Onder welke omstandigheden stemmen mensen op radicaal-links?

ANALYSE - Over immigratie en risicomijdend gedrag van mensen die het financieel moeilijk hebben. Door Matthijs Rooduijn en Brian Burgoon.

Het Grote Verhaal na de afgelopen verkiezingen in Duitsland en Oostenrijk is het volgende: veel kiezers, met name degenen die het economisch zwaar hebben, zijn ontevreden met het functioneren van de gevestigde middenpartijen, en stemmen daarom en masse op radicaal-rechtse partijen als AfD (Duitsland) en FPÖ (Oostenrijk). Hoewel deze lezing klopt, is het belangrijk te benadrukken dat dit slechts een gedeelte van het verhaal is. Het zijn niet alleen radicaal-rechtse partijen zijn die het goed doen als alternatief voor het gevestigde midden. In Zuid-Europese landen als Spanje en Griekenland weten ook radicaal-linkse partijen zoals Podemos en Syriza veel kiezers te mobiliseren. En ook in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland deed radicaal-links het met respectievelijk Jean-Luc Mélenchon en Die Linke het lang niet slecht. Welke maatschappelijke omstandigheden vormen nu een vruchtbare voedingsbodem vormen voor radicaal-links?

Een paar weken geleden schreven wij hier dat mensen die moeilijk rond kunnen komen eerder geneigd zijn op radicaal-rechtse partijen te stemmen dan op middenpartijen. Opvallend genoeg doen zij dat echter vooral als de sociaaleconomische omstandigheden gunstig zijn (bij lage werkloosheid, weinig sociaaleconomische ongelijkheid, etc.). Eén van onze verklaringen is dat stemmen op radicaal-rechtse partijen een risico vormt voor mensen die het economisch minder hebben. Radicaal-rechtse partijen benadrukken namelijk sociaal-culturele thema’s in plaats van economische. Bovendien hebben deze partijen vaak weinig bestuurservaring en áls ze die al hebben is dat meestal in een coalitie met sociaaleconomisch rechtse middenpartijen – lees: partijen die de belangen van de minderbedeelden niet bepaald hoog op de agenda hebben staan. Het is dus maar zeer de vraag of radicaal-rechtse partijen als puntje bij paaltje komt ook daadwerkelijk de economische belangen van mensen die het financieel minder hebben zullen behartigen.

Vruchtbare voedingsbodem voor radicaal-links

Mensen die het financieel niet zo ruim hebben voelen zich echter niet alleen aangetrokken tot radicaal-rechtse partijen. Ze sympathiseren ook vaak met radicaal-linkse uitdagers van het politieke establishment. En dat is niet zo vreemd. De hoofdboodschap van radicaal-linkse partijen is dat de welvaart eerlijker verdeeld zou moeten worden, en dat de staat op dit vlak een belangrijke taak te vervullen heeft. Bovendien stellen radicaal-linkse partijen zich vaak op als belangrijke criticasters van het politieke establishment. Onder welke omstandigheden stemmen mensen die het economisch moeilijk hebben nu op deze partijen?

Uit ons onderzoek naar kiesgedrag in een groot aantal Europese landen blijkt dat de economische omstandigheden er voor links-radicale kiezers – in tegenstelling tot rechts-radicale kiezers – niet zoveel toe doen. Mensen die moeite hebben rond te komen zijn onder alle economische omstandigheden eerder geneigd op radicaal-linkse partijen te stemmen. Het maakt dus niet uit of de werkloosheid in een land hoog of laag is, of er veel of weinig sociaaleconomische ongelijkheid is, en of het bruto binnenlands product (BBP) hoog of laag is. Dit verschil tussen kiezers van radicaal-linkse en -rechtse partijen zien wij als een weerspiegeling van hoe radicaal-linkse partijen (in tegensteling tot hun radicaal-rechtse concurrenten) veel meer de nadruk leggen op economische herverdeling ten behoeve van economisch kwetsbare kiezers. Zij beloven de minst welvarenden dus meer economische voorspoed – of het economisch nu goed of slecht gaat maakt daarbij geen verschil.

