook zo gewoontjes was is het een zeemansgraf geworden qua ludiek. Afijn, doos met schildpaddenlijk wou maar niet zinken, knoeperts van stoeptegels uit de straat vanaf de brug gelijk torpedo’s..pfff, ja 1 grote groengele kolerezooi in dat water natuurlijk. Pas toen realiseerde ik me: OOK een dier verdiend naast een goed leven een eerzame mooie dood…

    *proeve van bekwaamheid (verantwoord) voor het houden van een dier*

  2. 2

    Voor honden en katten bestaan tegenwoordig ziektekostenverzekeringen (voor paarden waarschijnlijk ook wel). Dat kan best een redelijke oplossing zijn want de dierenarts is inderdaad duur. Die verzekeringen dekken overigens lang niet alle mogelijke kosten.

    Verder moet je vooraf vragen wat het kost. 100 euro uitgeven voor een vogeltje zou ik nooit doen, dat vind ik onverantwoord.

    Wat voor mij ook meetelt: je kan een dier niet uitleggen dat het wordt behandeld voor een ziekte of verwonding, dus als de behandeling met pijn, misselijkheid en/of ongemak gepaard gaat dan wordt het al snel dierenmishandeling. Best te verantwoorden als er een goede kans is op herstel, maar in het algemeen vind ik dat mensen veel te lang wachten om er een einde aan te maken. Men blijft behandelen omdat men het voor zichzelf zielig vind dat het beestje anders dood moet.

  3. 3

    “Bovenal is het pervers dat zieke dieren, zebravinkjes incluis, in Nederland gewoonlijk betere zorg krijgen dan waarop mensen elders op de wereld ooit mogen hopen.”

    Elders op de wereld hebben ze dan ook geen geld voor huisdieren. In het rijke westen hebben we ons leven inmiddels zo weten in te richten dat andere mensen in onze omgeving het ongeveer even goed hebben als wij zelf. Nu dat dus klaar is richt men zich op dieren.

    Rechten voor dieren – geen plichten voor dieren. Zo maken we van alle dieren huis- en troeteldieren, ipv. wat zij waren: katten om muizen en ander ongedierte mee te verjagen en honden om klein wild mee te jagen. Koeien om op te eten en paarden om te vervoeren.

    Ja het is dus pervers, en dat ligt maar aan één ding: wij willen zóóó graag aardig doen om aardig te worden gevonden.

  4. 4

    Nou heb ik nu toevalligerwijs geen huisdier meer, maar vroeger had ik wel een hond. Die begon best wel oud te worden en had heel wat medische aandacht nodig. Uiteindelijk is ie door de dierenarts uit zijn lijden verlost.

    In tegenstelling tot Karin Spaink ben ik me er echter terdege van bewust dat de langdurige behandeling in essentie zijn oorsprong helemaal niet vond in morele gronden. Het ging hier gewoon om egoisme, je gaat met je irrationele mensenemoties toch van zo’n dier houden en dan wil je het niet kwijt. Maar die hond interesseert het dus echt geen zak, die is zich er toch niet van bewust of je hem in laat slapen of niet.

    En wat niet weet, wat niet deert. En dat is meteen het belangrijkste verschil met “andere gezinsleden”. Daarom kan ik met mijn kop echt niet bij zo’n moralistische benadering als die van Karin Spaink. Hetzelfde geldt bv. dieren voor asielen. Laat die beesten toch lekker relaxt inslapen in plaats van ze weken lang te laten wegkwijnen in stomme hokjes.

    Neemt niet weg dat enige dierenmoraal op zijn plaats is daar waar het de levenskwaliteit van zo’n dier betreft. Maar de levensduur? Nah.

