Hulspas weet het | Virussen helpen elkaar

COLUMN - Wanneer ergens een nieuwe ziekte opduikt, willen onderzoekers dat uiteraard zo snel mogelijk weten. In het verleden (denk aan de ‘Mexicaanse griep’) zijn wat dat betreft pijnlijke lessen geleerd. Toen duurde het maanden voordat het duidelijk was dat het écht om een nieuwe griepvariant ging – maanden van verwarring en stijgende zorgen. De WHO heeft toen een nuttige les geleerd en sindsdien zijn er uitgebreide waarschuwingssystemen opgezet om emerging diseases snel te detecteren en het onderzoek naar tegenmaatregelen zo snel mogelijk op te starten.

De bestrijding van de ebola-uitbraak van vorig jaar is wat dat betreft een mooi voorbeeld. Men was er vroeg bij, en afgelopen jaar is er ook een vaccin ontwikkeld. Maar het gaat niet altijd zoals het hoort.

Dat leerde de uitbraak van zika, een vorm van koorts veroorzaakt door een virus dat verspreid wordt door muggen. De ziekte komt oorspronkelijk uit Afrika en dook vier jaar geleden op in Frans-Polynesië. Twee jaar geleden dook ze op in Zuid-Amerika. Op dat moment (zeg maar, toen de ziekte de VS naderde) sprongen vele lichten op rood. Zika stond bekend als een betrekkelijk onschuldige ziekte, maar in noordwest Brazilië ging de komst van de ziekte gepaard met een sterke toename van het aantal meldingen van microcephalie (een te klein hoofd) bij pasgeborenen.

Op zo’n moment komt de internationale wereld voor duivelse dilemma’s te staan. Is er een causaal verband? Wie ‘nee’ zegt, bijvoorbeeld omdat deze complicatie in alle voorafgaande decennia nooit was gesignaleerd, jaagt de Braziliaanse overheid, lokale artsen en lokale actiegroepen in de gordijnen. Je wordt direct verdacht van wegkijken, discriminatie, et cetera.

Wie direct ‘ja’ zegt, heeft daar geen last van maar blaast een mogelijk onschuldige ziekte op tot een wereldwijde bedreiging die slechts met ingrijpende maatregelen en met enorme investeringen bestreden kan worden.

Onderzoekers durfden geen categorale uitspraken te doen. De verhalen en beelden waren dramatisch genoeg maar de gezondheidszorg in het noordoosten van het land is dermate gebrekkig, en de bevolking dermate arm, dat andere oorzaken niet uitgesloten konden worden. Men wachtte af. Zou de complicatie elders ook de kop op steken? Dat is de afgelopen maanden niet gebeurd. Daarom kon zika eind vorig jaar ‘gedegradeerd’ worden – geen bedreigende pandemie maar een voorbijgaande koorts. Behalve in noordwest Brazilië. Wat was daar dan aan de hand?

Wellicht dat een recente studie in Science (30 maart) een tipje van de sluier oplicht. Een team van virologen heeft ontdekt dat een eerdere besmetting met een ander virus het effect van het zika-virus kan verergeren. Bij muizen die eerder geïnfecteerd waren met het West Nile virus en met dengue (twee ‘familieleden’ van zika) bleken de gevolgen van een zika infectie veel ernstiger te zijn dan bij andere muizen.

Goed, het gaat om muizen, en muizen profiteren zoals bekend veel vaker van wetenschappelijke doorbraken dan proefpersonen in het vervolg van een onderzoek, maar in dit geval is hetzelfde verschijnsel ook bekend bij mensen die na besmetting antistoffen hebben ontwikkeld tegen een bepaalde vorm van dengue. Wanneer zij besmet raken met een andere dengue-variant (daar zijn er een paar van), komt dat plots veel harder aan.

Dengue en West Nile komen geregeld voor in Zuid-Amerika (en de Verenigde Staten). Hier en daar endemisch, elders in de vorm van uitbraken. Het is heel goed denkbaar dat achter de unieke gevolgen van zika in noordwest Brazilië een recente uitbraak van een bepaald type dengue schuil gaat, en dat deze geschiedenis de microcephalie kan verklaren.

Of is er sprake van een andere oorzaak? Van meerdere oorzaken? Het is de vraag of we daar ooit achter zullen komen. Dergelijke verbanden maken het hele onderwerp ‘pandemie’ ongelofelijk gecompliceerd. De ontdekking is in elk geval evolutionair in elk geval interessant. De antistoffen die het lichaam aanmaakt tegen het ene virus beschermen de cellen blijkbaar niet tegen een nauw verwant virus – integendeel. Het lijkt alsof sommige virussen de afweerrespons van zoogdieren kunnen beinvloeden en in de loop van miljoenen jaren zó hebben ‘afgericht’ dat een latere variant van het virus juist flink kan toeslaan. En zo kon een hele virusfamilie ontstaan die elkaar op deze wijze hielp.

  1. 1

    Bij alle theorieën over grote epidemieën die eraan zitten te komen moet ik denken aan het feit dat er sinds ooit maar bar weinig echte zijn geweest. Gebiedafsluitingen en quarantaine zou ze ook allemaal hebben gestopt. (O, en sorry nog, Zuid- en Noord-Amerika)

    Dit onderzoek is zonder opgeklopte urgentie nuttig genoeg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren