Wetenschap voor sociale verandering

ACHTERGROND - “I’ve created a monster,” riep Einstein uit toen hij tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog besefte dat hij de atoombom medemogelijk had gemaakt met zijn beroemde e = mc2-formule. Zo zijn er wel meer voorbeelden die erop wijzen dat wetenschap niet geïsoleerd is van politieke ontwikkelingen en dat je je als wetenschapper steeds moet afvragen waar jij staat en waarom.

Laat je politiek thuis

Toch wordt er vaak gedacht dat wetenschappers neutraal, apolitiek en objectief zijn. Binnen de universiteit is er weinig aandacht voor de politieke rol van de wetenschapper. “Welkom op de universiteit maar laat je politiek thuis,” is hoe veel studenten het ervaren. Antropologe Ying Que vindt de geveinsde neutrale houding van sociale wetenschappers maar niets. Zij besloot haar masteronderzoek anders aan te pakken. In een klein koffiezaakje in Utrecht praat ik met haar over het “activistische onderzoek” dat ze heeft gedaan.

Wat kunnen we als wetenschappers doen?

Ze vertelt dat ze een tijdje terug aanwezig was bij een bijeenkomst van de Antropologen Beroepsvereniging. Een van de sprekers vertelde over onderzoek dat hij had gedaan naar de taxi-scene in Caïro waar ongelijkheid en geweld aan de orde van de dag zijn.

Iemand uit de zaal vroeg: “Wat kunnen wij daar als antropologen doen?”. “Niets,” antwoordde hij, “we zijn onderdeel van de structuur, we kunnen daar helemaal niets aan doen”. “Maar als antropologen moeten we onze skills juist inzetten om te luisteren naar mensen en situaties te verbeteren!” roept Ying verontwaardigd uit.

Erfenis van het positivisme

De idee van de neutrale wetenschapper komt voort uit het positivisme dat onze hedendaagse wetenschap gevormd heeft. Bij positivisme wordt normatief denken verworpen. Theorieën moeten gebaseerd zijn op waarneembare verschijnselen en wetenschap moet apolitiek en neutraal zijn.

Activistisch onderzoek

Je onderzoek ten dienste stellen van sociale verandering is een mooi idee. Maar hoe doe je dat? Veel academici schrijven wetenschappelijke artikelen met het idee problemen in de wereld op te lossen, maar deze artikelen worden bijna nooit door iemand gelezen, laat staan dat ze positieve verandering teweegbrengen.

Ying besloot het anders aan te pakken. Ze raakte geïnspireerd door antropologen van de “anarchist anthropology” en “militant ethnography”, stromingen die hun onderzoek ten dienste stellen van sociale verandering. Ze vertrok naar New York om onderzoek te doen naar de Occupy-beweging. Daar observeerde ze, maar maakte ze ook zelf deel uit van de beweging. Zo dacht ze mee en faciliteerde ze community dialogues om problemen binnen de beweging op te lossen.

Ten gunste van de beweging

Toen ze terugkwam schreef ze haar scriptie met als doel handvatten te bieden aan academici over wat Occupy inhoudt, maar ook lezers die nog nooit van politiek activisme hadden gehoord zelf stap voor stap te laten ervaren hoe je activist wordt. Op die manier hoopt ze meer mensen te laten begrijpen wat Occupy is en een bredere support te creëren.

Diepere inzichten

Kun je nog wel een goede wetenschapper zijn als je midden in zo’n beweging zit? Ying kreeg vaak het commentaar: ”Je bent veel te subjectief, je hebt geen afstand, je kunt geen kritiek leveren, omdat je te veel immersed bent.”

Maar daar is ze het niet mee eens: “Ik heb juist autoriteit. Mijn verhalen zijn veel legitiemer omdat ik er onderdeel van ben.”

Volgens de antropologen Jeffrey S. Juris en Charles R. Hale is activistisch onderzoek bij uitstek een vruchtbare bodem voor theorievorming. Aan de ene kant krijg je als onderzoeker dieper inzicht in hoe de beweging werkt omdat je er actief deel van uitmaakt en niet langer buitenstaander bent. Aan de andere kant, kan je met jouw positie als wetenschapper de beweging verder helpen met nieuwe kennis en reflectie. Zo heb je eigenlijk twee loyaliteiten: de wetenschap en de beweging, die prima samen kunnen gaan.

