Vrijheid van meningsuiting in de verkiezingsprogramma’s

ANALYSE - Dankzij Wat zegt mijn partij?kunnen we alle partijprogramma’s op trefwoord doorzoeken. Ik heb de proef op de som genomen met een onderwerp dat niet meer weg te denken is uit het politieke debat.

Nog niet zo lang geleden was de vrijheid van meningsuiting in Nederland zo vanzelfsprekend dat er nauwelijks woorden aan vuil gemaakt werden. Elders waren er nog genoeg beperkingen op de uitingsvrijheid maar hier mocht je alles zeggen. Dat beeld is sinds de eeuwwisseling behoorlijk gekanteld. Verruwing in de onderlinge communicatie is een hot topic, evenals discriminatie en haatzaaien. In de debatten over de al dan niet bedreigde Nederlandse normen en waarden wordt steevast verwezen naar de vrijheid van meningsuiting. Als dit onderwerp zo belangrijk is zou je ook verwachten er iets over terug te vinden in de verkiezingsprogramma’s.

In de afgelopen jaren is de vrijheid van meningsuiting weliswaar veelvuldig aan de orde geweest in de Tweede Kamer, maar dat heeft niet geleid tot grote veranderingen in de wetgeving. Na veel gedoe is een in onbruik geraakt strafrechtartikel dat ‘smalende godslastering‘ verbood in 2013 afgeschaft. Maar niet zonder (mislukte) pleidooien om alsnog via een omweg nieuwe beperkingen op dit gebied in te voeren. Een recente poging van ex-PVV’er Bontes om groepsbeleding uit het strafrecht te halen is gestrand. Er is mogelijk wel een meerderheid te vinden voor het schrappen van het verbod op majesteitsschennis. Maar daarvoor moeten we de komende verkiezingen eerst even afwachten.

Wat is er in de verkiezingsprogramma’s te vinden over dit onderwerp?

Het programma van de VVD levert in Wat zegt mijn partij? geen resultaten op voor vrijheid van meningsuiting. Merkwaardig misschien voor een liberale partij maar gezien het track record van de VVD op dit onderwerp ook weer niet onverwacht. Ook de andere partij die de vrijheid in haar naam voert, de PVV, vindt het kennelijk niet de moeite waard om vrijheid van meningsuiting in het verkiezingsprogram te vermelden. Ondanks al die de ‘neprechters’ die de partijleider dwars zitten.

Het PvdA-program meldt ook niets over de vrijheid van meningsuiting. Asscher’s problemen met migrantenorganisaties en Spekman’s beschavingsoffensief hebben in de afgelopen regeringsperiode wel twijfels opgeroepen.

Het CDA ziet vooral morele problemen:

We zijn te veel gaan geloven in een vrijheid zonder verantwoordelijkheid, in een wereld van rechten zonder plichten. De voorbeelden zien we dagelijks om ons heen. Op internet en social media is de vrijheid van meningsuiting voor sommigen vooral een vrijbrief voor beledigen en kwetsen. Op straat tarten en treiteren jongeren uit verveling toevallige passanten en agenten.

De ChristenUnie maakt een paar algemene opmerkingen over vrijheidsrechten waaronder de vrijheid van meningsuiting.

D66 is een stuk concreter:

Vrijheid van meningsuiting is, net als het recht om niet gediscrimineerd te worden en het recht op godsdienstvrijheid, een hoeksteen van onze vrije samenleving en democratie. Wij zijn zeer beducht op inperkingen van deze vrijheid. Haatzaaien is en blijft verboden, maar specifieke beperkingen, zoals het verbod op majesteitsschennis en het beledigen van een bevriend staatshoofd, zijn onwenselijk…De bijzondere strafbaarstelling voor majesteitsschennis is een onacceptabele inbreuk op de vrijheid van meningsuiting en moet verdwijnen. D66 heeft daartoe al een wetsvoorstel ingediend…Wij vinden uiteraard niet dat alles wat gezegd kan worden ook gezegd moet worden, discriminatie of het aanzetten tot haat vormen wettelijke grenzen. De overheid is echter niet de hoeder van fatsoen en goede smaak. Dat regelen mensen onderling. De overheid zorgt er wel voor dat mensen die zich benadeeld voelen onder het mom van vrijheid van meningsuiting voor zichzelf kunnen opkomen…

Bij GroenLinks lezen we:

De vrijheid van meningsuiting is het fundament van onze vrije samenleving. Het is de onmisbare voorwaarde voor een zinvol democratisch debat. We moeten het verschrikkelijk met elkaar oneens kunnen zijn. We durven elkaar aan te spreken als het nodig is. De grens wordt bereikt wanneer argumenten omslaan in dreigementen, intimidatie en geweld…De overheid is terughoudend in het aantasten van de vrijheid van meningsuiting op internet en past geen automatische filters en voorafgaande controle toe. Aanbieders van sociale media worden niet ingezet als hulppolitie richting hun gebruikers en worden geacht hun gedragsregels transparant en consequent toe te passen, om discriminatie en willekeur tegen te gaan.

