Weekendbedenking: wordt de kerstgedachte wormstekig?

weekendlogo123.jpgHet einde van het jaar brengt altijd dezelfde verschijnselen met zich mee. De lijstjes bijvoorbeeld: de grootste trotsheid op Nederland, de janpeterste politicus van het jaar, de hellste angel van het jaar, de overheidsblunder van het jaar, de beste stripreeks. En elk jaar zijn er meer lijsten, meer categorieën, meer kandidaten, meer kiezers. Want alles is commercie en iedereen moet tevreden gehouden worden. Lees je nog wel eens een autorecensie waarbij de slachtofferauto regelrecht naar de sloop geschreven wordt. Nee dus, want anders adverteert de maker van het ding niet.

En dan natuurlijk de kerstgedachte. Die verworden lijkt tot: “vreten op aarde en in alle mensen een welbegeren”. De geruchten gaan, al dan niet wishful, dat de detailhandel dit jaar op een recordomzet afstevent. Toch zie ik dit jaar minder lichtjes in de tuinen en op de gevels. De laatste jaren was het elk jaar meer en groter, maar Al Gore lijkt ergens een snaar geraakt te hebben en Piet Paulusma is niet zo populair dat hij dat in zijn eentje tegen kan houden.

Op zich is die hang naar licht in het donkerste deel van het jaar heel verklaarbaar. Onze verre voorouders staken al gigantische vreugdevuren aan in of rond de langste nacht, als om de goden eraan te herinneren dat het wel weer tijd werd om de zon terug te brengen. De christelijke traditie heeft er nog naastenliefde en vergevingsgezindheid aan toegevoegd. Dus, hoe zot het ook mag lijken dat twee elkaar bestrijdende partijen de wapens met kerst neerleggen om samen kerst te vieren (dat gebeurde o.a. in de loopgraven van de eerste wereldoorlog) , het heeft ook wel weer iets warmmenselijks.

Wat ik echter niet kan verklaren is die onstuitbare drang naar vreten en zuipen, steeds luxer, steeds exotischer, steeds uitgebreider. Die onverdraaglijke hang naar tuttelen, versieren, poedelen, mutselen en gemaakte gezelligheid. En dan het vuurwerk. De jeugd een beetje laten knallen, da’s leuk natuurlijk. Maar dat ouwe lullen voor honderden euro’s p.p. de lucht in schieten komt steeds onwerkelijker op mij over. Genoeg gekankerd nu, in deze blijde en optimistische tijd ga ik natuurlijk niet een potje zitten zeurpitten, vanzelf.

Nee, ik wil eens stilstaan bij één van Gods schepselen die in hoge mate heeft bijgedragen aan de totstandkoming van onze huidige, hoogontwikkelde beschaving. Een nietig en vaak verguisd diertje dat er toch maar mooi voor gezorgd heeft dat de landbouw überhaupt mogelijk is. Een tamelijk primitieve levensvorm die onvermoeibaar bezig is met het verbeteren en verrijken van de bodem. Ik doel natuurlijk op de worm, ook wel regenworm genoemd. Als er in de natuur één aanwijzing te vinden is die voor Inteligent Design zou kunnen pleiten dan is het de worm wel. Je moet er toch niet aan denken dat zo’n heilzaam dier zijn leven onder water eindigt aan een vishaakje.

Gezegend zij de worm. En wat een geluk voor hem, en onszelf, dat wij hem niet eetbaar vinden. Stel je maar eens voor wat er dan gebeurd zou zijn. Ofwel de worm zou uitgestorven, opgegeten zijn. Ofwel de worm zou zodanig veredeld zijn dat hij weliswaar de dikte van een tuinslang zou halen en dus heel wat eiwitten zou kunnen leveren, maar aan zijn eigenlijk werk zou hij niet meer toekomen, met het gevolg dat de potentieel vruchtbare kleigronden in een luxe soort cement zouden veranderen. Kortom, alle reden om deze kerst eens stil te staan bij de worm.

De lezer die nog steeds denkt dat hij op deze rubriek moet reageren kan weer kiezen uit de volgende vier mogelijkheden:

  • a) Al goed, ik laat dit jaar de wormensnack aan mij voorbijgaan
  • b) Vraag Jacob Zuma of hij de jacht op wormen wil verbieden
  • c) Wormen zijn zo nietig dat zij eenvoudig geen schepsel Gods kunnen zijn
  • d) Wat is er mis met dat beetje extra versiering bij het uitzinnig vreten en zuipen ?
  1. 2

    Ik zag gisteren op het journaal TF1 Sarkozy op audiëntie bij de paus. Hoewel de media-aandacht hoofdzakelijk over zijn nieuwe vriendin ging legde hij bijna smekend uit dat we met z’n allen de katholieke kerk nodig hebben.

