Verantwoordingsdag

COLUMN - Afgelopen week was het in de Tweede Kamer Verantwoordingsdag, de tegenhanger van Prinsjesdag. Het kabinet legt op de derde woensdag in mei traditiegetrouw verantwoording af aan het parlement over het voorgaande kalenderjaar.

Traditiegetrouw was er ook dit jaar weinig aandacht voor de prestaties van de landelijke overheid. Over de plannen die op Prinsjesdag worden gepresenteerd wil er in het najaar nog wel eens een relletje uitbreken. Over het niet nakomen van de plannen horen we vervolgens heel wat minder. De Algemene Rekenkamer produceert reeksen van rapporten die binnen een kleine kring van betrokkenen waarschijnlijk met rode oortjes worden gelezen. In de media krijgen ze elk jaar weer een zeer bescheiden plaats. Terwijl de resultaten van al die onderzoeken ook al jaren verontrustende vragen oproepen over de kwaliteit van onze democratie.

Ik citeer het persbericht dat de Rekenkamer vorige week verstuurde:

‘President van de Algemene Rekenkamer Arno Visser zei op 16 mei 2018, bij de aanbieding van de verantwoordingsstukken over 2017 aan de Tweede Kamer, dat de effecten van beleid vaak niet in beeld zijn. Ministers geven in hun jaarverslagen maar beperkt inzicht in de resultaten van het beleid, dat is afgesproken met het parlement. Hierdoor krijgen Kamerleden niet de informatie die zij nodig hebben om te kunnen beoordelen of belastinggeld goed besteed wordt voor burgers en bedrijven.’

Dit betekent dat onze volksvertegenwoordigers niet kunnen doen wat ze zouden moeten doen. Daar hebben we hen uiteindelijk toch voor afgevaardigd: niet alleen voor het beoordelen van plannen, maar ook voor de controle op wat de staat in de praktijk doet en nalaat. Je zou dus verwachten dat Den Haag in rep en roer is als blijkt dat de Tweede Kamer er voor Jan Joker zit omdat ze hun werk niet kunnen doen. Ik heb er weinig van gemerkt.

Waarom komt de regering niet in de problemen als de Tweede Kamer zijn taken niet naar behoren blijkt te kunnen vervullen? Ik heb hier twee mogelijke verklaringen voor. De eerste is dat Kamerleden zich meer en meer als ambtenaren gaan gedragen die vooral vanuit een bestuurlijke invalshoek naar tekorten in de organisatie kijken. Werkt het allemaal goed, kan er winst geboekt worden bij verbetering van bepaalde processen? Dat soort vragen worden dan belangrijker dan de vraag die je vanuit de invalshoek van de burger zou moeten stellen: levert men wat werd beloofd en wat is er met ons belastinggeld gedaan? De bestuurlijke processen brengen je in een ondoordringbare bureaucratie waar je bij een tekort aan informatie al snel de weg kwijt raakt. En het contact met de burger gemakkelijk verliest. Bovendien gaat het om  weinig sexy onderwerpen, waar journalisten over het algemeen geen brood in zien. Als ze al bereid zijn zich er in te verdiepen.

Dat brengt me op de tweede mogelijke verklaring. Ophef en vertier in Den Haag is sterk afhankelijk van wat media brengen. En media zijn over het algemeen meer gericht op gevoeligheden in de onderlinge relaties tussen politici binnen de Haagse kaasstolp dan op de tekorten in de relaties tussen kiezers en hun gekozenen. Daar komt bij dat Binnenhofwatchers meer vooruitkijken dan terugkijken. Kijk of luister eens naar een uitzending met politieke actualiteiten. De belangrijkste vragen die daar gesteld worden zijn: waar gaat dit naar toe, wat zal hij of zij gaan doen, hoe loopt dit af? Het informeren van de burger over wat Kamerleden en ministers hebben gedaan sneeuwt onder in de speculatieve berichtgeving over mogelijke politieke spanningen waarmee ‘analisten’ de aandacht proberen vast te houden. Het is het frame van de commerciële media: verwachtingen wekken, de aandacht vasthouden, kijkers en luisteraars binden en uitnodigen voor een vervolg. Voor soaps, misdaadseries en spelletjes werkt dat misschien. Maar houden we daarmee de democratie overeind?

 

  1. 1

    Je zou dus verwachten dat Den Haag in rep en roer is als blijkt dat de Tweede Kamer er voor Jan Joker zit omdat ze hun werk niet kunnen doen. Ik heb er weinig van gemerkt.

    Met uitzondering van een paar enkelingen vindt pakweg 2/3 het wel best en de rest heeft het te druk met wat anders (zoals hun stokpaardjes berijden en/of is afgestompt of ziet het niet meer zitten).
    ;-)

  2. 2

    De rekenkamer heeft zelf een aantal rapporten over de belastingdienst uitgebracht die eerder op een witwasoperatie leken. Voor echte rapporten hadden de ABVA-KABO en de pers nodig.

    Een kamerlid die in de maatschappij staat, heeft de regeringspropaganda niet nodig om zijn werk te doen
    . Helaas ontbreekt het daar nogal aan: oud-ambtenaren en oud fractiemedewerkers die nooit verder gekeken hebben en op weg zijn naar een vervolgcarriere.

  3. 3

    Ministers geven in hun jaarverslagen maar beperkt inzicht in de resultaten van het beleid, dat is afgesproken met het parlement. Hierdoor krijgen Kamerleden niet de informatie die zij nodig hebben om te kunnen beoordelen of belastinggeld goed besteed wordt voor burgers en bedrijven.’

    Dit betekent dat onze volksvertegenwoordigers niet kunnen doen wat ze zouden moeten doen

    parlement, Kamerleden, volksvertegenwoordigers… Da’s toch drie keer een ander woord voor precies hetzelfde beestje?

  4. 4

    @3:
    Mmmh:
    Niet alle volksvertegenwoordigers zitten in het parlement.
    Leden van provinciale staten, gemeenteraden, ambassadeurs e.d. worden ook geacht het volk te vertegenwoordigen en zitten niet in het parlement.