Waar zou Google zoal voor lobbyen?

COLUMN - Eva Schram doet verslag van de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Alphabet, het moederbedrijf van Google

Met een flinke thermosbeker koffie (ik was op twee uur file voorbereid, die ik ook kreeg), trok ik vorige week op pad naar het hoofdkantoor van Google in Mountain View. Daar hield Alphabet, Google’s moederbedrijf, haar jaarlijkse aandeelhoudersvergadering. Ik dacht dat het misschien wel spannend zou worden, in het licht van de privacy-schandalen rondom Facebook (want alles dat Facebook doet, doet Google ook), maar dat viel mee. Daarmee is niet gezegd dat ik er helemaal niets aan vond, maar er was weinig vuurwerk te bemerken.

Dat is ook wel logisch, want voorstellen van de aandeelhouders worden zelden aangenomen bij Alphabet. Er bestaan namelijk verschillende categorieën van aandelen bij Alphabet, en maar met een select aantal heb je ook daadwerkelijk stemrecht (met het zogenaamde B-aandeel krijg je zelfs tien stemmen per aandeel). Het bestuur, oprichters Sergey Brin en Larry Page voorop, bezit een meerderheid van die aandelen met stemrecht (maar niet een meerderheid van het totaal aantal aandelen). Als het bestuur tegen een voorstel stemt, heb je in feite al verloren.

Genoeg transparantie

Zo was er een voorstel van een aantal institutionele investeerders (vermogensfondsen, enzo) dat vroeg om een gedetailleerd rapport over de lobby-activiteiten van Alphabet. Het bedrijf gaf tussen 2012 en 2016 83 miljoen dollar uit aan lobby-werk op federaal niveau. Grassroots lobbyen (direct aan consumenten/burgers, om hen voor of tegen een bepaalde wet te positioneren) en op regionaal of lokaal niveau zit daar dus niet bij. De indieners van het voorstel riepen Alphabet op meer inzicht te geven in hoe dat geld besteed werd, en bovendien invloed uit te oefenen op de Amerikaanse Kamer van Koophandel, om hen meer richting klimaatvriendelijkheid te bewegen. Het bestuur van Alphabet stemde tegen het voorstel, omdat het bedrijf al genoeg aan transparantie rondom lobby-activiteiten zou doen. Het verwees daarbij naar een website over hun standpunt op dat gebied.

Weinig grote bedrijven staan te springen om hun lobby-activiteiten volledig openbaar te maken. Maar ik kan het niet helpen om een aantal dingen te bedenken waarvan ze misschien niet willen dat het openbaar wordt. Ten eerste: het afgelopen jaar werden de regels die netneutraliteit mogelijk maakten in de VS ingetrokken (ik schreef daar eind vorig jaar voor Knack een stuk over. De voorstellen die daarin genoemd worden, zijn de afgelopen week ingegaan). Alphabet, en alle andere grote tech-bedrijven, waren tegen die intrekking, en dus vóór netneutraliteit. Althans, naar buiten. Een doemdenker zou zich kunnen inbeelden dat een bedrijf als Alphabet stiekem best blij is met het verdwijnen van netneutraliteit. Het bedrijf heeft immers genoeg geld in kas om de telecombedrijven wat geld toe te schuiven om een zogenaamde ‘fast lane’, ofwel een snelle verbinding voor haar klanten, te bewerkstelligen. Het zou misschien zelfs wel wat meer geld op tafel willen leggen om te zorgen dat Youtube-video’s sneller laden dan Facebook-video’s (Facebook is op het gebied van video inmiddels Youtube’s grootste concurrent). Maar zoiets kan het bedrijf natuurlijk nooit hardop zeggen. Google’s hele missie draait om het zo goed mogelijk beschikbaar maken van informatie, voor iedereen ter wereld. Dat strookt niet met het steunen van maatregelen die netneutraliteit mogelijk maken.

Er is geen enkele aanleiding om te denken dat Alphabet inderdaad tegen netneutraliteit gelobbied zou hebben. Bovenstaande alinea is meer een voorbeeld van mijn journalistieke achterdocht dan iets anders, maar feit is dat we het niet zeker kunnen weten, omdat het bedrijf niet meer openbaar wil maken over haar lobby-activiteiten.