    Dat zal wel iets met de kerstgedachte en Intelligent Design te maken hebben al is het me godsonduidelijk hoe je die twee kunt en wilt combineren in een logje.

    Ik snap ook niet hoe ik Sarkozy in een reactie erbij kan halen.

    Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit.
    Zo blijkt.

  2. 3

    De potser is nog een beetje onzeker… nou, ik niet hoor. Dood aan de Kerstkneut, een oude term van Carmiggelt.

    Het valt bij de wandelingetjes door de buurt meteen op wie er geen kersttroep aan zijn deur en raam heeft hangen, en dan maak ik een aantekeningetje, hee, interessante lui zijn dat, in de gaten houden. En alleen het n i e t s telt, hè ? Één raamroosje, één kerststukje… geen pardon, neenee, die zijn niet uit het Ware Hout.

    Hoezo “Dit lijkt op vigilante buurtcontrole…” ?

  3. 4

    Krekels en sprinkhanen en die larfjes hebben tenminste (van horen zeggen) nog een beetje notige smaak mits in juiste olijfolie gefruit. Van de (Nederlandse) regenworm blijft niks over.

    Maar ik moet (zal) me inhouden. Staat hier in een tuin een stukje verderop (1:1) een levensgrote ijsbeer van plastic. En op het dak een arrenslee met rendieren. Het transformatorhuisje staat bijkans op knappen vanwege het stroomverbruik. En het varken des huizes, eksqueeze me, grijnsde me vanmiddag nog van oor tot oor toe. Vrolijk kerstfeest buurman.

    In Irak 2 miljoen kindertjes in gevaar.

    Ach 1 dag, een reuzenkalkoen, pakjes, Gerard Rieu en scrooge op tv, kostuums en decolletés..kan best. Best fascinerend te zien…blije mensen.

    En met in drank gedropen Happy Smile ook zo weer om.

  4. 5

    e) Vier kerst in de Oekraine, vorig jaar gedaan – aanrader (hint: iets met het ortodoxe geloof).

    Ik ga dit jaar richting Bulgarije. In een ander land heb je minder last van het overdreven gecommercie, geen uitbundige kerstverlichting maar wel veel dankbare menschen. Of althans…

    Het staat mij ook mateloos tegen in elk geval.

  5. 7

    IkBenKrietiesj,

    Ik ziet het al: U bent van de anti-globalisten. Vast ook voor consuminderen, localize en als ’t even kan ook tegen verschedene andere ism’en, behalve de heiligste de heiligen; De Sociaal Dictatuur!

    Welnu, het is u goed recht. Dat is geen voorrecht, want men kan elkaar nog beter de tyfus wensen dan elkander te begroeten met kameraad (*), maar het is kennelijk uw keuze.

    Als klein druppeltje op deze gloeiende plaat in de cultuursteppe die Sargasso heet quote is Don Boudreaux van Cafe Hayek (de man heeft er tenslotte voor doorgeleerd, dus beter goed gejat dan slecht bedacht)

    ======
    Even more predictable than the post-Thanksgiving appearance of shopping-mall Santas is the inability of pundits at this time of year to say or to write “commercialism” without prefixing to it the word “crass” – as we encounter in your pages today in Tom Krattenmaker’s “The real meaning of Christmas.”

    I challenge this notion. Commerce is peaceful. It involves sellers working hard and taking risks to bring to market goods and services that consumers want to buy. No one forces anyone to do anything; all is voluntary.

    What truly is crass is politics – that sorry spectacle of power-seeking ego-maniacs who, when not pronouncing platitudes, are promising to help group A by picking the pockets of group B. While commerce is honest, politics is duplicitous. While commerce is peaceful, politics inevitably pits citizen against citizen. Far more enlightened and ethical behavior is on display during any one day in a shopping mall than the most intrepid observer will find in a century on Pennsylvania Avenue.

    =======

    ’t is wel in ’t engels, maar vraag anders Steeph maar even, die spreekt wel een mondje buitenlands.

    (*) Van typhus kan men in een beperkt aantal gevallen nog genezen, als men er vroeg bij is tenminste, maar voor aangeboren stompzinnigheid is helaas geen kruid gewassen.

  6. 9

    @7:

    I can only conclude that Don has no notion of what is meant by crass – a pejorative intensifier – consumerism when he equates it to violence. Surely he can appreciate that it represents a succinct description of the consumer debauchery and vulturish sales tactics so prevalent towards the closing of the year. He would rather project the role of peacebringer onto his holy church of commerce, as the christians likewise do with their saviour. Truth be told: many wars have been fought in Christ’s name and many fueled by commerce’s drive towards ever-increasing profits. How crass is it then to celebrate the annual armistice in a world where day-to-day life seems happy to stay devoid of such introspection?

    In Solidarity Fellow Worker ;oP