    (Overigens kan ik wel wat uitzonderingen bedenken die mijn regel bevestigen, maar dat terzijde)

Universaliteit, Liberalisme en Moraliteit

Ik vind het belangrijk om moreel te handelen. Ik probeer de keuzes die ik maak in mijn persoonlijke leven, waar het gaat om bijvoorbeeld kleding, eten, transport en energie te laten leiden door morele overwegingen: ik wil niet verantwoordelijk zijn voor het lijden van mensen en dieren, of voor de vervuiling van de Aarde.

Binnen de ethiek bestaan er twee grote scholen: de een legt de nadruk op het na leven van regels en de ander op het nastreven van geluk. Ik ben zeker georienteerd naar het eerste. Ik geloof dat moraliteit schuilt in een leven gebaseerd op principes. Deze traditie, waarvan Kant de belangrijkste exponent is, legt de nadruk op de vraag of de principes waar je je aan houdt universialiseerbare wetten zouden kunnen zijn: dat is als iedereen zo zou handelen, wat zou er dan gebeuren? Met name op groene thema’s is het duidelijk dat als alle mensen zich niet houden aan de regels die ik probeer na te leven (geen auto, geen vlees, groene energie, geen leer), het voortbestaan van de wereld zelf in groot gevaar is.

  1. 7

    En dat is dus dan wel weer ook dan wel grappig wand ze zijn dan wel liberaal bij de vvd en dan betekend dat dus dat je mag trouwen met een homo en dat je zelf een bedrijf kan starten en dat het dus niet zo is dat je als een dakdekkersbedrijf hebt dat dat dan eigelijk een dakdekkersbedrijf van de regering is maar het is ook niet zo n goed want met liberalen zitten de ouderen slecht in hun tehuis en dan poepen ze in hun broek en met de arme is het ook slecht wand hun worden dan dus nog armer en dat heb je soms

  2. 8

    Tussen vrijheid en dwang bestaat er een heel spectrum, het pragmatische.
    Bijv. 100% inkomstenbelasting is slavernij, 0% is gehele vrijheid, maar daartussen is er veel mogelijk.

    Dus waar het bijv. op dierenleed aankomt in de bio-industrie. In plaats van het zwart-wit te stellen (verbieden of toe staan), waarom niet een pragmatische oplossing dmv een taks?

    Bijv. een hoge accijns op regulier vlees, een laag accijns voor diervriendelijk geproduceerd vlees en geen accijns op vegetarische vleesvervangers.
    Bedenk ook dat voor onze voorouders vlees een luxe product was, veel duurder dan het voor ons is. Zij aten dan ook veel minder vlees als wij.
    Zulke maatregelen brengen ons terug naar een historisch ‘normaal’ en de opbrengsten kunnen gebruikt worden om de belastingdruk op de kage inkomens te verlichten, zodat die er netto niet op achteruit gaan.

    Bovendien, wanneer je dingen verbiedt krijg je een zwarte markt: de maffia wordt dan rijk door Foie Gras te smokkelen.

    Persoonlijk vind ik dit een van de belangrijkste taken van de overheid, om door middel van belastingen en accijnzen onze collectieve keuzes een beetje vorm te geven.

    En via democratie kunnen we samen beslissen wat onze waarden zijn.

  3. 10

    Dit is gewoon de (voor mij al) klassieke tegenstelling tussen vrijheid voor jezelf en vrijheid voor anderen. Streven we het grootste genot (alleen) voor ons zelf na (uiterste vrijheid voor ons zelf), of streven we het minste leed voor de meeste mensen na (minder vrijheid voor ons zelf, maar de ‘optelsom’ voor alle mensen levert het meeste vrijheid voor allemaal op). Hedonisme vs utilisme. De waarheid ligt natuurlijk ergens in het midden.

  4. 11

    @2: “Bedenk ook dat voor onze voorouders vlees een luxe product was, veel duurder dan het voor ons is. Zij aten dan ook veel minder vlees als wij.”

    Ligt er maar aan welke voorouders je bedoelt. Verreweg de meeste van mijn (en jouw) voorouders aten meer vlees/vis dan wij.