Uit de jeugdzorg | Sleutels

COLUMN - De kriebels kreeg ik ervan. Het is gelukkig alweer een paar jaar geleden, maar het zou me niets verbazen als het elders nog wel eens gebeurt. ‘We zijn geen gevangenis!’ denk ik als ik het gerinkel al van verre hoor.

Ik sta op het schoolplein, om één van de kinderen uit mijn groep op te halen. En daar komen ze, mijn collega’s. Sleutelbos om hun nek. Met de bussleutel. De voordeursleutel. De kantoorsleutel. De sleutel voor de slaapkamers. En ongetwijfeld nog wat sleutels.

Sorry, maar ik vind het geen gezicht. Thuis loop je toch ook niet met een sleutelbos om je nek, neem ik aan?

Tot overmaat van ramp hoor ik één van die collega’s praten met een moeder die op het schoolplein stond. Die moeder vraagt wat voor kinderen in de leefgroep wonen. Mijn collega antwoordt: ‘Er wonen kinderen die vanuit justitieel perspectief bij ons geplaatst zijn. Na een rechterlijke uithuisplaatsing heeft Bureau Jeugdzorg besloten deze kinderen bij ons onder te brengen. Wij behandelen deze kinderen, voeren evaluatiegesprekken en stellen werkplannen op.’

Daarna volgde nog een verhaal, maar ik liep door omdat ik bij een andere uitgang moest zijn.

Later op de dag vertelt mijn collega dat ze zo’n leuk gesprek met die moeder had gehad. Die moeder was toch zo geïnteresseerd in wat voor werk zij deed.

‘Ja, ik ving al zoiets op,’ antwoord ik. ‘Aan mij vragen ze dat ook wel eens. Ik leg dan altijd uit dat ik werk op een leefgroep. Op een leefgroep voor kinderen die om wat voor reden dan ook niet thuis kunnen wonen. Dat wij zolang zorg voor ze dragen. En dat het kinderen zijn die net zoals haar kinderen houden van voetballen, zwemmen en computeren. Zo is het toch?’

Mijn collega kijkt even verbouwereerd. Dan zegt ze aarzelend ‘Ja, zo is het…’

Natuurlijk, op de leefgroepen van de instellingen waar ik werk, is het leven niet zoals in een standaardgezin. Deze kinderen hebben er vrijwel nooit voor gekozen om bij ons te wonen. Ze hebben te maken met het gemis van hun familie (hooguit wonen ze – indien mogelijk – samen met broertjes of zusjes), met andere regels, wisselende medewerkers, verhuizingen, enzovoort, enzovoort. Maar er zijn natuurlijk ook veel dingen die wel hetzelfde zijn. Laten we dat dan ook alsjeblieft zo houden.

Helaas krijgen we steeds vaker te maken met protocollen. Met verantwoording afleggen omdat dat wettelijk zo is bepaald. Soms tot op de vijf minuten. Evaluatieplannen moeten worden geschreven, werkdoelen opgesteld, overleg gepleegd, rapportages geschreven, contacten gerapporteerd, enzovoort.

Het heeft allemaal zijn doel, daar twijfel ik geen seconde aan. Maar soms schiet het zijn doel voorbij. Dan ben je langer bezig met rapporteren, dan met bijvoorbeeld het telefoontje zelf. De meeste kinderen in onze leefgroepen, hebben er zelf niet voor gekozen om daar te wonen. Maar laten we zorgen dat ook zij later terug kunnen kijken op mooie momenten in hun leven. Momenten waarop ze onbezorgd een gewoon kind konden zijn.

Laten we daarom als pedagogisch medewerkers alsjeblieft een beetje normaal doen met zijn allen. En dat dan vooral tegenover de kinderen die we moeten verzorgen. Dus met mooi weer: laat die verantwoording voor wat het is, ga naar buiten en houd een watergevecht.

En stop vooral die sleutelbos ver weg in de broekzak.

Alle cliëntnamen zijn gefingeerd.

Roselinde van Berkel is pedagogisch medewerker bij TriviumLindenhof, een jeugdzorginstelling in Zuid-Holland. Ze is auteur van het boek Sannah! en schrijft voor Sargasso over de jeugdzorgpraktijk van binnenuit.

  1. 1

    Ik kan me voorstellen dat je daar de kriebels van krijgt.

    Een gevangenis is een gebouw waar plegers van strafbare feiten worden opgesloten.

    Maar hoe noem je dan een gebouw waar minderjarigen die geen strafbare feiten hebben gepleegd tegen hun zin in worden opgesloten?

