Welke zesjescultuur?

Als docent HBO ben ik deze weken druk met correctiewerk. Dan valt zo’n bericht wel op: Halbe Zijlstra wil af van de zesjescultuur.  Ik word direct een beetje strenger.  Zijlstra openbaart morgen zijn plannen met het hoger onderwijs en volgens de berichten stuurt de staatssecretaris aan op een strengere selectie van de student met minder hertentamens (Ha! Minder werk voor docenten!). Zijlstra krijgt de steun van Sijbolt Noorda van de vereniging van universiteiten die ervoor pleit om eindexamencijfers mee te laten tellen bij de studieselectie. Verder denkt hij aan een verplicht intakegesprek om de motivatie van de student te testen.  Vertegenwoordigers van studentenorganisaties zijn er niet direct blij mee. Nu is Halbe Zijlstra niet de enige die zesjes verfoeit. Vier jaar geleden ging Balkenende hem voor met dezelfde kreet.  Het punt dat de politici hiermee willen maken is dat beter onderwijs allereerst een zaak is van de student. Waarmee ze dan ook meteen hun eigen bijdrage aan het onderwijs op de achtergrond schuiven. En daar zit wat mij betreft wel een probleem.

Op zich heb ik er als docent geen bezwaar tegen dat de eerste verantwoordelijkheid voor goed onderwijs gelegd wordt bij de student. De kwaliteit van de gediplomeerde is in hoge mate afhankelijk van de inspanningen van de student en zijn of haar motivatie om er het beste uit te slepen. Weg met de minimumlijders, helemaal mee eens. Maar de zesjescultuur is natuurlijk ook een product van de omgeving waarin de student wordt ontvangen, aangesproken en begeleid. Daarom ben ik erg benieuwd wat de staatssecretaris in petto heeft op het gebied van financiering en regelgeving van het onderwijs.

De kwaliteit van de diploma’s in het hoger onderwijs staat nog steeds onder grote druk van de perverse financieringsstructuur: hoe meer studenten je in vier jaar aflevert, hoe hoger de inkomsten van de onderwijsinstelling.  Er is niet alleen een zesjescultuur als uiting van de geringe ambities van de student, maar ook een zesjescultuur aan de andere kant, als gevolg van de druk van de instelling op de docent om het rendement zo hoog mogelijk op te schroeven. Dit was een van de oorzaken van de crisis bij InHolland.

En over die ambities van de student kan ook nog wel wat gezegd worden.  Ambities moeten bij jongeren worden getriggerd door voorbeelden, demonstraties, kennismaking met een mogelijke toekomst. De studiekeuze is in de afgelopen decennia meer en meer vertroebeld geraakt door pure reclame voor de onderwijsinstelling. Ook dat had weer met de structuur van de bedrijfstak te maken: financiering per student en onderlinge concurrentie tussen de instellingen. De ervaring is ook dat een nieuwe opleiding het altijd beter doet dan een bestaande. Zoals bij wasmiddelen.  Dus nieuwe opleidingen schoten bij bosjes uit de grond. De aankomende student kreeg het al met al steeds moeilijker om een goede keuze te maken.

De verbinding tussen opleiding en beroepspraktijk is steeds zwakker geworden omdat de werving door en ten behoeve van de onderwijsinstelling wordt gedaan, en niet door de opleidingen. Volgens algemene marketingconcepten, door communicatieprofessionals.  Beroepsbeelden worden vager en vager. Waar moet de student zijn ambitie en motivatie vandaan halen, vraag ik me wel eens af? Ik ben als docent begonnen op een bibliotheekacademie die bestuurd werd door mensen uit de branche. De meeste docenten kwamen ook uit de branche. De kwaliteit van het onderwijs werd rechtstreeks afgeleid van de eisen van een beroepspraktijk die studenten elke dag werd “voorgeleefd”.  Dat was een context waarin je betrekkelijk snel kon bepalen of je daar wel of niet je toekomst in wilde zoeken. Wie de inspiratie wel vond, ging er ook voor.

De omgeving van de huidige student is een bureaucratie, een woud van regels en procedures waar je geen zicht hebt op de toekomst. De vraag is: kan ik met deze 5,5 nog voldoen aan de regels voor toelating tot een volgende periode. Geen wonder dat de ambities dalen. Het kader van de docent is daarnaast ook nog flink ingeperkt door datzelfde woud van regels en procedures. De professionele ruimte is ingekrompen, de vrijheid om bij het vak passende methoden te kiezen om de student kennis te laten maken met het beroep is minimaal. En de beschikbare uren zijn tot een minimum gedaald om de bureaucratische “overhead” (met hier en daar exorbitante salarissen) te kunnen bekostigen.

