Wouter Koolmees, de 15e minister voor integratie

ACHTERGROND - door Ewoud Butter.

Sinds 1981 zijn er 15 kabinetten geweest met een minister die verantwoordelijk is voor het integratiebeleid. Wouter Koolmees is de derde D66 minister die deze verantwoordelijkheid heeft. De VVD leverde de meeste ministers. Een overzicht.

Het begin van het Nederlandse integratiebeleid

De geschiedenis van het Nederlandse integratiebeleid zou je op verschillende momenten kunnen laten beginnen: in de 16e of 17e eeuw of aan het begin van de vorige eeuw toen er honderdduizenden vluchtelingen naar Nederland kwamen, na de dekolonisatie van Indonesië, of vanaf de jaren 60 toen regeringen van VVD en de partijen die later het CDA zouden vormen (KVP, CHU, ARP) wervinsgakkoorden sloten met  Italië en Spanje (1960 en 1961), Portugal (1963), Turkije (1964), Griekenland (1964), Marokko (1969), Joegoslavië (1970) en Tunesië (1970).

Je kunt de geschiedenis ook starten met de Nota inzake buitenlandse werknemers die in 1970 door minister van Sociale Zaken Bauke Roolvink (ARP/CDA) naar de Tweede Kamer werd gestuurd of met de uitgebreidere Nota Buitenlandse Werknemers, Memorie van Antwoord die in 1974 ten tijde van het kabinet Den Uyl door minister Jaap Boersma (ARP) naar de Tweede Kamer werd gestuurd. In deze nota werd na de oliecrisis gekozen voor een restrictievere koers en werd een begin gemaakt met een structurelere aanpak van integratie.

Voor dit geval kies ik ervoor het overzicht te beginnen met het eerste kabinet Van Agt (CDA, VVD; 1977-1981), omdat dit kabinet vanaf het laatste jaar (1981) voor het eerst een coördinerend minister voor minderhedenbeleid kende.

Coördinerend minister minderhedenbeleid

Tot 1981 was het beleid dat gericht was op de participatie en integratie van Nederlanders met een migratieachtergrond immers bijzonder versnipperd geweest. De ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken gingen over het toelatingsbeleid. De ministeries van Onderwijs en Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) waren verantwoordelijk voor wat we nu inburgering zouden noemen, Sociale Zaken ging over de werkgelegenheid en het ministerie van Volkshuisvesting over het wonen van de nieuwe Nederlanders. Daarnaast was er specifiek beleid voor bijvoorbeeld Molukkers, buitenlandse werknemers, Surinamers, Antillianen, zigeuners, woonwagenbewoners en vluchtelingen.

Het toenmalige Tweede-Kamerlid Henk Molleman (PvdA) diende in 1978 een motie in om het minderhedenbeleid te laten coördineren door het ministerie van Binnenlandse Zaken. De motie werd aangenomen. Het integratiebeleid bleef hierna weliswaar deels bij onder andere de ministeries van Welzijn (WVC), Onderwijs, Sociale Zaken en Justitie liggen, maar de coördinatie kwam nadrukkelijker bij de minister van Binnenlandse Zaken. Dat gebeurde vanaf 1981 voor het eerst onder de toenmalig VVD-leider en minister van Binnenlandse Zaken Hans Wiegel, die Molleman vroeg directeur te worden van de nieuwe Directie Coördinatie Minderhedenbeleid.

Hans Wiegel (VVD) stuurde in 1981 ook de ontwerp Minderhedennota naar de Tweede Kamer. Hierin schreef het kabinet onder andere: “Het minderhedenbeleid is gericht op de totstandkoming van een samenleving, waarin de in Nederland verblijvende leden van minderheidsgroepen ieder afzonderlijk en als groep een gelijkwaardige plaats en volwaardige ontplooiingskansen hebben.” In de ontwerpnota werd ingezet op het wegnemen van achterstanden, het scheppen van voorwaarden voor emancipatie en het tegengaan van discriminatie.

