“Vleeseters houden de wereld groen”

verdraaiingen, leugens, tendentieus en diepgrievend...Waarom staan er op aarde nog planten en bomen terwijl miljoenen dieren en insecten het voorzien hebben op de sappige groene bladeren? Twee verschillende theorieën strijden al jaren over de verklaring van dit fenomeen. De eerste is de ‘Groenewereld-hypothese’ uit 1960 die zegt dat roofdieren ervoor zorgen dat ecosystemen niet overbegraasd worden. Een tweede theorie is dat planten door stekels en giftige sappen zich verdedigen tegen vraatzuchtige vegetariërs. Mijn inziens kunnen deze theorieën gewoon naast elkaar bestaan, plus het feit dat er op aarde jaarlijks gewoon ook ontzettend veel biomassa groeit, te veel om op te vreten zelfs?

Maar als de ruimte beperkt is, zoals op kleine eilandjes en roofdieren ontbreken dan kan het gebeuren dat de planteneters een ravage aanrichten en de wereld er een stuk minder groen uitziet. Zo bleek uit een studie in Venezuela naar recent ontstane eilandjes in een stuwmeer. We could see that there were huge differences between the little islands that didn’t have any predators on them, and larger islands that did have predators. The take-home message is clear: the presence of a viable carnivore guild is fundamental to maintaining biodiversity (Duke University)

  1. 2

    Wat een kletskoek, die uitsmijter van Duke. De veggiebeesten zonder predators zijn er zo schadelijk omdat ze te productief zijn. Waarom zijn ze dat ? Omdat ze op andere plaatsen worden bejaagd.

    De suggestie dat de carnivoorloze habitat in balans is is onzin.

  2. 4

    Nee, juist niet. Er bestaan bijna geen veggiebeesten die hun eigenschappen zonder bejaagd te zijn hebben verkregen.

    Een veggiebeestenhabitat zonder die carnivoren is niet in balans.

    Ik heb overigens in de uitsmijter iets anders gelezen dan er echt staat; mijn kribbigding neem ik gaarne trug.

  3. 5

    Ja precies in die uitsmijter stond wat anders, en ach veggiesbeesten zijn wat anders dan veggiemensen. Dit moet natuurlijk niet worden gezien als een duwtje in de rug van mensen als Rien v/d Brink of andere vleesveroberende bioindustrieaanhangers.