Welkom in Xanten

Sargasso duikt deze zomer in musea in Nederland en nabije omstreken. Per aflevering van de zomerserie vertelt een lezer of redacteur over zijn of haar favoriete museum. Meer bijdragen welkom (mail naar info [at] sargasso.nl.). Deze keer Jona Lendering over Xanten. Nooit van gehoord? Lees verder……

In deze reeks over musea die vanuit Nederland te bezoeken zijn, noemt de oudheidkundige vakidioot in mij de musea – meervoud – van Xanten. Vanuit Nijmegen bezien ligt het stadje net over de Duitse grens en het is interessant omdat er een complete Romeinse stad is. Of beter: vijf Romeinse nederzettingen.

Vijf nederzettingen

De Romeinen kwamen hier rond 13 v.Chr. aan. Tegenover de plek waar de Lippe in de Rijn uitmondt, bouwden ze op een lage heuvel een basis voor twee legioenen, Vetera, die nog zo’n tachtig jaar dienst zou doen. Iets naar het noorden lag een stadje: veteranen moeten immers ook ergens wonen, de graanleveranciers van het Romeinse leger moesten ook ergens slapen en de inheemse bevolking moest ook ergens leven. Het heette Cibernodurum, “markt van de Ciberni” (of Cugerni), en wellicht herkent u de analogie met Nijmegen: twee legioenen op de Hunerberg en even verderop een stadje dat Batavodurum heette, “Batavenmarkt”.

Ruiterhelm (Archeologisch Museum van Xanten)

Ruiterhelm (Archeologisch Museum van Xanten)

Vetera en Cibernodurum werden in het jaar 70 n.Chr. door rebellen vernietigd (tijdens de Bataafse Opstand) maar de Romeinen keerden terug en herbouwden alles. De nieuwe basis, door archeologen aangeduid als Vetera II, lag dichter bij de rivier en is in de loop der eeuwen verspoeld, maar bij baggerwerkzaamheden wordt nog wel ’s wat gevonden. De naam leeft voort in die van het dorpje Birten, waar het Romeinse amfitheater nog is te zien. Stel er niet te veel van voor: het is meer een openluchttheater in het bos, maar het is ondertussen wel 2000 jaar oud.

Cibernodurum werd herbouwd en na zo’n dertig jaar verleende keizer Trajanus de stad de rang van colonia, wat wil zeggen dat alle ingezetenen voortaan golden als Romeinse burgers. Ze hadden wat extra rechten, betaalden wat extra belastingen, bouwden een grote tempel ter ere van de Romeinse staatsgoden en noemden hun stad voortaan Colonia Ulpia Traiana, ter ere van de keizer. Deze stad wordt momenteel herbouwd – ik kom er zo op terug.

Ruiterhelm (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Ruiterhelm (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Langs de weg van de Colonia Ulpia Traiana naar Vetera II lagen grafvelden. Eén van de graven was van een zekere Victor, een christelijke officier die in 287 in het amfitheater ter dood is gebracht. De christenen vereerden de plek en bouwden er een klein kerkje. Dat kwam bekend te staan als Ad sanctos, “naar de heiligen”, waarvan “Xanten” de verbastering is.

Grafsteen van Batimodus (Archeologisch Museum van Xanten)

Grafsteen van Batimodus (Archeologisch Museum van Xanten)

Nibelungen

In de vijfde eeuw namen de Franken de macht in deze contreien over. Daar weten we niet zoveel over, maar zeven eeuwen later schreef iemand in Beieren het Nibelungenlied, het schitterende epos over de wijze waarop de duistere held Hagen de stralende Siegfried vermoord en zelf wordt vermoord door Siegfrieds echtgenote Kriemhilde. (Er is een prachtige Nederlandse vertaling van dit gedicht over trouw en doem, waarover ik hier schreef.)

Het interessante is nu dat, hoewel het gedicht zich afspeelt in Worms en Boedapest, van Siegfried wordt gezegd dat hij uit Xanten komt. Het is frappant dat de naam, waarin u het woord sieg hebt herkend, “overwinning”, een vertaling kan zijn van Victor, “overwinnaar”. Hagen heet afkomstig te zijn uit Tronje, wat een verbastering is van “Tricensimae”, een laat-antieke naam voor een van de Xantense nederzettingen. Toen Willy Vandersteen in de winter van 1945/1946 het Nibelungenlied bewerkte, De Ringelingenschat, verplaatste hij het van Worms naar Xanten, waar de oudste kern van de sage valt te lokaliseren.

