Van Keizer Napoleon naar Tsaar Alexander

VERSLAG - Dit weekend eindigt de Kinderboekenweek. Voor wie nog een boeiende jeugdroman zoekt kan ik ‘Koeriers voor de keizer’ van Menno Hurenkamp aanbevelen. Maar wees gewaarschuwd: voor echte paardenliefhebbers is dit niet altijd een gemakkelijk boek.

Het uitgangspunt van het verhaal is de slag bij Borodino in 1812. De jonge Nicolas van Schauburg en zijn vader zijn met het leger naar het oosten gereisd. Ze willen Napoleon helpen en hopen dat hij het lijfeigenschap in Rusland gaat afschaffen. Aan het front ontmoet Nicolas een Russische jongen, de adellijke Alexander, die eveneens met zijn vader op pad is. Als de vader van Nicolas overlijdt, besluit hij de reis alleen voort te zetten.

In Moskou ontmoet hij Alexander en diens vader opnieuw. De stad staat in brand. De jongens kunnen de stad alleen verlaten als ze samen met de vader een brief van Napoleon gaan bezorgen bij de tsaar in Sint Petersburg. Onderweg stuiten ze op allerlei hindernissen die ze moeten overwinnen. Ze ontmoeten bijzondere mensen zoals de componist Pjotr Iljitsj en de schrijver Lev Nikolajevitsj, die duidelijke opvattingen hebben over de oorlog tussen keizer Napoleon en tsaar Alexander. Het boek blijft tot de laatste bladzijde spannend en het verhaal is niet al te voorspelbaar. Daardoor is deze jeugdroman ook een genot voor de voorlezende ouder. In veertig korte hoofdstukken wordt het avontuur verteld.

De auteur Menno Hurenkamp is van huis uit journalist en politicoloog en heeft op een creatieve wijze bestaande historische figuren en feiten gebruikt binnen een fictief verhaal. Hij is er bijzonder goed in is geslaagd om zowel de ideeën van keizer Napoleon als de houding van tsaar Alexander over te brengen. Dat doet hij door dialogen tussen de twee jongens en hun gesprekken met volwassenen. Er wordt veel verteld over de geschiedenis en over het leven in Rusland. Vaak zijn dat details die leuk zijn voor je algemene ontwikkeling, maar niet per se noodzakelijk voor een goede roman. De Nederlandse jeugdroman lijdt vaker aan dit euvel, blijkbaar zijn we een volk van notoire betweters. Eerlijkheid gebiedt mij om te schrijven dat alleen ikzelf struikelde over deze overbodige feitjes. Mijn zoon van tien had er geen last van. ‘Mooi boek’, was zijn commentaar na de eerste hoofdstukken. En later nog: ‘Er staat veel in over vroeger, je leert er veel van en het is spannend!’

Het boek is te prijzen om zijn rijke woordenschat. De zinnen zijn niet complex, maar er is wel gebruik gemaakt van een gevarieerde woordkeuze. Moeilijke begrippen zijn niet uit de weg gegaan. Wat ik nog wel een goede toevoeging zou vinden is een landkaart waarop is te zien welke reis Nicolas met Napoleon heeft gemaakt en hoe hij vervolgens met Alexander van Moskou naar Sint Petersburg reist. Niet iedereen heeft een gedetailleerde atlas in huis. Verder had ik het ook wel leuk gevonden als er wat meer Franse woorden waren gebruikt. Dat was immers de taal de Nicolas en Alexander met elkaar spraken.

Hoe enthousiast ik verder over dit boek ben, er moet mij toch nog iets van het hart. Dat er in een historische jeugdroman wel eens een dier geslacht moet worden, dat kan ik wel begrijpen. Maar waarom moet dat zo expliciet beschreven worden? De kinderen van tegenwoordig willen dat niet lezen. Kinderen van tegenwoordig zijn vegetariër, ze zijn lid van de WNF-rangerclub of ze zijn van plan om op de Partij voor de Dieren te gaan stemmen. Hoe enthousiast ik ook ben over dit boek, aan een echte dierenliefhebber zou ik het boek niet cadeau durven doen.

Meisjes komen in dit boek nauwelijks voor. De auteur heeft geprobeerd wat damesromantiek te suggereren door de Duitse Kattrin ten tonele te voeren, maar het is hem niet gelukt om van haar een Tolstojaanse Natasja te maken. De echte romantiek in dit boek zit in de avontuurlijke reis van de jongens en het vertrouwen respectievelijke wantrouwen die ze daarbij nodig hebben. ‘Koeriers voor de keizer’ is een mooi boek voor iedereen die nog niet toe is aan is aan ‘Oorlog en Vrede.’

Menno Hurenkamp, Koeriers voor de keizer, Uitgeverij Van Gennep, 238 p, aanbevolen leeftijd: vanaf 12 jaar.

Bestel dit boek hier.

 

  1. 2

    Ach @1, voor zover ik het begrijp is het een Kruistocht in spijkerbroek die de andere kant op gaat door een Brief voor de koning (let op het foutje van Kyra in de laatste zin : “Koeriers voor de koning is een mooi boek voor iedereen die nog niet toe is aan is aan ‘Oorlog en Vrede.’” :) )

    Maar dat alles doet niets af aan het feit dat een herschrijving van het thema best een boeiend boek kan zijn voor een nieuwe generatie. Het belangrijkste is uiteindelijk dat de zoon van tien zich vast kan bijten in het boek en het uitleest.

    Al het andere – en zeker wat volwassenen er van vinden – is bijzaak.

  2. 5

    Ze willen Napoleon helpen en hopen dat hij het lijfeigenschap in Rusland gaat afschaffen

    In 1860 werd dat afgeschaft.
    Niet dat ik daar op tegen ben.
    Waar het toe leidde, lees Solsjenytsyn’s boek over joden in Rusland.
    Het deel over de periode 1800 1917, of zo, bestaat in een duitse vertaling.

  3. 6

    Over te explicite bloederigheid: door bijvoorbeeld de Nieuwe Revu en de commerciele omroep, en door de filmindustrie en vele andere pulp-producenten is onze cultuur vercommercialiseerd. Dan blijkt dat het publiek het meest direct wordt aangesproken en gepakt door door “gruwel”. Vechten, bloed, schrik en zo: gruwel moet erin, om de simpelen van geest toch ook nog een beetje te boeien.

    Vragen voor de bezoekers van Sargasso: “Ziet u tegenwoordig ook meer gruwel dan vroeger? Ook internationaal bekeken? En gaan de kinderen van tegenwoordig (zie recensie hierboven) het inderdaad weer in een andere richting sturen?”

  4. 7

    Ik denk niet dat kinderboekenschrijvers gruwel in hun boeken opnemen om de simpelen van geest te boeien. Schrijvers van historische jeugdromans willen altijd zoveel mogelijk vertellen, vaak te veel naar mijn smaak. Dat ze soms te expiciet zijn, dat heeft denk ik eerder te maken met dat ze zo realistisch mogelijk willen schrijven. Ze staan daarbij te weinig stil bij de smaak en opvattingen van de lezende jeugd. Ik denk zeker dat een volgende generatie kinderboekenschrijvers het in een andere richting zal sturen.