Uit de jeugdzorg | Edson en Kane

COLUMN - Hij kijkt me dreigend aan, de vader van de vijftienjarige tweeling Edson en Kane. Vier jaar zat hij vast voor drugssmokkel. Regelmatig belde hij zijn zoons op en vertelde dan verhalen. Verhalen over vechtpartijen, over overvolle cellen en over kakkerlakken op de vloer en de muren. Maar ook over zijn toekomst. ‘Binnen drie maanden kom ik vrij,’ zegt hij. ‘Dan neem ik het eerste het beste vliegtuig en kom ik jullie ophalen. Want jullie zijn mijn zoons. Toch?!’

Dat dit niet zomaar kan, maakt hem niets uit. ‘Schijt aan Jeugdzorg! Ze moeten hun smoel houden met die oude koeien uit de sloot. Ik weet het, ik ben fout geweest door jullie alleen thuis te laten. Maar ik moest een paar dingen regelen in Brazilië. Wist ik veel dat dat een paar jaar zou worden?’ Maar hij is veranderd. Hij wil zijn jongens zien opgroeien en dat gaat niet vanuit de gevangenis. Dus hij komt ze ophalen, zegt hij.

Nog geen drie maanden later gaat de telefoon. Bureau Jeugdzorg. Vader is in Nederland en wil zijn zoons zien. Er wordt een bezoekregeling afgesproken. Vader weet dat hij de jongens niet zomaar op mag halen. Maar op bezoek komen en een uurtje met ze wandelen is oké. Eventueel kan de bezoekregeling later worden uitgebreid. Eerst eens kijken hoe de eerste contacten verlopen.

Als hij het pad op komt, herken ik hem al van de foto’s. Die hangen bij Edson en Kane op de kamer. Het litteken onder zijn oog is het eerste dat opvalt. Waarschijnlijk van de vechtpartij een paar maanden ervoor. Kane had erover verteld. Ik geef een hand en stel me voor. Hij kijkt me een paar seconden indringend aan en zegt: ‘Ja, ik heb over je gehoord.’ Ik reageer lachend: ‘Wel positief, hoop ik.’ Maar vader luistert al niet meer. Hij vliegt zijn zoons om hun nek. Ik zie zijn ogen vochtig worden. ‘Ai, boys, wat zijn jullie groot geworden!’ Hij geeft ze een vriendschappelijke stomp tegen hun schouder.

‘Kom, laat me jullie kamer zien!’ en hij loopt al richting de trap. Normaal gesproken komt er geen bezoek boven wanneer er al kinderen slapen. Maar ik kan me wel voorstellen dat je als ouder de slaapkamer van je kind wil zien. Dus ik laat het maar even gaan. ‘Wel zachtjes, graag, er slapen al kinderen.’ Maar vader is zo druk met zijn zoons, dat hij me niet hoort. Of me niet wíl horen.

Na een paar minuten loop ik naar boven. Op de gang hoor ik ze al lachen. Ik klop aan. Edson doet zijn kamerdeur open. De andere twee zitten op zijn bed.

‘Sorry dat ik stoor, maar kunnen jullie beneden verder praten? Er slapen al kinderen,’ zeg ik zachtjes. Vader staat op en loopt naar me toe. ‘En als ik dat nou niet doe?’ vraagt hij op dezelfde zachte toon.

‘Nou, dan pak ik u bij uw nekvel en tíl u ik gewoon naar beneden!’, zeg ik met een grote glimlach. Vader kijkt zijn zoons aan. ‘Kom, jongens’, reageert hij. ‘We gaan naar beneden, ik wil geen ruzie!’ en hij loopt de trap af.

Met een beetje gevoel voor humor kom je vaak een heel eind.

Alle cliëntnamen zijn gefingeerd.

Roselinde van Berkel is pedagogisch medewerker bij TriviumLindenhof, een jeugdzorginstelling in Zuid-Holland. Ze is auteur van het boek Sannah! en schrijft voor Sargasso over de jeugdzorgpraktijk van binnenuit.

