Twee hoeraatjes voor ons meer-partijen systeem.

COLUMN - Het Amerikaanse kiessysteem biedt een epische en overzichtelijke strijd tussen twee polen. Die simpelheid levert een motivatie voor politieke betrokkenheid, maar kan ook leiden tot een destructieve polarisatie. In een tijd van sociale media waarin het steeds makkelijker wordt om je eigen informatie te selecteren, wordt deze zwakte steeds belangrijker.

Enkele maanden lang waren de Amerikaanse verkiezingen een dagelijkse soapserie waaraan ik lichtelijk verslaafd was. Eén van de redenen van mijn fascinatie is het feit dat het Amerikaanse systeem maar twee partijen heeft. Er is een duidelijke tegenstander, en als je je voorstander bent van één van de partijen wordt het al snel een spannende bezigheid, net als een voetbalwedstrijd interessanter wordt als je één van de teams ondersteunt.

Psychologisch onderzoek wijst uit dat het bestaan van zulke in-groepen en out-groepen sterke effecten heeft. Aan de ene kant stimuleert het altruïsme binnen de in-groep, die daardoor productiever samenwerkt. Aan de andere kant is het doel van dat altruïsme om de andere partij kapot maken. Biologen en antropologen betitelen dit tweesnijdende zwaard als “parochiaal altruïsme”: aardig zijn voor je groepsgenoten gaat hand in hand met vijandschap tegenover de anderen. Sommige theoretici argumenteren zelfs dat de evolutie van altruïsme gedeeltelijk gedreven wordt door het bestaan van conflicten tussen groepen.

De destructieve kant van dit parochiale altruïsme lijkt steeds sterker te worden in de VS. Vroeger stemden kiezers regelmatig voor een kandidaat voor de andere partij. Nu doen nog maar weinig kiezers dat, waardoor elke verkiezing de stemmen dicht bij elkaar liggen, wie de kandidaat ook is. Veel mensen in beide groepen geloven inmiddels dat de andere partij het land in de afgrond zal storten, en van samenwerking tussen de twee partijen is steeds minder sprake.

De komst van het internet, de polarisatie van de media, en de mogelijkheid van echo-kamers speelt daarin ongetwijfeld een grote rol. Kijk zelf maar eens op breitbart.com of infowars.com, websites die al jarenlang samenzweringstheorieën verspreiden over Clinton en Obama, die door veel Republikeinen worden geloofd. De ex-directeur van Breitbart is ondertussen campagneleider van Trump, die zulke theorieën ook graag zelf via Twitter verspreidde.

We mogen ons daarom gelukkig prijzen, dat we in Nederland een stelsel met meerdere partijen hebben. Het bestaan van meerdere, kleinere groepen haalt de scherpe kantjes van het wij-zij gevoel af en maakt het moeilijker jezelf te overtuigen dat alle andere groepen verschrikkelijk zijn. Als Groenlinkser heb je waarschijnlijk ook wel sympathie voor de PvdA en als VVDer vindt je D66 niet het einde van de wereld. Daarnaast weet je van tevoren dat je met andere groepen coalities zal moet sluiten, waardoor het volledig afbranden van alle anderen minder opportuun is.

De bovenstaande alinea’s zijn geschreven voordat ik de uitslag van de verkiezingen wist. Nu die uitslag bekend is houd ik mijn hart vast voor de komende verkiezingen in Europa. Gelukkig zet ook in dit geval ons parlementaire kiessysteem een rem op de macht van de overwinnaar. In tegenstelling tot Trump, wiens partij nu ook het parlement in handen heeft, zal een Nederlandse verkiezingswinnaar toch altijd compromissen moeten zoeken.

Ons verkiezingssysteem mag dan wat minder spectaculair zijn dan de Amerikaanse variant, maar ik geef er vandaag graag twee hoeraatjes voor.