De coördinerend minister minderhedenbeleid bleef daarna tot en met het eerste kabinet Kok de minister van Binnenlandse Zaken. Op het ministerie van Justitie zat daarnaast een staatssecretaris die zich bezighield met vreemdelingenzaken, asiel, immigratie en integratie. Het tweede en het derde kabinet Van Agt hadden ook nog een staatssecretaris van minderhedenbeleid.
© Ewoud Butter coordinerende ministers minderhedenbeleid

In deze zeven kabinetten was drie keer een VVD-minister verantwoordelijk voor het minderhedenbeleid, één keer een D66 minister, één keer een CDA’er, één keer een PvdA’er en één keer werd de functie zowel door een CDA als PvdA-ministers vervuld.

Ministers zonder portefeuille

Rond de eeuwwisseling kreeg het thema integratie meer politieke aandacht en gewicht en kwam er een aparte minister zonder portefeuille. Zo’n minister is verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, maar heeft niet de leiding over een departement. Een minister zonder portefeuille wordt ondergebracht bij een ander departement. Ministers zonder portefeuille zitten, in tegenstelling tot staatssecretarissen wel in de ministerraad en kunnen dus ook meestemmen. (Meer over ministers zonder portefeuille )

De eerste integratieminister zonder portefeuille werd Roger van Boxtel (D66), die in het tweede kabinet Kok (1998-2002) minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid werd. Van Boxtel zat op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarnaast bleef er een staatssecretaris voor Vreemdelingenzaken, Immigratie, Integratie, Asiel. Deze functie werd in het tweede kabinet Kok vervuld door Job Cohen (PvdA).

Tijdens het eerste kabinet Balkenende (CDA, VVD, LPF; 2002-2003) verhuisde de minister zonder portefeuille naar het ministerie van Justitie. Hilbrand Nawijn (LPF) werd daar minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Erg veel invloed kon deze man niet uitoefenen: na 3 maanden viel het kabinet weer, daarna was Nawijn nog een half jaar demissionair minister. Er was in het eerste kabinet Balkenende geen staatssecretaris meer voor Vreemdelingenzaken etc.

In het tweede kabinet Balkenende (VVD, CDA, D66; 2003-2006) nam Rita Verdonk (destijds VVD) de portefeuille van Nawijn over.

Verdonk (VVD) bleef die functie ook vervullen in het derde kabinet Balkenende (CDA, VVD; 2006-2007). Na een motie van afkeuring in december 2006 over het kabinetsbesluit om een door de Tweede Kamer aangenomen motie over een generaal pardon voor asielzoekers niet uit te voeren, besloot het kabinet om de portefeuille Vreemdelingenzaken onder te brengen bij Ernst Hirsch Ballin (CDA), de minister van Justitie. De portefeuille van Verdonk werd gewijzigd in minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering, dat ook onder het ministerie van Justitie bleef vallen.

In het vierde kabinet Balkenende (CDA, PvdA, ChristenUnie; 2007-2010) werd Ella Vogelaar (PvdA) minister voor Wonen, Wijken en Integratie. Ook zij was minister zonder portefeuille, maar in Balkenende III viel integratie niet meer onder Justitie, maar onder het ministerie van Voilkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Mileubeheer (VROM). De justitiële aspecten van het vreemdelingenbeleid kwamen weer terecht bij een staatssecretaris van Justitie: Nehabat Albayrak (PvdA). Nadat in november 2008 de PvdA-top het vertrouwen in Vogelaar had opgezegd, werd ze vervangen door Eberhard van der Laan.

In oktober 2010 werd de functie van staatssecretaris voor Immigratie en Asiel weer afgeschaft. Gerd Leers (CDA) werd minister zonder portefeuille voor Immigratie en Asiel onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Piet Hein Donner (CDA) werd minister van Binnenlandse Zaken en kreeg integratie in zijn portefeuille. Toen Donner eind 2011 naar de Raad van State vertrok, werd Gerd Leers minister zonder portefeuille voor Immigratie, Integratie en Asiel.

Terugkeer van de coördinerend minister

Sinds het tweede kabinet Rutte (VVD, PvdA; 2012-2017) is het integratiebeleid weer terechtgekomen bij een coördinerend minister. Het beleidsterrein verhuisde opnieuw, deze keer van het ministerie van Binnenlandse Zaken naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat onder leiding kwam te staan van Lodewijk Asscher (PvdA).

De staatssecretaris belast met immigratie op het ministerie van Justitie kwam terug. Deze functie, nu onder de titel staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (en in het buitenland minister voor Immigratie) werd eerst vervuld door Fred Teeven en vanaf 2015 door Klaas Dijkhoff (beiden VVD).