  1. 1

    Arme Edson en Kane. Kan zo een man niet verplicht worden om, zeg, een half jaar intensief behandeld te worden? Een beetje fatsoen aanleren voordat ie z’n zoons weer helemaal in de war maakt met asociaal, onaangepast gedrag en dito verhalen.

  2. 2

    Wat een ontroerend verhaaltje zeg,kan zo de Libelle in.
    Al die onbeschaafden die er in ons land nog rondlopen,maar goed dat er Jeugdzorg is.
    Alleen jammer dat Jeugdzorg zelf een welhaast criminele organisatie is die manipuleert, chanteert,liegt ,meineed pleegt,”specialisten”onder druk zet met opdrachten etc,etc…

  3. 3

    Men beweert bij jeugdzorg het belang van de kinderen voor ogen te hebben. Toch druipt de minachting voor de natuurlijke band die de kinderen van nature met hun vader hebben van dit stukje af.

    Het lijkt me daarom sterk dat deze medewerker van jeugdzorg, die zelf geen familie is of een natuurlijke band met de kinderen heeft, zelf wel een goede invloed op de kinderen heeft.

    Het wel of niet toelaten van hun vader in hun leven is immers nog altijd een zaak van de kinderen zelf. Dat staat ook zo in de wet beschreven.

    De schrijver van dit stukje lijkt wel jaloers te zijn op het feit dat de jongens blij zijn hun vader te zien, wat een volstrekt normale situatie is. Bovendien zou men bij het maken van de afspraak van te voren hebben kunnen afspreken dat de vader te zien krijgt waar de kinderen verblijven. Dit wordt slechts met tegenzin, en alsof men de vader een gunst verleent, gehonoreerd.

    Geen wonder dus dat er zo veel ouders zijn die zich door de jeugdzorg buitenspel gezet voelen. Dat is namelijk hun core business.

    Kinderen die uit huis geplaatst zijn hebben lopen veel grotere risico’s. Zo is het risico om seksueel misbruikt te worden als men eenmaal onder toezicht van jeugdzorg staat veel groter dan wanneer men in geval van problemen thuis tijdelijk wordt ondergebracht bij een vertrouwenspersoon die het kind zelf kiest, of bij familie zoals bij Opa en Oma of een Tante etc.

    Het feit dat dit aspect zelfs niet in het beslissingsproces van jeugdzorg voorkomt, spreekt boekdelen.

    Er moet immers omzet gedraaid worden, daar leeft de organisatie van. Druk, druk, druk, heeft men het daar.

  4. 4

    Er moet immers omzet gedraaid worden, daar leeft de organisatie van.

    Ik betwijfel ten zeerste of al degenen die dit sneue verhaaltje hebben geplust zelfs maar het geringste idee hebben wat voor organisatie Jeugdzorg eigenlijk is.

  5. 5

    “Maar ik kan me wel voorstellen dat je als ouder de slaapkamer van je kind wil zien. Dus ik laat het maar even gaan. ‘Wel zachtjes, graag, er slapen al kinderen.’ Maar vader is zo druk met zijn zoons, dat hij me niet hoort. Of me niet wíl horen.

    Na een paar minuten loop ik naar boven. Op de gang hoor ik ze al lachen. Ik klop aan.”

    Ze gunt vader en zijn zoons slechts enkele minuten vanwege vermeende geluidsoverlast.

    Leuk dat zij zich die “wel kan voorstellen” dat je als ouder de slaapkamer van je kinderen wil zien. Of dat een ouder na drie jaar in de gevangenis gezeten te hebben even een momentje alleen wil zijn met zijn zoons, die inmiddels tieners zijn.

