Welkom in de wereld van het Teylers Museum

ACHTERGROND - Sargasso duikt deze zomer in musea in Nederland en nabije omstreken. Per aflevering van de zomerserie vertelt een lezer of redacteur over zijn of haar favoriete museum. Meer bijdragen welkom (mail naar info [at] sargasso.nl.)
Vandaag  frankw‘s  bewondering voor het Teylers Museum in Haarlem.

Als jongetje zwierf ik door de donkere zalen vol met fossielen, mineralen en vreemde grote machines. Met name in de winter tijd kon je wel eens alleen zijn in zalen die alleen door daglicht werden beschenen. Dat leverde een hele bijzondere, bijna mystieke sfeer op. Zalen en ruimtes met een eigen unieke vorm waarbij het haast wel leek of de ze om de objecten heen waren gebouwd in plaats van omgekeerd. Een wonderlijke verzameling: fossielen, mineralen en grote natuurkundige instrumenten. Maar ook schilderijen, tekeningen van onder meer Rembrandt en Michelangelo, munten en een enorme bibliotheek. Het Teylers Museum in hartje Haarlem stamt uit 1784 en is sindsdien in een aantal stappen gegroeid tot het complex dat het nu is. Tegelijk heeft ze haar klassieke karakter weten te behouden.

Het Teylers Museum is genoemd naar de Haarlemse notabele en zakenman Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778). Teyler was een succesvol handelaar en bankier, maar vooral weldoener. Een exponent van de verlichting die tijdens zijn leven zelf verzamelde en aan liefdadigheid deed. Zijn omvangrijke erfenis was onder meer bestemd voor een hofje voor ouderen en het museum waarin zijn collecties zouden worden ondergebracht. De Ovale Zaal uit 1784 is het hart van het museum. Het was het eerste museum in Nederland dat open was voor het publiek: met schriftelijke toestemming en alleen op de dinsdag tussen tien en één. Tegenwoordig is de ovale vitrine met mineralen het hart van de Ovale Zaal. Eromheen staan gesteente tafels en kasten en natuurkundige instrumenten. Op omloop staat een deel van de bibliotheek. Aanvankelijk werden er op de centrale tafel ook experimenten uitgevoerd.

De collecties van het museum groeide door aankoop uit het fonds van de Teylers Stichting en al snel was de Ovale Zaal te klein. In 1826 opende de leeszaal, in 1839 gevolg door de schilderijenzaal. Tal van kleine en grote aanvullingen volgden, waaronder de grote aanbouw richting het Spaarne (1885) en een omvangrijke verbouwing die in 1996 werd afgerond. De collecties overleefden twee bezettingen (de Napoleontische en de nazi bezetting) en heeft tal van bijzondere stukken. Het is moeilijk te kiezen, maar een paar hoogtepunten die mij raken:

De zondvloedmens

Teylers heeft acht fossiele reuzensalamanders uit Oeningen in Duitsland. De bizarre kop lijkt op een mensenschedel en in de 18de eeuw werd deze beschreven als de Homo diluvii testis; de mens die getuige was van (en verdronken in) de Zondvloed. Totdat de beroemde Franse paleontoloog George Cuvier in 1811 voorspelde, en bij preparatie van het fossiel aantoonde, dat het om een reuzensalamander ging. Frank Westerman wijdt er in zijn boek Ararat een passage aan het bezoek van hem en zijn dochter aan de zondvloedmens in Teylers.

De oervogel

Een onooglijk fossiel. Wat botjes en wat afdrukken in de kenmerkende zacht gele kalksteen “platte” van het Zuid-Duitse Solnhofen. In 1855 werd het fossiel opgegraven en daarmee is het de eerst gevonden Archaeopteryx. Het fossiel is overigens pas in 1970 als oervogel herkend, en omvat onderdelen van de vleugel (voorpoot) en een achterpoot. De oervogel is een hele belangrijke vondst geweest die vroege ondersteuning gaf aan de evolutie theorie van Darwin (1859). De combinatie van reptielenkenmerken (klauwen, vorm van de bek met tanden) en vogel kenmerken (waaronder de veren) maakt het een voorbeeld van een missende schakel. Een dergelijke missing link toonde aan dat soorten en groepen niet zomaar ontstonden maar uit elkaar evolueerden. In dit geval de missende schakel tussen reptielen en vogels. Al lijkt de Archaeopteryx eerder een zijtak aan de vroege vogel stamboom.

