Weekendbedenking – Verrassende voorverkiezingen

weekendlogo123.jpgDe eerste twee rondes in de voorverkiezingen zijn achter de rug en de verrassingen zijn weer van de lucht. Nadat vorige week de klappen vooral ter linkerzijde vielen, was het deze keer de beurt aan het conservatieve kamp. Het is zonder meer duidelijk dat deze verkiezingen nog geen gelopen race zijn. En de voorlopige conclusie lijkt gerechtvaardigd dat het bij deze verkiezingen vooral om binnenlandse thema’s gaat en niet om de oorlog wederopbouw in Uruzgan.

Overigens was het in kieskring Nieuw Beerta ook al geen kat in het bakkie. Terwijl iedereen zijn paarden op de gedoodverfde winnaar Jan Marijnissen had gezet, moesten de kiesmannen van Femke Halsema er aan te pas komen om hem aan die zege te helpen, toen de stemmen staakten tussen hem en Wouter Bos. Het is tot vandaag nog steeds een raadsel hoe Wouter Bos zo snel zijn ingedutte imago heeft weten op te poetsen.

De grootste verrassing in Nieuw Beerta was echter de enorme overwinning van Jozias van Aartsen. Iedereen had gegokt op Rita Verdonk, zijzelf niet het minst, en het was dan ook geen verrassing dat zij, voor het eerst in haar carrière, een traantje weg moest slikken. Verder mag de sterke positie van Jan Peter Balkenende in dit stalinistische bolwerk gerust een wonder genoemd worden.

De tweede horde in deze fase van de verkiezingsstrijd blijkt nu op nog grilliger wijze genomen te zijn. Kieskring Sluiskil staat toch niet echt bekend om zijn grilligheid. Maar hoewel vrijwel iedere politieke commentator voorspelde dat Van Aartsen in dit ondernemersrijke dorp dik zou winnen, ging het eremetaal hier naar JP. Ter linkerzijde sloeg de uitslag pas echt in als een bom. Hier had men gerekend op een nek-aan-nek race tussen Bos en Marijnissen.

Maar Marianne Thieme ging met de kiesmannen aan de haal. Algemeen is men van oordeel dat de weigering van Marianne om met Bokito (overigens geen naam voor zo’n gracieus beest; hadden ze hem niet minstens Boquito kunnen noemen) op de foto te gaan van doorslaggevend belang is geweest. Terwijl haar collega’s onbekommerd baby’s beknuffelden weigerde Marianne van Bokito een knuffelaap te maken.

Als je tot hier gekomen bent zal je gemoedstoestand zich nu wel tussen totale verbijstering en schuimbekkende woede bevinden. Het is echter voor een goed doel. Want onlangs las ik ergens dat onze verkiezingen naar Amerikaans voorbeeld gemodelleerd zouden moeten worden. Ja ammehoela, dan krijg je dit geouwehoer.

Toch is er wel reden om eens kritisch naar ons kiesstelsel te kijken. Allereerst zijn daar de provinciale statenverkiezingen die maar niet tot leven willen komen. En de gemeenteraadverkiezingen worden te veel aan de landelijke politiek opgehangen, waardoor er voor lokale partijen weinig kaas te brokkelen valt. Ook blijkt de regelmaat in deze twee kiescycli een soort kiesmoeheid op te roepen.

Is een Amerikaanse aanpak misschien toch een alternatief (natuurlijk zonder het geld- en tijdverslindende circus, want ons ben zunig)? Kiezen we dan bijv. de premier (formateur) en de gemeenteraadsleden (de kiesmannen) plus de tweedekamerleden? De gemeenteraadsleden kiezen vervolgens het provinciebestuur en de eerste kamer. Misschien ook nog met de beperking dat de zittingsduur in de tweede kamer 8 jaar wordt en dat slechts de helft per verkiezing wordt ververst.

Wat vindt de lezer er van? Ik geef vier hoofdthema’s om de gedachten te ordenen zodat ik zeker weet dat er andere oplossingen uit zullen rollen.