Uitbuiting

Los van dat een nauwe samenwerking met sociale bewegingen betere onderzoeksresultaten op kan leveren, vindt Ying dat wanneer je alleen met theorievorming bezig bent, je onderzoekspopulatie in wezen uitbuit: “Je gaat daar gewoon heen, je zuigt hun kennis op en schrijft het op onder jouw naam dus jij hebt de theorieën bedacht terwijl zij dat al jarenlang zo doen en vervolgens wordt jij ervoor beloond met een PhD of salaris.”

Transparantie en een kritische blik

Natuurlijk zijn er ook moeilijkheden wanneer je activistisch onderzoek doet. Zo moet je je steeds afvragen of je je kritische blik als wetenschapper wel behoudt, wanneer je zo nauw met een sociale beweging samenwerkt. Daarom moet je transparant zijn over je eigen politieke ideeën en achtergrond waardoor je gebeurtenissen op een bepaalde manier interpreteert.

In veel academische literatuur spreekt de wetenschapper als een soort neutrale autoritaire figuur waarbij de eigen achtergrond nooit benoemd wordt. Activistische onderzoekers beargumenteren dat objectiviteit niet bestaat en dat je daarom duidelijk moet zijn over de invloed die jouw eigen achtergrond heeft op de analyse van gebeurtenissen. Als je bijvoorbeeld een zwarte vrouw bent, kijk je anders naar zwarte piet, dan als je een witte man bent (zie dit artikel in de Correspondent). Daar moet je je als wetenschapper bewust van zijn.

Al met al mogen wetenschappers best wat politieker betrokken zijn en moet het binnen de universiteit mogelijk zijn om in onderzoek samen te werken met sociale bewegingen. Hoe willen we anders ooit een eind maken aan zaken als economische ongelijkheid, racisme of klimaatverandering? Studenten zouden zich al af moeten vragen voor wie ze hun scriptie schrijven en waarom ze hun onderzoek doen. Heeft je onderzoek naast theoretische relevantie ook maatschappelijke relevantie?

Via Studium Generale Universiteit Utrecht

  1. 1

    mhhh hier moet ik nog eens over nadenken…..kritisch wetenschappelijk bezig zijn over iets waar je zelf diep bij betrokken bent…ook al ben je transparant over jezelf en waar je staat….blijft toch een beetje wij van WC-Eend….maar wil niet meteen de conservatieve 19de eeuwse academicus uithangen…ik ga hier nog eens over broeden.

  2. 2

    Ik vind het als je het goed aanpakt juist een zeer integere en wetenschappelijke houding. Dat je kiest en je aannames steeds openlijk maakt en ze ook steeds weer tegen het licht houdt.

    In mijn ervaring zijn er aspecten van bijna alle wetenschap (misschien met uitzondering van de echt harde betakant) zo veel meer gebaseerd op aannames en ook voorkeuren van wetenschappers dan dat de meeste wetenschappers toe zullen geven. De keuze van je onderwerp, de manier waarop je onderzoeksvragen formuleert, maar ook hoe kritisch je bent ten opzichte van alle achterliggende aannames van modellen die je gebruikt. Niets menselijks is de wetenschapper vreemd.

    Ik ben er van overtuigd dat embedded wetenschappers belangrijke gezichtspunten hebben toe te voegen. Prima! Zolang ze hun motieven en aannames maar duidelijk maken.

  3. 3

    Activisme en wetenschap hebben niets met elkaar te maken. Als Ying als antropoloog iets wil beschrijven en mee wil doen, zijn dat twee gescheiden zaken. Het probleem van antropologie is natuurlijk dat het ontzettend vaag is: je kunt antropologische theorieën niet experimenteel toetsen. Maar verder is er niks mis mee als iemand over een onderwerp schrijft waar hij of zij enthousiast over is, zolang het de objectiviteit maar niet in de weg zit.

    “… als antropologen moeten we onze skills juist inzetten om te luisteren naar mensen en situaties te verbeteren” lijkt me daarentegen een foute opvatting, of in elk geval fout geformuleerd: je moet als antropoloog helemaal niks behalve antropologie bedrijven.