    Dat je ze dan “al op de gang hoort lachen”, is haar een gruwel. Het moet muisstil zijn en er moet gefluisterd worden. Men moet luisteren naar degene die met de wet in de hand de rol van ouder aan zichzelf heeft toebedeeld. De ouder heeft de wet overtreden en wordt ter plekke door de blijkbaar verandwoordelijke pedagogisch medewerker, die geen rechter is, nogmaals veroordeeld tot het niet zijn van een goede ouder. Een tweede kans zit er niet in, dat is duidelijk. De pedagogisch medewerker speelt voor rechter met de wet in haar hand.

    Wat men er echter niet bijverteld, is dat de werkelijke voornaamste reden dat vaders in vrijwel alle gevallen geen enkele kans maken in Nederland om volledige voogdij te verkrijgen, ook al slaat moeder de kinderen en barst ze regelmatig uit in hysterische schreeuwpartijen jegens ‘haar’ kroost, een economische is.

    De meestverdienende partij, in bijna alle gevallen de man, wordt door de kinderrechter doorgaans aangewezen om te blijven werken, zodat er alimentatie betaald kan gaan worden en de druk op de staatskas beperkt blijft.

    En dat heeft slechts zijdelings met het belang van het kind te maken.

    Dit vooropstellen van economische belangen zie je ook vaak terug bij uithuisplaatsing: Er moet immers wel ‘productie’ gedraaid worden dus ‘iedere melding nemen wij zeer serieus’, het betekent immers nieuwe klandizie wiens leven vanaf dat moment, mochten zij al in de problemen verkeren, vaak nog verder en onherstelbaar zal worden beschadigd.

    Een ‘indicatie’ of ‘signaal’ is daarbij vaak een subjectieve weergave van een momentopname waaraan vervolgens extreem verregaande consequenties worden gehangen.

    Vaak worden meerdere generaties worden op deze manier uit elkaar getrokken. Hechte familiebanden abrupt tot stilstand gebracht. Een kind wordt bij uithuisplaatsing ook verwijderd van vriendjes en vriendinnetjes, letterlijk uit de vertrouwde omgeving geplaats.

    Eventuele alternatieven worden daarbij niet in acht genomen, en ook worden zienswijzes op de opvoeding opvoeding die afwijken van de persoonlijke opvattingen van de pedagogisch medewerker niet getolereerd.

    Men heeft namelijk de wijsheid in pacht. Zo denkt en handelt men.

    Wij zijn allen geboren uit een vader en een moeder. Ieder kind heeft recht op omgang met beide ouders. Als kinderen de leeftijd van 12 zijn gepasseerd mogen kinderen zelf kiezen bij welke ouder zij willen wonen.

    Uit huis geplaatste kinderen mogen dat echter niet. Hen wordt dit recht ontnomen, zogenaamd ‘in het belang van het kind zelf’.

    De overheid meent daarmee in de schoenen van de ouders te moeten gaan staan om vaak arbitraire redenen. Het is volstrek onduidelijk welke maatstaven zij hiervoor hanteert.

    Zijn de burgers in het algemeen, als men de geluiden vanuit de samenleving in acht neemt, nog wel overtuigd dat jeugdzorg werkelijk in het belang van het kind handelt? Of is daar door de jaren van absolute macht voor deze organisatie soms niet ook het eigenbelang van jeugdzorg zelf doorheen gekropen en voorop komen te staan?

    Deze week bij Hollandse Zaken gaat het over vechtscheidingen, wellicht het bekijken waard. Jeugdzorg zit op de voorste rij. Een mediator komt aan het woord. Ook een kinderrechter mag zijn zegje doen.

    Ouders en ervaringsdeskundigen (bijvoorbeeld mensen die dit vroeger als kind aan den lijve hebben ondervonden) komen gedurende het gehele programma niet aan woord.

    “Ze doen allemaal rare dingen als ze aan het vechten zijn”

    http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1428249

    De rechter noemt het uitzonderlijk dat buro jeugdzorg wordt ingeschakeld.

