Uitkeringen: autochtonen hebben er meer

ANALYSE - Er wordt heel veel geroepen over allochtonen en uitkeringen. Vaak is het regelrechte onzin en op z’n minst is er sprake van halve leugens, belangrijke verzwijgingen of overdrijvingen.

Vooral voor de PVV is het aantal uitkeringen voor allochtonen een belangrijk punt: binnen die partij meent men dat er financieel voordeel valt te behalen door het stopzetten van de immigratie uit niet-westerse landen. Ten onrechte zoals zal blijken.

In dit stuk ga ik in op het aantal uitkeringen en hoe de ene groep daarin verschilt met de andere groep. Ook ga ik in op de bijstand aan mensen in de AOW-leeftijd.

Dit artikel maakt deel uit van een drieluik. Het tweede artikel gaat over de (beroeps)bevolking en werkloosheid. Verder laat ik de ontwikkelingen in de uitkeringen sinds het jaar 2008 zien. Het derde artikel gaat over uitkeringen in gemeenten en specifiek over de bijstand in Rotterdam.

Dit stuk is een actualisering van een veelgelezen artikel dat ik drieënhalf jaar geleden heb geschreven. Aanleiding voor de actualisering is een artikel in Elsevier van 25 september met als kop ‘In cijfers: allochtonen oververtegenwoordigd in de bijstand.’

Klopt dat en hoe zit het dan met de andere uitkeringen? Elsevier geeft geen antwoord op die laatste vraag.

De getallen heb ik voor de leesbaarheid afgerond op duizendtallen. Ook de percentages zijn meestal afgerond.

In tabel 1 geef ik de laatste – voorlopige – stand van de bevolking tussen 15 en 65 jaar, het aantal uitkeringen en de verdeling over het de verschillende herkomstgroepen.*

Bevolking

In totaal zijn er bijna elf miljoen Nederlanders die behoren tot de zogenaamde potentiële beroepsbevolking, oftewel de groep 15 tot 65 jaar. De grootste groep hierbinnen zijn de autochtonen met 77%. De westerse allochtonen vormen 10% en de niet-westerse allochtonen 13%. Het betreft hier eerste en tweede generatie.

De verschillende uitkeringen

In totaal worden er 4,6 miljoen uitkeringen verstrekt**, waarvan bijna 1,7 miljoen aan mensen tot de AOW-leeftijd. Binnen deze groep maakt de bijstand, met 467.000 individuele uitkeringen, 28% uit. Betrek je ook de AOW erbij, dan is het aandeel bijstandsuitkeringen 10% van het totaal. De WW is met 443.000, 26% (10%), bijna net zo groot, maar de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen maken met 785.000, 46% (17%), bijna de helft uit. De AOW heeft er bijna drie miljoen en maakt bijna tweederde uit van het totaal aantal verstrekte uitkeringen.

Tabel 1

 
Bijstand

De bijstand bestaat uit een aantal zogenaamde bijstandsgerelateerde-uitkeringen. In totaal 467.000 individuele uitkeringen aan de bevolkingsgroep tot 65 jaar (over de bijstand aan AOW-gerechtigden verderop).

Verreweg het grootste aantal ontvangers, 95%, heeft een WWB, maar er zijn ook nog bijvoorbeeld de IOAW en IOAZ. Dat zijn ook bijstandsuitkeringen maar met een enkele uitzondering op de voorwaarden.

Laatstgenoemde groep wordt vaak vergeten en dat lijkt niet heel relevant, maar als je kijkt naar het stuk van Elsevier dan zie je dit plaatje. Daar staat Autochtone beroepsbevolking: 8,5 miljoen en maar 2% bijstand. Kan je dus een mooi plaatje van maken, maar allereerst is die 8,5 miljoen niet de beroepsbevolking maar de volledige autochtone bevolking 15-65 jaar. De autochtone beroepsbevolking is ruim twee miljoen personen kleiner.

Van de beroepsbevolking is het uitkeringspercentage 3%. Dat percentage krijg je ook als je alle bijstandsgerelateerde uitkeringen erbij betrekt en het percentage neemt van alle autochtonen van 15-65 jaar. Elsevier neemt maar één uitkering, de WWB. Twee procent of drie procent lijkt niet veel, maar in de vergelijking met de andere groepen maakt het veel uit. Daarnaast heeft bijstand in tegenstelling tot de WW een relatie met de gehele bevolking en niet alleen met de werknemers.

