Verschillen links en rechts nog wel qua verzorgingsstaatbeleid?

ACHTERGROND - Het verzorgingsstaatbeleid van linkse en rechtse Europese partijen verschilt nauwelijks qua generositeit, maar wel qua institutionele keuzes, concludeert Gijs Schumacher.

Maakt het uit welke kleur de regering heeft? Breiden linkse regeringen de verzorgingsstaat uit en laten rechtse regeringen de verzorgingsstaat weer krimpen? Voor lange tijd was het antwoord op deze vraag ja, maar sinds de jaren negentig is het verschil tussen links en rechts wat betreft veranderingen in de uitgaven en generositeit van de verzorgingsstaat sterk gekrompen.

Maakt het – qua verzorgingsstaatbeleid – dan niet meer uit wat je stemt? Hierop is het antwoord nee. In een artikel (gated, ungated), recent verschenen in de Journal of European Public Policy, laten Michael Baggesen Klitgaard, Menno Soentken en ik zien dat links en rechts nog duidelijk verschillen in de institutionele keuzes die zij maken.

Institutionele hervormingen of beleidshervormingen

Om de verschillen in beleidskeuzes in de verzorgingsstaat te onderzoeken hebben we gekeken naar beleidsveranderingen in Nederland, Spanje, Denemarken en Zweden in de periode 1982-2011. In totaal vonden wij 78 belangrijke hervormingen in deze vier landen in de desbetreffende periode.

Vervolgens hebben wij – samen met verschillende experts – gecodeerd of deze hervormingen een verandering in de generositeit van de verzorgingsstaat teweegbrachten of een verandering in de manier van besluitvorming of administratie van verzorgingsstaatarrangementen. Met andere woorden, wordt er bijvoorbeeld (1) bezuinigd op uitkeringen (een beleidsverandering) of wordt bijvoorbeeld (2) de verantwoordelijkheid over uitkeringen overgeheveld naar lokale autoriteiten (een institutionele verandering)?

Aansluitend hebben we gekeken of een beleidsverandering een bezuiniging of een uitbreiding van een verzorgingsstaatarrangement betrof en of een institutionele verandering meer of minder authoriteit aan de staat, de markt of de vakbonden toebedeelde.

Doet rechts het vaker dan links?

Uit deze analyse blijkt dat qua beleidsveranderingen zowel rechts en links bezuinigen, maar dat rechts dat iets vaker doet dan links.

Qua institutionele veranderingen zijn er wel duidelijke verschillen: rechtse regeringen herverdelen namelijk institutionele invloed van de vakbonden naar marktpartijen, terwijl linkse regeringen voornamelijk de invloed van de vakbonden proberen te versterken.

De grote uitzondering hierop is Paars I en II (PvdA-VVD-D66) onder leiding van oud-vakbondsman Wim Kok (1994-2002). Deze kabinetten gedroegen zich net als puur rechtse kabinetten ondanks de leidende rol van de PvdA. De rol van de PvdA in het verminderen van de invloed van de vakbond is niet per se een trendbreuk voor de partij. Omdat er in Nederland ook christelijke vakbonden bestaan, staat de PvdA minder positief tegenover de vakbonden dan linkse partijen in andere landen.

Waarom verschillen partijen wel qua institutionele hervormingen?

Waarom verschillen linkse en rechtse partijen wel qua institutionele keuzes maar niet of nauwelijks qua beleidsveranderingen (in de generositeit) in de verzorgingsstaat? De reden is dat beleidsveranderingen direct de portemonnee van de kiezer beïnvloeden en dus in potentie electorale consequenties hebben. Omdat politieke partijen geïnteresseerd zijn in het verkrijgen of behouden van macht kunnen zij het zich niet veroorloven om veel stemmen te verliezen. Daarom gaan partijen vaak in het midden zitten, waar immers de meeste kiezers zitten. Als alle partijen dat doen dan zien we inderdaad het verschil niet of nauwelijks meer in termen van beleid.

Institutionele veranderingen daarentegen hebben meestal geen directe consequentie voor de kiezer en dit stelt een politieke partij in staat om maatregelen in te voeren die dicht liggen bij het beleid dat zij voor ogen hebben. Daarom hebben institutionele hervormingen in de verzorgingsstaat dus wel een politiek kleurtje. Deze institutionele hervormingen hebben overigens op lange termijn ook gevolgen voor het beleid en betrokken partijen zoals vakbonden proberen dit dan ook te signaleren. Maar de geringe publieke aandacht die de institutionele hervormingen die wij hebben onderzocht krijgen geven aan dat de portemonnee van morgen een stuk meer consequenties heeft dan de portemonnee van volgend jaar.

Via Stuk Rood Vlees

  1. 1

    Mwah zoals je zegt, partijen kruipen vaak nogal naar elkaar toe in een democratie, zeker als er twee grote middenpartijen om de winst vechten, maar dat betekent niet dat rechtse partijen uiteindelijk niet het liefste alles af willen schaffen.

    Maar ja ze moeten ook verkozen worden dus al te radicale veranderingen daar kunnen ze dus niet mee aan kunnen komen zetten – maar ze komen er wel, langzaam maar zeker.

    Terwijl links het natuurlijk best allemaal in stand wil houden, maar ondertussen wel gelooft in het praatje dat we het allemaal niet meer zouden kunnen betalen door onze permanente economische crisis. En bezuinigt dus uit vermeend realisme toch een beetje mee.

    En voor links is het vaak iets makkelijker om op dit soort zaken te bezuinigen dan het voor rechtse partijen is. Er is dan meteen een stuk minder oppositie.

  2. 2

    Dus de tweedeling is voltooid. Lullen we niet meer over. Zit de stemming om te stemmen er al in?
    Voordeel is nu wel dat onze bestuurders met hun nieuwe verantwoordelijkheden een stuk dichterbij zitten. Op een steenworp afstand zullen we maar zeggen.