Gaat Zijlstra hier iets aan doen? Als ik het zou mogen zeggen: verander de inzet van de studenten door de organisatie en de financiering van het onderwijs radicaal te veranderen en geef de docent en de beroepspraktijk weer de kans om de studenten echt te motiveren.

  1. 1

    Persoonlijk als student, vind ik dat het niveau van de leerstof onder de maat is. Een betere kwaliteit van lessen lijkt me een betere focus dan simpelweg meer uren. Het gaat om productiviteit. Bovendien is het een beetje een vicieuze cirkel. Studenten vinden het niveau te laag, of het is niet interessant genoeg. (en natuurlijk zitten er ook tussen die niks doen). Leraren vinden dat studenten te weinig doen en niet gemotiveerd zijn. Te vaak benoemen dat we van de ‘zesjescultuur’ zijn helpt ook niet. Dit werkt juist averechts wat mij betreft. Ik denk als je de focus legt op goede lessen en goede kwaliteit, dat dan vanzelf de rest volgt. (Zo hebben bijvoorbeeld de colleges van bepaalde vakken totaal geen toegevoegde waarde, dus dan lijkt het me niet verstandig om zelfs meer colleges in te plannen.) Het blijft een lastige kwestie.

  2. 2

    Persoonlijk kan ik me helemaal niet vinden in die zesjes cultuur en de mensen met wie ik studeerde ook niet. Dat er studies zijn die geen reet voorstellen is wel waar.

  3. 3

    De zesjescultuur. Ik snap eigenlijk nog niet zo goed wat het probleem is en ik snap nog minder van de oplossing. Ik hoor Halbe Zijlstra zeggen dat het Nederlandse onderwijs weer bij de top in de wereld moet gaan horen, dus moeten we die zesjescultuur aanpakken. Of het een tot het ander leidt, dat betwijfel ik. Maar belangrijker, zodra we kijken naar investeringen in het onderwijs, dan staat de geldstroom haaks op het streven van Zijlstra. Die kerel is handelaar in luchtkastelen (en dan zeg ik het nog vriendelijk).

  4. 4

    Stel je voor dat alle universiteiten en hogescholen veel strenger aan de poort gaan selecteren. Wat gaan al die afgewezen studenten dan doen?

    En als men geld krijgt voor het aantal afgestudeerden, betekent selectie aan de poort dan niet dat de instellingen in hun eigen voet schieten?

  5. 5

    De Tweede Kamer is voor een groot deel met zesjes gevuld. Bankdirecteuren en regeringsleiders scoren regelmatig dikke onvoldoendes. HBO´s worden plots universiteit genoemd. Waarom wordt dan van studenten verwacht, dat zij er een andere moraal op na houden?

    En BTW: ik heb vaak liever te maken met gemotiveerde en hard werkende zesjes, dan met arrogante en luie achten.

  6. 6

    1: stel als doel dat de helft van de NL bevolking hoger opgeleid moet zijn
    2: blijkt dat toch niet iedereen zich thuisvoelt op de universiteit en dat studenten het niet trekken
    3: vermenigvuldig alle cijfers met een factor 1.5 of zwak het niveau van de studies af
    ???
    4: Profit!

    Het verbaast me niet veel dat de combinatie van ‘iedereen moet naar de universiteit’, ‘uiversiteiten moeten concurren’ en universiteiten belonen per geproduceerd diploma toch niet zo goed blijkt voor de kwaliteit.

    (Zie: “De Nederlandse regering wil het percentage hoger opgeleiden binnen de beroepsbevolking verhogen van 24% naar 50%.” http://www.onderwijsraad.nl/publicaties/2005/de-helft-van-nederland-hoogopgeleid/item908 )

  7. 7

    Ik ben dan altijd benieuwd naar de uitwerking:

    Word je dan alleen met zevens toegelaten? Dan wordt vanzelf de zeven de nieuwe zes (want uiteindelijk worden onderwijsinstellingen op afgeleverde diploma’s afgerekend). Voor je het weet heb je een zeventjescultuur, waarbij de zeven van die nieuwe cultuur staat voor het niveau van een voorheen zes (die dan onvoldoende is).

