Uit de jeugdzorg | Naomi

COLUMN - ‘Trappen, Naomi!’ riep ik nadat ik je een duwtje gaf. ‘Ja, goed zo, trappen, trappen!’ En dat deed je, als zesjarig meisje, met je rode staartjes en je guitige sproetjes. Ik weet het nog goed, het was een zonnige zaterdag nu zes jaar geleden. Een aantal kinderen was thuis of bij een weekendgezin. Degenen die op de groep bleven, speelden buiten. En jij leerde fietsen.

De afgelopen jaren heb je sowieso veel geleerd. En meegemaakt ook. Je vond je plekje in onze groep. Je had veel vriendjes, zat bij de plaatselijke scouting, haalde je zwemdiploma. Je maakte mee dat groepsgenootjes verhuisden. Dat pedagogisch medewerkers vertrokken. Dat je een mooie rol kreeg in de eindmusical van groep acht. En natuurlijk ook de lange weg die je moeder heeft afgelegd.

Je zag het van dichtbij. Ik zie je nog zitten wachten, op dat bankje. Úren zat je daar. Maar ze kwam niet. Het ging niet goed met haar. Maar jij bleef trouw wachten. De week erna weer. En de week daarna weer. Inmiddels begrijp je wat een depressie is. En je moeder begrijpt zichzelf ook steeds beter. Ze weet inmiddels wanneer ze hulp in moet schakelen. Dat haar medicijnen van levensbelang zijn, en dat ze die niet meer ongeopend in de prullenbak moet gooien.

Ze heeft het achter zich gelaten: de tijd van niet eten, niet drinken, de deur voor niemand opendoen en niets liever willen dan slapen, voor altijd. Geen sprake meer van. Ook niet van ‘alle pillen in één keer’ en de daaropvolgende ziekenhuisopnames.

Je moeder heeft hard voor zichzelf geknokt. En ook voor jou. Ze wilde niets liever dan jou weer thuis hebben. Daarvoor moest ze door een diep dal. Haar eigen verleden een plek geven. Uit de schulden komen. Een vaste woonplek hebben. En weer een vertrouwensband met je opbouwen.

Dat laatste ging niet zonder slag of stoot. In eerste instantie moest je niets meer van haar hebben. Dan sprak je liever met vriendinnetjes af. ‘Ik heb al veel te vaak voor niets op dat bankje zitten wachten!’ riep je. Maar je was toch nieuwsgierig. In het begin was het wel wennen voor je. Voor je moeder ook. Je was inmiddels geen kleuter meer. Eerst kwam je moeder op bezoek. Daarna ging je een dagje met haar op pad.

Na die tijd kon het jou niet snel genoeg gaan. Wat was je blij toen je hoorde dat je moeder een vaste woonplek had. Mét een kamertje voor jou. Je wilde meteen je koffers pakken. Wat viel het tegen dat de bezoekregeling eerst ‘geëvolueerd’ moest worden, zoals je moeder dat noemde. Maar jullie geduld werd beloond. Je mocht één nachtje per maand logeren. Na een paar maanden werd één nachtje een heel weekend. En vervolgens ieder weekend.

Wat keek je beteuterd toen je op een keer terugkwam op de groep. Aanvankelijk gingen jullie, als je bij je moeder was, samen naar de snackbar. Maar toen ging ze ineens koken. ‘Het blijft geen feest,’ had ze gezegd. Maar vandaag is het wél feest. Je hebt gehoord dat je bij haar mag gaan wonen. Voorgoed. Een nieuw huis, een nieuwe woonplaats, een nieuwe school. Spannend, hoor! Je bent er stil van. Ik ook. Want wat zal ik je missen!

Lieve Naomi, pas goed op jezelf. En op je moeder. En laat nog eens wat van je horen.

Alle cliëntnamen zijn gefingeerd.

Roselinde van Berkel is pedagogisch medewerker bij TriviumLindenhof, een jeugdzorginstelling in Zuid-Holland. Ze is auteur van het boek Sannah! en schrijft voor Sargasso over de jeugdzorgpraktijk van binnenuit.

  1. 1

    ja maar een depressie is gewoon een duur woord voor laf je hand op houden ten koste van de hard werkende nederlander en je bent verantwoordelijk voor je eigen leven en je moet niet eerst een kind nemen en dan een depressie krijgen en ook nog de van belastingeld betaalde medicijnen weggooien ik vind het een schande dat dat allemaal kan in ons mooie land waar iedereen gewoon normaal moet werken, televisie kijken, bier drinken en aan zichzelf moet denken net als iedereen vind ik

  2. 2

    Bij gebrek aan duimpjes omlaag schrijf ik dan maar een “-1” bij reactie 1. Depressie is een ziekte, net als kanker. En je doet net alsof dat een keuze is. Het leed, zeker als het over zware depressie gaat, wordt goed weergegeven door Rosalinde. Moet je een kankerpatiënt eens suggereren dat zijn of haar ziekte een keuze is, dat ze op de pot teren van de hardwerkende Nederlander……..