Leidse flessen

Het grootste apparaat in het museum is een elektriseermachine met Leidse flessen. De machine is in 1784 in opdracht van de toenmalige directeur Van Marum gebouwd door de Amsterdamse instrumentenmaker John Cuthbertson. Van Marum heeft er daadwerkelijk mee geëxperimenteerd en over gepubliceerd. De vochtige omstandigheden in het museum leidde er toe dat het apparaat vaak niet goed werkte. Zo deed hij het niet toen Lodewijk Napoleon in 1807 het museum bezocht. Een kleinere elektriseermachine die het wel deed bracht Lodewijk Napoleon ertoe het uit te willen proberen op soldaten. Van Marum wist hem van het idee af te brengen. Statische elektriciteit werd opgewekt door draaiende glazen schijven die tegen een kussen met haren wreven. De elektriciteit werd overgebracht naar Leidsche flessen totdat de spanning te ver opliep en met een knallende vonk ontlaadde. De Leidsche flessen zijn de voorlopers van moderne condensatoren; ze werden in Leiden uitgevonden in een tijd dat men dacht dat elektriciteit een vloeistof was dat je kon schenken. De elektriseer machine is al bijna 200 jaar niet meer gebruikt. Een studentenfilmpje geeft een goede indruk van de omvang van het apparaat.

Reuzenkristallen

Als kind was ik gegrepen door kristallen. Met name de lange en sierlijke antimoniet kristallen spraken en spreken mij tot de verbeelding. Het stuk in Teylers is het grootste antimoniet kristal ter wereld. Het gaat om een 71 centimeter hoog aggregaat van de typisch zwartig-metalen kristallen afkomstig uit Japan. De donkere kleur, vorm en de prachtige ovalen stolp geven het een mysterieus voorkomen. Ooit was het stuk een geschenk aan de Duitse Keizer die het klaarblijkelijk verkocht aan een handelaar die het uiteindelijk aan het Teylers Museum verkocht.

Romantisch Midden-Oosten

De tweede schilderijenzaal wordt gedomineerd door romantische 19deeeuwse taferelen. Het mooiste schilderij dat ik ken is een late aanwinst: De put en de oude sycomoor op het Ezbekiëhplein te Caïro van de 19deeeuwse oriëntalist Willem de Famars Testas. Het contrast met het huidige Caïro kan nauwelijks groter zijn.

Andere hoogtepunten

Het Teylers Museum heeft een belangrijke collectie tekeningen en etsen van Rembrandt en Michelangelo. Van de laatste betreft het vooral anatomische tekeningen van mannen, studies die zijn gebruikt voor sommige van de grote werken van Michelangelo. Tenslotte de vloeren. In het 19deeeuwse “nieuwe” museum bestaan die uit een combinatie van mozaïek en gietijzeren elementen. Bijzondere kleuren en structuren die mede de sfeer van de zalen bepaalt.

Het Teylers Museum is een pareltje. In flinke delen is de sfeer van honderdvijftig jaar geleden nog bewaard, in het moderne paviljoen zijn vaak mooie wisseltentoonstellingen van vooral schilders. Ik kan alleen maar wensen dat meer jongeren zullen ronddwalen en inspiratie opdoen.

  1. 2

    Het is ook een bijzonder gebouw van buiten. Ik loop er geregeld langs als ik op bezoek ga bij vrienden in Haarlem, maar de laatste keer dat ik er binnen was, moet ook in mijn jeugd geweest zijn. De associatie met het Teylers heb ik ook bij het lezen van ‘the Time Machine’ van HG Wells, een van mijn favoriete verhalen, waarin de tijdreiziger heel ver in de toekomst een oud vervallen museum ontdekt, dat je door de omschrijving herkent als een negentiende eeuws museum, met inderdaad vitrinekasten met verschillende materialen, fossielen en uitvindingen. Prima inspiratie om weer eens die drempel over te stappen, dit stukje!