‘Emancipatie = paternalisme’

Bestuurskundige Paul Frissen in Trouw:

Samengevat zou je kunnen zeggen dat het paternalisme voorwendt te beschikken over een superieure moraal die van de samenleving een betere samenleving en van de mens een beter mens maakt. Daarmee stuiten we automatisch op het emancipatiedilemma: moeten we mensen willen emanciperen die dat zelf niet willen? Het pedante paternalisme zegt zonder aarzeling ja op die vraag. Emancipatie moet zorgen voor gelijke machtsposities en is vooral een strategie van morele verheffing. Dat zijn geen onschuldige ambities want het paternalisme wil zijn doelen politiek verwerkelijken en via meerderheidsvorming aan de hele samenleving opleggen. Daarmee is de totalitaire verleiding gegeven.

Maar hoe weet je of mensen zelf niet willen als je ze niet eerst een gelijke machtspositie geeft?

‘Doet er allemaal niet toe, want het leven is toch tragisch en “pech” moeten we accepteren,’ lijkt Frissens antwoord op die tegenwerping te zijn.

Wel lekker makkelijk zo.

Open waanlink

  1. 1

    Jah. Als je de pech-strategie volgt, kun je net zo goed emigreren naar de Goelag want ja shit happens nou eenmaal en daar moet je maar mee leren leven. Ik mag toch hopen dat er iemand eerder eens een grens trekt.

  2. 2

    Vooralsnog allemaal gebaseerd op onbewezen en onbewijsbare stellingen en aannames van (Franse) filosofen. Dus aantoonbaar, en even onaantoonbaar, kortom klinkklare onzin.

  3. 3

    Slecht onderbouwd flutstuk. Trouw is de laatste tijd hard aan het afglijden. Tegen wie ageert deze Frissen? Het hele artikel is één grote stroman. Hij maakt een karikatuur van emancipatie en van de verzorgingsstaat van het niveau “in het communisme is iedereen even arm”. Doet het misschien goed in de kroeg, maar niet in de krant. Kun je er nog zoveel Franse filosofen bij slepen…

  4. 4

    Hmm, veel kritiek hier, maar ik zie er toch wel wat in zitten. Natuurlijk, je moet mensen eerst een gelijke machtspositie geven voordat ze kunnen emanciperen. Maar als ze vervolgens nog steeds niet willen, zie ik vaak optreden dat de overheid inderdaad nogal een paternalistische emancipatieplicht na lijkt te streven.

    Een voorbeeld is dat gezever over “de kloof tussen burger en politiek”. Iedereen heeft evenveel recht om te gaan stemmen, gelukkig. Nog steeds zijn er burgers die dat niet willen, die het nut er niet van in zien. Je ziet kamerbreed politici daar hun zorgen over uiten. Ik heb dan zoiets: laat die mensen. Zitten we te wachten op ongemotiveerde stemmen van mensen die zich niet in moeilijke politieke kwesties willen verdiepen? Volgens mij niet. De kloof tussen burger en politiek is prima; je hoeft helemaal niet je best te doen om de burger die dat niet wil daar met de haren bij te slepen.

  5. 5

    Frissen’s betoog is onduidelijk, omdat hij verzuimt onderscheid te maken tussen verschillende mogelijke concepties van gelijkheid en emancipatie. Zo lijkt hij liberale en niet-liberale concepties van gelijkheid op een hoop te gooien. Het is daardoor onduidelijk waartegen hij zich keert. Is het probleem een overheid die haar burgers een bepaalde conceptie van het goede leven voorschrijft (= paternalisme)? Of begint het probleem al met het bieden van gelijke kansen? Is zelfs rechtsgelijkheid verkeerd? Deze verschillen verdwijnen volkomen achter abstract geneuzel ontleend aan Franse filosofen.

    In de eerste alinea wordt gesteld dat “de verzorgingsstaat doordesemd [is] van het gelijkheidsbeginsel.” Dit beginsel wordt uitgelegd als, negatief, rechtsgelijkheid, en positief, gelijke kansen en een mate van herverdeling van inkomen. So far so good. Maar na een uitstapje over Foucault, wordt deze opvatting van gelijkheid ineens gelijkgesteld aan paternalisme, en heet het dat de overheid pretendeert “kennis van het goede leven” te bezitten, en een “superieure moraal” probeert op te leggen. Maar dit is in zijn algemeenheid onjuist. Herverdeling van inkomen heeft niets te maken met paternalisme. Ook het bieden van gelijke kansen is geen paternalisme. Het idee is juist dat de overheid iedereen de middelen en kansen biedt een leven te leiden volgens een zelfgekozen opvatting van het goede leven. De overheid dwingt burgers niet een bepaald moreel ideaal op, maar laat iedereen vrij te te leven volgens eigen morele en religieuze opvattingen (binnen bepaalde grenzen). Dat althans is hoe ‘politiek liberalisme’ de rol van de overheid begrijpt.

    Er zijn uiteraard ook staatsopvattingen die wel een zekere mate van paternalisme verdedigen. Het is ook waar dat de Nederlandse overheid soms paternalistisch is. Maar het is onjuist te stellen dat een beginsel van gelijke kansen gelijkstaat aan paternalisme. Een overheid die alle burgers gelijke kansen biedt, kan niettemin een neutrale overheid zijn. Die overheid veronderstelt niet dat iedereen letterlijk gelijk is — dat is te onnozel voor woorden. Ook legt het niet iedereen een bepaalde morele norm op. Omgekeerd, veel overheidsregels die mogelijk als paternalistisch te duiden zijn (verplichting dragen gordel, tax op sigaretten, etc) worden zelden gerechtvaardigd met een beroep op gelijkheid.

  6. 8

    @7 Ehh, ik snap niet helemaal waarom je die vraag aan mij stelt, maar nee. Vrouwen zijn nog altijd achtergesteld. Wat is de relevantie van deze vraag?

  7. 10

    Met Foucault de linkse onderbuik raken, dat is een knap staaltje.

    Als je alles als “onderdrukking” en “paternalisme” ziet, zoals het door Foucault geïnspireerde links doet, dan kan je niet anders dan tot de conclusie komen dat de afgedwongen gelijkheid dat ook is. Iedereen die geen keurige burger is wordt als “zwakkere” en “kwetsbaar” gezien en krijgt het volledige overheidsapparaat van open inrichting Nederland op zijn dak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren