Volentekriebels | Ik moet poepen

COLUMN - Vandaag is er geen Volentekriebels. Haha, 1 april, er is wél een Volentekriebels.

Op 1 april 1986 haalde ik een grap uit met mijn vader. Die grap bestond eruit dat ik zout in zijn thee deed. Mijn vader was toen ongeveer net zo oud als ik nu en als hij in die dagen ook maar een beetje op mij leek, dan zal hij gedacht hebben: Jezus, wat een supertrieste gast is mijn zoon. Vriendelijk als hij was veinsde hij echter dat hij het de grap van de eeuw vond en dat kwam mooi uit, want dat vond ik zelf ook.

Nu, ouder (veel) en wijzer (iets), weet ik dat het een grap van niets was. Wettelijk geldt mijn leeftijd (ik was vijf) misschien als verzachtende omstandigheid, maar ik besef dat ik het daarmee niet goed praat. Mijn vader had gelijk, ik was een supertrieste gast.

Bij een goede 1-aprilgrap maak je iemand iets onwaarschijnlijks wijs. Dat valt niet mee. De meeste grappen werken niet omdat ze ofwel te onwaarschijnlijk zijn, ofwel niet onwaarschijnlijk genoeg.

Een voorbeeld van het eerste. Piet Hein Donner stelde in 2009 voor om de werkweek van ministers en staatssecretarissen te verminderen tot maximaal 168 uur. Dat is zelfs voor een CDA’er niet grappig. Niemand trapte erin, behalve misschien Gerda Verburg.

De tweede categorie is mogelijk nog droeviger. Het zijn grappen van het niveau ‘ik moet poepen, haha, nee hoor, 1 april, ik hoef helemaal niet te poepen’. Zo introduceerde Jupiler vorig jaar een vrouwenbier, Jupiler Pink. Dat had best gekund, verschillende andere brouwerijen hebben dat ook, maar het was een 1-aprilgrap. Het dieptepunt is deze: ene Sylvia Van Driessche, ‘bekend’ als jurylid van de Belgische Idols, kondigde op 1 april 2011 aan dat ze voor de tweede keer zwanger was, terwijl ze dat niet was.

Een zegen voor het kind dat ze niet kreeg. Het zou je moeder zijn.

Doordat 1-aprilgrappen bijna nooit werken, ontstaat er momenteel een nieuwe trend: de meta-1-aprilgrap. De grappenmaker in kwestie vertelt dat iets een 1-aprilgrap is, terwijl het eigenlijk helemaal geen grap is. Het bekendste voorbeeld van dit jaar gaat over De Correstpondent.

Wat de meta-1-aprilgrap gemeen heeft met de ‘gewone’ 1-aprilgrap, is dat hij niet grappig is. Het maakt 1 april tot de vervelendste dag van het jaar. Daarom vind ik dat het moet worden afgeschaft.

1 april! Dat vind ik helemaal niet.

1 april! Dat vind ik wel.

Ik hoop maar dat mijn vader dit niet leest.

  1. 2

    Ik lees dit en constateer: goh, in de 24 jaar dat ik moeder ben is dit de aller-allereerste keer dat niemand van de kinderen iets met mij uithaalt. Ik constateer, verwonder me, vraag me af of dit positief of negatief is (“ben ik soms zo’n akelige zeur geworden dat ze het niet meer DURVEN?”), sta op, schenk mezelf een kopje thee uit de theepot. Ik drink. Het smaak raar. Komt het door de cracker met Roquefort die ik zojuist verorberd heb? Nog een slokje. VERDOMME. Ze hebben zout in mijn thee gedaan. [Waar gebeurd. Zojuist.]

  2. 3

    Meta-1-aprilgrappen kunnen wel grappig zijn. Een jaar of 20 geleden presteerde de NRC het om een wetenschappelijke bijlage te produceren die uit allerlei ongeloofwaardige berichten bestond (uit de wereld der wetenschappen uiteraard). Niemand trapte er natuurlijk in. De week daarna werd duidelijk dat alle berichten (op één na, de enige die mij plausibel voorkwam overigens) wel degelijk waar en niet verzonnen waren. Alle genoemde bronnen bestonden echt en de genoemde tijdschriften (dus) ook en waren dan ook na te bestellen.

  3. 4

    Ik kan me herinneren dat het jeugdjournaal ooit het bericht had dat de overheid belasting zou gaan heffen op zakgeld. Daarmee hadden ze me toen wel tuk.

  4. 5

    GoedGelovig (soort reli-DeSpeld) had als 1 april-grap het nieuwtje dat dr. Onno van Schayck toch nog op de proppen was gekomen met de röntgenfoto’s van de wonderbaarlijke beenverlenging.

    Het zal je nog verbazen hoeveel mensen er in trapten.