De SGP stelt duidelijke grenzen aan de uitingsvrijheid:

Vrijheid van meningsuiting is geen recht op kwetsen en daarom nooit onbegrensd. Naast bestaande inperkingen voor bijvoorbeeld smaad of opruiing, dient ook de lastering van Gods Naam weer strafbaar te worden.  Het verbod op majesteitsschennis blijft behouden. Vanwege de bijzondere positie van het staatshoofd is een afzonderlijke strafbaarstelling gerechtvaardigd…De vrijheid van meningsuiting is volgens onze Grondwet niet onbeperkt, zeker niet wanneer het reclame betreft. De publieke omroep moet zich positief onderscheiden van de commerciële omroepen. Dat wil zeggen: geen geld voor goedkoop amusement en dure inkoop van sportrechten.

De Piratenpartij maakt zich zorgen over toenemende surveillance:

 Burgerrechten zijn er om individuele vrijheden te garanderen en burgers te beschermen tegen de willekeur van invloed en bemoeienis door overheden of bedrijven. Twee voorbeelden hiervan zijn het recht op privacy en het recht op vrijheid van meningsuiting. Deze burgerrechten staan onder druk door de toenemende surveillance van overheden en bedrijven. Er is tevens een verschuiving gaande van nationale macht naar Europese macht. Internationale verdragen en overeenkomsten zijn vaak in strijd met individuele burgerrechten. Het is daarom steeds belangrijker om goed te regelen dat onze burgerrechten niet in het geding raken.

De Partij voor de Dieren vindt “het recht op demonstratie een laagdrempelig middel om invulling te geven aan de vrijheid van meningsuiting.” Burgers hebben verder volgens het programma van de PvdD “recht op informatie van overheids- diensten en bedrijven die publiek geld besteden.”

De Partij 50+ schrijft: “Vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief om anderen te beschimpen en om te schelden. Elkaar aanspreken op fatsoen moet normaal zijn. Smaad zwaarder straffen.”

Volgens VNL  “erodeert de massale immigratie vanuit niet-Westerse landen onze Westerse kernwaarden: de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, de gelijkwaardigheid van hetero’s en homo’s, de vrijheid van meningsuiting en de scheiding van kerk en staat.”

De programma’s van de SP, Denk, de Ondernemerspartij, Nieuwe Wegen, Forum voor Democratie en Artikel 1 leveren in Wat zegt mijn partij? geen resultaten op voor vrijheid van meningsuiting.

Conclusie

Afgaand op de partijprogramma’s zijn we nog niet zo veel wijzer geworden over de toekomst  van de uitingsvrijheid in Nederland. Gunstige uitzondering is D66. Het lijkt echter moeilijk te voorspellen of dit zo vaak aangehaalde vrijheidsrecht er na de verkiezingen op voor- of achteruit zal gaan.

Een aanwijzing geeft een analyse van verkiezingsprogramma’s door advocaten vanuit een breder perspectief: de rechtsstaat. Maar liefst vijf van de dertien onderzochte politieke partijen doen voorstellen die rechtstreeks indruisen tegen onze rechtsstaat. Dat zijn allemaal rechtse partijen: PVV, VNL, VVD, CDA en SGP. Ze komen met dubieuze plannen die voortkomen uit zorgen over immigratie, terrorisme en jihadisme. De PvdA, de ChristenUnie en 50+ kunnen daar nog aan toegevoegd worden, schrijft Gwen van Eijk terecht, nadat deze partijen onlangs instemden met de verruiming van bevoegdheden van de AIVD. Dat ziet er alles bij elkaar niet zo best uit.

Het geeft te denken dat niet de rechtsstaat maar de Nederlandse identiteit volgens Trouw het belangrijkste gespreksonderwerp is in alle politieke debatten. Het betekent dat beproefde liberale vrijheidsrechten onder druk kunnen komen te staan van nationalisten en fatsoenridders die geen respect hebben voor diversiteit en de uitingsvrijheid van minderheden.

  1. 1

    Nog niet zo lang geleden was de vrijheid van meningsuiting in Nederland zo vanzelfsprekend dat er nauwelijks woorden aan vuil gemaakt werden.

    Hm. Er was voornamelijk nog geen internet, denk ik dat je bedoelt te zeggen. Wel waren er verboden boeken en er was het stilzwijgend smoren van Janmaat. Er waren processen om vuige abri’s, godslastering en majesteitsschennis. Er waren gegijzelde journalisten van, gek genoeg, met name de Telegraaf, en whistleblowers wier leven een leven lang zuur gemaakt werd, en waarvan het ongelijk pas werd toegegeven op het moment dat ze met kanker op hun stervensbed lagen.

    Toen werd een ongewapende cartoonist met tien man van zijn bed gelicht op voorspraak van een over-assertief groenlinks-clubje, en gingen we weer even nadenken.

    Ik wil maar zeggen: het was ongetwijfeld anders, maar niet beter of slechter, given the occasional hubble.

  2. 2

    @1: Het onderwerp houdt me al wat langer bezig, om precies te zijn sinds 1985. Eind vorige eeuw waren er ook voldoende kwesties om te twijfelen aan de algemeen gangbare opvatting dat je in Nederland vrijwel alles kon zeggen. Maar pas na twee politieke moorden begin deze eeuw kwam het onderwerp op de agenda van het politieke debat. Maar we zijn er tot op heden niet veel verder mee gekomen dan tijdelijke ophef over een aaneenschakeling van incidenten. Zie voor een overzicht sinds 2005 mijn blog.

  3. 3

    “Merkwaardig misschien voor een liberale partij”
    Voor een liberale partij zou het misschien merkwaardig zijn, voor een conservatieve partij is dat echter volstrekt logisch.