WW

De WW is bijna net zo groot als de bijstand. Hier zien we veel minder verschil tussen de bevolkingsgroepen. Het aantal WW-uitkeringen onder de twee allochtone groepen is – in relatie tot de totale omvang van deze groepen – in beide gevallen een procentpunt meer dan de autochtone groep, die twee punten minder heeft.

Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

De arbeidsongeschiktheidsuitkeringen – waarvan de WAO de bekendste is – hebben ook niet veel verschillen. In totaal heeft 7% van de bevolking een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Niet-westerse allochtonen hebben met 14% iets meer dan hun aandeel in de bevolking en westerse allochtonen iets minder. Autochtonen zitten met 77% precies op hun aandeel in de bevolking.

AOW

De AOW is – ik schreef het al – verreweg de grootste verstrekking. Hier neem ik ook een percentage van de bevolking tussen de 15 en de AOW-leeftijd, de zogenaamde grijze druk. We zien een zeer duidelijk verschil. Als deze uitkeringen gelijk verdeeld zouden zijn, zouden autochtonen 77% van de AOW ontvangen, maar het is 87%.

De grijze druk van autochtone AOW-gerechtigden ten opzichte van de autochtone bevolking 15-65 jaar is 30%. Westerse allochtonen zitten vrijwel op het gemiddelde, maar niet-westers zit daar ver onder. Met 94.000 uitkeringen heeft zij maar een aandeel van 3% en is de grijze druk 7% op de niet-westerse bevolking. De totale grijze druk is 26%. Straks nog meer over de AOW.

Totalen uitkeringen

In tabel 2 tel ik de uitkeringen van tabel 1 bij elkaar op en bereken het verschil in aantal tussen de herkomstgroepen. Allereerst zonder AOW.

Er gaan 1.695.000 uitkeringen naar de bevolking 15 jaar tot de AOW-leeftijd. Vijftien procent van die leeftijdsgroep heeft dus een uitkering. Het aandeel van autochtonen onder deze ontvangers is 68% (14% van de autochtone bevolking). Westerse allochtonen ontvangen 10% (16%). Het totaal uitkeringen voor niet-westerse allochtonen is 371.000 en dat is 22% van alle uitkeringen. 27% van de niet-westerse allochtonen tussen de 15 en AOW-leeftijd krijgt een uitkering. Je kan dus zeggen dat niet-westerse allochtonen twee keer zo vaak een uitkering hebben als autochtonen behorende tot de groep 15-65 jaar.

Daarnaast het plaatje inclusief AOW. In totaal 80% van alle uitkeringen gaat naar autochtonen. De uitkeringsdruk is 43%. Westerse allochtonen zitten daar iets onder met een aandeel van 10% (41%), maar niet-westerse krijgen 465.000 uitkeringen en dat is 34% van de bevolking tussen 15 en de 65 jaar.

Tabel 2

 
Dat verschil in percentage van het aantal uitkeringen is ook uit te drukken in aantallen en dat doet het middelste blok.

Autochtonen krijgen, zoals we hebben gezien, 46% van de bijstandsuitkeringen en dat terwijl zij een veel groter aandeel, 77%, van de potentiële beroepsbevolking vormen. Het verschil, -32% (negeer het afrondingsverschil), geeft dat autochtonen 148.000 ‘te weinig’ bijstandsuitkeringen krijgen.

Bij westerse allochtonen is het verschil 5.000 ‘te veel’, maar bij niet-westers is het 143.000 ‘te veel’. Bij de WW is het aantal ‘te weinig’ bij de autochtonen 11.000 en bij de arbeidsongeschiktheid 2.000.

Bij de AOW hebben autochtonen echter 294.000 uitkeringen ‘te veel’ en niet-westerse allochtonen 272.000 uitkeringen te weinig.

Het onderste blokje telt het verschil tussen de verschillende uitkeringen op. Links laat zien dat zonder AOW autochtonen 161.000 ‘te weinig’ uitkeringen hebben en dat hun aandeel daardoor 9% ‘te laag’ is. Dat is -1,9% van de totale autochtone bevolking van 15-65 jaar.

Bij westerse allochtonen is er maar een zeer gering verschil (3.000 ‘te veel’, 0%), maar bij niet-westerse allochtonen is het 158.000 ‘te veel’ en dat betekent dat 11,4% van de niet-westerse bevolkingsgroep tussen 15 en 65 jaar ‘te veel’ in de uitkering loopt.

Het verschil inclusief AOW geeft echter een geheel omgekeerd plaatje. Hier zien we dat autochtonen 123.000 ‘te veel’ uitkeringen hebben, westerse allochtonen 9.000 te weinig en niet-westerse allochtonen maar liefst 114.000 ‘te weinig’ uitkeringen hebben.

De AOW-uitkering en de bijstand

Iedereen tussen de 15 jaar en AOW-gerechtigde leeftijd die in Nederland woont is verzekerd voor de AOW. Als je verzekerd bent, ben je premieplichtig. Maar ook als je geen inkomen hebt, ben je toch verzekerd. Dus iemand in AOW-leeftijd is niet verzekerd voor de AOW en hoeft dus ook geen premie te betalen. Een 15-jarige scholier die geen inkomen heeft, betaalt geen premie, maar is toch wel verzekerd. Voor ieder jaar dat je verzekerd bent krijg je vanaf je AOW-gerechtigde leeftijd 2% AOW. Als je alle 50 jaar tussen je 15 en 65 jaar verzekerd bent geweest krijg je dus 100% AOW.

Iemand die op zijn dertigste hierheen is gekomen, komt dus vijftien jaar tekort en krijgt maar 70% AOW.

Ter illustratie: neem twee mensen die AOW krijgen en beide €200 pensioen hebben. De een heeft altijd in Nederland gewoond, de ander is echter op zijn dertigste hierheen gekomen.

A krijgt 100% AOW en dat is €1.040,- + €200,- = 1.240,-
B krijgt 70% AOW €728 + € 200,- = € 928,-

Dit zijn bruto bedragen, maar die €928,- is beneden het bestaansminimum en daarom krijgt B een aanvullende bijstand tot de bijstandsnorm, mits hij geen ander inkomen, spaargeld of een andere vorm van vermogen heeft. Het is tenslotte bijstand.

In dit artikel schreef Elsevier daarover:

Gepensioneerden die niet altijd in Nederland hebben gewoond krijgen geen volledige AOW-uitkering. Die wordt in dergelijke gevallen aangevuld met een bijstanduitkering.

Wat Elsevier er dus niet bij schrijft, is dat dat alleen maar het geval is als men onder de bijstandsnorm zit, inclusief alle andere inkomsten, en maar een klein beetje vermogen heeft.

Dat blijkt ook uit de cijfers: van de 94.000 niet-westerse allochtonen krijgen er slechts 5.000 een volledige AOW, terwijl autochtonen vrijwel allemaal 100% AOW krijgen.

Van die 89.000 onvolledige niet-westerse AOW’ers krijgt een minderheid, 36.500 (40%), aanvullende bijstand, wat voor een deel het ‘teveel’ aan bijstandsuitkeringen voor niet-westerse allochtonen verklaart.

De PVV

Wilders op 24 augustus 2012:

En uiteraard is er nog de 7,2 miljard per jaar die wij besparen als we een einde maken aan de immigratie-waanzin. Meer dan de helft van het geld dat we uitgeven aan bijstand gaat naar niet-westerse allochtonen. Daarover hoor je Emile Roemer niet.

Zeer twijfelachtig of het meer dan helft is, maar interessanter is dat Wilders met een immigratiestop denkt te kunnen bezuinigen. Zoals ik heb laten zien, is de uitkeringsdruk van autochtonen hoger dan dat van niet-westerse allochtonen en dat komt door de AOW.

Het rapport van Nyfer uit 2010, waar de 7,2 miljard vandaan komt, heeft de AOW meegenomen in de berekening. Dat is logisch, maar het zijn uitgaven die pas over tientallen jaren worden gedaan. Betaald door de bevolking die dan tussen de 15 jaar en de AOW-leeftijd is. Tot die tijd kan de immigrant geld opleveren of maar weinig kosten (zie bijvoorbeeld dit plaatje uit het rapport).

Aangezien de gemiddelde leeftijd van een niet-westerse eerste generatie-immigrant bij aankomst 30 jaar is, betekent dat dat je pas over pakweg veertig jaar profijt gaat hebben van een immigratiestop nu. Het zou dus goed zijn voor het houdbaarheidstekort, maar daar naar kijken vindt Wilders nu juist onzin. Dat krijg je dus als je bijvoorbeeld eenzijdig naar maar één uitkering kijkt. En dit alles staat nog los van het feit dat het Nyfer-rapport wemelt van de fouten, maar dat is een ander verhaal.

Bronnen:

Bevolking; generatie, geslacht, leeftijd en herkomstgroepering, 1 januar

Personen met een uitkering; naar geslacht, leeftijd en herkomstgroepering

In deel twee wordt gekeken naar de ontwikkelingen van de (beroeps) bevolking, werkloosheid en het aantal uitkeringen sinds 2007. In deel drie naar de uitkeringen in de gemeenten en specifiek naar Rotterdam.

* de leeftijdsgroepen zijn van 15-65 jaar. De uitkeringen tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Dat geeft een lichte vertekening omdat sinds 2013 de AOW-gerechtigde leeftijd elk jaar met een maand is opgeschoven.

** ANW, kinderbijslag en toeslagen buiten beschouwing gelaten. Zowel de bevolkingsaantallen als het aantal uitkeringen betreffen voorlopige cijfers.

Via flipvandyke.nl.

  1. 1

    @): Wat ik – los van het respectabele cijfer- en analysewerk, chapeau! – problematisch vind, is toch de grens 2e en 3e generatie. Een 3e generatie allochtoon (dus kleinkind van de klassieke gastarbeider) telt mee als 100% autochtoon. In de beleving (publiek, ambtenaar sociale dienst of UWV) geldt hij maar al te vaak nog als allochtoon.
    Ik snap dat dat ooit moet ophouden. Maar herkomstgroepen op deze manier (vanaf 2e generatie) ‘witwassen’ in de cijfers, is misschien weer wat al te flatteus.

  2. 2

    @1: Dus omdat mijn grootouders ergens anders vandaan komen ben ik jouw ogen nog steeds geen volwaardig Nederlander in de statistieken?

    Waar stoppen we dan dan Sjors? Verdeling afkomst per natie? Per culturele groep? En wat als 1 van de ouders wel met een Nederlander is getrouwd? Ben je dan wel een ‘echte’ Nederlander?

    Geef dan gewoon eerlijk toe dat je de cijfers wil hebben van 3e generatie Marokkanen.

  3. 3

    @1 Waarom noem je het ‘witwassen’ als je zelf ook begrijpt dat je mensen niet moet blijven associëren met de herkomst van hun voorouders? Derde generatie: er is ten minste één grootouder hierheen gekomen, hun kind is hier geboren en opgegroeid en diens kinderen zijn hier geboren en opgegroeid… Dat zijn de ‘derde generatie allochtonen’. Dat kun je toch geen allochtoon meer noemen?

    Dat even los van dat je zo doorzichtig bent als glas en hier gewoon het getal ‘allochtonen’ liever wat hoger zag. Kan jij weer zeggen dat het er teveel zijn.

  4. 4

    @1
    1) Door vermenging is die 3+e generatie niet meer allochtoon, en heeft die ook niet meer die ‘genetische identiteit’;
    2) Zelfs als je er ‘culturele identiteit’ van maakt, dan zou het dus -inderdaad- kunnen dat die allochtoon een ‘allochtone identiteit’ heeft. (En ik neem aan dat je dat vooral bedoeld.)
    3) Als die ‘culturele identiteit’ blijft -ondanks vermenging- over die 3/4/5/6 generaties, dan doe je als samenleving iets verkeerd. Het is makkelijk vanuit wij/zij perspectief te wijzen naar ‘die groep die niet mee wil doen’, maar vanuit wij/wij perspectief moet je dan ook erkennen dat er ook geen toenadering van jouw kant is geweest.

    Het lijkt me al te makkelijk om ‘Xe generatie’ allochtonen buiten de ‘autochtone’ groep te houden om dan te gaan wijzen: “het ligt aan hen”. Maar als er een (sub)groep blijft die, ondanks dat ze autochtoon zijn, problemen hebben in de maatschappij, dan lijkt mij dat net zozeer een probleem voor die subgroep, als voor de hele groep autochtonen. Hen kunstmatig uit de groep ‘autochtonen’ houden, zou dan -mijns inziens- erop wijzen (of het zou in ieder geval verleidelijk zijn om dat te doen) dat het in het geheel niet ligt aan de ‘autochtonen’.

  5. 5

    @1 Die derde generatie is iets waar ik al jaren tegen te hoop loop.

    Allereerst wat is de definitie? Een ding staat vast: beide ouders zijn in Nederland geboren, maar met hoeveel grootouders geboren in het buitenland ben je derde generatie? 1,2,3 of 4? Zeg het maar want een officiële definitie bestaat niet (straks de cijfers)

    Laat ik voorop stellen dat het wemelt in Nederland van de derde generatie, maar dat zijn voor het overgrote deel westerse autochtonen. Immigratie, inclusief Nederlandse grootouder(s) geboren in een westers land, bestaat natuurlijk al eeuwen en (makkelijke) vermenging met autochtonen zorgt dat je al snel 2e en 3e generatie krijgt.

    Niet-westerse immigratie is een fenomeen voor het overgrote deel van de laatste 50 jaar.
    Door het grote aantal (zeer) jonge immigranten eind jaren zeventig en de jaren tachtig heb je deze eeuw veel kinderen gekregen met een 1ste en 2de generatie ouder. Het is kind is dan 2e generatie. Zie hier het grote verzamelen van allochtonen want de groei van de 2e generatie komt nu voor het grootste deel door een kind waarvan een ouder een allochtoon is geboren in het buitenland en een in Nederland. Wel is het zo dat de 3e generatie nu duidelijk groeit.

    Het CBS heeft cijfers, maar maakt geen keus hoeveel grootouders in het buitenland geboren je moet hebben. Dus geven ze alle vier de varianten. Als je de variant neemt dat een grootouder al voldoende is dan kan je uit de tabel aflezen dat er maximaal 26.058 niet-westerse 3e generatie zijn die ouder zijn dan 14 jaar. Het speelt dus geen enkele rol.

    Overigens ben ik ook 3e generatie in de maximale variant omdat ik 1 grootouder heb die in 1885 als 2 jarige naar ons land verhuisde.

  6. 8

    Maar hoe voelt een derde generatie Allochtoon zich. Meestal vereenzelvigt de derde generatie zich met het land van hun grootouders. Ze voelen zich Marokkaan of Turk, en daarna vereenzelvigen ze zich met de stad waar ze wonen, en pas daarna met Nederland. Vanuit deze context kan je deze generatie goed Allochtoon noemen.

  7. 9

    @8:Als ik me in Spanje senang voel, en me daar graag mee vereenzelvig, ben ik dan een Spanjaard? Of een allochtoon?

    Aan dat soort opmerkingen hebben we dus niks. Nog afgezien van het feit, dat vrijwel alle 3e generatie kinderen zich in de eerste Nederlands voelen, hun vrienden en familie vrijwel allemaal in Nederland wonen, ze beter Nederlands spreken dan de taal van hun grootouders, enz, enz.

  8. 10

    @7 Was ik echt niet vergeten, maar er zit in de datareeks die ik gebruik geen ANW. Ik gebruik deze set ook in deel II en III. In deel II komen wel cijfers ANW. Verschijnt deze week nog. Met een zeer interessante analyse van het totaal aantal uitkeringen. Het aantal ANW-uitkeringen is echter zeer gering.

    @8 Hoe weet u dat? Waarom heb ik het gevoel dat u @5 niet gelezen heeft?

  9. 12

    Het is zinloos om alleen te kijken naar uitgaven. Wie hoesten al die uitkeringen op?

    Kans is groot dat de autochtonen netto gezien toch betaler zijn.

  10. 15

    Zoals altijd zit AltJohan weer te zoeken en te zuigen.

    Onder het kopje PVV ga ik in op de kosten. In plaats van dat hij daar op zou reageren. Hoe zijn vriendjes al jarenlang de kluit belazerden. Kan je natuurlijk niet verwachten.

  11. 16

    @12: ik dacht dat het de PVV om de kosten te doen was. Daar hebben ze toch een groot rapport over gepubliceerd? Daar stond niks over de uitgaven in.

    Je beweert nu dus feitelijk dat dat PVV rapport (ook) eenzijdig en onvolledig was.

  12. 17

    @2: Die cijfers zou ik inderdaad graag kennen. Ook van andere groepen overigens. Waarom rust er toch zo’n immens taboe op? Als derde-generatie Marokkanen – met automatisch ook de Marokkaanse nationaliteit – ZELF te pas en te onpas aanhalen dat ze (op sommige punten) ‘anders’ zijn (ik noem slechts: de tendens om elkaar bij amateurvoetbalclubs op te zoeken en ‘eigen’teams te willen vormen), waarom doen wij dan zoveel moeite om dat onderscheid in de statistieken steeds weg te willen poetsen..??

    Mind you: anders = niet gelijk aan ‘minder’ of ‘minder rechten’ hè – voordat we daarover weer moeten steggelen.

    @5 Flip van Dyke: Het zal allemaal best. Maar hoe verdedig je dan dat we aparte ‘Taskforces Marokkaans-Nederlandse jongeren’ hebben? Allemaal 3e generatie en dus ‘gewoon autochtoon’. Volgens jou dan.

    @4 Folkward: Ja, zoiets bedoel ik: leg de culturele identiteit vast. Zie ook @8 Toko Senang, ben ik het wel mee eens. Leg de werkelijkheid gewoon vast zodat we weten waar we het exact over hebben – en de wegkijkers eindelijk eens met de neus op de feiten worden gedrukt.

  13. 18

    @17
    1. We hebben heel veel cijfers, alleen zijn we te beroerd om ze op te zoeken. Rechts is er niet in geïnteresseerd omdat ze het niet nodig hebben. Roep maar wat over de massa-immigratie, derde generatie etc. en links is alleen maar geïnteresseerd als de aanhef ‘Zielig Kindje’ is.

    2. Een paar jaar geleden stond er stuk in de krant van Andre van Es, toen wethouder in A’dam, over de derde generatie. Dat die vaak nog slechts Nederlands spraken.
    Ik heb een mail naar de gemeente gestuurd en na maanden mailwisseling gaven ze toe dat de kwalificatie derde generatie die Van Es gebruikte fout was.

    De fout zit hem in het feit dat wij gewone mensen een andere definitie hebben van derde generatie dan het CBS.
    Voor ons is het kleinkind van de de geïmmigreerde gastarbeider derde generatie, echter dat is niet volgens de -slechts gedeeltelijk- definitie van het CBS.

    Veel kinderen van gastarbeiders zijn niet in Nederland geboren maar in hun herkomstland. Toen zij met hun moeder meekwamen waren ze voor het CBS gewoon 1ste generatie.
    Hun kinderen -geboren in NL- waren dan altijd 2e generatie en zo staan ze in de statistieken. Pas als die laatste kinderen met een andere 2e generatie allochtoon of autochtoon kinderen krijgt -oftewel iemand die ook in NL is geboren, dan is er sprake van een derde generatie kind. Let wel dat kind is dan een achterkleinkind van de gastarbeider.

    Wat maakt het uit? Het kind (1ste gen.) van die gastarbeider kan bv bij immigratie 16 jaar zijn. Diens achterstand is dan vrijwel net zo groot als van zijn vader. Het tweede generatie kind (kleinkind gastarbeider) heeft dan achterstand, maar wordt aangezien voor derde generatie. In de statistieken van het CBS staat het echter als 2e generatie geboekt.

    Daardoor lijkt het of er veel meer derde generatie is dan dat we in werkelijkheid kunnen tellen.

    Hoe het met Van Es is afgelopen? Toen men eindelijk toegaf dat ze fout zaten vroeg ik of zij dan ook aan Van Es wilden doorgeven. Dat was niet gebruikelijk kreeg ik te horen.

    En dan vragen ze mij wel eens hoe ik zo cynisch ben geworden.

  14. 21

    Goedendag heer / mevrouw,
    WIJ BIEDEN LENING VOOR PROJECTEN, FINANCIERING, BG, SBLC, LC, MTN, SKR etc.
    Cameron Finance Corporation is een onafhankelijke beleggingsmaatschappij en bedrijfsfinanciering specialist verstrekken van rassen van financiële diensten:
    Persoonlijke financiële diensten; project en investeringskredieten; verbetering van de kredietwaardigheid, bedrijfsobligaties en schuldpapier, zoals;
    Bankgaranties (BG),
    Medium Algemene Notes (MTN),
    Standby Letter of Credits (SBLCs),
    SKRs, Key Tekst Telex (KTT),
    Consolidatie van de schuld
    tweede hypotheek
    Business Leningen
    persoonlijke Leningen
    International Loans
    Lening voor alle soorten
    Family lening
    Xmas Lening
    E.T.C
    We faciliteert alle soorten van de lening en kan het project in ontwikkelde en ontwikkelingslanden te financieren. Kleine schaal lening bedrijf, tussenpersonen, kleinschalige financiële instellingen ten slotte, financieren we want wij hebben onbeperkt kapitaal. Voor verdere details te gaan over de aanschaf van een lening contact met ons, Kindly onmiddellijk reageren op deze e-mail: Cameronfinancialloan Ltd@execs.com
    De heer Smith Greg
    algemeen Consultant

  15. 22

    @21: Whahaha….

    @Redactie: laten staan deze, markeer als spam op een of andere manier en laten staan om te laten zien hoe nutteloos en leeg spam eigenlijk is. Zeker ook nog in de context van dit logje.

    rassen van financiële diensten
    Ik moest even denken toch… Nu ben ik racist.