Tsjechow en ‘The Wire’

Affiche van The Wire (foto:Flickr/mwichary)

Het is usance om, wanneer een televisie-serie uitzonderlijk goed geschreven is, deze te vergelijken met het werk van William Shakespeare. Over de Amerikaanse drama-serie ´The Wire´ wordt dit bijvoorbeeld vrij regelmatig gezegd.

Maar waarom moet het altijd Shakespeare zijn? Shakespeare is in veel opzichten een nogal beperkte schrijver, en er zijn veel interessantere schrijvers, wiens werk veel meer raakvlakken met The Wire vertoond.

Een voorbeeld is het personage Duquan, of ´Dukie´. Dukie wordt geintroduceerd in seizoen 4, een onzekere tiener, die zich dicht bij de absolute bodem van de maatschappij bevindt. Het is niet alleen dat hij opgroeit in de achterbuurten van de stad Baltimore. Ook binnen dit milieu is hij een underdog. Hij is namelijk het kind van drugsverslaafden, die zich niet veel aan hem gelegen laten liggen, en hem zelfs soms gebruiken als een bron van geld, om maar drugs te kunnen kopen. Omdat hij nooit schone kleren krijgt, stinkt hij, en wordt hij getreiterd.

Er gloort echter hoop. Er zijn een paar volwassenen in zijn omgeving die wel het beste met hem voor hebben. Dit zijn de bokstrainer en onofficiele sociaal werker Cutty, en boven alles zijn leraar, Mr. Pryzbylewski, nota bene een blanke. Deze laatste helpt hem op alle mogelijke manieren. Onder zijn leiding ontdekt Dukie dat hij eigenlijk best een slimme jongen is, met een onvermoed talent voor computers. Prezbylewski probeert hem dan ook op alle mogelijke manieren aan te moedigen om zijn school af te maken, en niet terug te vallen in de omgeving waar hij vandaan komt.

Maar Dukie twijfelt. Voor een normaal mens is leven op straat veel enger dan welke school ook, maar met zijn jeugd is Dukie geen normaal mens. Hij gaat niet meer naar school, en probeert het leven als misdadiger, waar hij duidelijk niet voor geschikt is. Bij bokstrainer Cutty probeert hij te leren vechten. Cutty vertelt hem dat er andere werelden zijn dan het ghetto in Baltimore, werelden waar Dukie veel beter zou passen. Ook Dukie´s jeugdvriend Michael, die zelf zonder veel aarzeling voor een leven als misdadiger heeft gekozen, vertelt hem dat hij andere talenten heeft.

Dan, in de laatste aflevering, komt voor Dukie de definitieve beslissing. Enerzijds raakt hij bevriend met een heroine-verslaafde. Hij heeft de mogelijkheid om, samen met deze man, een leven als junkie te leiden. Tevens zoekt hij nog een keer zijn oude leraar Pryzbylewski op, om hem te vragen om hulp, om terug te gaan naar school. In de allerlaatste scene zien we Dukie, die zijn poging om naar school te gaan heeft opgegeven, en nu heroine aan het injecteren is. De angst voor school, voor een beter leven, voor mogelijkheden, voor een toekomst, hebben hem verlamd. Hij geeft de voorkeur aan de vertrouwde plek, op de absolute bodem van de maatschappij.

Bij Shakespeare zullen we een dergelijke thematiek te vergeefs zoeken. Shakespeare´s universum is volkomen statisch. De meeste hoofdpersonen zijn edellieden. Armere mensen hebben bijrolletjes. De mogelijkheid voor zulke mensen om iets te bereiken in de maatschappij is afwezig. Ze hoeven dus niet, zoals Dukie, bang te zijn om iets te bereiken. Het zal toch nooit gebeuren.

Een schrijver bij wie dit anders is, is bijvoorbeeld Anton Tsjechow. De tegenhanger van Dukie bij hem is, merkwaardig genoeg, een oudere bediende, Firs, in het stuk De Kersentuin. In het recente boek Zingeving als Machtsmiddel is zijn verhaal al eens uit de doeken gedaan. Firs neemt op een gegeven moment de tijd om herinneringen op te halen aan de tijd ´van voor de grote ramp´. Een eigentijdse Russische toeschouwer zou zich realiseren dat er, in de periode van het leven van Firs zich geen grote rampen hebben voorgedaan. Een ander personage doet navraag: ´Over welke ramp heeft u het, als ik vragen mag?´

´Dat we vrij werden!´ roept Firs uit. Dat moment in 1861, toen de meerderheid van de Russen plotseling van lijfeigenen, halve slaven, tot vrije mensen werden, met alle mogelijkheden van dien, is het ergste wat Firs ooit heeft meegemaakt. Net als Dukie uit The Wire zou Firs liever in de vertrouwde toestand van ellende voortleven, dan de moed opbrengen om een betere toekomst op te bouwen.

  1. 1

    Shakespeare is een sterk schrijver, dat staat vast. Hoe hij speelt met conflict, en dit tot werkelijkheid maakt is nu eenmaal subliem.

    Daarom wordt vaak deze vergelijking getrokken, niet per se omdat Shakespeare zo breed kon schrijven, maar omdat wat hij schreef, gewoon heel goed was..

    Shakespeare, in zijn tragedies vooral, schrijft over mensen die wat te verliezen hebben, en over persoonlijke groei. Het probleem met mensen die toch al diep in de put zitten, die hebben niets meer te verliezen, en zijn dus moeilijk om een goede assocatie bij te krijgen. Dit is ook de reden waarom veel films gaan over mensen die wat te verliezen hebben. Veel films gaan over mensen met een goedlopend gezin of een goede baan. Mensen met wat te verliezen.

    Shakespeare maakt hier heel goed gebruik van, juist door mensen van adel te gebruiken. Deze hebben de wereld te verliezen. Een zwerver, of een slaaf, heeft (over het algemeen) niet heel veel te verliezen. Als je houdt van mensen die uit de put klimmen is dat natuurlijk best, maar om dan een assocatie te krijgen met deze mensen is lastiger. Dit omdat verhaal wordt gevormd door conflict ( en dus ook tegenslag ).

    Als je niets te verliezen hebt, kan het nooit erger worden en ben je niet heel boeiend om naar te kijken. Een man van adel (Hamlet) die plots wordt geconfronteerd met de dood van zijn vader en weet wie de moordenaar is(Claudius), heeft plots zijn plaats als prins te verliezen als hij probeert de koning te vermoorden, en nog veel mee andere dingen..

    Mischien is dit filmpje wel interessant, als het over verhaal gaat. Verhaal in muziek dan, vanaf: 8:38 is het interessant, maar het hele stuk is ook interessant ;)

    http://www.ted.com/talks/lang/eng/benjamin_zander_on_music_and_passion.html