  3. 3

    Sjap, ik weet niet of je het meent of dat je cynisch probeert te zijn, maar wat mij betreft is het ongepast. Ik vind het afbreuk doen aan dit mooie, gevoelige stukje van Roselinde.

  4. 5

    Zo’n week geleden m’n donaties stopgezet, omdat ik eigenlijk al weken geen écht diepgravende, meer inzicht gevende artikelen had gelezen.
    Deze serie artikelen uit de jeugdzorg was een van de weinige artikelen die ik nog met plezier las.
    De eerste reactie heeft me doen besluiten Sargasso maar helemaal niet meer te bezoeken, want met dit soort stupide reacties vermoord je zelfs dit soort mooie artikelen. Enige moderatie voor dit soort ordinaire scheldpartijen zou volgens mij wel op z’n plaats zijn. Maar je kunt hier kennelijk alles kwijt, inclusief regelmatig bot antisemitisme (wat iets anders is dan kritiek op Israël of antizionisme).

  5. 6

    Dat vind ik een zeer onverstandig besluit. Dan kan je ook geen tegenwicht meer geven aan zulke reacties toch?

    de reactie is weinig respectvol verwoord EN getuigt van weinig inlevingsvermogen.

    Thea.

  6. 7

    (Ik reageer beleefheidshalve vandaag nog wel even, als dat nuttig lijkt.)
    Mogelijk. Maar ik bezoek dit soort sites om inzicht te krijgen in allerlei onderwerpen. Dat krijg ik hier minder en minder.
    Daarentegen zakt het niveau van de discussies hier sneller en sneller. Ik kom hier niet om tegenwicht te bieden aan ordinaire scheldpartijen die niets bijdragen aan een discussie (daar reken ik de eerste reactie toe) of dingen als het toenemend aantal antisemitische uitingen hier. Dat hoort, naar mijn mening, een moderator te doen. Ook GeenStijl bezoek ik niet. Sargasso ontwikkelt zich meer en meer tot het nette broertje van GeenStijl. Dan kan ik mijn tijd beter doorbrengen op sites als Follow The Money of De Correspondent.
    (Overigens heb ook ik felle kritiek op de Israëlische politiek, maar dat is iets heel anders dan bot antisemitisme.)
    Je kunt trouwens ook op een meer respectvolle manier vraagtekens zetten bij steeds verder oprekken van de diagnose depressie. Maar dat is iets anders dan de stupide scheldkanonnade hierboven.

  7. 8

    Die eerste reactie was gewoon humor toch ? Een standaard GeenStijl-reactie die in deze context extra wrang overkomt. Bedoeld om de hufterigheid van de roze horde te onderstrepen.

    Verder niets dan lof voor deze serie over de jeugdzorg, ik lees hem bijzonder graag.

  8. 10

    8 snapt het.

    Het contrast van mijn botte reactie in #1 met het prachtige stukje had niet groter kunnen zijn. Vandaar mijn reactie #1. Om de hufterigheid van de inmiddels gemeengoed geworden uitdrukkingen en standaard-reacties bloot te leggen. Wie durft er nog wat van te zeggen als je teksten als ‘mijn belastinggeld’ uit de mond van die ene oom of kennis hoort komen?

  9. 11

    @10, nog steeds ongepast – het tast het stukje aan. Het haalt wat van de glans weg. Ook al is het niet je bedoeling, daarmee verspreidt je de hufterigheid eerder dan dat je ‘m tegengaat – je brengt het namelijk waar het zonder jouw reactie niet was gekomen.

    Het is goed om botte reacties zoals in 1 tegen te gaan waar ze verschijnen. Maar het werkt alleen maar averechts als je ze gaat plaatsen op een plek waar ze niet waren. (En ja, ze komen op Sargasso wel voor, maar hier was je de eerste.)

    Het gevolg is ook duidelijk: de discussie gaat offtopic en voor het beeld dat geschetst wordt in 0 is nauwelijks meer aandacht. Dat dochter en moeder hebben gewerkt aan hun nieuwe leven, dat ze daarin veel hebben bereikt, en hoe de schrijfster de ontwikkeling van het meisje heeft gezien… dat is ineens niet meer zo belangrijk.

    Wat mij betreft: niet doen. Verspreid vooral liever af en toe het omgekeerde – een menselijk beeld, een mooie observatie op plekken waar die niet zovaak voorkomen.

  10. 12

    Kijk aan, het kan dus wel: werken aan terugplaatsing van het kind. Dit is een zeldzaamheid binnen jeugdzorg, en dat ligt niet aan de ouders of het kind.