Weekend van de dialoog

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Elke 7e van de maand is voor P.J. Cokema, die vandaag de dialoog met u aan wil gaan.

Dialoog in metaal (Foto: Flickr/brewbooks)

De Nationale Week van de Dialoog loopt op zijn eind. Vandaag en morgen worden in nog 17 steden de ronde tafels klaargezet om met de uitgenodigde babbelaars van gedachten te wisselen over hun dorp, hun wijk, hun burgemeester of wat verder ter lokale tafel komt.

Het begrip “dialoog” is erg in. Het wordt gepropageerd als middel om burgers van diverse pluimage bij elkaar te brengen en om overheden en hun onderdanen tot een saamhorig geheel te smeden. Daarom dus deze dialoogweek, nota bene in het Europees jaar van de interculturele dialoog.

Het is natuurlijk wel handig om dat in één week te persen, want je zou je oren niet geloven als je het hele jaar met elkaar aan de praat blijft. Maar is praten wel hetzelfde als een dialoog? En brengt een dialoog mensen wel bij elkaar? De godfather van de dialoog, Socrates, kon er tenslotte vergif op innemen dat een dialoog best leuk is, maar niet altijd goed voor een lang leven.

Morgen staan twee andere, opvallende dialogen centraal. Een goede dialoog begint met taal. Het Oranjefonds heeft prinses Maxima bereid gevonden op de slotmanifestatie te spreken van het project Taalontmoetingen. Een project voor vrouwelijke oudkomers. Nu is taal bij uitstek het middel om welke dialoog dan ook aan te gaan, maar snapt iedereen wat vrouwelijke oudkomers zijn? Misschien een grappig bedoelde term voor vrouwen die op hoge leeftijd voor hun monosexuele geaardheid uitkomen? Het blijkt te gaan om vrouwen, die ouder zijn dan 18 jaar en voor 1998 vanuit andere landen hier zijn gekomen. Vele vrijwilligers gaan op huisbezoek en door de één-op-één ontmoetingen krijgen deze vrouwen de Nederlandse taal onder de knie. Voor wie werkelijk gelooft dat je tot in de hoogste regionen der samenleving kan doordringen als je de taal maar vlot onder de knie krijgt, is Maxima natuurlijk het goede voorbeeld. Ook al wordt ze wel eens verkeerd begrepen als ze zich in een koekje bij de thee verslikt.

En dan komen de eigenaars van de hedendaagse dialoog bij elkaar. Het CDA houdt morgen het najaarscongres. Al sinds ons huidige parlementaire stelsel 90 jaar aan de macht, met een korte pauze van amper 9 jaar toen een initiatief van liberale jongeren leidde tot de kabinetten Kok. In de laatste 63 jaren kenden we 10 minister-presidenten van christelijke huize. De sociaal-democraten mochten drie maal een mannetje aan de top hebben en de liberalen slechts één keer. Je vraagt je af waarom het CDA het nodig vindt de dialoog met de samenleving aan te gaan. Op de een of andere manier lukt het ze in het centrum van de macht te blijven. Het CDA-congres gaat morgen analyseren wat een min of meer interne dialoog van ruim vijf maanden heeft opgeleverd aan ideeën voor de toekomst. Men heeft de smaak te pakken. Misschien wel geïnspireerd door de 100-dagen-dialoog aan het begin van Balkenende’s vierde rondje.

De CDA-dialogen kenmerken zich door wat ernstige beperkingen. Een goede dialoog is eigenlijk een gezamenlijk onderzoek naar de houdbaarheid van elkaars gedachten over een vermeende werkelijkheid. Het liefst met hier en daar een humoristische kwinkslag. Het CDA lijkt de dialoog toch meer te gebruiken om andere te overtuigen van de eigen normen en waarden. Dat valt ze niet kwalijk te nemen. In hun spirituele leidraad staat immers geschreven: “Dwaalt niet. Kwade samensprekingen verderven goede zeden” (1 Kor. 15:33).

En dat Balkenende, zonder enige humor, een deel der natie tot klagers benoemd, valt terug te voeren op Galaten 1, vers 8: “Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel ? vervloekt is hij!” Het CDA: zonder geloof kan men niet functioneren. Met geloof kan men geen goede dialoog voeren.