Vandalisme en plundering

ACHTERGROND - De zogenaamd Islamitische Staat lijkt te zijn verslagen. Een organisatie die met vandalisme en plundering nogal wat antiek erfgoed heeft vernietigd. Of toch niet? Een overzicht.

Syrië

De erfgoedschade in Syrië is vooral toegebracht door het regime. De zogenaamd Islamitische Staat heeft zich beperkt tot acties die eerder mediageniek waren dan schadelijk. Ik wil ze daarmee – dit schrijf ik met nadruk – niet bagatelliseren want de schade is reëel, maar het waren toch vooral de personeelsadvertenties van een terreurgroep en de westerse media hebben de taak van megafoon goed op zich genomen. Het beschadigen van oudheden was voor IS echter geen echt doel. Als dat zo zou zijn geweest, had het Resafa kunnen plunderen, maar het liet die stad ongemoeid.

Er is echter wel degelijk schade, zeker. Maar hoe onaantrekkelijk de vernietiging van de tetrapylon in Palmyra ook moge zijn geweest, het was een twintigste-eeuwse herbouw en hij wordt inmiddels opnieuw herbouwd. De schade aan de woestijnstad was al met al minder dan bijvoorbeeld die aan Apamea, waar vandalen een complete antieke stad systematisch omspitten. De satellietfoto’s waarop dat is te zien, tonen dat de kuilen zich uitsluitend bevinden op de archeologische site. De omringende akkers bleven onaangetast. Dat de plundering zich beperkte tot overheidsland, bewijst dat dit een operatie was van het Syrische leger.

Documentatie

De schade aan Apamea mag dan wat minder mediageniek zijn, maar is ernstiger dan die in Palmyra. Wat daar is verwoest, was grotendeels gedocumenteerd, maar wat het regime in Apamea uit de grond heeft gehaald, is onbekend en zal dat ook blijven. Misschien komen de voorwerpen nog op de zwarte markt, maar voor elk voorwerp dat daar belandt, gaan er tien verloren. Over het meest waardevolle heb ik het dan nog niet: de context.

Sokrates en zes leerlingen aan tafel. Verloren mozaïek uit het museum van Apamea.

Ik ben ervan op de hoogte dat filologen hebben geschreven dat ze, door inkopen te gaan doen op de zwarte markt, die ene tekst toch veiligstellen, maar ze houden zo het vernietigende systeem in stand en dragen bij aan de prijsvorming (wat in de gedragscodes is verboden). Er is ook geen reden waarom een wetenschapper de zwarte markt betreedt, want er liggen nog tienduizenden onuitgegeven papyri en kleitabletten in de museumdepots. Ik begrijp trouwens sowieso niet waarom iemand zaken zou doen met de georganiseerde misdaad.

Irak

In Irak is de situatie anders dan in Syrië, maar ik zou niet teveel aandacht besteden aan de (inderdaad schandalige) plundering van het museum van Mosul. De voorwerpen daar zijn verloren, en dat is afschuwelijk, maar ze waren beschreven.

Reliëf van de god Nergal uit Hatra (vermoedelijk vernietigd in het museum van Mosul; meer)

Veel groter is de schade die is ontstaan na de bevrijding van Mosul. De stad was immers verwoest en de overlevenden moesten ergens gaan wonen, dus ze vestigden zich op de ruïnes van het antieke Nineveh, een gebied vol oudheden waar de legers van de bevrijders zorgvuldig omheen waren getrokken. Wie de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden heeft bezocht, heeft op de landkaarten gezien hoe de eerste krakerswijken al waren ontstaan. Ik blogde erover. Inmiddels is het erger.

Egypte

In Egypte zijn onmiddellijk na de Arabische Lente de grafvelden geplunderd. Dat heeft de media nauwelijks gehaald, want iedereen wilde geloven dat er iets moois gebeurde, maar wellicht herinnert u zich de vernietiging van het museum in Mallawi, een gebeurtenis die het model lijkt te zijn geweest voor de publiciteitscampagnes van de zogenaamd Islamitische Staat. Of misschien herinnert u zich de crowdfunding-campagne die de universiteit van Leuven opzette om een beter pensioen te geven aan de families van vermoorde bewakers van de opgraving in Dayr al-Barsha.