Sectie 230

Een ander thema waarover het bedrijf misschien wel gelobbied heeft, is sectie 230 van de Communications Decency Act, die ervoor zorgt dat internetbedrijven niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor content die door derden op hun platforms wordt geplaatst, als ze in redelijke mate eraan werken illegale content (zoals kinderporno) van de platforms te verwijderen. (Over dat werk, commercial content moderation, schreef ik vorig jaar voor NRC Handelsblad.) Op de eigen transparantie-pagina geeft Google (Alphabet) aan dat het voor het behoud van sectie 230 is:

Google also believes in promoting policies that will protect free expression and First Amendment principles by maintaining the Communications Decency Act section 230 and the Digital Millennium Copyright Act (DMCA) safe harbors, which together, ensure online platforms are not liable for their users’ actions if they meet certain reasonable conditions.

Sectie 230 moet dus blijven bestaan om de vrijheid van meningsuiting te beschermen, vindt Google. Maar in hoeverre is een bedrijf als Google nog slechts een internetbedrijf of techplatform, en niet een volledig mediabedrijf? Eerder dit jaar sprak ik een paar keer met Aza Raskin, die samen met Tristan Harris (voormalig Google-ethicist) het Center for Humane Technology oprichtte. Raskin maakt zich (samen met Harris, en een groeiend aantal andere Silicon Valley-insiders) zorgen om de verslavingsgevoeligheid van tech-producten, maar hij hekelt ook het gebrek aan verantwoordelijkheid dat de bedrijven op zich nemen. Ik schreef daarover een artikel op Vrij Nederland. Uit dat stuk:

Een andere maatregel die Raskin voorstaat is sociale media wettelijk verantwoordelijk te maken voor content die ze aanraden aan gebruikers. ‘YouTubes algoritme dat de kijker de volgende video aanbeveelt, heeft een voorkeur voor video’s die vaak bekeken worden. Daaronder vallen ook heel wat samenzweringsvideo’s. Maar door een gebrek aan wetgeving is daar helemaal niets aan te doen. Terwijl zo’n aanbeveling in feite hetzelfde is als een krant die iets op z’n voorpagina zet.’

Met name die laatste zin vond ik interessant: wat maakt Youtube of Facebook, als het bepaalde content aanbeveelt boven andere content, werkelijk anders dan een willekeurige krant die bepaalt wat er wel en niet op de voorpagina komt? En waarom worden de internetbedrijven in Amerika het hand boven het hoofd gehouden als het aankomt op dat soort inhoudelijke verschillen?

Sommigen antwoorden dat dat soort aanbevelingen van een algoritme komen, terwijl een redactie de voorpagina van een krant samenstelt. Maar een algoritme komt niet uit de lucht vallen. Dat wordt door mensen geschreven, en het kan misschien zelfstandig leren en zo evolueren, maar dat is niet iets dat zonder enige monitoring gebeurd. Het is niet zo dat ze bij Google ooit een algoritme geschreven hebben om zoekresultaten te presenteren of om Youtube-video’s aan te bevelen, en daar nooit meer naar omgekeken hebben. Google heeft tienduizenden programmeurs in dienst om dat continu bij te schaven en te verbeteren. Het algoritme en hoe het bedrijf daarmee omgaat is een contentstrategie, en zou daar net zo op moeten worden afgerekend als elk ander mediabedrijf.

Enfin: dat is een onderwerp waarover ik uren kan discussiëren (wat ik ook zo nu en dan doe met een vriend die al jaren bij Google werkt), maar waar het om gaat: er is steeds meer druk op tech-bedrijven om zulke verantwoordelijkheid op zich te nemen, ook vanuit de politiek. Ik heb geen weet van concrete voorstellen om sectie 230 aan te passen, maar het zou me niets verbazen als Alphabet pro-actief lobbyt om sectie 230 in stand te houden. Nogmaals: zeker weten kan ik het niet, omdat er te weinig bekend is over de lobby-activiteiten.

