Van Imhoff in de doofpot

OPINIE - Nabeschouwing van een indrukwekkende documentaire.

In 1965 mocht VARA’s Achter het Nieuws geen uitzending wijden aan de ramp met het schip Van Imhoff in 1942 in Nederlands Indië. De documentaire  ‘De ondergang van de Van Imhoff’, waarvan zondag het laatste deel is uitgezonden, laat na 52 jaar zien wat er toen is gebeurd en waarom niemand dat mocht weten.

In 1942 wordt het Nederlandse stoomschip Van Imhoff, met aan boord 477 Duitse burger-gevangenen bij Sumatra door een Japans vliegtuig tot zinken gebracht. De kapitein besluit om de voltallige Nederlandse bemanning te redden, maar hij laat de Duitsers over aan het noodlot. Een ander passerend Nederlands schip weigert de schipbreukelingen op te nemen als blijkt dat het Duitsers zijn. Slechts 65 van hen weten de ramp te overleven en spoelen aan op het Nederlands-Indische eiland Nias. Na de oorlog brengen overlevenden vanuit Duitsland de zaak bij de Nederlandse autoriteiten onder de aandacht. Er volgt een onderzoek, maar Justitie seponeert de zaak na verhoor van de kapitein die, al dan niet ingefluisterd door andere betrokkenen, een valse voorstelling van zaken geeft. Een van de Duitse overlevenden schakelt de pers in. Het krantenartikel komt onder de aandacht van Herman Wigbold van Achter het Nieuws. Hij vraagt aan Dick Verkijk de zaak te onderzoeken voor een item in zijn nieuwsrubriek. Verkijk neemt daarvoor contact op met verschillende autoriteiten. Die weten VARA-voorzitter Rengelink zover te krijgen dat hij de uitzending van de documentaire verbiedt. Verkijk publiceert zijn bevindingen op 16 april in Het Parool en wordt dan op staande voet ontslagen. Achteraf gezien is het wel opmerkelijk en lovenswaardig dat deze krant zich heeft losgemaakt van het politieke establisment dat koos voor de doofpot.

De documentaire  ‘De ondergang van de Van Imhoff’ is in meerdere opzichten schokkend. Het moedwillig achterlaten van honderden burgers was een laffe misdaad. De oorlogsomstandigheden kunnen hier niet als excuus gebruikt worden. En zeker niet als we weten dat de slachtoffers burgers waren, inwoners van Nederlands Indië, waaronder Duitse Joden en voor het naziregime gevluchte Duitsers. Schokkend is evenzeer de doofpot na de oorlog die deze misdaad verborgen hield. Met het schandelijke motief dat zowel PvdA-Kamerlid Burger als VARA-voorzitter Rengelink in 1965 aanvoerde: ‘ dat de Duitsers, die zoveel erger op hun geweten hebben deze affaire tegen ons zouden kunnen gebruiken om hun eigen misdaden te relativeren.’ Het is nu nauwelijks voorstelbaar dat deze redenering toen op zich al niet tot een affaire heeft geleid. Maar het -niet uitgesproken- nog grotere risico dat de voormalige vijand bij volledige opening van zaken financiële genoegdoening voor de nabestaanden zou kunnen eisen moet voor de politieke elite in die tijd een nachtmerrie-scenario zijn geweest. Zou er vandaag wel een politicus zijn, vraag ik me af, die voor een schadeloossteling op durft te komen, zoals die uiteindelijk ook gegeven is voor nabestaanden van Indonesische slachtoffers van oorlogsmisdaden?

Het is een indrukwekkende reconstructie van de zaak die de VARA nu na 52 jaar uitzond, met Dick Verkijk, toenmalig Achter het Nieuwsredacteur Koos Postema en twee nabestaanden, een Oostenrijkse achterkleinzoon van een van de overlevenden en de kleindochter van de kapitein. In de laatste aflevering zien we de doofpot geconstrueerd worden in een samenspel van een groot aantal instanties en personen: de regering (staatssecretaris voor Defensie, oud-marineofficier van Es, bijgenaamd IJzeren Adriaan), de PvdA Kamerfractie, de VARA, Justitie, de rederij KPM, en ook het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Daar vond Verkijk nu na zoveel jaren alsnog een dik dossier dat in 1965 voor hem verborgen was gehouden door de toenmalige wetenschappelijk medewerker van de Indische Afdeling van het instituut kolonel b.d. A.G. Vromans, ook een marineman. Ongetwijfeld niet zonder overleg met directeur Loe de Jong, ook medewerker van de VARA, die in 1965 nog furore maakte met zijn zwart-wit beeld van de bezettingsjaren.

De doofpot voor de ramp met de Van Imhoff is alles behalve een incidentele ontsporing van de vaderlandse politieke moraal. De gang van zaken past in een cultuur van geheimzinnigheid over zaken van staatsbelang (lees: politieke reputaties) die minstens tot in de jaren zeventig dominant was in Nederland. Het is bepaald geen unieke doofpot. Mediahistoricus Chris Vos zegt in de documentaireserie: ‘Ik denk dat de Van Imhoff-affaire thuishoort in het rijtje Greet Hofmans-affaire, en later de Hueting-affaire over Nederlandse oorlogsmisdaden [in Nederlands Indië].’ Het verbaast niet dat de documentaire, die nu in de plaats is gekomen van de ‘zoekgeraakte’ film van 52 jaar geleden,  uitgezonden wordt kort na de erkenning door de regering dat er in de oorlog tegen Indonesië wel degelijk structureel geweld is toegepast. Je zou wensen dat in het officiële onderzoek dat daar nu naar wordt ingesteld ook de affaire met de Van Imhoff wordt meegenomen.

Uniek is de doofpot ook niet als we naar de voornaamste actoren kijken. Die komen vooral uit de sfeer van Defensie. De doofpotcultuur bij Defensie is nooit veranderd en leverde ook sindsdien nog vele affaires op. Van tijd tot tijd wordt er weer gemopperd over de cultuur bij de krijgsmacht die geen openheid toelaat. Maar na behandeling van een incident in het parlement wordt het deksel weer vrolijk ter hand genomen als zich een nieuwe zaak voordoet. De pot zelf blijft intact.

[foto: collectie Tropenmuseum]

[overgenomen van Free Flow of Information]

  1. 1

    ”Maar het -niet uitgesproken- nog grotere risico dat de voormalige vijand bij volledige opening van zaken financiële genoegdoening voor de nabestaanden zou kunnen eisen moet voor de politieke elite in die tijd een nachtmerrie-scenario zijn geweest.”

    Wat (in elk geval in Nederland) minder bekend is, is dat de Bondsrepubliek verantwoordelijkheid nam voor haar vroegere soldaten en ze daarom medische verzorging en een pensioen aanbood. Dat pensioen zou hoger zijn geweest dan wat oud-verzetslieden van de stichting 40-45 kregen, en dan steekt de Nederlandse krenterigheid natuurlijk.

    Het documentairedrieluik zegt het niet met zoveel woorden maar het laat wel tussen de regels zien, dat de kapitein er ook maar ingeluisd is. Hij kreeg pardoes een lading die hij absoluut niet wilde en waar zijn schip ook niet geschikt voor was, mocht zijn schip niet in Rode Kruiskleuren verven, het escorte bleef uit… Als je het mij vraagt, is hij in paniek met de ergste voorgevoelens uitgevaren en toen die waarheid werden kwam de shock er bovenop. Nazorg had je in die dagen nog niet, druk van boven al wel.
    En heeft de kapitein van de Boelongan zich ooit hoeven verantwoorden?