  1. 2

    Het verhaal klopt wel. Je moet je wel realiseren dat ook meer-partij stelsels hun bezwaren hebben. Door ons systeem zijn er of vrij veel partijen nodig voor een meerderheid, of partijen die het niet eens zijn, moeten vage compromissen sluiten.
    Zou je een evenredige vertegenwoordiging kunnen hebben in de V.S.? Dat is zeer de vraag: het systeem is ontworpen in de tijd rond het begin van de 19e eeuw. De founding fathers hadden de nodige aarzelingen bij directe invloed van het volk en waren meer uit op bescherming tegen tyrannieke goede bedoelingen.
    Misschien zou een drempel, naar Duits model, een te groot aantal partijen kunnen beperken.
    Verder ga je terecht in op de verandering in het openbaar debat, waar perverse prikkels waanzinnige theorieën en schandaalberichten in de lucht houden. Als je op het net altijd een waanzinnige kunt vinden die het met je eens is, werkt dat niet goed uit op de kwaliteit van je overtuigingen. Niets is zo heilzaam als nu en dan krachtig tegengesproken te worden.

  2. 3

    @2: coalitievorming heeft niets met één- of meerpartijenstelsel te maken, maar met het parlementaire regeringssysteem. Met bijv. een directoriaal regeringssysteem gecombineerd met een meerpartijenstelsel heb je immers ook geen coalities nodig.

  3. 4

    Ik las laatst in een Europees onderzoek (uit 2012) dat ongeveer 80% van de Nederlanders tevreden is met het politieke stelsel (dus niet met de politieke partijen of politiek). Wij scoren daarmee hoog in Europa.

    Tegelijk zit ook hier de enorme verruwing en verrechtsing. Geert Wilders die een gewoon rabiaat rechts gedachtegoed voorstaat, de VVD die er nauwelijks voor onder doet, zij het alleen wat gepolijster, en het CDA, D66 en PvdA die nu net zo rechts zijn als de VVD tien jaar terug. Ik hou eerlijk gezegd ook mijn hart vast voor de komende verkiezingen in Nederland (en meer nog in Frankrijk).

    Het enige dat misschien soelaas biedt is dat een tijdperk a la McCarthy in de VS, waarin rabiate angst en haat de dienst uitmaakten, ook weer op democratische wijze is opgelost.

  4. 5

    Ik weet niet of dit zozeer aan het kiessysteem ligt volgens mij is het probleem meer het oprukkende populisme. Het gaat niet meer over politieke standpunten maar over wie het hardst met modder kan gooien. Ook in Europa is dit een probleem aan het worden, zie de Brexit en het Oekraïne referendum als voorbeeld.

    Wij hebben dan wel meer partijen, maar met naast de PVV en SP schieten ook hier nieuwe populistische partijen uit de grond, zie 50 plus, Denk en VNL. Heel veel kleine populisten bij ons hebben hetzelfde democratische effect als 1 grote populistische partij in een 2 partijen stelsel. Tot nu toe heeft de Nederlandse kiezer nog verstandig gekozen, maar ook hier kan men op een dag spontaan als lemmingen achter de populisten de afgrond in gaan lopen als we niet uitkijken.

  5. 6

    @5.

    Sorry hoor, niet over politieke standpunten? Jij weet niet wat open grenzen zijn, en wat die kunnen betekenen voor de verandering voor jouw in de straat en op je werk. Dat er overal bezuinigd op wordt van hypotheekrente aftrek tot de kids, maar dat andere groepen het nog steeds goed hebben, bijna verwend worden. En dat jouw belasting toch elk jaar meer wordt.

    Ja, dat is populistisch als je dat soort dingen zegt.

  6. 7

    @5: Klopt, een meerpartijen systeem is niet imuun voor Trumpiaanse opvattingen. Het is zelfs zo dat deze in een proportioneel stelsel eerder zichtbaar worden, het is namelijk gemakkelijk om zetels te halen. Maar het is veel moeilijker om het hele systeem over te nemen. Als is dat niet onmogelijk, kijk naar een Berlusconi.

  7. 9

    @8: niet helemaal waar natuurlijk, want als partijen lijstverbindingen aangaan en er restzetels zijn, kunnen die zomaar belanden bij partijen die er eigenlijk geen recht op hebben wat aantal stemmen betreft.

    Om over het schimmige achterkamertjeshandjegeklap voor de Eerste Kamer nog maar te zwijgen.