  2. 2

    @1:
    Met een beetje pech gebruikt men het eufemisme P.I. (Penitiaire Pedagogische Instelling ;-)

    Verder wordt in het verhaal natuurlijk goed aangegeven, dat er wel eens verkeerde ideeën bij “verzorgers”leven.

  3. 5

    Sleutelbossen stralen macht, status en autoriteit uit. Een soort knoet dus. Past goed bij de hedendaagse protocollen.

  4. 6

    Roselinde van Berkel:

    Laten we daarom als pedagogisch medewerkers alsjeblieft een beetje normaal doen met zijn allen.

    Daar kunnen we alleen maar vóór zijn, de vraag is echter wel: wie bepaalt er wat normaal is?

  5. 7

    @6, het kan aan mij liggen, maar dat staat er toch gewoon?

    En dat het kinderen zijn die net zoals haar kinderen houden van voetballen, zwemmen en computeren.

    en

    Dus met mooi weer: laat die verantwoording voor wat het is, ga naar buiten en houd een watergevecht.

    En stop vooral die sleutelbos ver weg in de broekzak.

  6. 8

    Toen ik als 20 jarig meisje in een instelling werkte, had ik ook zo’n sleutelbos. Aangezien je dat ding 100 keer per dag nodig hebt, en je hem nooit nooit mag verliezen, droeg ik hem niet in mijn broekzak (risico op verlies), maar aan een broeklus of om mijn nek. Niet als statussymbool of machtssymbool, maar uit practische overwegingen. Nadien realiseer je je dat dat soort dingen een bepaalde cultuur, sfeer uitdragen. Voor kinderen moet een vervangend thuis ook thuis zijn, en een symbool als een sleutelbos draagt geen thuis uit.
    Ik was me er toen niet van bewust en mogelijk ook al wat vroegtijdige beroepsdeformatie / blindheid voor de idiote situatie. Ik denk dat dit veel veel medewerkers in de zorg geldt.
    Het is (te) makkelijk schieten van buitenaf (en naderhand, want nu zou ik dit niet meer doen). Knap dat @roselinde het wel signaleert!

  7. 9

    @7: Je beschrijft de versie van normaliteit van Rosalinde van Berkel. Waarmee ik het natuurlijk ook eens ben. Maar zij stelt de norm niet lijkt me, noch doen jij of ik dat.

  8. 10

    @9, het wordt een beetje een abstracte semantische discussie. Je mag de vraag stellen hoor, ik zie alleen het nut niet. In tegendeel. Het is het soort discussies dat alleen maar leidt tot meer protocoldenken en meer jargon en meer ‘professionele afstand’. Wat Roselinde bedoelt is meer dan duidelijk – zorg dat kinderen die niet thuis wonen toch wat thuiservaringen hebben. Hart op de goede plek, kinderen als kinderen blijven zien die van spelen houden en liefde en zorg nodig hebben en als waardevolle individuen met hun eigen karakter en bijzonderheden. En niet slechts als pedagogisch object, als statistiekje, als iets dat gered moet worden, als onderwerp van een handelingsplan, of welke andere vorm dan ook die je alleen maar verder op afstand plaatst…

    Zo moeilijk is het echt niet. En toch is het, zie onze (jeugd)zorg, tegelijk oneindig moeilijk, want we krijgen het heel vaak niet voor elkaar om daar doorheen te breken.

  9. 12

    Hier liggen nu bijvoorbeeld mogelijkheden voor jeugzorg:

    http://www.telegraaf.nl/binnenland/22863738/___Recht_op_zien_kleinkinderen___.html

    Ze zouden bijvoorbeeld actief bezoek van grootouders kunnen faciliteren, ook om een completer beeld te krijgen van de ouders. Ook zouden bij plaatsing grootouders indien mogelijk in aanmerking kunnen komen om hun kleinkinderen op te vangen.

    Niet alleen is er de natuurlijke band, waardoor er van beide partijen eerder welwillendheid zal zijn, vaak hebben grootouders de ruimte en de financien om voor hun kleinkinderen iets te kunnen betekenen.

    Bovendien kunnen grootouders helpen om ouders op hun verantwoordelijkheden te wijzen.

    Het is maar een idee..

  10. 15

    Redactie: reactie verwijderd wegens totale onzinnigheid.

    @Willem: je hebt voorlopig het recht verspeeld om op deze columns te reageren – op straffe van een ban.

  11. 16

    Prima Sargasso, doet u mij maar een ban dan.

    Ik zal voortaan Sargasso voortaan voor gezien houden, want tussen de lijntjes moeten lopen, daar houd ik niet zo van.