Wat wél uitmaakt voor radicaal-links is of er veel of weinig immigratie is in een land. De figuur hieronder geeft dit weer.

http://stukroodvlees.nl/wp-content/uploads/2017/10/Figuur2.jpg

Figuur: Het effect van economisch welzijn op radicaal-links stemgedrag afhankelijk van immigratie.

De doorgetrokken zwarte lijn is het effect van economisch welzijn op het stemmen op radicaal-linkse partijen. De stippellijnen zijn de 95%-betrouwbaarheidsintervallen. Als alle drie de zwarte lijnen zich onder de rode horizontale lijn bevinden is er sprake van een statistisch significant negatief effect, en kunnen we concluderen dat mensen die moeite hebben rond te komen eerder geneigd zijn om op radicaal-links te stemmen. Op de horizontale as is het netto aantal immigranten (immigranten minus emigranten) als percentage van de bevolking weergegeven. De figuur laat zien dat hoe lager het percentage immigranten is, hoe eerder mensen die moeite hebben rond te komen op radicaal-linkse partijen stemmen. De figuur laat ook zien dat als het percentage immigranten hoog is het negatieve effect van economisch welzijn zelfs verdwijnt.

Risicomijdend gedrag

Wat betekent dit nu? Wij denken dat hier, net als bij het stemmen op radicaal-rechtse partijen, sprake is van risicomijdend gedrag. Als er veel immigratie is in een land zouden mensen die het economisch moeilijk hebben zich weleens zorgen kunnen gaan maken dat immigranten hun sociaaleconomische positie bedreigen (door bijvoorbeeld concurrentie op de arbeidsmarkt). Ze hebben dan een duidelijke prikkel om op radicaal-rechtse partijen te stemmen omdat deze partijen restrictieve opvattingen over immigratie hebben. Stemmen op radicaal-linkse partijen vormt onder deze omstandigheden voor hen een risico. Radicaal-linkse partijen besteden namelijk relatief weinig aandacht aan het thema immigratie. En áls ze er al aandacht aan besteden hebben ze meestal ook nog eens behoorlijk sterke pro-immigratie-opvattingen. Hoe meer immigratie er is, hoe risicovoller het voor mensen die het economisch moeilijk hebben dus is om op een radicaal-linkse partij te stemmen.

Het zou dus best wel eens kunnen dat het gebrek aan eclatante verkiezingsoverwinningen van radicaal-linkse partijen in de afgelopen jaren (een enkele uitzondering daargelaten) samenhangt met de vluchtelingencrisis.

Betekent dit nu dat de toekomst er voor radicaal-links somber uitziet? Wij denken van niet. In de meeste landen wordt het immigratiebeleid als gevolg van de crisis steeds restrictiever. Als dit uiteindelijk ook in een lagere instroom van immigranten resulteert is het, ironisch genoeg, allesbehalve ondenkbaar dat het stemmen op radicaal-links voor velen weer aantrekkelijker wordt.

Dit stuk verscheen gisteren op StukRoodVlees. Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Brian Burgoon is hoogleraar internationale en vergelijkende politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR).

  1. 1

    Ik zie dat het in het figuur gaat om netto migratie (immigratie – emigratie). Zou het niet logischer zijn om een figuur te maken op de pure immigratie, aangezien je daar ook uitspraken over doet op grond van het figuur? Strikt genomen is de uitspraak “De figuur laat zien dat hoe lager het percentage immigranten is, hoe eerder mensen die moeite hebben rond te komen op radicaal-linkse partijen stemmen.” nu niet juist. Je zou op grond van dit figuur net zo goed de uitspraak kunnen doen dat het wegtrekken van mensen (dus hoge emigratie) de economisch minder bedeelden doet stemmen op linksradicale partijen.

  2. 2

    Het Grote Verhaal na de afgelopen verkiezingen in Duitsland en Oostenrijk is het volgende: veel kiezers, met name degenen die het economisch zwaar hebben, zijn ontevreden met het functioneren van de gevestigde middenpartijen, en stemmen daarom en masse op radicaal-rechtse partijen als AfD (Duitsland) en FPÖ (Oostenrijk). Hoewel deze lezing klopt,

    hmmm… in Amerika is het volgens mij aangetoond dat deze lezing niet klopt. Trump stemmers hadden het niet bovengemiddeld zwaar.

    https://www.washingtonpost.com/news/monkey-cage/wp/2017/06/05/its-time-to-bust-the-myth-most-trump-voters-were-not-working-class/?utm_term=.532b1248286c

    https://www.theguardian.com/us-news/2016/nov/09/white-voters-victory-donald-trump-exit-polls

    https://fivethirtyeight.com/features/the-mythology-of-trumps-working-class-support/

    In Nederland twijfel ik er ook aan. PVV-stemmers (en zeker niet FvD stemmers) zijn volgens mij ook niet bijzonder zielig (ze *vinden* zichzelf wel zielig maar dat is iets anders).

    op basis van dit onderzoek van het CBS lijkt de PVV aanhang ivm de gemiddelde nederlander eerder “midden” (lage en hoge inkomens zijn in de minderheid) dan een “lage klasse” partij te zijn. de echte onderklasse lijkt vooral *niet* te stemmen.

    https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/08/het-profiel-van-het-electoraat-in-2012

    Een paar weken geleden schreven wij hier dat mensen die moeilijk rond kunnen komen eerder geneigd zijn op radicaal-rechtse partijen te stemmen dan op middenpartijen. Opvallend genoeg doen zij dat echter vooral als de sociaaleconomische omstandigheden gunstig zijn (bij lage werkloosheid, weinig sociaaleconomische ongelijkheid, etc.).

    is dat vandaag de dag nog van toepassing? ik zie dat er verwezen wordt naar ander, ietwat gedateerd onderzoek (2008) als onderbouwing van deze claim. serieuze vraag

  3. 3

    Uit het artikel:

    “Radical left parties are radical in that they reject the socioeconomic structure of capitalism.”

    Vallen Syriza en Podemos daar écht onder?

  4. 4

    De meeste “radicaal rechtse” partijen hebben een linkse sociaal-economische agenda en trekken voornamelijk kiezers die vroeger links stemden. Alleen omdat ze kritisch zijn op immigratie krijgen zij het label radicaal rechts opgeplakt. Het PVV programma lijkt meer op dat van de SP dan van de rechtse partijen, feitelijk is het eerder een variant van radicaal links dan een rechtse partij. De SP is hier bewust van en blijft daarom heel oppervlakkig op immigratie beleid of zelfs “rechts”, zij waren tenslotte eerder met een Polenmeldpunt dan de PVV.

    De SP, net als die Linke doen het heel slecht en profiteren nauwelijks van het instorten van PvdA en SPD, er is gewoon geen behoefte aan in Noord Europa. Podemos en Syriza zijn wanhoopspartijen, van Syriza weten we inmiddels dat die de oplossing ook niet hebben en de crisis alleen maar verlengd hebben. Podemos doet het redelijk vanwege de sterk opkomende wereldeconomie en de grondige hervormingen van de vorige regering, op langere termijn moet het nog maar blijken.

  5. 5

    @4: “Alleen omdat ze kritisch zijn op immigratie krijgen zij het label radicaal rechts opgeplakt.”

    Niet alleen daarom, ook omdat ze als ze meeregeren dat (ik citeer #0) “meestal in een coalitie met sociaaleconomisch rechtse middenpartijen” doen en dus (hun agenda ten spijt) vrijwel uitsluitend sociaaleconomisch rechts beleid uitvoeren. Daarnaast zijn hun verkiezingsprogramma’s gewoonlijk niet alleen op het vlak van immigratie sociaal-cultureel rechts; Ze staan meestal ook bol van autoritaire maatregelen (bv. meer geld naar politie en defensie, meer nadruk op straf en minder op preventie en het inperken van burgerrechten zijn bijna standaard programmapunten).