  8. 10

    De premisse in @0 klopt van geen kanten. De VS heeft geen 2-partijensysteem, er zijn veel meer partijen waaronder de Libertaire partij en de Groene partij. Die deden ook mee aan de presidentsverkiezing. Het probleem in de VS is niet dat er niet meer partijen zijn, het probleem is dat het een districtenstelsel is, zowel op staats maar ook op union niveau. Een districtenstelsel is een winner-takes-all systeem, waardoor kleinere partijen niet of nauwelijks voet aan de grond krijgen. Niet op het niveau van de staten bij het kiezen van de staats-parlementen, gouverneurs, senatoren en afgevaardigden, maar zeker niet bij het kiezen van de president. Je ziet in feite hetzelfde in het Verenigd Koninkrijk, waar het voor andere partijen dan de Tories en Labour heel moeilijk is om voet aan de grond te krijgen en te houden (al hebben zowel UKIP als de LibDems wel enige tractie gehad).

    Het mooie van ons evenredige stelsel is dat ook als je aanhang verspreid door het het hele land woont, je nog altijd zetels in parlement kan verwerven. En die zijn nodig om te groeien in populariteit, omdat het zonder dat platform nog veel moeilijker is om je boodschap voor het voetlicht te krijgen. Zo krijgen nieuwe geluiden ook de kans om gehoord te worden, en dat is zeker een hoeratje waard.

    Maar het is het ook waard om nog eens goed na te denken over de structuur van de EU. Want ook daar bestaat feitelijk een soort districtenstelsel. Gelukkig zijn de districten nog per land met een evenredige verdeling (ipv winner takes all), zodat ook hier kleinere fracties nog enige kans maken om tenminste een zetel te verwerven. Toch heeft ook dat systeem de potentie om te vervallen tot een “weinig-partijen” stelsel ben ik bang. Coalities zijn lastig, maar ze zijn wel nodig om te zorgen dat ook minderheidsstemmen in de samenleving gehoord worden.

    Tenminste… als je vind dat verkiezingen het aangewezen middel zijn om de bevolking een stem te geven in de regering. Er zijn ook andere opties tenslotte.

  9. 11

    Volgens mij beweegt de Nederlandse politiek zich ook naar een stelsel van gematigd rechts versus conservatief-populistisch rechts (met daarnaast wat margepartijtjes). Is er echt wel zo’n groot verschil met de VS/UK en ons stelsel??? Is een kabinet Wilders met een PVV/VNL/VVD/CDA meerderheid echt zo vergezocht?

  10. 12

    Het probleem in Nederland, is dat de coalitiebesprekingen na de verkiezingen, tegenwoordig belangrijker zijn, dan de stem van de kiezer zelf. Dat komt omdat de duidelijke identiteit die onze politieke partijen vroeger hadden, met hun bijbehorende normen en waarden, allang verdwenen zijn: vrijwel iedereen kan met iedereen regeren.

    Dit zorgt er ook voor, dat broeiende onvrede bij de kiezer, gewoon weggemoffeld kan worden, terwijl we zien dat dit in de VS juist wel naar boven komt. Daarom hebben de VS volgens mij een veel beter functionerende democratie dan die van ons.
    Over broeiende onvrede gesproken: Geert Wilders heeft op twitter meer volgers dan onze Minister President, en bijna vier keer meer volgers dan Lodewijk Asscher. Waarschijnlijk zal het aantal Nederlanders, dat na onze verkiezingen het gevoel zal hebben, dat zijn of haar stem er eigenlijk niet toe deed, groter zal zijn dan ooit.

    Als een burger een verkeersboete krijgt, omdat hij zich niet aan de wet hield, is dat gewoon terecht. Maar diezelfde burger eist ook een dergelijke mate van eerlijkheid van politici. En wat politici tijdens de verkiezingen beloven, kunnen ze alleen waarmaken als ze de absolute macht krijgen, en dat is niet realistisch. Het zou dus veel beter zijn, als een partij voor de verkiezingen zegt: met deze partij gaan wij niet regeren, en bij deze coalitie doen wij niet mee als we de volgende punten niet kunnen waarmaken: A, B , C. Op die manier krijgt de burger het gevoel dat zijn of haar stem werkelijke waarde heeft, en dat is juist nu, in een tijd waarin extreme gevoelens steeds makkelijker naar boven komen, heel belangrijk .