Wetsvoorstel giften aan partijen

Deze bijdrage is overgenomen van Publiekrecht en Politiek.

D66 en GroenLinks hebben een initatiefvoorstel geschreven om de financiering van politieke partijen transparanter te maken. Ze beogen een aantal verbeteringen: ook substantiele giften van particulieren moeten in het jaarverslag opgenomen worden, er komt een sanctie en stromanconstructies moeten worden tegengegaan. Dat laatste doet zich voor als een partij in zijn jaarverslag een fors bedrag van een of andere ‘Stichting Vrienden Van’ vermeldt, maar niet duidelijk is welke vastgoedbonzen of farmaceutische fabrikanten geprobeerd hebben invloed te kopen. Stuk voor stuk verbeteringen, lijkt me.

De uitwerking laat echter nogal wat te wensen over. Dit stellen GL en D66 voor:

1. Een gift aan een politieke partij van € 1 500 of meer wordt door de partij openbaar gemaakt. Giften van een gever met een gezamenlijk bedrag van € 1 500 of meer per jaar worden voor de toepassing van dit lid beschouwd als één gift.
2. a. Het eerste lid is ook van toepassing op giften aan leden van de Tweede Kamer of Eerste Kamer der Staten-Generaal, die niet tot een politieke partij behoren waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1 van de Kieswet is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer, en giften aan een rechtspersoon die erop is gericht of mede erop is gericht ten bate van een politieke partij en/of een lid van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal activiteiten of werkzaamheden te verrichten.

Nu ben ik geen wetgevingsjurist, maar het moet toch duidelijker kunnen dan dit. Waarop wordt lid 1 nu precies nog meer van toepassing op verklaard? Ik neem aan dat de plicht tot openbaarmaking van toepassing is op de gelieerde rechtspersonen zelf, en niet op de giften, zoals er nu eigenlijk staat. Hoe die openbaarmaking precies moet, blijft in het ongewisse. Misschien wel een beetje veel om allemaal aan de minister te delegeren, zoals nu feitelijk gebeurt.

De Memorie van Toelichting ziet er verder nogal gedateerd uit, omdat die nog uitgaat van Rita Verdonk als de grote vastgoedkoningin die, opgestuwd door anoniem bedrijfsleven, het torentje zal veroveren. Mogelijk is dat, omdat (een deel van) de toelichting ontleend is aan een gelijkluidend voorstel van Duyvendak uit 2008, gepresenteerd op de dag dat Rita ToN lanceerde. Naast Rita heeft de toelichting – en Duyvendak destijds – ook met name de PVV op het oog. Op zichzelf is dat terecht, want de financiering van die club is zeer duister. Maar het zou het draagvlak van het voorstel hebben vergroot, als vermeld werd dat ook de VVD een genootschap heeft dat geld van anonieme gevers verzamelt. Overigens is het niet waarschijnlijk dat de PVV bezwaren zal hebben tegen dit voorstel, ze worden er immers niet (onmiddelijk) door geraakt. Lid 1 is namelijk alleen van toepassing op partijen die subsidie ontvangen. De PVV ontvangt geen subsidie omdat ze maar twee leden heeft en is dus onder lid 1 niet verplicht de giften openbaar te maken. Lid 2 repareert dat straks alleen voor zover de giften aan de PVV rechtstreeks aan Geert Wilders zouden worden overgemaakt (wat niet waarschijnlijk is) of naar de Stichting Steun de PVV. Giften aan de PVV zelf blijven ook in de nieuwe voorstellen nog steeds in de leemte vallen.

  1. 1

    Politieke partijen? Die bestaan toch helemaal niet volgens de wet? Ook zijn er allerlei andere structuren te verzinnen als alternatief. Het tweede gedeelte van de wet lijkt me zinniger. Alleen volksvertegenwoordigers moet je volgen. Waar komt hun geld vandaan en van wat voor clubs zijn ze lid? Zo eenvoudig. Een partij mag dan zwaar gesponsord worden op verdachte wijze, het gaat erom dat niets daarvan terecht komt bij de volksvertegenwoordiger.

    Het is daarom ook goed de inkomens van volksvertegenwoordigers met veel voorkeursstemmen hoger te laten zijn dan degenen waar maar een paar honderd mensen op hebben gestemd. Extra motivatie om je best te doen een achterban te vertegenwoordigen, minder afhankelijk van de partij en fractiegenoten.

  2. 2

    Onzin ReindeR. Volksvertegenwoordigers kunnen nog steeds al hun ‘breekpunten’ laten vallen zodra er op ze gestemd is. Ten tweede: elke zetel telt voor één stem, even belangrijk dus en dus ook een zelfde salaris.

    Voorstel moet inderdaad nog bijgeschaafd worden, lijkt erg snel te zijn geschreven.