  4. 4

    Ik heb in het verleden het boek gelezen’ Universiteit klassenstrijd’ van Racs Miklos en dat was verhelderend. Ook als je antropologie studeert, denk trouwens dat het meer betrekking heeft op wetenschappers die in techniek en chemie werkzaam zijn. Denk dat je als wetenschapper je emotie en je eigen inzicht van een sociale samenleving helemaal niet hoeft los te laten om wetenschappelijk succesvol te zijn. Als je toch verhalen leest over wetenschappers die om een onverklaarbare oorzaak dood zijn gebleven gaan je haren recht overeind staan. Zeker technische universiteiten worden van a tm z aangestuurd door de grote jongens van het geld. Zeker met de argumenten eens van de schrijver van dit artikel

  5. 5

    De idee dat je als wetenschapper aan het roer van de samenleving staat is een vorm van zelfoverschatting. Wat een bepaald onderzoek uiteindelijk zal opleveren, is eenvoudigweg niet te voorspellen en een morele afweging vooraf is dus onbegonnen werk. De illusie dat het anders is houdt wel een groot risico in, namelijk dat bepaalde onderzoeken niet meer mogen omdat ze in de ogen van sommigen maatschappelijk onwenselijk lijken.

  6. 6

    Riep Einstein dat echt? Dat zou vreemd zijn, omdat hij in 1939 al anticipeerde op de mogelijkheid van een atoombom en daarom, vrezende voor een Duitse bom, bij Roosevelt aandrong op de ontwikkeling van een atoombom (zie bv. http://www.atomicarchive.com/Docs/Hiroshima/EinsteinResponse.shtml). Later heeft hij zijn spijt betuigd over deze inschattingsfout, in de voorwaardelijke vorm: áls hij had geweten dat Duitsland daar helemaal niet toe in staat was, zou hij niets ondernomen hebben (in Newsweek, 1947). Het lijkt onwaarschijnlijk daarom dat Einstein in 1945, blijkbaar vol verbazing, uitgeroepen zou hebben dat hij een ‘monster had gecreëerd’, want hij was al tenminste zes jaar volledig doordrongen van het destructieve potentieel van de atoombom en bovendien ontkende hij -buiten de brief aan Roosevelt- betrokkenheid aan de ontwikkeling daarvan. De wetenschap kan volgens mij slechts dan iets bijdragen als men met een zekere achting voor de feiten te werk te gaat.

  7. 8

    De voorbeelden die worden genoemd (Occupy, Zwarte Piet) zijn ook weer lekker links-progressief allemaal. Een ander voorbeeld van beoefenaars van activistische wetenschap zijn evangelische christenen aan de Liberty University die hun wetenschappelijk werk combineren met het zetten van vraagtekens bij de evolutieleer. Is dat ook een “sociale beweging” waar je als wetenschapper bij betrokken kunt zijn zonder afbreuk te doen aan je integriteit?

    Als je dan een stuk schrijft waarin je ronduit positief bent over activisme maar je beperkt tot je eigen ideologische straatje, ben je dan oprecht “duidelijk (…) over de invloed die jouw eigen achtergrond heeft op de analyse van gebeurtenissen”?

  8. 9

    Politiek is irrelevant voor de natuurwetenschappen.

    Je maakt een keuze voor een bepaalde politieke stroming, al dan niet op basis van je eigen, subjectieve wereldvisie, om een stem uit te brengen en zo het landsbestuur te richten naar jouw idealen.

    In de natuur heb je niets te kiezen. die is zoals die is.*

    Als je al een passende politieke stroming zou willen vinden bij de natuurwetenschappen, dan zou het nationaal socialistisch sado-masochisme een mooie zijn. De natuur is hard en wreed en meedogenloos en er geldt, als echte biologen mij deze foute parafrasering van Darwin kunnen vergeven, ‘het recht’ van ‘de sterkste’.

    * “You don’t like it? Go somewhere else, to another universe, where the rules are simpler.” – Dick Feynman

  9. 10

    Medisch wetenschappelijk kankeronderzoek is al behoorlijk activistisch. Informatica ook. Letteren ook. Ethiek ook. Econometrie ook. Milieukunde ook. In sommige divisies (gamma) Is het meer not done dan in andere. Antropologie is misschien wel de moeilijkste divisie om wetenschappelijk zuiver in te blijven terwijl je je onderwerp activistisch benaderd.