Veranderende machtsbalans rond de Perzische Golf

Helikopter landt op schip (Foto: Flickr/Qlis)

De militaire machtsbalans rond de Perzische Golf verschuift, redeneert Michael Knights voor het Washington Institute for Near East Policy. Drie factoren spelen hierin een rol: een effectieve besteding van defensiegelden; een hoge mate van investering in nieuwe technieken en nieuwe technologieën; en het wegvallen van Irak als waarschijnlijkste vijand. Voorheen legden de noordelijke Golfstaten, Saoedi-Arabië, Koeweit en Bahrein, zich toe op infanterie, artillerie en anti- tank helikopters omdat zij een aanval van Saddam Hoessein verwachten.

Tegenwoordig is Iran gevaarlijker. Hierdoor liggen meer staten in de vuurlinie – met name de Verenigde Arabische Emiraten, Oman en Qatar – en hebben de krijgsmachten van deze landen meer aandacht gekregen voor verdedigingswerken tegen aanvallen vanuit zee en vanuit de lucht.

De Iraanse militaire strategie lijkt sinds de jaren tachtig weinig te zijn veranderd dus moeten de Golfstaten zich op twee fronten tegen het land beschermen. Ten eerste: op zee. Aangezien Iran in 1986 en in 1987 tal van olieplatformen van Saoedi-Arabië en de V.A.E. onder vuur nam en het eind jaren negentig sporadisch de wateren van Qatar schond moet in het geval van oorlog een slag op zee worden verwacht.

De V.A.E. zijn druk bezig hun marine uit te breiden en aangenomen mag worden dat zij binnen enkele jaren over de krachtigste in de regio zal beschikken. Zes Baynunah klasse korvetten van Franse makelij zullen de ruggengraat van de vloot van de emiraten vormen die tegen die tijd verder onder meer vierentwintig amfibieschepen en zeventig nieuwe helikopters in dienst zal hebben. Ook Oman investeert in haar zeemacht terwijl Bahrein en Saoedi-Arabië binnen internationaal verband samenwerken om piraterij in de Rode Zee te bestrijden.

Uiteindelijk zal de steun van de Verenigde Staten nodig blijven om een Iraans offensief volledig af te slaan maar de Golfstaten zijn steeds beter in staat om hun eigen wateren te patrouilleren en veilig te stellen.

Gedurende de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) werd het luchtruim van tal van Golfstaten meerdere malen geschonden en ging Koeweit gebukt onder raketaanvallen. Iran verklaarde in 2003 dat het in het geval van een confrontatie met de Verenigde Staten militaire bases en havens in de regio als doelwitten zou beschouwen. Vandaar dat de betreffende landen ook hun luchtverdediging versterken. Zo kopen de V.A.E. maar liefst tachtig F-16’s aan alsmede het Patriot Advanced Capacity luchtafweergeschut ter waarde van 3,3 miljard dollar. Ook Oman heeft F-16’s gekocht terwijl de Saoedische luchtmacht reeds over tweeënzeventig Eurofighter Typhoon toestellen beschikt.

Dit alles betekent dat deze Golfstaten binnen een jaar of tien militair meer in huis zullen hebben dan Iran. Of Iran zich hierdoor laat afschrikken is maar zeer de vraag. Een stuk waarschijnlijker is dat het land extra vaart zet achter haar kernenergieprogramma om uiteindelijk een atoomwapen te kunnen vervaardigen wat een conventionele wapenwedloop overbodig maakt. Grote kans echter dat dit een heel andere krachtmeting op gang brengt: een race om kernwapens in de meest gewelddadige regio op aarde.

  1. 1

    “een race om kernwapens in de meest gewelddadige regio op aarde.”

    Huh, een kernwapenwedloop in Centraal Afrika? Wat heeft dat met de rest van het artikel te maken?