    Echter:

    “Opgeteld krijgen ruim 300 duizend 0-17 jarigen hulp
    In 2009 werden bij elkaar opgeteld 333.809 jeugdigen geholpen in de genoemde sectoren. Er waren
    toen 3.528.241 0-17-jarigen in Nederland (CBS). Percentueel zou het dus neerkomen op maximaal
    9,5% van de 0-17 jarigen die in 2009 geholpen werd voor psychosociale problemen”

    waarvan:

    “Jeugd-GGZ3

    142.323 (0-17 jarigen circuit jeugd GGZ instellingen en
    kinderen en jeugdigen bij zelfstandig gevestigden)
    4,0%”

    http://www.nji.nl/nl/Factsheet_jeugdzorg_cijfers.pdf

    Dat is dus een op de 25 kinderen die uit huis worden geplaatst. Ongeveer 1 in iedere klas.

  6. 6

    Ik vind het opmerkelijk dat er geen reacties komen op het feit dat er gemiddeld uit iedere klas 1 leerling onder toezicht van jeugdzorg komt te staan. Dat zijn schrikbarende aantalllen waar het over gaat.

    Jeugdzorg is blijkbaar met een PR-offensief bezig om haar belabberde imago op te poetsen. Echter, net zoals er gisteren bij Hollandse zaken wel over, maar niet met ervaringsdeskundigen werd gesproken, zie je dezelfde tendens tot het uit de weg gaan van iedere vorm van discussie ook op deze website terug.

    Er wordt wel flink op minnetjes en plusjes gedrukt. Dat dan weer wel.

  7. 7

    Gemiddeld 1 kind in een klas. Gezien dat de meeste klassen een ettertje hebben schrik ik niet. Ik zou bijna zeggen gezond mensenverstand. Is het daarom niet erg? Zeker, maar je went snel aan zaken die erg zijn. En bij de mensen van de jeugdzorg is dat nog een tikje meer zo. En daarom krijg je ook dat de jeugdzorg kind en ouder als een nummer behandeld. Omdat ze dat min of meer ook zijn (een van velen)

  8. 8

    Ik vind het nogal vreemd dat op een website die toch veel publiceert over privacy (bijvoorbeeld in de gezondheidszorg) verhalen als deze worden gepubliceerd. Ondanks de gefingeerde namen staan er behoorlijk wat details in en het lijkt mij niet dat er toestemming is gevraagd aan de betrokkenen.

    En bij een alinea als de volgende begint het bij mij toch wat te kriebelen, ook al zal die vader vast geen al te beste invloed op zijn zoons zijn:
    “‘Kom, laat me jullie kamer zien!’ en hij loopt al richting de trap. Normaal gesproken komt er geen bezoek boven wanneer er al kinderen slapen. Maar ik kan me wel voorstellen dat je als ouder de slaapkamer van je kind wil zien. Dus ik laat het maar even gaan. ‘Wel zachtjes, graag, er slapen al kinderen.’ Maar vader is zo druk met zijn zoons, dat hij me niet hoort. Of me niet wíl horen.”

    Stel je toch eens voor… geen aandacht hebben voor je omgeving omdat je je kinderen voor het eerst in jaren ziet.

  9. 9

    @5:

    “Jeugd-GGZ3
    142.323 (0-17 jarigen circuit jeugd GGZ instellingen en
    kinderen en jeugdigen bij zelfstandig gevestigden)
    4,0%”

    Dat is dus een op de 25 kinderen die uit huis worden geplaatst.

    Kennelijk heb je persoonlijke en zeer negatieve ervaring met jeugdzorg maar waar lees je dat van die uithuisplaatsing?
    GGZ /= jeugdzorg. Contact met een GGZ-instelling hoeft helemaal geen uithuisplaatsing te betekenen.