Diversiteit nog altijd een probleem voor Google

Op de vergadering werden ook verschillende voorstellen gedaan om de diversiteit binnen het bedrijf te verbeteren. 69 procent van de werknemers is man, 54 procent wit. Slechts twee van de elf bestuursleden zijn vrouw. Er lagen verschillende voorstellen van aandeelhouders, maar die werden allemaal afgeschoten door het bestuur, dat wel zegt zich continu in te spannen om meer diversiteit in het bedrijf (in de hogere lagen in het bijzonder) te krijgen. Voor Datanews zette ik het onderwerp uitgebreider uiteen. In het kort:

Google heeft een voortrekkersrol binnen Silicon Valley. Het campus-model van het bedrijventerrein, de voortrekkersrol op het gebied van duurzame energie en de vele manieren waarop het bedrijf zijn werknemers probeert te helpen een gezondere levensstijl na te jagen, worden in heel Silicon Valley overgenomen. Als Google meer en beter zijn best zou doen om diversiteit te bewerkstelligen, zou het de hele tech-sector in de regio mee omhoog kunnen trekken.

De zelfrijdende taxi-service is binnen handbereik

Met de nieuwsberichten over een zelfrijdende Uber die een vrouw dood reed of problemen met Tesla’s autopilot zou je het bijna niet geloven, maar de zelfrijdende auto-revolutie is nog altijd aanstaande. Waymo, onderdeel van Alphabet, heeft sinds dit jaar een test-programma in Phoenix, Arizona. Binnen een bepaalde regio van de stad kunnen selecte proefpersonen gratis auto’s oproepen via een app, zoals je met Uber ook doet. Maar in plaats van een bestuurder in zijn eigen auto, komt er een zelfrijdende auto voorrijden. Aan het begin van de pilot zat er nog een bestuurder voor de zekerheid achter het stuur, maar dat hoeft inmiddels niet meer, zei Google-bestuurder Eileen Naughton op de aandeelhoudersvergadering.

Naughton zei bovendien dat Waymo naar verwachting binnen een jaar commercieel zal gaan opereren in Phoenix. Dat betekent: zelfrijdende auto’s die je tegen betaling van A naar B brengen, open voor iedereen. Waymo bestelde dit voorjaar 62.000 auto’s bij partner Chrysler. Op dit moment rijden er 600 rond in Phoenix, dus die 62.000 zullen vast voor een groter gebied dan alleen die stad zijn. Het is dat Californië vrij strenge wetgeving heeft over zelfrijdende auto’s (er moet altijd iemand achter het stuur zitten), dat het voorlopig nog veel te duur maakt om zo’n service commercieel uit te rollen in deze regio. Maar toch, misschien dat ik ergens eind 2019 niet meer bij sjagrijnige Lyft-bestuurders, maar in een zelfrijdende minivan in stap?

Dit bericht komt uit Schram’s weekly, de nieuwsbrief van Eva Schram uit de VS. Vond je het interessant genoeg om tot hier te lezen? Doe me dan een groot plezier door dit bericht door te sturen aan drie mensen! En als je ze dan wijst op onderstaande link, is het helemaal goed voor je karma.

Subscribe now

 

  1. 1

    Dank. Al communiceer ik al een boel met lui “over the pond”, erg fijn om alhier wat meer te zien en te lezen.

    Al heb ik best wat kanttekeningen over je redelijk positieve einde wat betreft zelfrijdende taxi’s. Zie werkgelegenheid en van die dingen.
    Maar geen wonder dat oa het automatiseren van dag dagelijkse arbeid uit die hoek komt. Het is ook aldaar bijna onmogelijk te wonen van een inkomen dat zulks arbeid opbrengt.

  2. 2

    Daaronder vallen ook heel wat samenzweringsvideo’s.

    Dat deze zin gebezigd wordt in een stukje dat vol staat van de paranoia (‘Het zou misschien zelfs wel wat meer geld op tafel willen leggen om te zorgen dat Youtube-video’s sneller laden dan Facebook-video’s’), is meer dan ironisch.

  3. 3

    @2

    Bovenstaande alinea is meer een voorbeeld van mijn journalistieke achterdocht dan iets anders, maar feit is dat we het niet zeker kunnen weten, omdat het bedrijf niet meer openbaar wil maken over haar lobby-activiteiten.

    Het is vooral typisch dat uitgerekend jij gezonde, journalistieke achterdocht niet van samenzweringstheorieën kan onderscheiden. Nogmaals, dat is typisch, niet ironisch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren