Weekendcollege | Een actiehorizon voor de wegwerpeconomie

Dit is de achtste en laatste aflevering in de lezingenserie De Urgentie van Duurzaamheid, van Studium Generale Utrecht. De bijdrage is geschreven door Melanie Peters. Kijk hier de lezing terug.

Geen romantisch verhaal, zo typeerde prof. Jan Luiten van Zanden zijn lezing over duurzaamheid afgelopen dinsdag in de Aula van de Universiteit Utrecht. En ook het verhaal van prof. Herman Wijffels was dat niet. De successen van de industriële tijd, de bevolkingsgroei en de welvaartsgroei, zijn verworden in hun tegendeel: een wegwerpeconomie met instituties die hun houdbaarheidsdatum allang voorbij zijn. Hoe maken we de transitie naar een economie van samenhang, verbondenheid en interdependentie, in balans met wat fysiek mogelijk is? Dat is een zoekproces. In eerste instantie gaat het om bewustwording en het gevoel van urgentie: we gebruiken nu al anderhalf maal wat de aarde te bieden heeft. En dan om maatregelen die deze overshoot en overconsumptie tegengaan, en om het veranderen van de instituties uit de industriële tijd. Daartoe hebben we een nieuwe ethische grondslag nodig waarin de relatie met anderen en de natuur een plaats heeft. Beide economen zijn het erover eens dat we nieuwe concepten moeten ontwikkelen om de economie te sturen. Het BNP is een te beperkte maat om verdelingsvraagstukken en externe effecten te reguleren. Een economie dus die stuurt op people, planet en profit en het creëren van waarde centraal stelt.

Adam Smith
Adam Smith zei het al, winst en groei zijn een middel tot een hoger doel, maar geen doel op zich. Wat ging er mis? Sinds het midden van de jaren tachtig consumeert de mensheid meer dan de aarde kan reproduceren. We teren in op onze voorraden. Toch wil Jan Luiten van Zanden, hoogleraar Economische Geschiedenis, zijn verhaal niet presenteren als een geschiedenis waarin de mens leefde in harmonie met de natuur en plotseling een zondeval onderging. Veel historici hebben die neiging. Het ontstaan van de landbouw of de stoommachine worden wel als boosdoeners aangewezen. Deze harmonische relatie heeft echter nooit bestaan, en bestaat ook niet bij de huidige natuurvolken. Van Zanden wil eerder de relatie tussen welvaart, menselijke waardigheid en milieubewustzijn benadrukken. Onze welvaart, ons welzijn en de daarop gebouwde verzorgingsstaat maken dat we minder kinderen hoeven te krijgen en bewuster kunnen leven. Precies de dingen die nodig zijn. Matiging van de bevolkingsgroei en de ruimte om na te denken over onze relatie met anderen en de natuur, juist omdat we niet met onze dagelijkse overleving bezig hoeven te zijn. Tot in de vorige eeuw was al dat vloog en bewoog eetbaar. Nu waarderen we de natuur om zijn intrinsieke waarde en schoonheid. Ook voor de komende generaties ziet Van Zanden het beperken van de bevolking en het ontwikkelen van duurzame consumptiepatronen als de grote uitdaging. Volgens hem is het oplossen van het armoedeprobleem in de wereld is de motor voor beide ontwikkelingen.

Ontkoppeling
Economen hebben laten zien dat economieën in hun beginfase eerst tot milieuvervuiling leiden en dan ontkoppelen. De economie groeit, maar zonder de evenredige groei van de vervuiling. We kunnen de economie niet stilleggen, zegt Van Zanden. We moeten allereerst zorgen dat mensen wereldwijd van welvaart kunnen profiteren. Wat we tegelijkertijd moeten doen is echter eens goed nagaan waarom we ons goed voelen bij de berichten dat de economische groei 3% is. We zijn collectief steeds slimmer, produceren steeds meer en blijken op veel gebieden de druk op het milieu hanteerbaar te kunnen maken. Maar we moeten oog krijgen voor onomkeerbare processen. Sturen op meer dan groei, wellicht op Bruto Nationaal Geluk. President Sarkozy ontwikkelde driehonderd criteria om dat geluk en welzijn te meten. Dat is te veel, maar op enige manier moeten we de economie anders sturen en de economische problemen tegelijk aanpakken met milieuproblemen. Centraal blijft voor Van Zanden de visie dat echte armoede opgelost moet worden. Mensen die niet in waardigheid kunnen leven, kunnen niet zorgen voor hun omgeving.

Ervaring
Waar Van Zanden een academische carrière doorliep, heeft Herman Wijffels na zijn studie economie een bestuurlijke loopbaan doorlopen en daar de geschiedenis van de laatste decennia aan den lijve ondervonden. Wijffels was onder andere bestuurder van de Rabobank, voorzitter van de Sociaal Economische Raad en bewindvoerder van de Wereldbank en heeft zo de interne dynamiek van ons bestel gevoeld. Hij is ervan overtuigd dat dit bestel is doorgeslagen in eenzijdigheid. Te veel nadruk op het individu en het materiële en uit balans met de sociale en geestelijke behoeften van de mens en de samenleving. Wijffels ziet duurzaamheid niet als een toestand, maar een zoekconcept. En als een duiding van het streven naar kwalitatief betere relaties tussen mensen onderling en tussen de mens en de aarde. Het is een cultuuropgave of, anders verwoord, een beschavingsambitie. Toekomstvisies zijn per definitie geen wetenschap, zo waarschuwt Wijffels, maar gezien hebbend hoe Nederland en de wereld zich hebben ontwikkeld en verder denkend vanuit wat denkers, schrijvers, wetenschappers ons geleerd hebben, is hij degene die ons kan oproepen veel bewuster te zijn van de urgentie van duurzaamheid.

Wereldschaal
In Nederland is de natuur- en milieubeweging opgenomen in de sociaal-politieke verhoudingen. Op dit moment is er een crisis, maar het draagvlak voor milieu en de sociale verworvenheden blijft groot. De uitdaging is op wereldschaal te zorgen dat natuur en milieu net als armoede onderdeel worden van de sturing van onze economie. Cradle-to-cradle concepten zoals bijvoorbeeld Desso tapijt die introduceerde, decentrale duurzame energievoorziening, het besef dat de veehouderij in Nederland een sunset-industrie is, landgrabbing tegengaan, biomassa volgens echte duurzame criteria inclusief respect voor de gronden die nodig zijn voor lokale landbouw, hervorming van de mededingingsautoriteiten, zodat ze ook naar planet- en people-aspecten kijken, et cetera. Het zijn maar een paar voorbeelden van de terreinen waarop verandering nodig is.

In vorige lezingen van Studium Generale kwamen ze ook al aan de orde (allemaal terug te vinden onder Duurzaamheid). De belangen en rechten van toekomstige generaties zullen we in een intergenerationeel mensenrechtensysteem moeten opnemen. Dat moet tegen de belangen van de bestaande instituties in. Denk aan de energiebedrijven en grootverbruikers in de industrie, denk aan de bestuurlijke elite en degenen die bonussen nog steeds de gewoonste zaak van de wereld vinden. Dat moet afgelopen zijn. Hoe? Allereerst door bewustzijn. Wat studenten betreft is kennis belangrijk – zowel specialistische kennis die nodig is op al deze terreinen, als ook voldoende zicht op wat je nodig hebt uit andere vakgebieden. Dat is nodig is in de toekomst om complexe problemen het hoofd te bieden.

Dit was de laatste lezing in de serie Duurzaamheid als wereldbeeld. Alle lezingen zijn hier terug te zien. Bij de opnames vind je ook linkjes naar de nieuwsblogberichten die eerder over de lezingen verschenen.

  1. 1

    Een verhaal over duurzaamheid maar dan zonder de Grenzen aan de Groei erin.
    Niets over schaarser wordende grondstoffen.
    Het is kennelijk politiek incorrect om dat ter sprake te brengen.
    Het glas is nog bijna helemaal vol en jullie zullen allemaal rijk en gelukkig worden.

  2. 2

    Het is bijna een religieus, een katholiek verhaal zo, met veel “moeten”s en “bewustzijn”, terwijl we natuurlijk allemaal wel beter weten. Zo is “Het creëren van waarde” een echte marketingterm waarbij het toch echt gaat om winst en niet om “schoonheid”, “eerlijkheid” of “betrouwbaarheid”. En van wie moet dat “afgelopen zijn”? Van “ons” op de universiteit die ervoor hebben doorgeleerd? En gaat dat Nederlandse “bewustzijn” de wereld veranderen? En hoe ga je dan om met de mensen met een IQ onder 95, een slechte jeugd of een kwade dronk? Blijvend opsluiten in een hok zodat ze geen schade meer kunnen aanrichten?
    Ik vind dat “we” meer aandacht “moeten” krijgen voor de kanten van de mensen en de culturen, waar ook ter wereld, die maken dat de mens zich altijd aan dat “moeten” onttrekt en zal blijven vervuilen, winst maken met verwaarlozing van medemens en natuur, en erger.
    Misschien moet die natuurlijke, domme, egoistische, achteloze mens eens wat meer onderzocht worden, om eens te kijken hoe die dat kan blijven zijn zonder de aardbol naar de kloten te helpen.

  3. 3

    Schaarse grondstoffen zijn een probleem dat ingenieurs oplossen, met een aangepast ontwerp.
    Bijvoorbeeld
    – elektrische auto’s bij olie schaarste
    – goed regelbare asynchrone motoren als het Neodynium te duur wordt voor snel reagerende PM motoren.
    – staken windmolen wieken als kunststof te duur wordt.
    – betonnen windmolen masten als er te veel staal in moet.

    Ook op niet technische vlakken zijn er oplossingen, zoals:
    – de coöperatie van burgers om samen duurzame energie tegen kostprijs op te wekken
    – regionale windpark ontwerpen tegen de verrommeling van het landschap