Volentekriebels | Kankermongool

COLUMN - Scheldwoorden zijn net als alles in onze taal aan verandering onderhevig. Maar kanker als scheldwoord gaat nog altijd te ver.

Een paar dagen geleden kwam ik bijna in botsing met twee jongens op een scooter. Na het bijna-ongeluk riepen ze dat ik een vuile kankermongool was. Ik was het daar niet mee eens. Dat ‘vuile’ was nog niet eens zo gek bedacht. Ik had me weliswaar net gedoucht, maar de witte accenten op mijn winterjas zijn altijd wat smoezelig, dus ze hadden een punt. Maar ‘kankermongool’? Ik stel mij voor dat ze daarmee bedoelden dat ik behept was met zowel het syndroom van Down als met de ziekte kanker. Dat laatste is mij niet bekend, maar het zou natuurlijk kunnen. De scooterjongens leken me echter te jong om al een opleiding tot oncoloog te hebben afgerond. Het syndroom van Down tot slot, daar ben ik zeker van, heb ik niet. Als die twee medisch werkelijk zo goed onderlegd waren, dan hadden ze dat kunnen zien.

Die jochies bedoelden uiteraard niet letterlijk wat ze riepen. Ze vonden het vervelend dat ze uit moesten wijken, schrokken er misschien zelfs een beetje van, en scholden mij in een reflex uit. Dat gebeurt wel vaker als je door Amsterdam fietst. Ik haalde mijn schouders op en fietste verder.

Mijn ervaring is dat niet iedereen zo laconiek reageert als er gescholden of gevloekt wordt. Er is zelfs een hele bond tegen opgericht. Daar maken ze zich vooral druk over het ijdel gebruik van de naam van de Heer. In mijn eigen omgeving, waar de rol van God vrijwel uitgespeeld is, wint kanker de award voor onbeschoftste krachtterm. Op zich is dat logisch. Het is een vreselijke ziekte, niet zelden met de dood tot gevolg, en veel mensen hebben dierbaren aan kanker verloren.

‘Val dood’ en ‘sterf’ klinken vriendelijker dan ‘krijg de kanker’. Als het op schrikken aankomt, staat de dood zelfs gelijk aan een onschuldig hoedje. Dat is vreemd. De dood is immers onomkeerbaar, terwijl kanker, afhankelijk van de verschijningsvorm en het stadium waarin het verkeert als het ontdekt wordt, een zekere overlevingskans biedt.

De pest, kolere, tyfus, tering, pokken en pleuris zijn aardig geaccepteerd. Als iemand het over pokkeweer heeft, dan wordt vrijwel nooit de link gelegd met de ziekte. Ook woorden als idioot en mietje hebben hun oorspronkelijke betekenis vrijwel helemaal verloren en worden enkel nog gebruikt om te schelden.

Kanker heeft wat dat betreft nog een lange weg te gaan, maar uiteindelijk zal de nare bijsmaak verdwijnen. Enerzijds komt dat doordat mensen eraan gewend zullen raken dat het overdrachtelijk gebruikt kan worden. De jeugd heeft wat dat betreft de toekomst. Voor het overige deel ligt de sleutel in handen van de medische vooruitgang.

Tot het zo ver is, lijkt het me verstandig om zuinig om te springen met de term kanker. Er zijn nu eenmaal veel mensen die zich eraan storen en waarom zou je hen nodeloos kwetsen? Zoek liever naar een beschaafd alternatief.

Dat valt overigens nog niet mee. Ik heb het een tijdje met ‘verhip’ geprobeerd, maar ik stuitte vooral op onbegrip.

Verhip kan wat mij betreft dood vallen.

  1. 6

    Er zijn nu eenmaal veel mensen die zich eraan storen en waarom zou je hen nodeloos kwetsen?

    Ik geloof dat de auteur de bedoeling van schelden niet zo goed begrijpt.

  2. 12

    Vroeger zei men: “Wat je zegt ben je zelf, met je kop door de helft”. Die gaat nog steeds op, en het liefste scheldwoord in Amsterdam is: Pannekoek (vanzelfsprekend zonder n anders klinkt het niet).

  3. 15

    Persoonlijk vind ik ‘uilenbal’ wel een grappige, al weet vrijwel niemand wat een uilenbal is. ‘Graftemeijer’ hoorde ik eens in 020, ook wel aardig.

    Verder heb ik met kanker niet zo’n moeite. Als scheldwoord dan. Als aandoening ben ik het liever kwijt dan rijk.

  4. 19

    Is het niet zo dat kanker gebruikt wordt omdat het zo lekker hard klinkt? De K klinkt Knalhard en dat komt mooi uit bij het verwensen van iemand.
    Krootemetoot, Kroma, Krompepper, Klepklepper (2x bonus), klinken allemaal een stuk harder dan Armoedzaaier!