  6. 6

    Onder welke omstandigheden stemmen mensen op radicaal-links?

    Onder dezelfde omstandigheden dat mensen stemmen op het radicaal-linkse evenbeeld: radicaal-rechts.

  7. 7

    @4: Podemos zou niet het conflict in Catalonië aangewakkerd hebben, want Podemos wil dat regio’s hun autonomie behouden.

    Ik denk dat Podemos zou peilen wat de Catalaanse bevolking wil
    (dus geen referendum verbieden), en desnoods alternatieven voorstellen zou (zodat autonomie aantrekkelijker wordt dan onafhankelijkheid).
    En natuurlijk is dan ook niet nodig om de politie uit andere steden naar Catalonië te sturen om stemmers te mishandelen.

  8. 8

    @7: Dat gaat wel een stukje off topic (of zit je per ongeluk in het verkeerde topic met deze reactie?).

    @6: Je hebt het artikel niet gelezen, maar plempt gewoon maar even je eigen mening?

  9. 11

    Politieke voorkeuren zijn gebaseerd op meer dan de twee factoren -economisch welzijn en immigratie- die hier onderzocht zijn. Ik mis bijvoorbeeld het verlies van vertrouwen in goed geschoolde en vaag pratende politici bij lager opgeleiden. Er is wel een radicaal-rechtse partij maar geen radicaal-linkse partij die zich duidelijk van hen distantieert.

  10. 13

    @analist: ” mmm… in Amerika is het volgens mij aangetoond dat deze lezing niet klopt. Trump stemmers hadden het niet bovengemiddeld zwaar.”
    Nee, maar er is wel degelijk zwaar verlies geleden bij de blanke “working-class”. Zie onderstaand citaat:
    “Autopsy” warns that “what ought to deeply worry Democrats moving forward…is the massive swing of white working-class voters from Obama in 2012 to Trump in 2016 and the depressed turnout of black and Latino voters for Clinton relative to 2012 Obama….
    https://www.thenation.com/article/what-killed-the-democratic-party/

  11. 14

    @12: ? Er is een kabinet gevallen over een AOW kwestie die door de PVV werd opgeworpen. Het lijkt me iig dat alleen al op basis daarvan jouw stelling gemakzuchtig is.

  12. 17

    @14
    Je hebt inderdaad gelijk, er zijn inderdaad mensen die erin trappen dat PVV ‘links’ is. Jij bijvoorbeeld. Eerst liet Wilders binnen 24 uur het ‘breekpunt’ ‘AOW op 65’ vallen, zonder dat dat hem überhaupt gevraagd was, en vervolgens loopt hij weg bij de onderhandelingstafel vanwege diezelfde AOW. Geloof je het zelf? Tuurlijk, zulk selectief geheugen heb je wel. Wilders wou verkiezingen, hij wou zijn electoraat uitbreiden, partij boven land. Bezuinigen moest sowieso, hij wilde ook een leuk verhaaltje erbij: “We moeten van Eurabië bezuinigen, doen we niet! Want al die arme AOW’ers (boeit ons geen reet, we stemmen voor de rest gewoon met VVD mee om de armen te naaien), boehoehoe. Dus zie, wij hebben er goed aan gedaan om het kabinet te laten barsten! Stem op ons!”

  13. 20

    Het doet me pijn dat ook wetenschappers de stemmingmakerij van de media overnemen met termen als “radicaal links” en “radicaal rechts”. Links en rechts is ook al achterhaald. Ik ben als liberaal en progressief tegenwoordig beter thuis bij linkse dan bij rechtse partijen. En de voorheen-onderwijspartij geeft geld voor neutraal onderwijs als middel tegen radicalisering liever weg aan haar Kosmopolitische aandeelhoudersvriendjes uit het buitenland.

    Noem dan de Eurogroep ook “ultra radicaal asociaal”, aangezien ze alleen de belangen van de financiële sector bedient. De 1%, zeg maar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren