Uit de jeugdzorg | Wesley

COLUMN - Er klinkt een enorme knal. Het komt uit de keuken, er ontploft iets. Ik schrik me rot.

‘Wesley is in de keuken, hoe is het met hem?’ is het eerste dat ik denk. Mijn collega zit een seconde net zo verstijfd als ik en een van de kinderen komt snel een stukje dichterbij me zitten.

Na de eerste schrik rent mijn collega naar de keuken. Ik blijf bij de kinderen. De een giechelt, de ander trilt. Tot mijn grote opluchting komt Wesley, ongedeerd, de keuken uit. Krom van het lachen.

‘Hahaha, nou, de melk is warm, hoor!’ lacht hij. Ik kijk in de magnetron. Daar ligt een plasje melk op de glazen plaat. Omringd door duizenden stukjes glas. En een metalen lepeltje… Wesley zag mijn collega en mij in de huiskamer zitten. Hij had het idee dat we trek in koffie hadden. Dat ik er altijd warme melk in doe, wist hij. En dat ik daar de magnetron voor gebruik, wist hij ook. ‘En dat er nooit metaal in een magnetron mag, wist ik ook,’ zegt hij. ‘Maar ik dacht, dertig seconden, dat kan wel. Nou, niet dus!’

Wesley is elf en ‘er zit geen kwaad in’. Hij vindt iedereen aardig, hij vindt alles leuk en is uiterst behulpzaam. Hij ligt goed in de groep en zijn moeder ziet hem, sinds hij bij ons woont, met de dag groeien.

Toch zitten we met een dilemma. Afgaande op zijn IQ komt Wesley in aanmerking voor een leefgroep met meer begeleiding. Daar kunnen ze hem de begeleiding en de duidelijkheid geven die hij nodig heeft. Maar dat betekent wéér een verhuizing, wéér wennen aan een nieuwe situatie, wéér een nieuwe school. Bovendien wil hij niet weg uit deze groep. Iedere dag weer vragen we ons af waar we goed aan doen. En of we de veiligheid van de andere kinderen nog kunnen garanderen.

De momenten die fout hadden kunnen aflopen zijn niet op één hand te tellen. Sommige gebeurtenissen zijn lachwekkend, maar andere levensgevaarlijk.

Ik weet nog goed dat we op de fiets zaten. ‘We gaan hier naar links, Stephan achterna,’ zeg ik voor de zekerheid. Wesley grapt: ‘Ja, ik weet de weg hier wel, hoor.’ Ik steek mijn hand uit en neem de bocht. Voor ik er erg in heb, liggen we midden op het kruispunt onder onze fietsen. De auto achter ons stopt gelukkig op tijd.

‘Wat doe jij nou?, vraag ik nog enigszins van slag. ‘O, ik dacht, ik moet nog even iets aan Tim uit mijn klas vragen, en die woont dáár.’ Hij wijst naar rechts.

Of de keer dat ik de aardappelen af wil gieten. En Wesley ineens achter me blijkt te staan en ik over zijn voet struikel. De pan schiet uit mijn hand en het kokende water valt nog geen tien centimeter naast hem op de grond.

De wachtlijst voor een meer passende groep is lang. Als het even kan, blijft Wesley tot die tijd bij ons wonen. Omwille van Wesley is er al een vastere dagelijkse routine. Nog meer structuur zou voor Wesley beter zijn. Maar voor de andere kinderen moet het natuurlijk ook wel prettig blijven.

Inmiddels zijn we vier jaar verder. Wesley woont nog steeds in zijn vertrouwde groep. Het gaat goed met hem. Hij volgt sinds twee jaar praktijkonderwijs. Sindsdien heeft hij een enorme groei doorgemaakt. Hij ziet inmiddels, waar nodig, gevaar en hij heeft het nog steeds naar zijn zin op zijn woonplek.

Ook zijn zelfspot is gelukkig gebleven. Onlangs kwam hij weer lachend de keuken uit: ‘O, haha, nu snap ik het, er staat koolzuur. Ik dacht al, waarom zou er zuurkool in de cola zitten?!’

Alle cliëntnamen zijn gefingeerd.

Roselinde van Berkel is pedagogisch medewerker bij TriviumLindenhof, een jeugdzorginstelling in Zuid-Holland. Ze is auteur van het boek Sannah! en schrijft voor Sargasso over de jeugdzorgpraktijk van binnenuit.

  1. 2

    @1 dat hoop ik ook, maar als je na talloze verhuizingen waarschijnlijk hechtingsproblematiek ontwikkelt worden je kanzen wel wat kleiner in de hedendaagse maatschappij. Vooral vele verhuizingen grijpen enorm in op het leefgenot van een kind. Ze zijn dan alleen nog maar bezig met het opnieuw definieren van de regels, hiërarchie, vriendjes, enz. Dit terwijl ze eigenlijk kind zouden moeten wezen.

  2. 6

    Ik begrijp dat er iets meer risico is dat Wesley een ongeluk krijgt dan andere kinderen, maar toch zit mij niet lekker dat hij dan eigenlijk naar een andere groep zou moeten, in plaats van dat er meer toezicht (of noem het “begeleiding”) bij zijn huidige groep kan komen.

    Het lijkt alsof vooraf op de cent berekend wordt hoeveel begeleiding een kind nodig gaat hebben tussen z’n 11e en 18e jaar.

    (En eigenlijk denk ik ook dat Wesley met Rosalinde meer lol heeft dan met de begeleiders van een andere groep.)