  10. 10

    “Kennelijk heb je persoonlijke en zeer negatieve ervaring met jeugdzorg maar waar lees je dat van die uithuisplaatsing?
    GGZ /= jeugdzorg. Contact met een GGZ-instelling hoeft helemaal geen uithuisplaatsing te betekenen”

    Waar baseer je dat kennelijk op? Omdat ik kritische kanttekeningen plaats bij hoe die organisatie opereert? DAt zal dan wel iemand zijn die gebrouilleerd is? Wat een vooroordeel is dat zeg! Vind je zelf ook niet?

    Hoeveel kinderen zijn er dan wel uit huis geplaatst? Zou wel belangrijk zijn om naar de langjarige ontwikkeling van dat cijfer te kijken lijkt me. Ik vind 333,000 kinderen die geholpen moeten worden in ieder geval belachelijk veel.

    Dat is ongeveer 10% van alle jongeren, dus zelfs gemiddeld 2 of 3 per klas die ermee in aanraking komen.

    Het is dus een industrie geworden waarin vele duizenden mensen in werkzaam zijn een een inkomen uit genereren. Daar komen nog pleeggezinnen bij.

    De ironie is dat al deze mensen gebaat zijn bij probleemgevallen, en de definitie van wat wel en niet in het belang van het kind is zou bovendien ook transparant moeten zijn.

    Op dit moment is het zo dat een pedagogisch medewerker in de praktijk voor rechter speelt, omdat rechters zonder uitzondering het advies van zo iemand opvolgen.

  11. 11

    @10: over vooroordelen dan.

    Men beweert bij jeugdzorg het belang van de kinderen voor ogen te hebben. Toch druipt de minachting voor de natuurlijke band die de kinderen van nature met hun vader hebben van dit stukje af.

    De schrijver van dit stukje lijkt wel jaloers te zijn op het feit dat de jongens blij zijn hun vader te zien

    Dat je ze dan “al op de gang hoort lachen”, is haar een gruwel.

    Als je dit allemaal schrijft en tweemaal over niet gehoorde ervaringsdeskundigen begint, dan ben ik geneigd vanuit te gaan dat je jezelf daartoe rekent ja.

    Even gezocht rapport uit 2013
    Uithuisplaatsingen (UHP) Het aantal UHP met voogdij is aan het einde van het derde kwartaal van 2012: 7.202.

    En weet je ook hoeveel procent van de jongeren worden geholpen door artsen? Een hoeveel procent vind je dan te veel?

  12. 12

    Dit cijfer had ik hierboven moeten vermelden.
    “Het aantal UHP met OTS is aan het einde van het derde kwartaal van 2012: 11.978.”

    Kamerbrief 2013
    “Het aantal UHP bij een OTS laat een daling zien: eind vierde kwartaal 2012:11.796 en een half jaar later (eind tweede kwartaal 2013) was het aantal 11.331.

  13. 13

    Heerlijk, wat een gezeur :)

    Ik las in het stukje vooral iemand die haar eigen vooroordelen tegenkomt. En ik zou zelfs zeggen dat dit stukje een column is, gebaseerd op ware ervaringen maar zo opgeschreven dat bepaalde tegenstellingen iets meer uitkomen.

    Ik mag van harte katten op jeugdzorg en ze doen imo veel fout, maar bij sommige dingen kun je ook gewoon teveel je best doen om het negatief uit te leggen.

    Dat je wegens geluidsoverlast niet naar boven mag als er anderen liggen te slapen vind ik bv iets waar niet direct de inherente evilness van jeugdzorg uit spreekt. En zelfs de opvang van twee kinderen wiens vader in een Braziliaanse gevangenis zit lijkt me niet direct het beste voorbeeld van een bodysnatchende jeugdzorg.

    Van mij een plusje voor Rosalinde van Berkel, want ze schrijft leuk en ik ben benieuwd naar meer van haar belevenissen.

  14. 14

    Die oogkleppendragers hier blijven liever geloven dat “Jeugdzorg” een betrouwbare organisatie is.Ze zwelgen liever in de propagandistische verhaaltjes van een van hun medewerkers