Twee gevallen van fataal gebruik van geweld door het Israëlische leger: een terugblik

ACHTERGROND - Wanneer het Israëlische leger Palestijnse slachtoffers maakt, wordt de officiële lezing doorgaans klakkeloos door media overgenomen.

Het is de moeite waard terug te komen op de twee schietpartijen waarbij Palestijnen door het Israëlische leger werden gedood. Zoals bekend, reproduceert de Israëlische pers gewoonlijk de lezing die de voorlichtingsdienst van het leger bekendmaakt, zonder zelf op onderzoek uit te gaan. Zodoende duurt het meestal een dag of langer, voordat de een of andere instantie, meestal een mensenrechtenorganisatie, na onderzoek met een ander verhaal komt. En die versie komt dan nooit meer in de krant.

In dit geval wil ik wijzen op twee recente schietpartijen. Bij de eerste, op 19 maart, werd een 14-jarige jongen gedood. Bij de tweede, op 22 maart, vielen drie doden en twaalf gewonden.

Het slachtoffer van de eerste schietpartij was de 14-jarige Youssef Shawamrah (aanvankelijk werd gemeld dat hij 19 was, later dat hij 15 was). Hij werd met drie kogels doodgeschoten, terwijl twee andere jongens (15 en 12) door de Israëliërs werden gearresteerd. Het officiële verhaal van het Israëlische leger was dat de kinderen het ‘Afscheidingshek’ zouden hebben willen beschadigen en niet op waarschuwingen hadden gereageerd. Het Ma’an News tekende erbij aan dat de kinderen op weg waren gegaan om planten te verzamelen die in een populair Palestijns gerecht worden gebruikt.

In de versie die het Palestijnse Centrum voor de Mensenrechten (PCHR) publiceerde, krijgt het verhaal echter weer een andere lading als we lezen dat het afscheidingshek bij hun dorp Deir al-‘Asal al-Foqa (ten zuiden van Hebron) een hek is van gaas, waarin twee gaten zaten waardoor de kinderen wel vaker naar hun land gingen dat door het het hek van hun dorp was gescheiden.

Het andere verhaal waar PCHR belangrijke kanttekeningen bij plaatste, was een schietpartij in het vluchtelingenkamp in Jenin, waarbij drie man werden gedood en twaalf mensen gewond raakten (aanvankelijk was gemeld dat er zeven gewonden waren, PCHR vermeldt er echter twaalf, inclusief een vrouw van 65 jaar). In de versie van het leger werd gemeld dat het ging om Hamza Abu al-Heija (22), de lokale leider van de Ezzedin al-Qassem Brigades (de militaire arm van Hamas) en twee andere activisten.

Van Hamza werd gezegd dat hij gedood werd in een vuurgevecht. De omstandigheden waaronder de andere twee werden gedood werden niet nader toegelicht.

PCHR meldt dat Hamza zich op de nacht van de aanval bevond in het huis van een bekende. De Israëlische soldaten omsingelden het huis, bliezen de deur eruit en openden het vuur erop, terwijl onbemande vliegtuigjes (drones) overvlogen en scherpschutters posities innamen op belendende daken. Het leger riep de bewoners op het huis te verlaten. Toen die dat één voor één deden, schoten ze de 23-jarige zoon des huizes Mohammed al-Hasaniyah (een lid van de Palestijnse veiligheidstroepen) in de schouder. Hij werd gearresteerd, evenals zijn 18-jarige broer. De overige bewoners konden het huis ongedeerd verlaten.

De militairen stuurden daarna een hond naar binnen, die door Hamza werd doodgeschoten. Vervolgens bestookten de Israëliërs het huis met geweervuur en raketten, waardoor het gedeeltelijk werd verwoest. Hamza beantwoorde het vuur. In de tussentijd werd ook vanuit een andere plaats in het kamp op de Israëlische troepen geschoten, waarop Hamza van de verwarring gebruik maakte om uit een raam te springen. Maar al na enkele meters werd hij door scherpschutters neergeschoten. De Israëlische soldaten lieten hem daarna twee uur ongemoeid, in welke tijd hij doodbloedde (zie ook de foto bij deze post).

Jongeren wilde later zijn lijk naar huis brengen, maar werden onder vuur genomen door het Israërlische leger. Daarbij werden twee ongewapende jongeren gedood, de 20-jarige Yazan Mahmoud Basem Taha ‘Jabarin’, en de 24-jarige Mahmoud Omer Saleh Abu Zeinah. Toen het nieuws van de dood van de drie bekend werd, stroomden bewoners van het kamp toe, waarop Israëlische scherpschutters het vuur op hen openden en twaalf mensen verwondden.

Het is nu in ieder geval duidelijk geworden dat de dood van de 14-jarige Youssef uit Deir al-‘Asal al-Foqa een oorlogsmisdaad was. Als hij al een vergrijp pleegde, had hij natuurlijk moeiteloos kunnen worden gearresteerd. Ook de dood van de twee ongewapende jongens die Hamza’s lichaam naar huis wilden brengen was een evidente oorlogsmisdaad. (Het is trouwens ook de moeite waard om te lezen wat Gideon Levy hierover schreef in Haaretz).

En wat de poging tot ‘arrestatie’ van Hamza betreft, die leek toch net iets teveel op een reeks vergelijkbare acties, waarbij de arrestanten eveneens op een nare manier aan hun einde kwamen. Ik meldt maar een paar gevallen: de keer in 2012 in Yatta dat helaas een verkeerde arrestant werd gedood, een keer twee arrestanten in Hebron in 2010. In hetzelfde jaar een man in zijn slaapkamer in Tulkarem. In 2011 een man in een kamp bij Nablus. En meest recent, Muataz Washaha uit Bir Zeit, die begin deze maand tijdens zijn arrestatie werd doodgeschoten.

De lijst is verre van volledig, maar verraadt zonder meer een patroon.

Reacties zijn uitgeschakeld