  1. a) Laat alles maar mooi zoals het is. Het werkt al jaren naar behoren en ieder alternatief zal slechter uitpakken.
  2. b) De provinciale staten door de gemeenteraden laten kiezen is een goed idee. Verder niets veranderen.
  3. c) Provinciale staten en eerste kamer afschaffen. Tweede kamer uitbreiden en zittingsduur naar 8 jaar, waarbij elke 4 jaar de helft wordt gekozen. Premier direct kiezen.
  4. d) Volledig naar Amerikaanse voorbeeld. D.w.z. kiesmannen in de gemeenten bepalen wie er naar Den Haag gaat. Slechts 1 verkiezingsronde per 4 of 5 jaar.
  1. 1

    Tja als ik dan al gedwongen wordt te kiezen tussen deze antwoordmogelijkheden, dan kom ik wel heel snel bij a) uit. Niet dat ik denk dat alles bij het oude moet blijven, maar optie b-d gaan allemaal uit van een vermindering van democratie.

  2. 2

    We moeten in nederland blij zijn met het systeem dat we hebben.
    Provinciale staten en eerste kamer, kunnen we misschien iets aan doen. Verder weinig veranderen.

    ps. Van Aartsen?

  3. 4

    Provinciale staten kan weg — enigzins gechargeerd maar niet bijzonder irreëel gesteld is Nederland inmiddels een provincie van Europa en heeft daarmee de landelijke regering de rol van provinciale staten al overgenomen.

    De oude provincies zijn binnen de Europese context te klein om provinciale-staten een nuttige bestuurslaag te laten vormen. Nederland is klein genoeg. Datgene wat te overkoepelend is voor gemeenten kan landelijk geregeld worden waarbij vooral ook een consequenter beleid bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijke ordening een pre zou zijn.

    De rol van gemeenten kan, waarschijnlijk na nog meer fusies of in ieder geval gezamenlijk beleid van, uitgebreid worden — die schaal is exact de goede schaal voor de vaak geponeerde noodzaak tot herstel van de connectie tussen burger en politiek. De gemeente politiek is vaak pragmatisch en direct waarneembaar.

    Provinciale-staten is juist een bestuurslaag zonder enige connectie met de burger en werkt hoogstens mee aan de verwijdering.

    de 1ste kamer _moet_ weg. De rol van de 1ste kamer is het toetsen van wetten en dat moet je aan vakmensen overlaten. Er is geen enkele reden dat al die gepensioneerde politici ineens nog een vak zouden moeten gaan leren dus laat dat gewoon over aan de de ambtenaren. De 1ste kamer is met grote regelmaat gewoon een volgende politieke kamer en die hebben we niet nodig. Het is een beschamende vertoning.

    Of de tweede kamer (we kunnen het nu ook gewoon “de kamer” noemen, imagine that…) uitgebreid dient te worden lijk ik niet echt een mening over te hebben. 100 leek mij altijd wel een mooi aantal eigenlijk.

    Zittingsduur is volgens mij goed met 4 jaar maar ik laat me graag overtuigen.

    Geen direct gekozen premier noch burgemeester. In beide gevallen kiest de raad/de kamer. In de praktijk betekent dat op beide niveaus niet veel verschil met vandaag.

    Beiden zijn uitvoerders, geen politici. Laten we dus ook niet direct gaan kiezen want uitvoerders moeten “simpelweg” het beleid dat de democratisch gekozen raad/kamer beslist uitvoeren en hun eigen ideeën zijn in principe irrelevant.

    Iemand al bezig met het programma voor die nieuwe sociaal-liberale partij? …

  4. 7

    @ S’z:

    Ik moest wikipedieren voor de Belgische bestuurlijke organisatie dus wellicht dat omgekeerd ook een kleine toelichting nuttig is…

    In Nederland kiezen we de zogenaamde “Provinciale Staten” rechtstreeks. Die gekozenen kiezen op hun beurt dan weer de leden van de Eerste Kamer (“de senaat”).

    Ook kiezen zij “Gedeputeerde Staten”, het dagelijks bestuur van de provincie, die wordt voorgezeten door een zogenaamde Commisaris der Koningin die benoemd is door de Kroon.

  5. 8

    Ja, dat zit anders in elkaar qua verkiezingen, maar desondanks : dat tussenniveau lijkt mij er heden ten dage te veel aan. In de tijd van de postkoets had je veel tussenstations nodig, tegenwoordig hoef je niet zo nodig nog een koepel boven gemeenten. Zeker in een federaal België waar er al gewesten en gemeenschappen zijn, lijken provincies me een overbodige luxe. Vroeger dacht ik er anders over, maar ze zuigen ook politiek talent weg, en daar is geen overschot van, blijkt duidelijk.

    Gemeente, land, Europa, en max. één tussenniveau, maar niet langer kantons en arrondissementen en provincies en …