Vreemde namen in een gastvrij Nederland

Op Sargasso bieden we regelmatig plaats aan gastbijdragen. Hier een bijdrage van Tim Gielissen, overgenomen van Political Mashup.

Heden
De Partij voor de Vrijheid (PVV) krijgt veel media-aandacht. Er worden door leden van de partij nogal eens uitspraken gedaan die door veel mensen als provocerend ervaren worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitspraken rondom boerka’s en hoofddoeken, met als toppunt misschien wel de ‘kopvoddentaks’.

Een Almeerse moslima heeft aangifte gedaan tegen de PVV, zij zegt dat een hoofddoekjesverbod haar identiteit zou aantasten.

Nu de verkiezingen naderen kunnen we enkel fantaseren over de voorstellen waarmee de partij van Geert Wilders nog meer zal komen. Zal hij met nog meer voorstellen komen om immigranten een meer Nederlandse identiteit te geven? Straks stelt hij nog voor om de moeilijk uitspreekbare namen van immigranten te veranderen zodat ze door Nederlanders beter uitgesproken kunnen worden.

Als hij dit doet… is hij niet de eerste.

Verleden
Tijdens werkzaamheden voor het PoliticalMashup project kwam er een motie naar boven die opviel. Op 18 juli 1951 werd door Johan Scheps (PvdA), Jan Fokkema (ARP), Agnes Nolte (KVP), Henk Beernink (CHU) en Siep Posthumus (PvdA) de volgende motie van orde ingediend tijdens een vergadering van de Tweede Kamer:

De Kamer

van oordeel, dat namen als:

* F. E. Adamczak
* I. Baranyai
* H. R. Czapski
* E. L. Dwinatsky
* A. Grjimalouski
* J. Grzelkowski
* A. Hadjidakis
* J. Kazmierczak
* E. Kilayin
* R. Koniuszek
* A. Krasowski
* J. Krzyzanowski
* K. Matejczyk
* B. Moczydlower
* A. S. Moszkowicz
* F. Obdrzálek
* J. Ograjensek
* J. Parfjanowicz
* S. F. Piaszczynski
* I. Poustochkine
* W. Rzemieniecki
* N. Skripnikow
* Fr. Strzelczyk

door Nederlanders niet wel kunnen worden uitgesproken,

nodigt de Minister uit maatregelen te treffen, die aan dit bezwaar tegemoet komen.

Deze motie was gericht aan de toenmalige minister van Justitie Henk Mulderije (CHU). In het debat dat volgde noemde de minister de vreemde namen een bewijs van de gastvrijheid van Nederland. Maar dit is niet zijn enige argument om de namen niet te veranderen:

Waar deze namen zelfs in deze, zo eerbiedwaardige vergadering, zoveel hilariteit vermogen te wekken, zou het bijna jammer zijn deze bron van humor weg te nemen.

Verder zegt hij:

Men kan er ook anders over denken, hoewel men dan toch de Nederlanders de mogelijkheid ontneemt zich te oefenen in het uitspreken van vele medeklinkers naast elkaar. (…) Wanneer deze vreemdelingen daaraan behoefte hebben en dat zullen zij waarschijnlijk wel — de geachte afgevaardigde de heer Scheps heeft inderdaad een zeer sprekende collectie bijeengegaard, waarvoor hem lof toekomt —, (kunnen) zij naamsverandering (…) aanvragen, zoals elke Nederlander kan doen, en dat zij dan de kosten en last, daaraan verbonden, voor hun rekening dienen te nemen, precies als elke Nederlander moet doen.

De heer Scheps, één van de indieners van de motie, reageert hierop door te stellen dat hij niet zo zeer de namen wil veranderen, maar meer Nederlands wil maken door er wat klinkers aan toe te voegen:

Er zijn verscheidene namen, Mijnheer de Voorzitter, waarover u uw tong bijna had gebroken. U had uw tong dit geweld niet behoeven aan te doen, indien bereidwillige klinkers tot uw hulp hadden mogen aanrukken. Daarom vraag ik de Minister, bij het voorkomen van voor Nederlanders praktisch onuitsprekelijke namen, de heipalen, dat zijn de klinkers, te gebruiken om het gebouw van de naam op te doen rusten en ruimte tot andere spelling te geven. Ingrijpende herziening zal daarbij niet nodig zijn.