De schade in Egypte is groot. U herinnert zich wellicht de Vallei van de Gouden Mummies waar Zahi Hawass, de onvermijdelijke Egyptische minister van Oudheidzaken, destijds zo enthousiast over was. Niemand weet waar het materiaal is gebleven. Honderden, misschien wel duizenden mummies zijn gewoon zoek. Er is wel een plausibele heler: de Amerikaanse Green Collection.

De Green Collection

De familie Green wilde dolgraag een museum bouwen om het gelijk van de Bijbel te bewijzen en kocht daartoe op enorme schaal oudheden op. Het bizarre is dat in weinig jaren een verzameling van ruim 40.000 stukken is ontstaan zonder dat de kunsthandel het in de gaten heeft gehad. Terwijl je zou verwachten dat een zo grote koper de aandacht trekt.

Zoals u al verwachtte, waren de Greens in zee gegaan met de georganiseerde misdaad. Na een uitgebreid FBI-onderzoek hebben ze geschikt en een boete betaald over de illegaal verworven voorwerpen uit Irak. Het Egyptische onderzoek loopt nog, maar het staat al vast dat de Greens papyri in bezit hebben die illegaal aangeboden zijn geweest op eBay.

Libië

De last stand van de Khadaffi-clan was in Bani Walid, waar het museum is geplunderd. Daar lagen de vondsten van de limes Tripolitanus, de Romeinse rijksgrens in de Sahara. Om de drie forten te bevoorraden, ontgonnen de Romeinen een enorm deel van de woestijn en pasten, met andere woorden, een compleet ecosysteem aan aan de militaire noodzaak. Het museum dat dit documenteerde, is er dus niet meer. Wat dieper in de woestijn lijken de beeldschone reliëfs uit de Wadi Mathendous te zijn vernietigd.

Reliëf uit de Wadi Mathendous, vermoedelijk vernietigd

De Wadi Mathendous is UNESCO-werelderfgoed, en voor de limes Tripolitanus was een aanvraag voor werelderfgoedstatus in de maak, maar aangezien de vandalen hun werkzaamheden niet uitvoerden met de camera in de aanslag, is hun werk onder de radar gebleven. Er is meer journalistieke aandacht geweest voor de toeristengebieden aan de kust en daar was de situatie – althans tot voor kort – iets beter. Het trieste is dat pakweg Lepcis Magna minder uniek is dan de limes Tripolitanus. Althans sommige Libiërs wisten waar ze de feitelijke schade moesten toebrengen.

Palestijnse gebieden

Momenteel is er in het Bible Lands Museum in Jeruzalem een expositie over oudheden die uit handen van plunderaars zijn gered, Finds Gone Astray. Dat wordt gebracht als iets heel moois, en tot op zekere hoogte is dat ook zo, maar het gaat wel om voorwerpen die afkomstig zijn uit de Palestijnse gebieden, waarover Israël geen zeggenschap heeft. Er is een discussie over de legaliteit van de tentoonstelling in Jeruzalem, die in feite de erfgoedparallel is van de discussie over de legaliteit van de bezetting.

Daarover hoeven we het hier niet te hebben. Wat we wel moeten constateren is dat er in de Palestijnse gebieden plunderingen gaande zijn.

Heling

Terwijl de westerse media keken naar de pyrotechnische manifestaties van de islamisten, is de eigenlijke plundering het werk van kleine en grote opportunisten. Daarin zullen we moeten berusten want het is teveel gevraagd van de reguliere legers om ook nog plundering te gaan verhinderen. Soldaten moeten hun levens wagen voor belangrijker zaken. En ook oudheidkundigen, aan wie niets menselijks vreemd is, zien liever dat dynamiet wordt gebruikt om tempels op te blazen dan om mensen te doden.

Beeld uit Hatra, vernietigd met een drilboor in het museum van Mosul

Maar voor elke dief is een heler. Laten we daarnaar kijken. Naar kunsthandelaren die voorwerpen zonder provenance aanbieden. Naar wetenschappers die het woord “transparant” uit de gedragscodes niet begrijpen. Naar musea met een wat al te liberaal aankoopbeleid. Naar een uitgeverij als Brill, die onlangs vervalste Dode Zee-rol-fragmenten bleek te hebben uitgegeven en nu kan wachten op discussies over haar boeken over de Sapfo-papyri en de Schøyen Collection. Naar de mensen die op eBay oudheden verkopen. Naar de mensen die op eBay oudheden kopen.

De redding van het oosterse erfgoed zal moeilijk zijn. Het zal uiteindelijk vooral daar moeten gebeuren. Maar we zijn in het westen niet helemaal machteloos.