WW: Vliegende vinkengrammatica

De woensdagmiddag is op GeenCommentaar Wondere Woensdagmiddag. Met extra aandacht voor de nieuwste ontwikkelingen in Wetenschap- en Techniekland

Vink (foto Flickr/mondays child)Hoe meer dierenonderzoek er uitgevoerd wordt, hoe meer de Mens van haar voetstuk valt. Ze bedienen snoepmachines, lezen de Playgirl en maken zelfs rationele beslissingen. Maar taal, dat was toch ons ding? Natuurlijk zijn er allerlei dieren die in meer of mindere mate taalachtige communicatie bezigen, maar echt ingewikkelde taal, met een heuse grammatica was altijd aan ons mensen voorbehouden.

Helaas lijkt ook die vlieger niet meer op te gaan want naar nu blijkt lijken Bengaalse vinken in hun fluitgedrag wel degelijk een grammatica te gebruiken. Al eerder werden vogels ervan verdacht om hun getwitter volgens grammaticale regels de wereld in te sturen, en ook over het walvissengetoeter werden dergelijke claims gemaakt. Maar die beweringen bleven altijd tamelijk ongetest. Tot nu dus.

Om dit te testen splitsten de Japanse onderzoekers van de Universiteit van Kyoto onder leiding van Kentaro Abe opgenomen vogelzang in afzonderlijke ‘woorden’. Deze werden vervolgens in ‘grammaticaal juiste’ en ‘grammaticaal onjuiste’ varianten aan elkaar geknoopt en teruggespeeld voor de vogels. De vogels reageerden op de grammaticale versies en lieten de ongrammaticale onbeantwoord. Volgens Abe toont dit duidelijk aan dat de vinken bepaalde specifieke volgordes (zinsconstructies) wel als een zangroep herkennen en andere niet.

Of er in de vinkensamenlevingen een variant van de alom gevreesde grammar nazi bestaat die foute roepen terugfluit is onbekend.

  1. 1

    In de taal van de Bengaalse vinken kunnen zelfstandige naamwoorden mannelijk of vrouwelijk zijn en worden verbogen in 5 naamvallen. Werkwoorden worden vervoegd naar persoon en tijd en kunnen naast de indicatief ook in de conjunctief (aanvoegende wijs) geplaatst worden. opvallend is dat de taal achterzetsels in plaats van voorzetsels gebruikt, en ook bezittelijke voornaamwoorden worden achter het betreffende znw geplaatst waardoor de taal gekenschetst kan worden als een typische agglutinerende taal.