Op het argument van de humor reageert de heer Scheps nog door te zeggen:

Wat de humor betreft, zou ik willen opmerken, dat er vele humoristische Nederlandse namen te noemen zouden zijn. Vreemde, liever gezegd, voor ons onuitsprekelijke namen zullen niet zoveel humor opleveren. Wij kunnen op dat gebied met voor ons uit te spreken namen waarlijk humor genoeg vinden.

Toekomst
Naast dat deze motie en dit debat op zichzelf grappig zijn, is het bijna onvermijdelijk om te gaan fantaseren over soortgelijke moties en debatten in de huidige tijd, waarin de Partij voor de Vrijheid waarschijnlijk wel een rol zou spelen.

Stel dat de PVV een soortgelijke hedendaagse versie van de motie indient. Misschien heeft Geert Wilders wel moeite met het uitspreken van de namen van zijn collega’s in de Tweede Kamer Naïma Azough, Farshad Bashir, Coşkun Çörüz, Sadet Karabulut en Keklik Yücel. Deze namen zijn niet zo moeilijk als die uit de motie, maar bij de PVV kunnen ze vast ook wel een dergelijke lijst van moeilijke namen maken om de motie extra kracht bij te zetten.

Andersom hebben Nederlanders soms ook maar moeilijke namen, die onder andere door immigranten moeilijk uitgesproken kunnen worden. De Waepenaert, Bosscha, Plasschaert, Dusarduijn, Quik-Schuijt en Nuijens zijn allemaal namen van (oud-)Kamerleden. Onder het motto van gastvrijheid kunnen dat soort namen misschien ook maar beter aangepast worden. Een echte gastheer of –vrouw past zichzelf toch ook aan de gast aan?

Uit recent onderzoek is gebleken dat zaken waarvan de naam moeilijk uit te spreken is als risicovoller beoordeeld worden. Voedseladditieven werden in het onderzoek als schadelijker beoordeeld wanneer de namen moeilijker uit te spreken waren. In een andere studie werden attracties in amusementsparken met moeilijk uit te spreken namen als spannender beoordeeld en was men dus bang er sneller ziek in te worden.

In dit licht is het misschien niet zo’n gek idee om alle namen, van zowel de immigranten als de gastvrije Nederlanders, makkelijker uitspreekbaar te maken. Mensen zullen elkaar dan als minder risicovol beoordelen dan in de huidige situatie. Goed voor de integratie zou je zeggen. Zou dit de motivatie zijn geweest achter die motie in 1951?

  1. 2

    Ik ben toch benieuwd hoe het toevoegen van wat klinkers (heipalen van het gebouw van de naam) de namen Azough, Bashir, Karabulut, laat staan Nuijens beter uitspreekbaar gaan maken.

  2. 4

    Dus… een moslima heeft aangifte gedaan tegen een partij die geen macht kan uitoefenen (want niet in het college), en zelfs als zij dat zou kunnen, daar nog geen gebruik van gemaakt heeft op een manier zoals dat haar zou beangstigen ?

    En… hier redeneert men dat als er een moderne variant van bovenstaande tijdsverspilling zich opnieuw zou afspelen in de tweede kamer, de PVV zich daar ongetwijfeld mee bezig zou houden ?

    Ik bedoel, ik weet dat Wilders er een handje van heeft om onrealistische dingen te roepen, maar waar zijn de mensen gebleven die zich met de echt-gebeurde werkelijkheid bezig houden ?

  3. 5

    Overigens zou het niet voor het eerst zijn dat de Nederlandse ambtenaren de schrijfwijze van namen veranderen. In de 19e eeuw was vernederlandsing van achternamen in mijn omgeving schering en inslag.