Herberg met tuin (Archeologisch Park, Xanten)

Herberg met tuin (Archeologisch Park, Xanten)

Museumpark

Maar wat is er nu te zien? Van de twee militaire bases is niets te zien, behalve dan het amfitheater in het bos. Ad Sanctos is het moderne Xanten, gebouwd rond het oude kerkje, dat in de Middeleeuwen is uitgebouwd tot een enorme kathedraal.

Waar u voor gaat, is het Archeologisch Park: een in 1977 geopend openluchtmuseum dat, simpel samengevat, een Romeinse stad wil tonen. Geen moderne nabouw, maar reconstructie op de oorspronkelijke fundamenten. Om valse verwachtingen te vermijden: niet alles is herbouwd – het gaat nog altijd om gebouwen in een open landschap – en het heeft de dimensies van een complete stad. Lange stukken wandelen dus.

Badhuis en Archeologisch Museum

Badhuis en Archeologisch Museum

Dit gezegd zijnde: er is veel te zien. De stadsmuur is herbouwd met twee stadspoorten. Even verderop is de herberg herbouwd, met een tuin zoals de Romeinen die moeten hebben gekend. Er is een amfitheater waar re-enactors demonstraties geven (interessanter dan het amfitheater in het bos). De “haventempel” – de naam is modern – is voor een gedeelte herbouwd: voldoende om te weten hoe immens het ding was, maar niet zó massaal dat de archeologische resten er onder beschadigd raken. Steeds worden dingen toegevoegd. De intimiteit van Archeon ontbreekt, maar het is er wel een stuk rustiger.

Even verderop bereikt u het enorme badhuis, dat enigszins vergelijkbaar is met het Nederlandse Thermenmuseum in Heerlen. Wat hier heel mooi aan is, is de constructie van metaal en glas die over de stenen fundamenten heen is gebouwd: deze heeft de vorm die het badhuis zelf ooit moet hebben gehad. Van een afstandje krijg je dus een goed idee van de enorme omvang van het bouwwerk.

Een deel ervan is in gebruik als archeologisch museum en is, in één woord, adembenemend. Hier liggen dus de vondsten uit het oorspronkelijke legerkamp Vetera, inclusief voorwerpen die de verwoesting documenteren tijdens de Bataafse Opstand. Er zijn vondsten uit Cibernodurum en de latere Colonia Ulpia Traiana. Baggervondsten uit Vetera II zijn er ook, al zijn dat er niet zoveel, en tot slot zijn er vondsten uit de Frankische tijd. Je kunt hier makkelijk een dag door brengen.

Tot slot is er, in de schaduw van de kerk van Skt. Viktor, een museumpje dat is gewijd aan Siegfried. De Frankische held, de held van het Nibelungenlied en de held van het Duitse nationalisme – die méér heeft te bieden dan alleen het misbruik door de nationaalsocialisten.

Als u dit museumpje ook heeft bekeken, of als u gewoon moe bent van het Archeologisch Park en het museum in het badhuis, dan resteert nog een bezoekje aan de markt van Xanten, waar de cafés heerlijke taart hebben en puike glazen bier.

  1. 2

    Maar dan ben je nog niet klaar…het Romeinse Museum eindigt op de bovenverdieping met een aantal Frankische krijgersgraven. Als je daar uit het raam kijkt, zie je de Domkerk liggen. Daar is ook het Stiftsmuseum gevestigd, dat letterlijk de draad oppakt vanaf het jaar 500 en via de Karolingers in middeleeuwen belandt. Overigens heeft St Victor natuurlijk nooit bestaan. Hij past in de ‘ridderheiligen’ die in de vroege middeleeuwen zijn bedacht om de Franken binnen het christelijk domein te lokken. Denk aan de legende van het zgn. Thebeisch leger. Allen naar Xanten!

  2. 3

    @1: Vergeet niet je wandelschoenen mee te nemen. Het is echt enorm groot en als je alles wil zien heb je meteen je beweging voor een dag gehad.