Het derde kabinet Rutte (VVD, CDA, D66, ChristenUnie) heeft ervoor gekozen dat het integratiebeleid onder de verantwoordelijkheid van de minister van Sociale Zaken blijft vallen. Wouter Koolmees (D66) is de opvolger van Lodewijk Asscher geworden. Mark Harbers (VVD) is staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en mag zich in het buitenland minister voor migratie noemen.

Sinds 1981 zijn er 15 kabinetten geweest met een minister die verantwoordelijk is voor het integratiebeleid. Wouter Koolmees is de derde D66 minister die deze verantwoordelijkheid heeft. De VVD leverde in 5 kabinetsperiodes de verantwoordelijke minister, gevolgd door de PvdA (3), D66 (3), het CDA (2) en de LPF (1). Eén kabinetsperiode (Lubbers III) waren zowel PvdA-ministers als CDA-ministers verantwoordelijk.

Commissie

Koolmees (1977) is een stapelaar: hij begon ooit op de MAVO en haalde uiteindelijk een universiteitsdiploma. Hij kwam in 2010 in de Tweede Kamer en gold al snel als een van de grootste financiele specialisten in het parlement. Een uitgesproken profiel op het terrein van integratie heeft hij niet. Koolmees, die samen met Pechtold de onderhandelingen voerde, wordt in de profielschetsen die van hem zijn gemaakt, meestal getypeerd als een intelligent, empathisch en positief ingesteld persoon.

Hij zal deze kwaliteiten nodig hebben wanneer hij in de Tweede Kamer in de integratiecommissie van Sociale Zaken het debat moet aangaan met onder andere Malik Azmani (VVD), Machiel de Graaf (PVV), Achraf Bouali (D66), Linda Voortman (GroenLinks), Gijs van Dijk (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Gertjan Segers (ChristenUnie), Roelof Bisschop (SGP), Lammert van Raan (Partij voor de Dieren), Corrie van Brenk (50 Plus) en Tunahan Kuzu (DENK). Het is nog niet bekend wie Mona Keijzer (CDA) in de commissie gaat vervangen. Keijzer is staatssecretaris van Economische Zaken geworden.

Dit artikel van Ewoud Butter verscheen eerder op Republiek Allochtonië.

  1. 1

    Leuke opsomming van poppetjes maar wat hebben ze bereikt? Vreemdelingenzaken, Immigratie, Integratie, Asiel, Minderhedenbeleid (allen met een hoofdletter) zijn welliswaar oude begrippen, maar zouden toch minimaal een aantal effecten in kaart gebracht moeten hebben en dito oplossingen. Nieuwe inzichten en wetgeving en aanscherpingen? Wat staat er nog te doen? En dan vooral, hoe verander je mensen zo dat integratie werkelijkheid wordt? Is er een open debat met alle participanten mogelijk? Ook met de oorspronkelijken? Waar zitten de knelpunten en hoe spreekt men erover? Of is het een kwestie van pappen en nathouden, de boel een beetje sussen en afzwakken? Of staan de verhoudingen dusdanig pat dat er altijd dergelijke ministers en staatssecretarissen nodig zijn omdat de verschillende partijen maar geen common ground kunnen vinden en dus voor eeuwig met die problematiek blijven opgezadeld? Hoe ingeburgerd zijn de autochtonen dat zij weten wat integratie eigenlijk betekend? Is de samenleving werkelijk zo samenhangend en participerend dat er conclusies getrokken kunnen worden dat dergelijke ministeries steeds nodig zijn?
    Ik weet het, ik ben een alien die af en toe nederdaald om de sfeer te proeven omtrent vreemdelingen en andersoortigen die lokaal moeite ondervinden met globale problematiek en hoe er tegenaan te kijken cq mee te leven. Maar voorlopig heb ik alleen vragen en geen antwoorden. Tevens koester ik ook niet de illusie op Sargasso de antwoorden wel te vinden. En trollen zijn te onverbeterlijk en onsamenhangend om ministeries en hun beleid te kunnen rechtvaardigen. Misschien zou het kunnen helpen om een ministerie van Onderbuikzaken op te richten en pas na succes een ministerie van vreemdelingenzaken en integratie op te richten zodat een zuivere discussie weer mogelijk wordt en van daaruit verstandig beleid te ontwikkelen. Zijn we daar ook weer uit.