    Of gaan we de toelating tot bepaalde opleidingen differentiëren op cijfers? Met gemiddeld een acht mag je naar de TU, met een zeven naar de betere algemene opleidingen en met een zes naar massastudies als psychologie, rechten of economie? Zullen die laatsten gelukkig van worden. Nu al worden de “parkeerstudies” voor geneeskunde geplaagd door de mindere (en zelden voor die studies gemotiveerde) studenten die vanwege hun te lage cijfers geneeskunde niet in komen. Ik kan je uit ervaring vertellen dat dat het rendement niet bepaald ten goede komt.

  8. 8

    #1 Die vicieuze cirkel herken ik wel. Als docenten te weinig ruimte krijgen om er iets moois van te maken zal dat de motivatie van studenten negatief beïnvloeden. En de confrontatie met ongemotiveerde studenten maakt de docent er ook niet enthousiaster op om er toch nog wat van te maken. Een strenger selectiebeleid alleen zal die cirkel niet doorbreken.
    #4 en #5 Veel maatregelen worden gepresenteerd zonder degelijke afweging van voor- en nadelen. Het is gemakkelijk denken. Zijlstra hoopt te scoren op een punt dat het goed doet. De lastiger te verdedigen gevolgen voor de onderwijsstructuur blijven buiten beeld. Bij de uitwerking komen die natuurlijk wel aan het licht en dan blijkt dat de met veel trots aangekondigde plannen toch niet zo goed uitvoerbaar zijn als men wel dacht. Maar tegen die tijd hoor je er weinig meer over.

  9. 10

    De ‘zesjescultuur’ zou een typisch Nederlands fenomeen zijn, en te wijten zijn aan gemakzucht en lamlendigheid van de leerlingen. Het eerste klopt volgens mij, het tweede niet pe se.
    Wat het middelbaar onderwijs betreft, zien ouders hun kind vaak liever met zessen slagen op het HAVO, dan met achten op het VMBO. Hetzelfde geldt voor het VWO versus het HAVO. Omdat veel ouders (en leerlingen) zo hoog mogelijk mikken qua onderwijstype, zijn relatief lagere cijfers het gevolg.
    Wat het hoger onderwijs betreft, wordt in de vergelijking met het buitenland vaak niet meegewogen dat daar sprake is van twee semesters per jaar met hele lange vakanties ertussen. Omdat er zo’n korte studieperiode is, moeten de studenten gedurende die korte tijd keihard werken. Van eind mei tot half september zijn deze buitenlandse studenten echter vrij! In Nederland hebben de studenten een relatief lange studieperiode met kortere vakanties ertussen. Er is dus meer tijd om tijdens de college- en examenweken andere dingen ernaast te doen. Er is bovendien meer tijd om te reflecteren op het aangeboden studiemateriaal. De studenten in Nederland lijken dus luier, maar ik vraag me af of dat per saldo ook zo is, als je de uren bekijkt die een student jaarlijks aan zijn studie besteedt.
    Zelf heb ik van beide onderwijssystemen mogen proeven, en ik geef de voorkeur aan het Nederlandse systeem. Niet omdat ik lui ben, maar omdat de kennis aangeboden op de Nederlandse wijze, beter is blijven hangen.

    Kortom, de “zesjescultuur” is deels inherent aan het Nederlands onderwijssysteem en hoe we als maatschappij de diverse onderwijsniveaus waarderen, en zegt niet per definitie iets over de inzet van de leerlingen / studenten die de zessen behalen.

  10. 11

    De zesjescultuur is een uitvinding van jaloerse mensen, die keihard hebben moeten werken om een zeventje te halen en het niet uit kunnen staan, dat anderen op hun sloffen een zes halen.

    De mensen, die op hun sloffen zesjes halen, kunnen het op hun beurt weer niet uitstaan, dat het lestempo verschrikkelijk laag is, omdat anders de mensen van de zeventjes het tempo niet bij kunnen benen.

    Dat mechanismen kom je later in het werkende leven vaak ook weer tegen, hoor. Sommigen hebben tijd voor praatjes en koffie en hebben hun werk toch nog op tijd af. Anderen ploeteren en moeten overuren maken om hun werk af te krijgen.

    Daarnaast zijn ook allerlei andere reeds genoemde argumenten geheel of gedeeltelijk van toepassing, natuurlijk.